Hypnotisme
W.Q. Judge
Wat is die hypnotische kracht of invloed? Wat gebeurt er in feite als
er een experiment met hypnose wordt uitgevoerd? Wat wordt erdoor bewezen?
Welke kracht wordt er uitgeoefend die, nadat iemand in slaap is gebracht,
hem wekt in een onechte waaktoestand waarin hij gehoorzaamt aan suggestie,
zijn identiteit schijnt te verliezen, ogenschijnlijk een andere persoon
wordt, een taal spreekt die hij helemaal niet kent, en fantasiebeelden
als echt ziet? Hoe komt het dat zijn fysieke lichaam in die toestand
de suggestie van de hypnotiseur volgt en blaren krijgt van een stukje
papier dat geen blaren kan veroorzaken, niest als er geen echte prikkeling
van de reukzenuwen is, rilt bij een hete kachel en transpireert als
er wordt gesuggereerd dat een blok ijs een vuurmassa is?
Dit alles en nog veel meer is tijdens hypnotische experimenten gedaan,
net als vele jaren geleden door mesmeristen, elektrobiologen en allerlei
rondtrekkende tovenaars. Toen lag dit buiten het terrein van de wetenschap,
maar nu, sinds artsen aan een deel ervan de nieuwe naam ‘hypnotisme’
hebben gegeven, heeft het een blijvende plaats ingenomen in de theoretische
en toegepaste psychologie. De nieuwe scholen gingen natuurlijk verder
dan de eerste deden of konden. Ze voegden er een soort tovenarij aan
toe door hun nieuwste bewering dat ze in staat zijn de zenuwgevoeligheid
– en dus ook de ontvankelijkheid van de proefpersoon voor mentale
indrukken – los te maken van het lichaam en daaraan een plaats
toe te kennen; en deze in zijn foto of in een glas water over te brengen
zodat, indien de eerstgenoemde wordt bekrast of het laatstgenoemde wordt
aangeraakt, de patiënt onmiddellijk opspringt of het uitschreeuwt.
Op die manier maakte men vroeger een afbeelding van iemand in was, stak
daar pennen in, waarna de persoon wegkwijnde en stierf; er was een tijd
dat mannen en vrouwen daarvoor werden verbrand. Al is dit interessant
en belangrijk, als het waar is, het heeft het karakter van een nachtmerrie,
want het roept de gedachte op dat het in de nabije toekomst mogelijk
is dat je foto te koop is en dan door een vijand wordt geschroeid en
doorstoken, nadat deze er eerst voor heeft gezorgd dat je zenuwgevoeligheid
daarin is overgebracht. Maar andere experimenten gaan over de grote
vraagstukken van de identiteit, het bewustzijn, de ziel en de persoonlijkheid.
Ze roepen de vraag op of de wereld fysiek en mechanisch is, zoals Descartes
dacht, en of ze vergankelijk en een vorm van bewustzijn is die bestaat
dankzij het denken en die geheel en al door het denken wordt beheerst,
zoals theosofen van vroeger en nu altijd hebben gezegd.
Professor [William] James uit Harvard heeft in een publicatie gezegd
tot de conclusie te zijn gekomen dat de experimenten met het hypnotisme
hem, zoals reeds zo velen, hebben overtuigd van het bestaan van het
verborgen zelf in de mens, terwijl de Franse scholen erover twisten
of het allemaal komt doordat één persoon vele anderen
imiteert, of doordat er in één persoon vele persoonlijkheden
besloten liggen, die het ene facet na het andere laten zien. Men heeft
feiten vastgelegd en de meest wonderlijke dingen gedaan, maar er is
nog geen redelijke en afdoende verklaring voor gegeven door de moderne
denkrichtingen. Op enkele uitzonderingen na zien ze, door hun onwetendheid
met betrekking tot de werkelijke, verborgen aard en krachten van de
mens, of hun weigering het bestaan ervan te erkennen, geen reden tot
ongerustheid in al deze experimenten en geen gevaar voor de gemeenschap
of het individu. Omdat de werkelijke evolutie van de innerlijke krachten
van de mens – die tegelijkertijd en in hetzelfde tempo als de
evolutie van alle andere rijken en van de planeet plaatsvindt –
door deze scholen niet wordt erkend, kunnen ze niet inzien dat hypnotische
krachten in de toekomst voor een duivels doel kunnen worden aangewend.
De theosoof geeft voor de verschijnselen echter een verklaring, wijst
erop dat dit vaker is voorgekomen in de geschiedenis, en geeft te kennen
dat er gevaren dreigen als iemand die nadenkt niet beseft dat onze ware
aard een wezen is dat uit gedachten en bewustzijn bestaat, daarin en
daarvan is gevormd, en zijn persoonlijkheid daardoor ook kan worden
vernietigd. Het gevaar ligt niet in kennis van deze zaken en processen,
maar in het ontbreken van ethische normen en waarden bij het gebruik
ervan, nu en in de toekomst.
