Hoe de ziel van de mens naar de aarde terugkeert
Ik heb veel waardering voor de sympathieke manier waarop u in uw studie naar elkaars opvatting heeft geluisterd. We weten allen dat kennis wordt gekenmerkt door bescheidenheid; ze kent immers haar eigen beperkingen en is daarom nooit dogmatisch. Ook heb ik gemerkt dat u begrip voor elkaar toonde als woorden op verschillende manieren werden gebruikt. Uw geest is geen waterdichte ruimte waarin geen plaats is voor ideeėn van anderen.
Nu de kwestie van ‘stralen’ of ‘golven’. Als theosofen die jarenlang hebben gestudeerd, hebben we een eigen terminologie ontwikkeld die nieuwkomers nog niet helemaal begrijpen. Zodra ze dat wel doen, zullen ze zien dat dit goed is. We spreken van een ‘straal’ van de zon. De zon heeft al eonenlang ontelbaar veel stralen uitgezonden en elke straal is een golf, een energie, om de taal van de tegenwoordige wetenschap te gebruiken, een taal die over dertig jaar anders zal zijn dan nu, omdat wetenschappers dan meer weten. Een van de moeilijkheden waarmee een theosoof heeft te kampen is dat hij eraan moet denken dat hij zelf een reeks uiterst technische termen gebruikt die hij en anderen zoals hij wel begrijpen, maar die iemand die geen theosoof is en de theosofie niet heeft bestudeerd, niet begrijpt en die daarom de helft van de tijd niet weet waar de theosofische spreker het over heeft. Dat moeten we nooit vergeten; en als u het met elkaar niet eens bent, gaat het meningsverschil niet echt over ideeėn. Ik zou er bijna alles om willen verwedden dat het in negenennegentig van de honderd gevallen over woorden gaat.
Over twee ideeėn wil ik kort spreken. Het eerste gaat over deze levensatomen en voortplantingskiemen enzovoort. Ik geloof dat het niet goed is teveel aan die dingen te denken en er teveel over te praten; ik verbaas me altijd over de intens geconcentreerde aandacht waarmee een gehoor ernaar luistert. Voor artsen kan het interessant zijn; het is hun werk; maar er zijn zoveel andere en veel interessantere dingen om te bestuderen.
In de eerste plaats is wederbelichaming geen toevallig gebeuren, zoals voor iedereen natuurlijk duidelijk is. Dit alles vindt plaats volgens de wetten van de natuur, en met natuur bedoel ik niet de stoffelijke natuur, ik bedoel de natuur volgens de oude occulte manier van spreken. Belichaming, wederbelichaming van een ego vindt strikt volgens de karmische wet plaats, en karma wil zeggen oorzaak en gevolg, oorzaak en wat eruit voortvloeit; de y als gevolg van de x. Als we iets doen, krijgt u van de natuur een reactie op die daad. Dat is karma. U kunt er op een miljard manieren op reageren. Het kan wel een miljard jaar duren voor die actie en reactie zijn uitgewerkt. De reactie kan onmiddellijk volgen, of verdeeld over miljoenen jaren. Wie zal het zeggen? Het hangt af van de achterliggende oorzaak.
Wederbelichaming van een ego is daarom evengoed een uit de natuurwetten en de acties en reacties van de natuur voortvloeiend feit als de lichamelijke geboorte. In devachan leeft het ego als het ware in een aurische sfeer, een etherisch rūpa. Het kan elke grootte hebben. Het kan even groot zijn als het zonnestelsel. Het is echter waarschijnlijk dat het, wat louter stoffelijke omvang betreft, oneindig klein is, want afmeting heeft niets te maken met bewustzijn. Afmeting is een māyā van ons gebied en van ons brein.
