![]() | ![]() |
![]() |
| Centraal-Azië, de bakermat van
ons ras
Ik wil het met u hebben over iets waarop H.P.B.
heel vaag heeft gezinspeeld. Maar omdat ik heb gehoord dat enkele sprekers
en schrijvers bij hun verwijzingen daarnaar onnauwkeurig zijn, vind ik
het nodig op dit punt ons schip wat bij te sturen naar het ware noorden.
Het gaat om wat de wetenschap vroeger het centrum noemde van waaruit de
volkeren zich over de aarde hebben verspreid. De wetenschap plaatste de
oorsprong van de beschaving, en in het bijzonder van het Indo-Europese
volk, in dat deel van Azië waar nu de uitgestrekte hoogvlakten van Centraal-Azië
zijn. In zekere zin is dit volkomen juist, maar zo eenvoudig ligt de zaak
niet. Vóór ons tegenwoordige vijfde of Indo-Europese ras werd gevormd
als ras sui generis, d.w.z. als een ras met een eigen karakter
en verschillend van zijn voorganger, het vierde wortelras, had het een
ontwikkeling van miljoenen jaren achter de rug, terwijl het Atlantische
wortelras geleidelijk aan zijn einde begon te komen. Ik heb me vaak afgevraagd
of de wetenschap van de toekomst niet op zekere dag in een bepaald uitgestrekt
gebied van Centraal-Azië – dat nu een barre woestenij van zand en steen
is waar hitte en koude elkaar afwisselen – overblijfselen zal vinden van
volkeren die beschaafder waren dan wij nu zijn, verder gevorderd wat betreft
uitvindingen, ontdekkingen, filosofie, wetenschappelijk onderzoek en religie.
Waar ligt dit Centraal-Aziatische gebied? Als
u een kaart van Azië neemt en daarop Perzië (het tegenwoordige Iran),
Baloetjistan (het tegenwoordige Pakistan), Afghanistan, Bokhara en Turkestan,
het Aralmeer en de Kaspische Zee opzoekt en naar het oosten het Pamir
hoogland, het Hindu Kush gebergte, de Tien Shan, de Altyn Tagh, enz.
– een enorm uitgestrekt gebied dat grotendeels uit dorre woestijn bestaat
– dan vindt u daar de plaats waar we als ras vandaan komen. Eens was
dit een land met hoogontwikkelde elkaar opvolgende beschavingen. Er
bloeiden honderden schitterende steden. Het was een groen en vruchtbaar
gebied en vormde een geheel van prachtige landstreken. Vanuit deze bakermat
van ons ras, let wel als ras sui generis, trokken de volkeren
die zich ‘ârya’ of ‘van de hoge kaste’ noemden, later vanuit de noordelijke
delen ervan naar het Indiase schiereiland en verdeelden zich in vier
kasten: brahmanen, kshatriya’s, vaisya’s en sûdra’s. Uit de zuidoostelijke
delen kwamen later de Babyloniërs, Assyriërs, Meden, Perzen en de Europese
volkeren, vooral Grieken en Romeinen. Aan de grenzen, en rondom die
zeer uitgestrekte landstreken met een hoge beschaving, woonden geïsoleerde
volkeren. Deze laatste waren overblijfselen van de Atlantiërs, zoals
de Chinezen, Japanners, Javanen, Siamezen en Tibetanen. Na verloop van
tijd trokken ze allemaal weg om zich elders te vestigen; maar in die
tijd vormden ze de omringende volkeren op verschillende trappen van
beschaving. In de randgebieden van de hoger beschaafde volkeren leefden
enkele van hun eigen aftakkingen, de toekomstige onder- en onder-onderrassen,
die toen in hun kinderstaat verkeerden. Dat werden de Keltische volkeren
en de Teutonen in Europa en West-Europa. Maar in die tijd lag Europa
nog voor een groot deel onder water. De Alpen kwamen omhoog: voorlopig
staken alleen de toppen en een gedeelte van de uitlopers van de Alpen
boven het water uit. De Arabieren waren in die tijd nog primitief en
onbeschaafd, nakomelingen van een vermenging van Atlantische en vroege
Indo-Europese volkeren. Zij hebben nog geen erkenning gekregen. Eens
zal dat gebeuren.
