Alchemie – een bron van wijsheid voor
het dagelijks leven*
Rita Houthuijzen
*Lezing, Blaricum, 18 april 2009.
In haar Esoterische Instructies schrijft H.P. Blavatsky het volgende:
Ware kennis is alleen van de geest en in de geest,
en kan op geen andere manier worden verworven dan via het gebied van
het hogere denken, het enige gebied van waaruit we kunnen doordringen
tot de diepten van het in alles aanwezige absolute. . . . Wanneer
de mens door zijn zelfzucht en persoonlijkheid te onderdrukken, zoal
niet te vernietigen, er slechts in zou slagen zichzelf te leren kennen
zoals hij achter de sluier van de fysieke maya is, dan
zou hij snel boven elk lijden, elke ellende en boven alle slijtage
door verandering staan, de belangrijkste oorzaak dat we lijden. .
. . Dit alles kan worden bereikt door het ontwikkelen van onzelfzuchtige
universele liefde voor de mensheid en het onderdrukken van de persoonlijkheid
of zelfzucht, die de oorzaak van alle kwaad en dus van al
het menselijke verdriet is.
– Collected
Writings 12:537-8
Alchemie is in zijn diepste betekenis innerlijke transformatie. Je
kunt de alchemie zien als bijvoorbeeld het weten hoe je van lood goud
maakt, maar laten we vooral niet voorbijgaan aan het gegeven dat lood
en goud symbool staan voor respectievelijk het materiële, stoffelijke
en het geestelijke, goddelijke beginsel van een mens.
De alchemie heeft zowel een esoterische als een exoterische kant; als
delen van een eenheid kunnen deze in essentie onmogelijk worden gescheiden.
Scheiden en samenvoegen zijn belangrijke begrippen in de scheikunde;
scheiden en samenvoegen waren en zijn ook van groot belang in de alchemie.
Maar was het nu werkelijk mogelijk om van lood goud te maken? Wat zochten
de alchemisten eigenlijk? Waarom waren ze zo’n mysterieuze groep
mensen, naar wiens werkzaamheden velen zo bijzonder nieuwsgierig waren?
Laat ik beginnen met een simpel voorbeeld te geven. In onze tijd laten
veel mensen zich behandelen voor allerlei uiteenlopende kwalen en ziektes
door een acupuncturist. Deze uit China afkomstige methode om te genezen
wordt echter door de reguliere medische wetenschap ten stelligste ontkend,
want het bestaan van energiebanen in een voor het blote oog onzichtbaar
energielichaam is volgens hen fictie en eigenlijk klinkklare onzin.
Zo sprak een arts een acupuncturist eens aan over dit onderwerp en
zei dat deze maar eens moest aantonen dat die energiebanen überhaupt
bestonden, want als men een menselijk of dierlijk lichaam opensnijdt,
ziet men niets anders dan vlees, bloed, spieren, organen, etc. De acupuncturist
reageerde hier heel doortastend op door te zeggen: ‘Stel, wij
snijden nu, hier ter plaatse uw hele lichaam open, wat vinden we dan?
Vlees, bloed, spieren, organen etc., maar waar vinden wij ú dan?
Bestaat u dan soms ook niet?’
Zoals Blavatsky schreef:
Het leven en alles wat daarmee verband houdt, hoort
tot het terrein van de metafysicus en psycholoog en de fysieke
wetenschap kan er geen aanspraak op maken. . . . Scalpels en microscopen
kunnen misschien het mysterie van de stoffelijke delen van het
omhulsel van de mens oplossen; ze kunnen nooit een venster openen
naar zijn ziel om ook maar het geringste uitzicht te krijgen op de
meer uitgestrekte gebieden van het zijn.
De enige denkers die met enig succes worden beloond
zijn degenen die, door gehoor te geven aan de vermaning van Delphi,
het leven in hun innerlijke zelf hebben leren kennen en het
in zichzelf grondig hebben bestudeerd, vóór ze proberen
de weerspiegeling ervan in het uiterlijke omhulsel te ontdekken en
te analyseren. – Collected Writings
8:241
Jakob Böhme schreef in zijn Theosophische Wercke:
Sinds Vulcanus het mercuriale wiel van angst, waar
de ziel zichzelf in heeft verbeeld, heeft ontstoken, staat hun hoofd
alleen nog naar de veelheid van natuurlijke dingen. De ziel is helemaal
onderworpen aan het afwisselende spel van de hartstochten.