Hoe dan ook, het ego geniet in zijn devachan van gelukkige dromen. Na vele eeuwen of lange perioden van vele tientallen jaren komt er een tijd dat de krachten die de slaap en rust voor het devachanische wezen teweegbrachten zwakker beginnen te worden, uitgeput raken. De devachanische slaap en gelukstoestand verflauwen geleidelijk. Maar wat gebeurt er tegelijk daarmee? Men wordt zich langzaam bewust van aardse dingen waartoe men zich vroeger aangetrokken voelde. Die komen de droomtoestand van de devachanī binnen als droomherinneringen aan wat hij was en zag en hoorde, dacht en voelde – maar wel de mooie dingen, want hij is nog in devachan. Dit betekent de wederopleving in het bewustzijn van het ego van de tānhische elementalen die in het etherlichaam van het ego verbleven. Tot dan waren de dromen van de devachanī van zo verheven of geestelijke aard, dat die nogal aardse zaken het ego niet konden beļnvloeden. Maar terwijl de devachanische dromen flauwer worden, wegsterven, als het ware verduisteren, beginnen deze tānhische, deze trishnische elementalen in het etherlichaam van het ego tot grotere activiteit te komen. Wat betekent dit? Het wil zeggen dat het aurische of hogere etherlichaam van het ego zich verdicht of grover wordt; de entiteit daalt als het ware langzaam omlaag naar deze sfeer, waartoe hij door de verstoffelijking van zijn lichaam wordt aangetrokken. Het kan eeuwen duren voor dit gebeurt of enkele tientallen jaren, afhankelijk van het individuele karma.
Anders gezegd, er ontstaat in het etherlichaam van de devachanī een toenemende herinnering aan aardse zaken. Zijn achter hem liggende leven komt in zijn herinnering terug, aanvankelijk heel vaag maar sterker naarmate de tijd verstrijkt. Er is met andere woorden sprake van een verdichting, een vergroving of verstoffelijking van dit voertuig. Dit is het begin van de groei van wat we het lingasarīra noemen, het modellichaam waaromheen ons grove sthūlasarīra, het stoffelijke, atoom voor atoom wordt gebouwd. Zo reproduceert de mens zich vanuit het laatste leven – het zijn gevolgen, het is karma.
Ik heb al gezegd dat afmeting er niets mee te maken heeft. Laten we eens veronderstellen dat als dit plaatsvindt, het etherlichaam de grootte van een appel heeft. Hoe groot is per slot van rekening een menselijke kiemcel? Maar in dit beginstadium van het lingasarīra is een groeivermogen aanwezig – gebruik uw eigen term als deze u niet aanstaat, over woorden zullen we niet twisten – een groeivermogen, hetzelfde soort svabhāva, zoals wij het noemen, dat maakt dat een appelzaadje een appel voortbrengt en geen roos, aardbei, banaan of iets anders; dat maakt dat een pruimenpit altijd een pruimenboom voortbrengt en niet een andere plant. Met andere woorden, dit lingasarīra bezit het vermogen om zich volgens zijn eigen karmische wetten tot het lingasarīra en het stoffelijk lichaam van de mens, het kind dat geboren gaat worden, te ontwikkelen.
Maar vóór dit stadium is bereikt, wordt er op grond van de aantrekkingskracht van deze straal die neerdaalt uit het aurisch lichaam – noem het een straal, noem het een golf – op grond van de aantrekking naar het vertrouwde levensgebied op aarde als het ware magnetisch of elektrisch contact tot stand gebracht op precies dezelfde manier waarop de bliksemstraal wel deze boom treft en niet een andere. Daar is een reden voor. Alles in het heelal werkt volgens wetten. Er is geen toeval. Hetzelfde beginsel van selectieve keuze werkt in het geval van de bliksemstraal en in het geval van het menselijk ego dat zijn eigen moeder kiest; niet bewust op de manier waarop we misschien denken dat het gebeurt, maar als het ware door een bewuste menselijke elektriciteit, sympathie, synchronie van ākāsische trillingen. Dat noemen we een projectie van de straal en daarop doelde ik in mijn The Esoteric Tradition.