Dit uitgestrekte Aziatische gebied dat, op enkele
plekken na, nu een hoogvlakte is waar in de winter ijzige winden waaien
en in de warme maanden helse winden zoals sommige mensen ze noemen,
heet als de hel, lag toen betrekkelijk laag boven zeeniveau. Aan de
noordkant lag een enorme binnenzee die uitmondde in de Noordelijke IJszee.
Die binnenzee is nu vrijwel verdwenen, tot bijna niets geslonken, zodat
alleen het kleine Aralmeer, de Kaspische Zee, de Zee van Azov en de
Zwarte Zee ervan zijn overgebleven. Er lag ook een verborgen zee in
wat nu Mongolië heet. H.P.B. spreekt daarover. Die is nu verdampt en
verdwenen, zoals ook het Grote Zoutmeer in Utah geleidelijk verdwijnt.
Waarom? Omdat het land langzaam begon te rijzen, het water wegvloeide,
uitgestrekte gebieden van het tegenwoordige Rusland zich boven het water
begonnen te verheffen en Zuid-Duitsland, de kusten van Frankrijk en
later de Britse eilanden en Ierland te voorschijn kwamen. Alles kreeg
een ander aanzien. De geografie veranderde totaal en het klimaat wijzigde
zich.
Toch geloof ik dat archeologen, als ze gaan graven
in de troosteloze zandwoestijnen, op een dag de stenen overblijfselen
van grote steden zullen blootleggen. De hemel mag weten wat ze nog meer
zullen vinden in Perzië, Baloetjistan, Afghanistan, Bokhara en verder
noordwaarts in Turkestan. In dat vroegere tijdperk van de geschiedenis,
toen dat uitgestrekte gebied bloeide, was het een prachtig land, of
verzameling landen, een schitterend continent, omgeven of bijna geheel
omgeven door de zee en omliggende eilanden en landen.
Miljoenen jaren daarvoor vond – waar nu de rusteloze
golven van de Atlantische Oceaan voortrollen – de geboorte plaats van
het Indo-Europese ras uit de gedegenereerde Atlantische stammen. Zeven
tot acht miljoen jaar geleden had de geboorte plaats van ons grote Indo-Europese
ras, dat onder geestelijke leiding in opeenvolgende golven migreerde
naar de toen oprijzende landstreken van Centraal-Azië, nu de Gobi-woestijn:
ook een kale, door de wind geteisterde hoogvlakte. Daar lag toen een
mooie binnenzee. Geen wonder dat ons wordt verteld dat in oude tijden
de geografie, gezien als wetenschap, een van de wetenschappen van de
mysteriën was.
Maar in welke tijd gebeurde dat allemaal, vraagt
u misschien? Wanneer leefde deze wonderlijke groep volkeren, hoogbeschaafde
mensen met hun vele uitvindingen die wij nog niet hebben gedaan? Wanneer
leefden zij in Centraal-Azië, in die landen waar kristalheldere wateren
vloeiden, landen met een prachtige plantengroei en een mild, gelijkmatig
klimaat? Wanneer gebeurde dat allemaal? Het begon bij de aanvang van
kritayuga. Tel maar op. We zijn nu in het begin van kaliyuga. Tel dus
op: kritayuga 1.728.000; tretâyuga 1.296.000; dvâparayuga 864.000 –
in totaal ruim 3 miljoen 800 duizend jaar geleden. Het gebeurde als
volgt. Toen het klimaat veranderde, het land omhoogkwam, de zeeën zich
terugtrokken en de woestijnen steeds dichter naar het bebouwbare land
oprukten, vonden de volkeren dat het klimaat ondraaglijk werd. Ze trokken
na elkaar, in golven, weg en verspreidden zich over de pas verrezen
landstreken naar het westen en het oosten; zo ontstond Europa. Dat betekende
ook het begin van de Assyriërs, Hindoes, Meden, Perzen, Babyloniërs,
Grieken, Romeinen, Kelten, Teutonen en Scandinaviërs; ik noem ze niet
in de chronologische volgorde van hun verschijnen, maar zoals de namen
bij me opkomen.
Natuurlijk vermengden ze zich, een rasvermenging
die zich snel voltrok. Soms waren deze volkeren even hooghartig en trots
op hun veronderstelde zuiverheid van bloed als sommigen van ons. Maar
langzamerhand vermengden ze zich en brachten rassen voort zoals wij
die nu kennen. Zoiets als een zuiver ras bestaat op aarde niet. We zijn
allemaal gemengd. We verschillen alleen van elkaar door ons geïsoleerde
bestaan. Er zijn volkeren die honderdduizenden jaren afgezonderd hebben
geleefd, tot zelfs de kleur van het haar en de ogen en de bouw van het
lichaam enigszins veranderden. Zo zijn de echte Chinezen, hoewel ze
de laatst overgeblevenen zijn van het laatste of zevende onderras van
de Atlantiërs, geen echte Atlantiërs. Het zijn gemengde Indo-Europeanen,
omdat ze wat tijd en karma betreft tot ons Indo-Europese ras behoren.