Eén theorie die van nut kan zijn bij het verklaren en het uitvoeren
van hypnotisch onderzoek is ongeveer als volgt. De mens is een ziel
die leeft van gedachten en slechts gedachten waarneemt. Elk object of
subject komt tot hem als een gedachte, het doet er niet toe door middel
van welk kanaal of instrument het zich aan hem voordoet – door
een zintuigorgaan of door het mentale centrum. Deze gedachten kunnen
woorden, ideeën of beelden zijn. De ziel-mens moet een verbindende
of tussenschakel hebben met de natuur, waarmee en door middel waarvan
hij kan leren en ervaring kan opdoen. Deze schakel is een etherisch
dubbel of tegenhanger van zijn fysieke lichaam, waarin hij verblijft;
en voorzover het de ziel-mens betreft is het fysieke lichaam de natuur.
In dit etherische dubbel (het astrale lichaam genoemd) liggen de zintuigorganen
en de waarnemingscentra, want de fysieke uiterlijke organen zijn slechts
de uitwendige kanalen of middelen om de fysieke trillingen te concentreren
en ze naar de astrale organen en centra over te brengen, waar de ziel
ze als ideeën of gedachten waarneemt. Deze innerlijke etherische
mens is opgebouwd uit de ether, waarvan de wetenschap nu erkent dat
ze een noodzakelijk deel van de natuur is dat, hoewel etherisch, niettemin
substantieel is.
Fysiek gesproken worden alle uitwendige prikkels uit de natuur van
buiten naar binnen gezonden. Maar op dezelfde manier kunnen prikkels
van binnen naar buiten worden gezonden, en op deze laatste manier zetten
onze gedachten en wensen ons aan tot handelen. Vanuit de astrale mens
in ons worden er prikkels naar buiten gezonden, naar het fysieke lichaam,
en kunnen het lichaam zo domineren dat ze het veranderen of geheel of
gedeeltelijk verstoren. Gevallen waarin het haar in één
nacht grijs wordt kunnen zich zo voordoen. En op die manier kan het
suggereren van een blaar een fysieke zwelling, afscheiding, ontsteking
en wond veroorzaken bij iemand die zich aan de invloed van de hypnotiseur
onderwerpt. Het beeld van of de gedachte aan een blaar wordt afgedrukt
op het astrale lichaam, en dat beheerst alle fysieke zenuwen, gevoelens,
stromingen en afscheidingen. Dit gebeurt door middel van het sympathische
zenuwstelsel en de zenuwknopen. Op die manier kwam het voor dat extatische,
fanatieke vrouwen en mannen door zich te concentreren op een beeld van
de wonden van Jezus, door de innerlijke indruk en de prikkel die naar
de oppervlakte wordt geprojecteerd, op hun eigen lichaam alle tekenen
van de doornenkroon en de wond in de zij voortbrachten. Het was zelfhypnose,
en alleen mogelijk in een toestand van fanatieke hysterische extase.
De voortdurende concentratie maakte een scherpe indruk van het beeld
op het astrale lichaam; daarop werden de fysieke moleculen, die voortdurend
veranderen, van binnenuit beïnvloed en de stigmata waren
daarvan het gevolg. Bij het hypnotiseren door een ander is het enige
verschil er één van tijd, omdat in de laatste gevallen
de hypnotiseur zich slechts een beeld behoeft te vormen en dat op de
proefpersoon af te drukken nadat deze zich aan het proces van hypnose
heeft onderworpen, terwijl in geval van zelfhypnose een gedurende lange
tijd volgehouden extase nodig is om de indruk compleet te maken.
Als het proces van hypnose – of onderwerping zoals ik het noem
– heeft plaatsgevonden, is er een scheiding ontstaan tussen de
ziel-mens en het astrale lichaam, dat dan een tijdlang is beroofd van
de wil, en de speelbal wordt van alle suggesties die ongehinderd kunnen
binnenkomen, en deze kunnen zich soms voordoen zonder dat het denken
en de wil van de hypnotiseur daarbij een rol speelt. Daardoor ontstaat
de gevoeligheid voor suggestie. De idee of de gedachte of het beeld
van een daad wordt door suggestie op het astrale lichaam afgedrukt,
en dan wordt de patiënt wakker gemaakt. Op een door de hypnotiseur
bepaalde tijd ontstaat er automatisch opnieuw een slaap- of hypnotische
toestand, en omdat de scheiding tussen de ziel en het astrale lichaam
dan vanzelf tot stand komt, wordt de gesuggereerde daad uitgevoerd tenzij
– wat zelden gebeurt – de ziel-mens voldoende weerstand
biedt om het te voorkomen. Daarom wijzen we op een gevaar dat ligt in
het feit dat op het aangewezen moment de toestand van hypnose door associatie
opnieuw intreedt. Ik weet niet of hypnotiseurs dat hebben opgemerkt.
