Verschillende werkwijzen in de theosofie
W.Q. Judge
Het is mij binnen het werk van de Theosophical Society opgevallen dat
sommige leden vaak de neiging hebben om bezwaar te maken tegen de werkwijzen
van anderen of tegen hun plannen, omdat deze onverstandig, ongeschikt
of wat dan ook zouden zijn. Deze bezwaren worden niet gemaakt om tweedracht
te zaaien, maar komen veelal slechts voort uit een gebrek aan kennis
van de werking van de wetten die onze handelingen beheersen.
HPB zei altijd – in overeenstemming met de regels die door hoge
leraren zijn gegeven – dat geen enkel voorstel voor theosofisch
werk zou moeten worden verworpen of tegengehouden, mits degene die het
voorstel doet oprecht ernaar streeft om ten gunste van de beweging en
van haar leden te werken. Natuurlijk betekent dat niet dat duidelijk
verkeerde of verderfelijke doelen moeten worden nagestreefd. Maar een
oprechte theosoof zal zelden zulke verkeerde plannen maken. Men verlangt
er echter vaak naar om in het klein iets voor de Society te doen, en
wordt regelmatig tegengewerkt door hen die denken dat het geen goed
moment is of dat het plan zelf onverstandig is. De bezwaren berusten
altijd op de veronderstelling dat er maar één goede methode
is die steeds moet worden gevolgd. De één maakt bezwaar
tegen het feit dat een afdeling openbare bijeenkomsten houdt, de ander
dat ze dat niet doet. Sommigen denken dat de afdeling zich duidelijk
met metafysica zou moeten bezighouden, sterker nog dat ze zich geheel
op de ethiek moet richten. Soms wanneer een lid met een minder hoge
opleiding voorstelt om op zijn manier een onbeduidend werk te verrichten,
vinden zijn medeleden dat hij het niet zou moeten doen. Maar de juiste
aanpak is dat iedere oprechte poging om theosofie te bevorderen wordt
toegejuicht, zelfs als u het met de werkwijze ervan niet eens kunt zijn.
Omdat het niet uw voorstel is, gaat de zaak u helemaal niet aan. U prijst
het verlangen om goed te doen; de natuur zorgt voor de gevolgen.
Enkele voorbeelden zullen dit verduidelijken. Er verscheen eens in
New York een krantenartikel over theosofie dat vol onwaarheden stond.
Het was een interview vol leugens. Het enige juiste dat erin stond was
het adres van een vertegenwoordiger van de TS Het was gestuurd door
een tegenstander van de Society aan een heer die allang naar ons op
zoek was. Hij las het, noteerde het adres en werd een van de meest gewaardeerde
leden. In Engeland wilde een invloedrijke dame te weten komen waar de
Society was gevestigd, maar slaagde daar niet in. Toevallig kreeg ze
een affiche in handen die sommige leden onverstandig hadden gevonden,
en haar oog viel op een toespraak over theosofie op een onbekende plek.
Ze woonde de bijeenkomst bij en ontmoette mensen die haar naar de Society
verwezen. Een lid dat niet tot de hogere kringen behoorde verspreidde
in dezelfde stad op bijeenkomsten kaartjes met adressen waar men meer
te weten kan komen over theosofische leringen. In verschillende gevallen
zijn door die kaartjes, die op een zo weinig waardige manier waren verspreid,
uitstekende leden toegetreden voor wie geen ander middel bestond om
over de Society te horen. Zeker, de meesten van ons zouden denken dat
het op die manier verspreiden van kaartjes te onwaardig is om ons werk
te zijn.
Maar men moet niet teveel aan één methode vasthouden.
Ieder mens is zelf een centrum van kracht, en alleen door op de manier
te werken die bij hem past kan hij de krachten waarover hij beschikt
doen gelden. We zouden niemands hulp moeten afwijzen en niemand in de
weg moeten staan, want het is onze plicht te ontdekken wat wijzelf kunnen
doen zonder de daden van anderen te bekritiseren. De wetten van karma
hebben hier veel mee te maken. We belemmeren de toekomstige goede resultaten
als we proberen de werkwijze die een ander lid wenst te volgen naar
onze maatstaven te beoordelen.
Aan alle kanten zijn er hefbomen in beweging en brengen ze gevolgen
tot stand; sommige van die hefbomen – die absoluut noodzakelijk
zijn voor de grootste resultaten – zijn heel klein en onopvallend.
Het zijn allemaal mensen, en dus moeten we er zorgvuldig op letten dat
die hefbomen niet door onze woorden worden belemmerd. Als we ons strikt
aan onze eigen plicht houden, zullen allen in harmonie handelen, want
de plicht van een ander is voor ons gevaarlijk. Als een lid daarom voorstelt
om de leringen van de theosofie op een manier te verspreiden die hem
verstandig lijkt, wens hem dan succes, zelfs als zijn methode u niet
zou aanspreken om zelf als leidraad te gebruiken.
Vertaald uit The Path, augustus 1891
© Nederlandse vertaling 2007 Theosophical University
Press Agency
Gepubliceerd in Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch
Genootschap), maart 1999, nr. 7.
Inhoudsopgave artikelen William Quan Judge
Andere artikelen
over theosofie, het Theosofisch Genootschap