De verlichte ziel echter adviseert de arme ziel om
de monsterlijke slangenlarve, zoals de begeerte in de mens werd genoemd,
in zich te doden, door zichzelf de liefdesgeest van Christus binnen
te leiden, die door zijn vleeswording de hellepoorten opblaast en
zo de weg naar het paradijs weer heeft vrijgemaakt.
Vulcanus staat symbool voor het doen ontwaken van het vuur-wiel van
de essentie, dat wil zeggen van alle eigenschappen van de natuur in
de ziel, in de zin van lust en begeerte. Lust en begeerte worden verbeeld
door de astrale uitstraling van de maan.
In de alchemistische geschriften spreekt men over de gouden Sophia,
die het einde van de nacht van de onwetendheid en de vernietigende materialen
van de ontbinding betekent. Zij is de solaire hemelse Sophia, terwijl
er ook een lunaire zwarte Sophia bestaat. Zij daalde af in de materie
en raakte erin gevangen en roept vanuit de diepte van de materie om
hulp.
Volgens het hermetische symbolisme vertegenwoordigt de zwarte Madonna
dit hiervoor genoemde begrip ook. ‘Zon en maan zullen samensmelten
en dan zal er eenheid zijn.’ Yin, yang, man, vrouw, materie, geest
– als alle dualiteit in de mens zal zijn opgelost zal er weten
en kennis zijn. Daarom is de kennis van de alchemie een bron van wijsheid
voor het dagelijkse leven.
Wij bestuderen de theosofie en ook hierin zit de naam ‘Sophia’
besloten. De term komt uit het Grieks, waarbij ‘theos’ ‘god’
of ‘het goddelijke’ betekent en ‘sophia’ kennis
of wijsheid.
De zon speelde een grote rol in veel oude religies en in de alchemie
was dit niet anders. De zon symboliseert ook het goud van de alchemisten.
De innerlijke zon verlost de mens uit zijn zelfgebouwde materiële
gevangenis van lijden en ellende en de zwarte zon is de buitenste laag
van de zonnemonade, die met haar donkere en alles verterende vuur alles
tot ontbinding brengt. In de Arabische alchemie is de zwarte zon ook
een uitdrukking voor de onreinheden in het gewone goud die moeten worden
weggewassen.
Maar de zon is een mysterieuze bol, centraal punt en de leven gevende
essentie van ons zonnestelsel. De zon speelde en speelt niet alleen
een grote rol binnen vele tradities, hij werd ook vereerd als een heuse
god. De oude esoterische gnostische geschriften spreken over de zon
als een dhyani-boeddha; men spreekt dan echter wel over de zonnemonade
zelf of de hogere triade van de zonnegod, want ook de zon heeft net
als de planeten en de mens een zevenvoudige samenstelling, en men spreekt
zelfs over de twaalfvoudige samenstelling van levende essenties.
Dat wat men waarneemt is waar men zich bevindt en dat is voor ons de
vierde ronde op de vierde bol van de aarde. Binnen dit bewustzijn nemen
we daarom ook de vierde bol van de zon waar, de weerkaatste essentie
van de ware zon. En diezelfde zon is slechts weer een atoom in het lichaam
van een nog veel groter kosmisch lichaam, zoals onze atomen monadische
deeltjes vormen, met een eigen ontwikkeling op microkosmisch gebied,
en ga zo maar door.
Alchemie is het transformeren naar ons innerlijk zelf, het naar binnen
kijken en onderzoeken, het gaan begrijpen dat alles in alles aanwezig
is, en dat is nooit anders geweest en zal ook nooit anders zijn.
‘Het oog waarin ik God zie, is hetzelfde oog waarin God mij ziet.
Mijn oog en Gods oog zijn één oog en één
zien en één inzien en één liefhebben’,
zei meester Eckhart in zijn Deutsche Predigen und Traktate.
Dit is hetzelfde als de uitdrukking: ‘Het waarnemen, het waargenomene
en de waarnemer zijn één.’
Gottfried de Purucker schreef: ‘Het hart van de zon is een hoogst
verbazingwekkend alchemistisch laboratorium, waarin de moleculen, atomen
en elektronen veranderingen ondergaan die men onmogelijk in een van
onze scheikundige werkplaatsen kan reproduceren’ (Bron van
het Occultisme, blz. 330).
In de Bijbel wordt tegen Paulus van binnenuit gezegd: ‘Weet
u niet dat u de tempel van God bent en dat de geest van God in u woont?’
Het goddelijke zelf wordt waargenomen door het zelf. De atman, of ons
hogere zelf of het zevende beginsel, ontdaan van zijn maya of betovering
door de stof, is in staat te zien wat hij in essentie is.
