De adepten: enkele bezwaren en een antwoord erop
W.Q. Judge
Hieronder zal ik enkele bezwaren die worden gemaakt tegen de theorie
van het bestaan van adepten in verkorte vorm weergeven, en de antwoorden
die erop zouden kunnen worden gegeven. De bezwaren hebben diverse gronden,
en betreffen zowel de termen meesters en mahatma’s als andere
betitelingen.
‘Meesters’ zijn verwerpelijk omdat ze niet stroken met
de republikeinse gezindheid, met democratie of individualisme.
Maar meester komt van magister, hij die een leraar
is, degene die de wet uitlegt en toepast; vandaar magistraat.
In feite heeft iedereen een meester, of het nu een fysieke, mentale
of morele meester is; en deze tegenwerping is niet anders dan het oude
en dwaze vertoon van minachting voor regelgeving van een regering waaraan
Amerika al langgeleden wist te ontsnappen.
De criticus heeft nooit een adept gezien. Dit zou net zo goed kunnen
gelden voor de bewering dat Napoleon, of een andere persoon, die iemand
niet heeft gezien, niet zou hebben bestaan en met nog meer kracht van
spreken. Want er was maar één Napoleon, terwijl er vele
adepten hebben bestaan en nog steeds bestaan. De Ouden vertellen allen
historische verhalen over adepten; de tegenwoordige hindoes doen dat
ook; veel middeleeuwse schrijvers en de overleveringen uit die tijd
vermelden hen als een vaststaand feit; de overleveringen van alle landen
die niet zo nieuw als dit land zijn, bevatten soortgelijke getuigenissen;
de Chinese, Tibetaanse, Birmese, en andere oosterse volkeren spreken
over zulke personages, terwijl Chinese, boeddhistische en hindoeïstische
literatuur bol staat van de getuigenissen. Om deze gedachte te steunen
bestaat er dus een hoeveelheid menselijke verklaringen, die groter is
dan die volgens welke Bonaparte ooit over Europa heeft geheerst. Tenslotte
bevestigen verschillende Europeanen en Amerikanen van goede reputatie,
leden van de Theosophical Society, op basis van eigen ervaring het bestaan
van deze adepten.
De moderne criticus zegt: Ten eerste, ‘waarom komen
deze adepten niet tevoorschijn om de nieuwsgierigheid naar hen te bevredigen
als ze mensen zijn?’ Deze vraag komt voort uit dezelfde geest
die leidt tot op sensatie beluste, ordinaire en bemoeizuchtige kranten
die de persoonlijke details van ieders leven breed uitmeten voor het
publiek, omdat dat door datzelfde publiek wordt verlangd. Ten tweede,
‘waarom komen ze niet tevoorschijn om het kwaad te vernietigen
als ze over zulke enorme vermogens beschikken?’ De adepten hebben
verklaard dat er geen andere kracht bestaat om het kwaad te vernietigen
dat de mens zelf heeft geschapen dan de inspanningen die de mens doet
om zichzelf te zuiveren. Ten derde, ‘waarom komen ze
niet tevoorschijn en maken ze een einde aan alle misstanden? Ten
vierde, ‘waarom vermenigvuldigen ze het voedsel niet in tijden
van hongersnood?’
Antwoorden op deze vragen kunnen als volgt worden gerangschikt:
(a) De aard van de tegenwoordige mensheid is het resultaat van evolutie,
en alleen een evolutie die op een gedisciplineerde manier wordt geleid
kan verandering teweegbrengen door vervolmaking, verfijning en zuivering.
(b) Het is belachelijk dat de westerse volkeren van de adepten verlangen
dat ze voedsel vermenigvuldigen als iedereen weet dat er altijd genoeg
voedsel is – ongebruikt of door op winst beluste mensen bewaard
– om alle hongerigen te voeden.
(c) Als voedsel toch in de westerse wereld zou worden vermenigvuldigd,
zouden zij die dat zouden doen in de gevangenis worden geworpen en als
misdadigers worden gezien, want het is duidelijk dat meteen zou worden
gezegd dat het voedsel gestolen moet zijn, of er zou een aanklacht volgen
dat het de handel verstoort. In 1892 stalen hongerige mensen in Berlijn
brood uit winkels en werden gestraft voor diefstal. De moraal en de
conclusie werken duidelijk in het nadeel van de criticus.
(d) Niemand kan weerleggen dat adepten in oosterse landen in tijden
van hongersnood voedsel hebben vermenigvuldigd in een tijd waarin veroordeling
en vervolging niet op zo’n daad volgden.
(e) Terwijl de adepten toegeven dat ze over grote krachten beschikken,
maken ze er geen aanspraak op de menselijke natuur te kunnen veranderen
op welke manier dan ook, behalve door de werking van evolutie en altijd
strikt overeenkomstig de wet van rechtvaardigheid.
(f) De adepten verschijnen niet in het openbaar en presenteren zich
niet aan de wereld om redenen die hierboven zijn genoemd, en ook omdat
de cyclus zijn beloop moet hebben, want indien zij zich op het verkeerde
tijdstip zouden bekendmaken, zou er een verkeerd resultaat worden teweeggebracht,
zoals een bepaalde noot, die op zichzelf goed is, op het verkeerde moment
of op de verkeerde plaats of als ze niet in harmonie is, een dissonant
veroorzaakt. Deze verklaring geeft de reden die kan worden afgeleid
uit de wet van de cyclussen.
Waarmee houden de adepten zich dan bezig? Het is onmogelijk al hun
activiteiten te noemen. Maar voor een deel bestaan die uit:
(a) Het geven van hulp aan alle goede bewegingen door achter de schermen
op mensen in te werken door een mentale invloed.
(b) Het trainen van zoveel mogelijk mannen en vrouwen die er geschikt
voor zijn, zodat zij in hun volgende incarnatie in de wereld actief
en toegewijd kunnen werken aan het welzijn van de menselijke familie.
(c) Het verspreiden van een levensfilosofie door op vele plekken die
hier niet kunnen worden genoemd, impulsen te geven die geleidelijk het
denken van de mensheid zullen beïnvloeden en in het bijzonder de
actieve, imperialistische westerse volkeren, en daarmee alle mensen
voorbereiden op verandering en evolutie, verder en verder tot het kwade
verdwijnt en er weer betere dagen en mensen verschijnen.
Vertaald uit The Path, januari 1893
© Nederlandse vertaling 2007 Theosophical University
Press Agency
Inhoudsopgave artikelen William Quan Judge
Andere artikelen over
adepten/meesters