Het Pad is de weg die de menselijke ziel moet gaan in haar evolutie
naar een volledig geestelijk zelfbewustzijn. De hoogste toestand wordt
in dit werk aangeduid door de grote figuur van wie het hoofd in de bovenste
driehoek opgaat in de stralenkrans van de zon daarboven, terwijl zijn
voeten zich in de onderste driehoek bevinden in de wateren van de ruimte,
die geest en stof symboliseren. Zijn vleugels die het middengedeelte
vullen, stellen de beweging of het pulseren van het kosmische leven
voor, terwijl binnen de achthoek de verschillende gebieden van bewustzijn
worden uitgebeeld waardoorheen de mensheid moet opstijgen om het volmaakte
mens-zijn te bereiken.
Bovenaan staat een gevleugelde Isis, de moeder of overziel; door haar
vleugels wordt het gelaat van de Allerhoogste afgeschermd voor degenen
die lager staan. Vaag zichtbaar is een kring van hemelse figuren die
vreugdevol de overwinning vieren van een nieuwe ingewijde, iemand die
het hart van de Allerhoogste heeft bereikt. Vanaf dat punt ziet hij
met mededogen om naar allen die beneden nog ronddwalen en keert terug
om hen te helpen als een verlosser. Onder hem is de rode kring van bewakers
die degenen die het ‘wachtwoord’ niet kennen neerslaan;
dit wachtwoord wordt gesymboliseerd door de witte vlam boven het hoofd
van de gelouterde aspirant. Twee kinderen die de zuiverheid voorstellen,
lopen ongehinderd verder omhoog. In het midden van het beeld staat een
krijger die de draak van de illusie, de draak van het lagere zelf, heeft
verslagen, en die nu gereed is de kloof over te steken door het lichaam
van de draak te gebruiken als brug (want we gaan omhoog langs treden
die bestaan uit overwonnen zwakheden, de verslagen draak van de lagere
natuur).
Aan één kant klimmen twee vrouwen; de ene wordt geholpen
door de andere die een wit gewaad draagt en bij wie de vlam helder brandt
terwijl ze haar zwakkere zuster helpt. Dichtbij hen komt een man omhoog
uit de duisternis; geldbuidels hangen aan zijn gordel maar er brandt
geen vlam boven zijn hoofd, en de speer van een bewaker van het vuur
zweeft al boven hem, klaar om de onwaardige te treffen in zijn uur van
triomf. Niet ver daarvandaan bevindt zich een bard; zijn vlam wordt
versluierd door een rode wolk (hartstocht) en hij ligt languit, getroffen
door een speer van een bewaker; maar terwijl hij daar ligt te sterven,
bereikt hem een straal uit het hart van de Allerhoogste als een belofte
van een toekomstige zege in een volgend leven.
Aan de andere kant staat een beoefenaar van magie die het licht volgt
van een kroon (eerzucht), omhooggehouden door een zwevende figuur die
hem naar de rand van een afgrond heeft geleid waarover voor hem geen
brug is; hij houdt zijn rituelenboek in de hand en meent dat het licht
van de verblindende kroon van de Allerhoogste afkomstig is, maar de
diepte wacht op haar slachtoffer. Naast hem valt zijn trouwe volgelinge
neer zonder dat hij dit merkt, maar een straal uit het hart van de Allerhoogste
valt ook op haar, als beloning voor onzelfzuchtige toewijding, zelfs
aan een slechte zaak.
Nog lager in de onderwereld staat een kind onder de vleugels van de
pleegmoeder (de stoffelijke natuur) en ontvangt de wapenrusting van
een ridder, symbolen van de kracht van de ziel, het zwaard van de macht,
de speer van de wil, de helm van kennis en de maliënkolder waarvan
de schakels bestaan uit ervaringen in het verleden.
In een oud boek staat te lezen ‘Het Pad is één
voor allen, de middelen om het doel te bereiken moeten per pelgrim verschillen.’
– R. W. M.
[Een houten schijf, links onderaan bevestigd, bevat
als inscriptie het volgende vers:]
Indien u wijsheid wilt verwerven,
Wees sterk, wees moedig, wees barmhartig.
Maar wanneer u deze heeft bereikt,
Laat dan mededogen spreken.
Geef het doel op,
Keer terug naar de aarde
Als redder van de mensheid.
Reginald Willoughby Machell (1854-1927) werd in 1893 aangenomen als
lid van de Royal Society of British Artists, na in de Royal Academy
te hebben geëxposeerd. Hij ontmoette H.P. Blavatsky en werd in
1888 lid van The Theosophical Society, waarna zijn schilderijen de mystieke
en symbolische thema’s begonnen te weerspiegelen die door de theosofie
worden geïnspireerd. In 1900 werd hij staflid van het internationale
hoofdkwartier van de Society dat zich toen in Point Loma, Californië,
bevond, waar hij zijn aanzienlijke talenten op het gebied van de beeldende
kunst, de toneelkunst en de literatuur tot aan zijn dood volledig inzette.