Dit wijst erop dat, al wordt de proefpersoon gedehypnotiseerd, de invloed
van de hypnotiseur die eenmaal op de proefpersoon is uitgeoefend, blijft
bestaan tot op de dag dat de hypnotiseur sterft.
Maar hoe komt het dat de proefpersoon op een blanco kaart het beeld
van een voorwerp kan zien dat men alleen door de wil daarop heeft geprojecteerd?
Dat komt omdat elke gedachte van wie ook een beeld vormt; en een gedachte
van een duidelijk beeld schept een duidelijke vorm in het astrale licht
waarin het astrale lichaam bestaat en functioneert, terwijl het ook
elk deel van het fysieke lichaam doordringt. Als men zich op die manier
het beeld op de kaart heeft voorgesteld, blijft het in het astrale licht
of de astrale sfeer die de kaart omgeeft, en is daar objectief aanwezig
voor de astrale zintuigen van de gehypnotiseerde persoon.
Als het lichaam, de ziel en de astrale mens onderling in goede relatie
verkeren, is de mens gezond van geest; is hij gehypnotiseerd, dan is
de relatie verbroken en hebben we een mens die tijdelijk niet geheel
gezond van geest is. Acute waanzinnigen zijn zij in wie de scheiding
tussen de astrale mens en de ziel volledig is. In die gevallen waarin
de gehypnotiseerde maandenlang in die toestand blijft, is de astrale
mens de slaaf van het lichaam en de herinneringen daarvan geworden,
maar omdat de ziel er niet bij betrokken is, is er geen sprake van een
echt geheugen en blijven er geen herinneringen aan de periode bewaard.
Het denkbeeld van verschillende persoonlijkheden die door sommige proefpersonen
worden aangenomen, brengt ons op de leer over een vorig leven op aarde
voor alle mensen. Door de scheiding tussen de ziel en de astrale mens
wordt de laatstgenoemde bevrijd van enkele beperkingen van het hersengeheugen,
zodat het innerlijke geheugen kan spreken en dan hebben we een geval
van een mens die een deel van zijn vroegere leven of levens opnieuw
beleeft. Maar er bestaat ook een tweede mogelijkheid – dat door
dit proces een andere en vreemde entiteit het lichaam en de hersenen
binnentreedt en zich voordoet als de werkelijke persoon. Er bestaan
zulke entiteiten en ze zijn de astrale schillen van mannen en vrouwen
die het lichaam hebben verlaten. Als ze binnentreden wordt die persoon
krankzinnig; en veel waanzinnigen zijn eenvoudig een lichaam dat bewoond
wordt door een entiteit die er niet in thuishoort.
Men weet nog niet wat er bij het hypnotiseren met de moleculen gebeurt.
Wij beweren dat deze moleculen van buiten naar binnen worden gedrukt
in plaats van zich uit te breiden van binnen naar buiten. Deze samentrekking
is één van de symptomen van de dood en daarom is hypnotiseren
een grote stap in de richting van de fysieke en de morele dood. Men
zou de juistheid moeten inzien van de door dr. Charcot naar voren gebrachte
opvatting dat een proefpersoon de kans loopt onder de invloed te komen
van wie ook, en ook dat zich in het kielzog van de hypnotiseur een menigte
hysterici bevindt, en dat er geen twijfel aan bestaat dat al deze zaken
bij de wet zouden moeten worden geregeld. Ik wil nog verder gaan en
zeggen dat er veel mensen zijn die zich al in een toestand van halve
hypnose bevinden, en gemakkelijk worden beïnvloed door gewetenloze
of immorele mensen; dat het vermogen om te hypnotiseren en om er gevoelig
voor te zijn beide tot de toekomstige ontwikkelingen behoren van de
evolutie van onze mensheid; dat het kan en zal worden gebruikt voor
zelfzuchtige, slechte en lage bedoelingen, tenzij de mensheid, en in
het bijzonder het westerse deel ervan, de ware ethiek begrijpt en in
praktijk brengt, die gebaseerd is op de broederschap van alle mensen.
De zuiverste ethiek kan worden gevonden in de woorden van Jezus, maar
die worden in het algemeen in de wind geslagen door kerk, staat en individu.
De theosofische leringen over de mens en de natuur geven een ware en
noodzakelijke basis en versterking van ethiek, vrij van vriendjespolitiek
of onlogische stelsels van eeuwige verdoemenis. En alleen door deze
leringen kunnen de gevaren van hypnotisme worden vermeden, omdat de
wetgeving, ook al stelt ze er boetes voor vast, privé-handelingen
uit egoïsme en hebzucht niet zal veranderen of inperken.
Vertaald uit The Path, februari 1894
© Nederlandse vertaling 2007 Theosophical University
Press Agency
Gepubliceerd in Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch
Genootschap), juni 2007, nr. 39.
Inhoudsopgave artikelen William Quan Judge
Andere artikelen
over paranormale vermogens
Is het juist om mensen te hypnotiseren?