Aforismen over karma*
*Deze aforismen zijn afkomstig van H.P. Blavatsky
en andere leraren. Ze werden gepubliceerd door W.Q. Judge.
(1) Er is geen karma, tenzij er een wezen is dat het maakt of de gevolgen
ervan ondergaat.
(2) Karma is de vereffening van gevolgen
die uit oorzaken voortvloeien; en het wezen op wie en door wie die vereffening
uitwerkt, ervaart dan pijn of vreugde.
(3) Karma is een nooit wijkende en
nooit dwalende neiging in het heelal om het evenwicht te herstellen,
en werkt onophoudelijk.
(4) Wanneer dit herstellen van evenwicht
lijkt op te houden is dat het gevolg van de noodzakelijke vereffening
van een verstoring op een andere plaats of in een ander brandpunt die
alleen voor een yogi, een wijze of een volmaakte ziener zichtbaar is:
er is dus geen sprake van ophouden, maar alleen van versluiering.
(5) Karma werkt in op alle dingen
en wezens, van het kleinst denkbare atoom tot brahma. Het is werkzaam
in de drie werelden van mensen, goden en elementalen, en geen plekje
van het gemanifesteerde heelal blijft vrij van de invloed ervan.
(6) Karma is niet onderworpen aan
tijd; daarom zal hij die de uiteindelijke verdeling van de tijd in dit
heelal kent, karma kennen.
(7) Voor alle andere mensen is de
ware aard van karma onbekend en onkenbaar.
(8) Maar de werking ervan kan worden
gekend door uit de oorzaak het gevolg af te leiden; en deze afleiding
is mogelijk omdat het gevolg in de oorzaak besloten ligt en niet slechts
op de oorzaak volgt.
(9) Het karma van deze aarde is de
verzameling van daden en gedachten van alle wezens van elke graad die
betrokken waren bij het vorige manvantara of de evolutiestroom waaruit
de onze voortvloeit.
(10) En omdat tot die wezens zowel
‘Heren van Macht’ en heiligen, als zwakken en verdorvenen
behoren, leeft de aarde langer dan elke entiteit of ras dat zich erop
bevindt.
(11) Omdat het karma van deze aarde
en haar levensgolven in een tijd begon die te ver terug ligt om door
het menselijk verstand te kunnen worden bevat, is de vraag naar het
begin ervan zinloos.
(12) Karmische oorzaken die al in
beweging zijn gezet moeten de kans krijgen voort te jagen tot ze uitgeput
zijn, maar dit geeft niemand de vrijheid om zijn medemensen en elk ander
levend wezen hulp te weigeren.
(13) De gevolgen kunnen worden geneutraliseerd
of verzacht door de gedachten en daden van de persoon zelf of van een
ander, en dan vertegenwoordigen de daaruit voortvloeiende gevolgen de
combinatie van en wisselwerking tussen alle oorzaken die betrokken zijn
bij het voortbrengen van de gevolgen.
(14) In het leven van werelden, volkeren,
landen en individuen kan karma niet werken tenzij er een geschikt instrument
voor de werking ervan wordt verschaft.
(15) En totdat een dergelijk geschikt
instrument wordt gevonden, blijft het betreffende karma onuitgewerkt.
(16) Terwijl een mens karma ondergaat
door middel van het verschafte instrument, wordt zijn overige onuitgewerkte
karma niet door andere wezens of middelen uitgeput, maar wordt bewaard
voor toekomstige uitwerking; en het tijdsverloop waarin geen werking
van dat karma wordt ondergaan, vermindert de kracht ervan of verandert
de aard ervan niet.
(17) De geschiktheid van een instrument
voor de werking van karma zit in de nauwe band en relatie tussen het
karma en het lichaam, de geest, de verstandelijke en psychische natuur,
die door het ego in een bepaald leven voor zijn gebruik zijn verworven.
(18) Elk instrument dat door een ego
in een bepaald leven wordt gebruikt is geschikt voor het karma dat erdoor
werkt.
(19) Er kunnen tijdens een leven veranderingen
in het instrument plaatsvinden om het geschikt te maken voor een nieuwe
klasse van karma, en dat kan op twee manieren gebeuren: (a) door de
intensiteit van het denken en de kracht van een gelofte en (b) door
natuurlijke wijzigingen als gevolg van een volledige uitputting van
oude oorzaken.
(20) Omdat lichaam, geest en ziel
elk het vermogen tot onafhankelijk handelen bezitten, kan elk van deze,
los van de andere, sommige karmische oorzaken uitputten die verder van
of dichter bij de tijd van hun ontstaan liggen dan die welke via andere
kanalen werken.
