Theosofie in de qabbalah
Grace F. Knoche
Wat zijn de essentiële leringen van de
qabbalah, de joodse esoterische wijsheid die gedurende duizenden jaren
van leraar aan leerling is overgedragen? In deze heldere presentatie
richt Grace F. Knoche zich op de belangrijkste qabbalistische thema’s:
de emanatie van het heelal, de sefiroth-levensboom en zijn symboliek
in verband met de kosmos en de mens, de Vier Werelden van Schepping,
de Vier Adams of Hemelse Archetypen, en de samengestelde structuur van
ons wezen in relatie tot slaap, dood en inwijding. Om de betekenis ervan
te verduidelijken vergelijkt de schrijfster qabbalistische begrippen
en symbolen met equivalenten in de hedendaagse theosofie, vooral in
de werken van H.P. Blavatsky en G. de Purucker, waaruit blijkt dat de
qabbalah één van de stromen is van de universele wijsheid-traditie
van de mensheid.
Hoewel Theosofie in de Qabbalah met
wetenschappelijke nauwkeurigheid is geschreven, richt het zich op een
breed
publiek. Het boek schetst de hoofdlijnen van de qabbalistische filosofie
en besteedt aandacht aan de diepere betekenis achter de specialistische
terminologie ervan.
|
14 x 21 cm, 191 blz.
1ste druk 2007
isbn 9789070328702
paperback € 14,00
volledige
tekst online
vertaling van:
Theosophy in the Qabbalah
boekbespreking
|
Qabbalah is de stroom van esoterische wijsheid,
en alleen aan de ingewijden werden haar Sod of mysteries toevertrouwd.
Volgens de legende is haar geheime wijsheid terug te voeren op de
godheid, die de leer meedeelde aan een ‘uitverkoren gezelschap
van engelen’. Deze vormden een ‘theosofische school in
het Paradijs’, waar de qabbalah aan hen werd onderwezen opdat
zij, na de val, Adam en Eva (de vroege mensheid) zouden onderwijzen,
en zo de mensheid in staat zouden stellen hun vrije wil uit te oefenen
en zelfbewuste adeldom en wijsheid te verwerven. –
blz. 4
De mystieke leringen van de Hebreeën dragen
het kenmerk van de oude wijsheid-religie, en komen overeen met de
innerlijke leringen van de andere grote wereldreligies over de aard
van de mens en de paden die worden gevolgd tijdens slaap, dood en
inwijding. Deze eenheid van essentie zou ons niet moeten verbazen
wanneer we bedenken dat alle grote stelsels van denken en van onderzoek
uit eenzelfde bron voortkomen: de broederschap van spiritueel hoogontwikkelde
mensen en de innerlijke kern van ieder individu, die identiek is met
de kern van ieder ander wezen. –
blz. 143
|