Betovering: Haar beoogde effect en plaats in de
magie
W.Q. Judge
Het Engelse woord ‘glamour’ (bekoring of betovering) werd
langgeleden in woordenboeken omschreven als ‘tovenarij, of een
betovering van de ogen, waardoor deze de dingen anders zien dan ze in
werkelijkheid zijn’. Dat is nog steeds de betekenis van het woord.
Nog niet zo lang geleden – vóór de vreemde dingen
die in experimenten met hypnose mogelijk zijn, in het westen bekend
werden – leek het erop of alles met goedkeuring van de wetenschap
tot louter stof en beweging zou worden teruggebracht. Betovering moest
verdwijnen, worden vergeten, belachelijk gemaakt, en dat wat niet kon
worden toegeschreven aan onvoldoende geoefende zintuigen, moest worden
verklaard uit de toestand van de lever, een heel prozaïsch orgaan.
Maar nog vóór de wetenschap met haar speculaties en steeds
veranderende wetten de onwetende menigte kon voorlichten, kroop het
hypnotisme langzaam maar zeker naar voren en begon tenslotte het standpunt
van de theosofie te steunen. Betovering maakt opnieuw een goede kans
op erkenning. HPB sprak profetische woorden toen ze zei dat deze kunst
in Amerika meer dan waar ook door zelfzuchtige mensen voor zelfzuchtige
doeleinden zou worden beoefend voor zelfverrijking en bevrediging van
lagere verlangens.
Als we een vluchtige blik werpen op bepaalde vormen van folklore, hoeveel
verhalen zien we dan niet over betoveringen die door mensen, goden of
elementalen werden veroorzaakt. In India verschijnen nu en dan de goden,
en vaak de wijzen, in allerlei vermomming aan bepaalde mensen door een
betovering die het oog doet zien wat er in werkelijkheid niet is. In
Ierland zijn er boeken vol verhalen waarin iemand huizen, mensen en
dieren ziet die er niet zijn; hij krijgt plotseling het vermogen achter
de buitenkant van de dingen te zien, en ontdekt dan dat een veld of
marktplein vol is met feeën – mannen en vrouwen die ongemerkt
tussen de mensen rondzweven. Dan weer verandert een man of vrouw in
de verschijningsvorm van een viervoetig dier of een vogel, en krijgt
zijn oude gedaante pas terug als hij of zij met een toverstaf wordt
aangeraakt. Deze uiterlijke verandering is geen feitelijke verandering,
maar wordt altijd veroorzaakt door een betovering die de ogen van de
andere persoon beïnvloedt. Zulke grote aantallen gelijksoortige
verhalen die in alle tijden en onder alle volkeren worden gevonden,
kunnen niet het gevolg zijn van dwaasheid, en niet zonder een basis
van waarheid zijn. Die basis is een feit en een wet in de menselijke
natuur. Het is betovering, de oorzaak van betovering en het vermogen
die teweeg te brengen. Juist omdat er altijd mensen zijn geweest die
door een natuurlijke aanleg of door oefening het vermogen hadden ‘de
ogen te betoveren’, zijn deze verhalen in de wereld gekomen.
Een in Engeland en Amerika bekende schrijver dacht eens dat hij op
iets onmogelijks was gestuit toen hij schreef dat Mw. Blavatsky aan
hem had toegegeven dat bepaalde verschijnselen waar hij naar vroeg door
betovering waren teweeggebracht.
‘Ah, betovering,’ zei hij, ‘en zo valt dit theosofische
kaartenhuis ineen’; en hij ging tevreden weg, want in werkelijkheid
was hijzelf volledig in de ban van betovering. Maar theosofen zouden
niet zoals deze man moeten struikelen en vallen over een woord dat,
wanneer men achter de feiten probeert te komen, verwijst naar veel kennis
over een belangrijke tak van het occultisme. Toen ik in een nummer van
de Arena alles over deze erkenning van betovering zat te lezen,
was ik zeker bereid datgene te geloven wat HPB tegen de geleerde onderzoeker
heeft gezegd en waarover hij schrijft, maar tegelijkertijd wist ik dat
ze nooit de bedoeling had om elk verschijnsel door betovering te verklaren.