Het gaat hierom: in ieder mens bevinden zich ontelbare aantallen levensatomen, die in strikte zin zijn eigen levensatomen of jīva’s zijn, afkomstig uit zijn eigen levensbron en die hem zien als hun ouder. Niemand kan vertellen hoeveel levensatomen het menselijk lichaam bevat – ik betwijfel of de goden het kunnen – maar laten we eens aannemen dat het menselijk lichaam honderd miljard levensatomen bevat. Na zijn dood verspreiden die zich over zo’n twee miljard bewoners van de aarde; als een zich wederbelichamend ego zijn stoffelijk thuis of sthūlasarīra zoekt voor zijn volgende incarnatie, kan hij er zeker van zijn een sympathetische aantrekking tot en dus een onderkomen in een menselijk lichaam te vinden. Dit contact van de straal van het ego met de levenskiem – te weten de kiem in het lichaam van beide ouders – is een contact met de levensatomen die dit ego in zijn vorige lichaam op aarde gebruikte. Dit lijkt alleen ingewikkeld omdat het voor de meeste mensen nieuw is. Dat is, tussen haakjes, een van de redenen die een verklaring vormt voor de vruchtbaarheid van rassen en de mogelijkheid van kruising en rasvermenging voor sommige soorten wezens, maar niet voor andere.
Het spreekt natuurlijk vanzelf dat een bepaald gezinsmilieu, bepaalde gezinnen, een ego een gelukkiger thuis en een beter stoffelijk lichaam kunnen bieden dan andere echtparen. U kunt dat begrijpen en een zich wederbelichamend ego streeft er automatisch naar, en volgt daarbij de natuurwetten, om het gelukkigste thuis op te zoeken dat hij kan vinden. Hij bezit het instinct daartoe. Hij doet dat niet zelfbewust. Het is de natuur die deze dingen doet, want dat gelukkigste thuis is voor het wederbelichamende ego de weg van de minste weerstand. Bedenk dat het ego nog steeds in devachan is en zijn geest nog niet alles volledig onder controle heeft. Dat is ook de reden – en dit is een delicaat onderwerp en ik hoop dat u het me niet kwalijk neemt – dat is de reden waarom de aan mannen en vrouwen gegeven leringen om zorgvuldig te zijn in hun relatie met elkaar van zo groot moreel belang zijn; want ego’s worden zowel tot mannen als vrouwen aangetrokken op de manier die ik heb geprobeerd te beschrijven; ze worden met tienvoudige kracht aangetrokken als een man en een vrouw genegenheid voor elkaar voelen en die genegenheid echt is. U kunt wel begrijpen dat alleen maar flirten verkeerd is, want dat roept een soort synchrone vibratie op tussen het paar. Ik vraag me af of u begrijpt waarop ik doel.
Op deze manier vindt wederbelichaming plaats. Daarom is het huwelijk, zoals ik hier en ook in The Esoteric Tradition heb geprobeerd te laten zien, zo’n heilige zaak en zou het zo mooi moeten zijn; en zijn alle andere soorten relaties niet alleen moreel verkeerd, maar ook in strijd met de wetten van harmonie van de natuur zoals u direct zult inzien. Als een man en een vrouw echte genegenheid voor elkaar voelen, vooral als ze de kans hebben een verbintenis aan te gaan, is dat voor ego’s of zulke stralen voldoende om tot zulke paren te worden aangetrokken. Mensen hebben een heel zware verantwoordelijkheid en ze zondigen voortdurend tegen de natuur, voornamelijk door onwetendheid. Het zou allemaal zo mooi en heilig kunnen zijn en moeten zijn. Bedenk ook dat de ego’s het beste lichaam en gelukkigste thuis vinden waar het huwelijk van de ouders echt is. Daar hebben de entiteiten, de wezens die op deze aarde tot leven komen, de beste kans.
De afschuwelijke en verderflijke materialistische wetenschap van de laatste honderd jaar die zoveel onheil in de wereld heeft gebracht en de oorzaak is van de omstandigheden die nu overal in de wereld heersen, leerde de mensen dat ze niet beter zijn dan dieren, een wat hogere soort apen en dat het er daarom niets toe doet wat ze doen, het is alleen zaak zoveel mogelijk binnen te halen en vast te houden. Dat is een leer uit de hel. Zodra de ethische wet uit het leven van de mensen verdwijnt, is de beschaving tot ondergang gedoemd.