Ook de Japanners en Javanen en nog vele anderen zijn gemengd.
Maar denk nu niet dat dit gebied van Centraal-Aziatische
landen waar ik over spreek, het enige bewoonbare land op onze aardbol
was. Dat bedoel ik helemaal niet. Ik sprak over de oorsprong van onze
Indo-Europese volkeren, die Europa met hun verschillende stammen bevolkten
en die ook hun migrerende horden uitzonden naar India, Tibet, Siam [het
tegenwoordige Thailand], Birma, zelfs naar China, waar ze zich met de
oorspronkelijke bewoners vermengden. Maar aan de andere kant van de
aarde lagen uitgestrekte landstreken die in sommige gevallen werden
bewoond door tamelijk beschaafde volkeren, in andere gevallen door barbaren.
Het grote eiland in de Indische Oceaan bijvoorbeeld, dat de hindoes
later Daitya noemden en dat werd bewoond door wat zij râkshasa’s noemden,
bestond tegelijk met deze vroege Indo-Europese volkeren die uit dat
prachtige gebied in Centraal-Azië wegtrokken. Het tegenwoordige Sri
Lanka is de meest noordelijke landtong van wat vroeger een enorm uitgestrekt
eiland was dat nu onder water ligt. Over de hele aarde waren er grote
en kleine eilanden.
Australië bestond toen natuurlijk al. Van het
Amerikaanse continent staken delen boven water uit, andere gedeelten
nog niet; zo zullen ook in de toekomst delen wegzinken en andere gedeelten
omhoogkomen. Egypte was er al. Ook dit begon zich geleidelijk te vormen.
De kolonie Atlantiërs uit de Atlantische Oceaan was in twee of drie
golven van migranten aangekomen. En later ontving Egypte een golf landverhuizers
van wat de Ouden Ethiopiërs noemden, geen negers, maar mensen met zo’n
donkere huid door het verzengende klimaat waarin ze leefden, dat ze
Ethiopiërs werden genoemd, ‘mensen met een verbrande huid’ uit het oosten,
uit Zuid-India en het oorspronkelijke Ceylon, nu vertegenwoordigd door
de Tamils. En de laatste râkshasa’s uit Lankâ, uit Ceylon, ondergingen
een Indo-Europese invloed. De Egyptenaren namen de migrantenstroom uit
Lankâ op, de zonen van ‘Shesu Hor’ genoemd, de zonen van Horus – vermengde
Indo-Europese volkeren.
Vraag –
Wat is er geworden van de ego’s die zo lang geleden die grote beschaving
in het Gobi-gebied vormden? Komen zij terug om op aarde weer zo’n beschaving
te stichten?
Antwoord – De hele kwestie is ingewikkeld en er zijn lange, zelfs geologische perioden
mee gemoeid. Er waren twee verschillende tijdperken. Het ene was helemaal
aan het begin van het vijfde wortelras, tijdens de bloeitijd van Atlantis,
dat voor zichzelf een centrum vestigde in een land- en watergebied, vrij
dicht bij wat nu de Gobi-woestijn en Noordwest-China is. Maar dat was
miljoenen jaren vóór de tijd waarop ik eerder in het bijzonder doelde,
namelijk het begin van het Europese deel van het vijfde of het Aziatisch-Europese
wortelras, toen het eerdergenoemde centrum door de lange tijd die was
verstreken, al legendarisch was geworden. Hoe dan ook, ik kan de vraag
als volgt beantwoorden. De ego’s die toen deel uitmaakten van de beschavingen
van West- en Centraalwest-Azië, waarover ik al eerder in het bijzonder
sprak, zijn wijzelf, want ik doelde niet op een bepaald esoterisch centrum,
behalve terloops, maar alleen op het ontstaan van het vijfde ras, als
ras, en op de vroegste beschaving ervan in de door mij genoemde landen,
en op het feit dat toen het land steeg, het klimaat niet te harden werd,
de zeeën zich terugtrokken en droge streken in de plaats kwamen van de
eens vruchtbare landen van dat gebied. Vanuit dat enorme gebied trokken,
als uit een centrum, de oorspronkelijke of oudste delen van die volkeren
die later de Chinezen, Tartaren, Hindoes, Grieken en Romeinen, Kelten
en de Germaanse en Scandinavische stammen enz. werden, naar het oosten,
westen en zuiden, niet allemaal tegelijk maar in de loop van vele duizenden
jaren. Zelfs dat was lang vóór Egypte werkelijk tot aanzijn kwam, want
we moeten niet vergeten dat Egypte eigenlijk een geschenk van de Nijl
was en is: land in de Middellandse Zee gevormd door slib, zand en bezinksel,
dat eeuwenlang door de Nijl uit het binnenland van Afrika werd aangevoerd
en in eeuw na eeuw werd afgezet bij de monding, die zich geleidelijk tot
in de Middellandse Zee uitbreidde en zo de Egyptische delta opbouwde.