Ze wilde alleen bepaalde categorieën verschijnselen daaronder laten
vallen – hoewel in elk occult verschijnsel wel enige betovering
wordt toegepast op enkele van de waarnemers afhankelijk van hun eigen
individuele fysieke eigenaardigheden.
De soorten verschijnselen waarop dat woord slaat, worden voor een deel
door Patañjali genoemd in zijn Yoga Aforismen, waar
hij zegt dat, als de lichtuitstraling die het voorwerp en het oog eigen
is, wordt verstoord, het voorwerp zal verdwijnen, of het nu een mens
of een ding is, en of het nu dag of nacht is. Dit kleine aforisme verklaart
veel, en als men het accepteert, weerlegt het enkele hedendaagse theorieën.
Het houdt in feite in dat het niet alleen noodzakelijk is dat lichtstralen
uitgaan van het voorwerp naar het oog, maar ook dat licht moet uitgaan
van het oog naar het voorwerp. Snijd dit laatste af en het voorwerp
verdwijnt; verander de aard van de uitstraling die van het oog komt,
en het voorwerp verandert voor de waarnemer van vorm of kleur.
Als we dit verder uitwerken en in verband brengen met het bekende feit
dat we helemaal geen voorwerpen zien, maar alleen hun ideële vorm,
zoals die zich aan het denken voordoet, dan komen we tot een gedeeltelijke
uitleg hoe betovering mogelijk is. Want als men op een of andere manier
kan ingrijpen in de trillingen die op weg zijn naar het oog en die zullen
inwerken op de hersenen, en daarna op de innerlijke waarnemer, dan heeft
men de mogelijkheid de ideële vorm merkbaar te veranderen, die
het denken innerlijk moet waarnemen voordat dit het bestaan van het
uiterlijke voorwerp dat de trillingen veroorzaakte vaststelt.
Neem nu de verbeelding, als een vermogen dat een helder en duidelijk
beeld kan scheppen. Dit gebeurt bij hypnotisme en spiritisme. Indien
het beeld voldoende omlijnd is en de waarnemer of de proefpersoon gevoelig
genoeg, wordt er een betovering teweeggebracht. De persoon zal iets
zien wat niet de normale gedaante of vorm of belichaming van de ander
is. Maar deze nieuwe vorm is even werkelijk als de normale, want de
normale vorm is slechts die welke tijdens een bepaald stadium van de
menselijke evolutie blijft bestaan, en zal zeker veranderen als nieuwe
zintuigen en organen zich in ons gaan ontwikkelen.
Is het, nu we tot hier zijn gekomen, niet gemakkelijk in te zien dat,
indien iemand die duidelijke en levendige gedachtebeelden kan vormen
zoals hierboven besproken, en indien de ondergeschikte organen invloed
kunnen uitoefenen en beïnvloed kunnen worden, het dan heel goed
mogelijk is dat getrainde personen de ogen van anderen kunnen hebben
betoverd, zodat ze een olifant, slang, mens, boom, pot of enig ander
voorwerp zien waar alleen lege ruimte is, of iets anders zien dan het
ding of de mens die daar werkelijk is. Dit is precies wat er bij experimenten
door hypnotiseurs gebeurt, met dit verschil dat zij de proefpersoon
in een abnormale toestand moeten brengen, terwijl anderen zulke bijkomstige
middelen niet nodig hebben. Het blijkt dat betovering een belangrijke
plaats in de magie inneemt. En er is geen twijfel aan dat ze door HPB
regelmatig werd gebruikt, en we twijfelen evenmin eraan dat de yogi
in India dezelfde kracht toepast.