De alchemisten zien als hoogtepunt van twee polaire of tegengestelde
krachten de ‘conjunctio’, oftewel de verbinding en eenwording
van het mannelijke en vrouwelijke principe in het huwelijk tussen hemel
en aarde. Als de vereniging een feit is, is de mens ontwaakt uit het
schimmenrijk van de materie.
Dit doet me denken aan de grot van Plato, waar de vastgebonden mensen
dachten dat hun schaduwen, die door het zwakke licht in de grot op de
rotswanden werden geprojecteerd, de werkelijkheid weerspiegelden. Maar
het was hun werkelijkheid, zoals dat wat wij momenteel waarnemen
onze werkelijkheid lijkt te zijn. Toen één van
de mensen los kwam uit de boeien (symbolisch de boeien van de materie)
en de grot uitliep en de zon met zijn gouden licht zag, rende hij vol
vuur en enthousiasme terug naar binnen en vertelde over deze bol van
licht en het licht buiten. Hij werd niet geloofd en werd voor leugenaar
uitgemaakt. De ideeën van Plato worden veel aangehaald en als voorbeeld
gebruikt in alchemistische geschriften.
In het oude Alexandrië was de leer van de alchemisten trouwens
zeer populair. Bij het afbranden van de oude bibliotheek zijn helaas
veel verhandelingen en boeken hierover verloren gegaan.
Paracelsus zei eens: ‘De mens is wat hij denkt: denkt hij een
vuur, dan is hij een vuur; denkt hij een oorlog, dan is hij een oorlog.’
In de gnostische literatuur staat dat het denken niet vrij is van de
wet van actie en reactie. Wij denken dat ditzelfde denken losstaat van
waarneming. Maar elke gedachte neemt een vorm aan en heeft zijn uitwerking
op het psychisch-astrale gebied.
De christos, die de mens Jezus openbaarde aan een aantal van zijn volgelingen,
is volgens de alchemisten de verbeelding van of het goddelijke lichaam
in ieder mens, de enige universele gedaante waarin alle dingen in hun
eeuwige gedaanten bewaard blijven. Het wordt ook wel het boeddha-beginsel
in de mens genoemd.
Het kruis wordt in de alchemie gebruikt als teken voor de smeltoven.
De smeltoven is de plaats waar de ‘prima materia’ de passie
doorleeft. Daar sterft ze om weer tot leven gewekt, gereinigd, vergeestelijkt
en veranderd te worden. Het kruis symboliseert het stoffelijke lichaam.
Door het lichaam te kruisigen, letterlijk door alles wat materie is
los te laten, staat men op als christos en is men versmolten met het
ware wezen of hogere zelf. ‘Atman is brahman’, zegt men
in het hindoeïsme. En Jezus zei: ‘Ik ben de deur, door mij
vind je de Vader.’
Al het lijden leidt tot inzicht; dat is ook de leer van het boeddhisme
met zijn ‘vier edele waarheden’. Daarom is het nodig om
te onderzoeken waarom we lijden en wat de manier is om hiervan verlost
te raken. De alchemie probeert op haar eigen bijzondere manier te verklaren
wat het leven is en waarom het is zoals het is. Lijden zou
moeten worden vervangen door leiden.
Ik denk dat diverse wegen naar Rome leiden. Vele oude volkeren, verschillende
geloven, filosofen, wijsgeren en rassen, levensstromen en beschavingen
hebben getracht een tipje van dit wonderbaarlijke mysterie dat ‘leven’
heet, op te lichten. Al deze groepen mensen zijn en waren wij namelijk
zelf, zoals wordt geïmpliceerd door de leer van karma en reïncarnatie.
‘De mens zou daarom moeten leren hoe hij in de wereld
kwam’, aldus G. de Purucker.
Daarom zijn we, alleen al uit respect voor alle eerdere inspanningen
van onszelf en voor die van de vele, vele zielen in en buiten dit onmetelijke
en tegelijkertijd zo nabije universum, verplicht ons in te spannen om
uit te zoeken wie en wat we zijn en wat ons ware wezen is. Dat is onze
verantwoordelijkheid ten opzichte van al het leven en in naam van de
opperste liefde die het Absolute of Ongekende voor zijn kroost koestert.
Die liefde gaan begrijpen – nee, sterker nog, die liefde te gaan
worden – is onze hoogste taak, ons doel en onze dharma.
Andere
artikelen over religie of filosofie