U ziet dus dat Egypte pas ontstond, hoe vroeg dat ook was, na de tweede
en latere periode die ik hiervoor noemde. Maar het antwoord op uw vraag
is in het kort als volgt: de ego’s die van deze beschavingen deel uitmaakten
zijn wijzelf, althans sommigen van ons, want ook in die lang vervlogen
tijden waren er op andere plaatsen van de aarde in verval verkerende beschavingen
– in verval zijnde overblijfselen van Atlantis, en sommige van laatstgenoemde
ego’s bevinden zich nu onder ons.
Vraag –
In The Esoteric Tradition wordt gezinspeeld op het feit dat het
midden van de bestaansperiode van het Atlantische wortelras ongeveer 8
à 9 miljoen jaar geleden lag. U zei zojuist, geloof ik, dat de Aziatische
oorspronkelijke beschaving drieëneenhalf miljoen jaar geleden bloeide.
Wat is de betekenis van
de bekende 850.000 jaar sinds het verzinken van het grootste deel van
Atlantis, zoals in De Geheime Leer vermeld, of is dat een versluiering?
Verzonk het grootste deel van het vasteland van Atlantis terwijl
de Aziatische oorspronkelijke beschaving van de Indo-Europeanen bloeide,
of zelfs daarna?
Zoals u weet is er op het ogenblik grote belangstelling
voor de Gobi. Daarom zou wat meer klaarheid over de Gobi-beschavingen
welkom zijn. Men denkt dat de Gobi als centrum van beschaving van recentere
datum is dan de beschaving van het hoogland van drieëneenhalf miljoen
jaar geleden, waar u over sprak.
Antwoord – Ik heb bij wat ik eerder zei natuurlijk
niet geprobeerd in details te treden, maar heb alleen de aandacht gevestigd
op één, twee of drie hoogtepunten in de esoterische geschiedenis die verband
houden met Centraal-Azië. Dat was alles.
Nu het antwoord op de laatste vraag: het midden
van de Atlantische beschaving, het kaliyuga van het vierde wortelras,
lag vier à vijf miljoen jaar geleden. Dat betekent tegelijk dat ons
eigen vijfde wortelras, dat ongeveer in die tijd ontstond, ook vier
à vijf miljoen jaar oud is. Verder staan wij nu ook aan het begin van
het kaliyuga van ons eigen vijfde wortelras en zien het eerste begin
van de geboorte van het zesde wortelras onder ons. Met andere woorden,
wij beginnen het eerste begin te zien van de geboorte van het zesde,
zoals men tijdens het midden van de Atlantische beschaving het begin
van de geboorte van het vijfde – het onze – zag. Is dat duidelijk?
Hoewel we vier à vijf miljoen jaar oud zijn gerekend
vanaf de tijd dat als het ware de kiem werd gelegd, is toch ons vijfde
wortelras, als een ras sui generis, wat wil zeggen een ras met
een eigen aard of karakter, met zijn eigen afzonderlijke svabhâva, ongeveer
één miljoen jaar oud. H.P.B. zinspeelt hierop in De Geheime Leer.
Zoals gezegd lag in Centraal-Azië het begin van
de beschavingen van de Europese stammen. Alleen het laatste van deze
kleinere onderrassen van ons wortelras, het Germaanse, is ons bekend.