In veel gevallen gebruikte zij die kracht misschien om aanwezige personen
te doen geloven dat zij er was terwijl zij naar een kamer ernaast was
gegaan, of dat een ander persoon ook aanwezig was terwijl die er helemaal
niet was. Hetzelfde vermogen om te betoveren zou het haar mogelijk maken
om elk voorwerp in haar kamer of in haar hand te verbergen. Dit is een
van de moeilijkste staaltjes van magie, en is helemaal niet afhankelijk
van vingervlugheid. Soms zeggen mensen dat dit dwaasheid is zelfs als
het waar is, maar in een ander licht gezien is het helemaal geen dwaasheid,
en dat geldt ook voor die gevallen waarin het iemand was toegestaan
het fijne te weten van wat er zich afspeelde. Zij liet staaltjes van
deze kunst zien – hoewel zelden – om aan hen die van haar
leerden te laten zien dat de mens een complex en krachtig wezen is,
niet in te delen, zoals een wetenschapper dat graag doet, in uitsluitend
stof en beweging. Al deze verschijnselen dienden twee doelstellingen.
Ten eerste, om hen te helpen die van haar leerden, en ten tweede om
overal in het westen opnieuw het geloof in de werkelijke kracht en aard
van de mens te verspreiden. Dit laatste was heel erg nodig, omdat in
het westen het materialisme een te grote invloed begon te krijgen en
spiritualiteit dreigde te vernietigen. En het werd ook gedaan om de
plannen van de Grote Broederschap voor de mensheid te verwezenlijken.
Zoals een van haar meesters zei: haar verschijnselen brachten sceptici
jarenlang in verwarring. Zelfs vandaag de dag zien we nog de gevolgen
ervan, want wanneer mensen zoals Stead, de redacteur van de Review
of Reviews, Du Prel, Schiaparelli en anderen de feiten van spiritisme
wetenschappelijk gaan onderzoeken, kan men voor de psychologie een nieuwe
dageraad zien gloren.
Dit vermogen van betovering wordt door de adepten vaker gebruikt dan
mensen denken, zonder leden van de TS uit te sluiten. Zij zijn vaak
onder ons, van dag tot dag, in een vermomming die we niet herkennen,
en laten ideeën in ons denken vallen over de spirituele wereld
en het werkelijke leven van de ziel, en sporen ook mannen en vrouwen
aan tot goed handelen. Hierdoor blijven ze onherkenbaar en zijn ze in
staat meer te bereiken in deze overgangstijd van ongeloof dan ze dat
op enige andere manier zouden kunnen. Soms worden ze, als ze passeren,
opgemerkt door hen die daarvoor het juiste zintuig hebben; maar een
subtiele en krachtige band en overeenkomst voorkomt dat hun geheim wordt
bekendgemaakt. Dit is iets waarover de leden van de Theosophical Society
zouden moeten nadenken, want ze verkeren misschien zo nu en dan onbewust
in het gezelschap van engelen. Ze worden misschien zo nu en dan op de
proef gesteld door hun leiders wanneer ze dit het minst verwachten,
en het oordeel wordt niet bekendgemaakt maar heeft niettemin zijn gevolg.
Toch bestrijkt betovering maar een klein stukje van het terrein van
het occultisme. Het gebruik van het astrale lichaam speelt bij bijna
alle verschijnselen een rol, en op andere gebieden is het onderwerp
van de occulte scheikunde – absoluut onbekend aan de hedendaagse
mens – van het grootste belang; als het ooit wordt bekendgemaakt
zal het als een verrassing voor de wetenschap komen, maar dat zal in
deze zelfzuchtige tijd ongetwijfeld niet op korte termijn gebeuren.
Vertaald uit The Path, mei 1893
© Nederlandse vertaling 2007 Theosophical University
Press Agency
Inhoudsopgave artikelen William Quan Judge
Andere artikelen
over paranormale vermogens
Hypnotisme