(21) Karma is zowel barmhartig als
rechtvaardig. Barmhartigheid en rechtvaardigheid zijn slechts de tegengestelde
polen van één enkel geheel; en bij werkingen van karma
is barmhartigheid zonder rechtvaardigheid niet mogelijk. Wat de mens
barmhartigheid en rechtvaardigheid noemt, is onvolkomen, misleidend
en onzuiver.
(22) Karma kan van drieërlei
aard zijn: (a) op dit moment werkzaam in dit leven door middel van geschikte
instrumenten; (b) dat wat wordt gemaakt of wordt opgeslagen om in de
toekomst te worden uitgeput; (c) karma dat uit een vorig leven of uit
vorige levens is overgebleven en nog niet werkzaam is omdat het wordt
tegengehouden door de ongeschiktheid van het instrument dat het ego
in gebruik heeft of door de kracht van het karma dat nu uitwerkt.
(23) Drie werkterreinen worden door
karma in ieder wezen gebruikt: (a) het lichaam en de omstandigheden;
(b) de geest en het verstand; (c) de psychische en astrale gebieden.
(24) Overgebleven karma of huidig
karma kan, elk afzonderlijk of beide tegelijk, werkzaam zijn op alle
drie karmische werkterreinen tegelijk, of op één van deze
terreinen kan een ander soort karma, verschillend van dat wat gebruikmaakt
van de andere terreinen, tegelijkertijd werken.
(25) Geboorte in een bepaald soort
lichaam en het ontvangen van de vruchten van een bepaald soort karma
zijn het gevolg van het overheersen van een bepaalde lijn van karmische
neigingen.
(26) Karmische neigingen beïnvloeden
de incarnatie van een ego, of familie van ego’s, gedurende tenminste
drie levens, wanneer er geen maatregelen worden genomen om deze te beteugelen,
uit te schakelen of te neutraliseren.
(27) Maatregelen die door een ego
worden genomen om persoonlijke neigingen te beteugelen, tekortkomingen
te overwinnen, en om te neutraliseren door andere oorzaken in beweging
te zetten, zullen de karmische neigingen veranderen en hun invloed verminderen
overeenkomstig de kracht of zwakheid van de inspanningen die worden
verricht om deze maatregelen uit te voeren.
(28) Niemand behalve een wijze of
een ware ziener kan het karma van een ander beoordelen. Vandaar dat,
hoewel ieder krijgt wat hem toekomt, de schijn kan bedriegen en geboorte
in armoede of in zware beproevingen geen straf voor slecht karma hoeft
te zijn, want ego’s incarneren voortdurend in armzalige omstandigheden
waarin ze moeilijkheden en beproevingen ondergaan, die dienen voor de
discipline van het ego, en kracht, vastberadenheid en medeleven tot
gevolg hebben.
(29) Het ras-karma beïnvloedt
elke eenheid in het ras door middel van de wet van verdeling. Het nationale
karma werkt gerichter in op de leden van het land door diezelfde wet.
Het familie-karma heerst alleen in een land waarin de families zuiver
en afzonderlijk zijn bewaard; want in een land waarin sprake is van
vermenging van families – zoals gebruikelijk is in elke kaliyuga-periode
– wordt in het algemeen het familie-karma over een land verdeeld.
Maar zelfs in zulke perioden blijven families gedurende lange perioden
hun samenhang behouden en dan voelen de leden de kracht van het familie-karma.
Het woord ‘familie’ kan verschillende kleinere families
omvatten.
(30) Karma brengt via de mentale en
astrale bestaansgebieden natuurrampen voort. Een ramp kan worden herleid
tot een onmiddellijke fysieke oorzaak zoals een inwendig vuur en atmosferische
storingen, maar deze danken hun ontstaan aan een verstoring die is teweeggebracht
door de dynamische kracht van het menselijk denken.
(31) Ego’s die geen karmische
banden hebben met een deel van de aardbol waar een ramp op komst is,
worden op twee manieren buiten de werking daarvan gehouden: (a) door
afstoting die op hun innerlijke natuur werkt en (b) doordat ze door
hen die de voortgang van de wereld in het oog houden, worden geroepen
of gewaarschuwd.
Vertaald uit The Path, maart 1893
© Nederlandse vertaling 2007 Theosophical University
Press Agency
Gepubliceerd in Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch
Genootschap), maart 2007, nr. 38.
Inhoudsopgave
artikelen William Quan Judge
Andere artikelen over
karma, lot, vrije wil