Er bestaan nu nog slechts overblijfselen van de voorafgaande grote onderrassen
waarvan het Mediterrane, het Griekse en het Romeinse de voornaamste
zijn; daarvóór het Keltische en daaraan voorafgaand andere, waarvan
de namen in de nacht van de tijd verloren zijn gegaan. Toch zijn al
deze verschillende kleinere onderrassen van ons tegenwoordige vijfde
wortelras op verschillende tijden in Centraal-Azië ontstaan; elke golf
kwam uit dat moederland, die bakermat van ons vijfde wortelras, en verspreidde
zich in verschillende richtingen over de wereld, in hoofdzaak naar het
westen; want zoals de Engelse dichter intuïtief opmerkte: ‘ontwikkelt
zich het imperium westwaarts’. Laten we het woord ‘imperium’ met zijn
onaangename politieke bijbetekenissen vervangen en zeggen ‘de beschaving
ontwikkelt zich naar het westen’.
Centraal-Azië omvat een geweldig uitgestrekt gebied:
Mongolië, de Shamo- of Gobi-woestijn, Tibet, waaronder de noordelijke
delen ervan, de reusachtige bergketens daar, zoals de Tien Shan en Karakoram
en andere, Afghanistan, Baloetjistan, Perzië en wat nu Turkestan heet.
Het grootste deel hiervan bestaat uit woestijngrond, ontwaterd en droog
land, gedeeltelijk beneden de zeespiegel en vandaar oprijzend tot de
hoogste bergen van de aarde, de Himâlaya.
Al dat land – behalve de door meren en zeeën bedekte
gedeelten – dat nu wordt bewoond door halfbeschaafde of primitieve of
zelfs wilde stammen, was in verschillende perioden van de laatste vier
à vijf miljoen jaar sinds het middenpunt van de tijd van Atlantis, het
toneel van bloeiende beschavingen die elkaar in verschillende delen
van Centraal-Azië opvolgden in dat uitgestrekte gebied waar ik op doelde.
Nu eens was er een hoge beschaving in dit deel, later gevolgd door een
andere beschaving in een ander deel; en weer later bracht de loop van
de gebeurtenissen een beschaving naar een derde deel, enz.; elke beschaving
was op haar beurt een bakermat waaruit kindkolonies ontstonden, die
werden uitgezonden om licht en inwijding te brengen aan wat toen primitieve
en onontwikkelde delen van de wereld waren, zoals wat nu Europa, China,
Siberië en India zijn.
Uit een van de latere van deze midden-Aziatische
beschavingen kwamen de eerste brahmanen voort die afdaalden naar het
Indiase schiereiland; zij noemden zich Årya’s, ‘de uitverkorenen’, de
‘edelen’, woorden die van hoogmoed getuigen. Zo gaat het altijd
met overwinnaars. Soms worden overwinnaars overwonnen door de kennis
en wijsheid van de overwonnenen. Graecia capta Romam victricem subducit:
Griekenland, de overwonnene, onderwerpt Rome, de overwinnaar. Zo is
het.
Bij een studie als deze moet men aan veel dingen
denken. Er zijn geografische, religieuze, etnologische en raciale problemen.
Het was niet één enkel volk dat deze Centraal-Aziatische beschavingen
vormde en opbouwde. Er waren periodieke golven van ons tegenwoordige
vijfde wortelras. De eerste golven vermengden zich grotendeels met Atlantische
immigranten, geëmigreerd uit de verzinkende eilanden in de Atlantische
Oceaan, de wegzinkende overblijfselen van het Atlantische continent.
De latere beschavingen bevatten meer elementen van de Årya’s en behoorden
veel meer tot ons vijfde wortelras.
Een voorbeeld: waar kwam de beschaving van Griekenland
vandaan en de glorie die Griekenland tentoonspreidde? Waar kwamen de
beschavingen van Etrurië en van de andere Italiaanse volkeren en van
de Romeinen vandaan? Vanwaar kwamen ze? In deze speciale gevallen waren
het enkele van de latere emigranten uit Centraal-Azië die van de hoogvlakte
afdaalden naar de binnenzee en zich vestigden in het gebied dat we nu
Griekenland noemen: eerst op Kreta, en ook op het Griekse vasteland.
Op een later tijdstip vestigde de opkomende golf zich in Italië. Dat
werden de Etruriërs en de eerste Romeinen, Sabijnen, Samnieten, Osken,
enz. Maar dit alles verliep natuurlijk niet zonder strijd. Er waren
in die tijd veel oorlogen, verschrikkelijke oorlogen, tussen de uitstervende
overblijfselen van Atlantische volkeren, echte Atlantiërs die voortdurend
strijd voerden met de vijfde rassen, als ik het zo mag uitdrukken. Vandaar
dat Plato in een van zijn Dialogen, in een verhaal dat zijn voorvader
Solon hem vertelde en dat Solon van de Egyptische priesters had gehoord,
zegt: ‘Er was een tijd waarin een horde uit de Atlantische Oceaan kwam,
die probeerde zich te vestigen op het land dat nu Griekenland en Italië
vormt. Jullie Grieken zijn slechts kinderen, kinderen van een dag. U
heeft uw roemrijke verleden vergeten toen uw voorouders zich verzamelden,
de indringers terugdreven en de beschaving die u had, intact hielden.’
Op dezelfde manier schiepen de brahmanen Hindoestan.
Zo werden ook Griekenland, Rome en West-Europa bevolkt, gekoloniseerd
en tot beschaving gebracht door de emigranten uit de verschillende beschavingen
die opkwamen, bloeiden en achteruitgingen, weer opkwamen, bloeiden en
in verval raakten, en die hun wortels hadden in de bakermat van ons
vijfde wortelras, Centraal-Azië.
Dit alles gebeurde in de periode die ongeveer
vier à vijf miljoen jaar geleden begon – de tijd van het materiële hoogtepunt
van de Atlantische beschavingen – en die zich tot nu toe uitstrekt.
De vraagsteller wil weten of het eiland waar H.P.B. over spreekt en
dat 850.000 jaar geleden verzonk, betrekking heeft op het verzinken
van Atlantis. O nee! Spreken over het verzinken van Atlantis zou zoiets
zijn als spreken over het verzinken van verschillende landmassieven
in deze tijd. Bedoelt u Europa, Azië of de beide Amerika’s? Atlantis
was een veel groter landmassief dan het onze nu, maar het was verdeeld
in continenten die door diepe en ondiepe zeeën waren gescheiden. H.P.B.
verwijst naar het wegzinken van het laatste grote eiland in de Stille
Oceaan, Ruta, 850.000 jaar geleden. Dat werd later, een paar honderdduizend
jaar geleden, gevolgd door het verzinken van het nog kleinere eiland,
Daitya; daarna waren er geen verzinkingen meer van belang tot 11.000
à 12.000 jaar geleden, toen Poseidonis, dat Plato een betrekkelijk klein
eiland in de Atlantische Oceaan noemt, ongeveer zo groot als het tegenwoordige
Ierland, volgens de legende in één dag en één nacht onder de golven
verdween met zijn hele beschaving, tempels en goden, mannen en vrouwen.
Een nacht van verschrikking volgde op een dag van angst. Het eiland
was een broeinest van tovenaars en zwarte magiërs van de ergste soort.
En van dat kleine eiland kwam 11.000 jaar geleden die golf emigranten
waarover ik sprak, die de in Griekenland en Rome gevestigde volkeren
probeerden te overwinnen.
Nee, het noodlot van Atlantis voltrok zich viereneenhalf
miljoen jaar geleden en ik bedoel nu Atlantis in het algemeen, niet
een van zijn continenten of grote eilanden, maar het Atlantis van het
ras. Dat was de tijd van het allereerste begin van ons vijfde wortelras,
zijn kiemperiode.
Ik denk dat onze archeologen en andere wetenschappers
bij het delven in de door de wind geteisterde, dorre zandwoestijnen
en vlakten van Turkestan, Perzië en Baloetjistan eens overblijfselen
zullen blootleggen die aantonen dat er daar een beschaving heeft bestaan
die tenminste gelijk was aan onze huidige, als we dit kunnen beoordelen
aan de hand van wat dan misschien wordt gevonden in de vorm van gebouwen,
of funderingen van gebouwen, van onvergankelijke steen, misschien wel
kunstvoorwerpen van koper en glas. Wie weet?
Enkele duizenden jaren vóór de vroegste ons bekende
geschiedenis van Griekenland, Kreta en Klein-Azië, was er een beschaving
in wat nu de onvruchtbare gebieden van Perzië zijn, die alles in de
schaduw stelde wat het oude Griekenland, Rome, Egypte of Babylonië te
zien gaven – een beschaving zelfs edeler en grootser dan de onze. Dat
was het moederland van de Griekse, Romeinse en Zuid-Italiaanse volkeren
van Griekse afkomst. Daar kwamen zij als kolonisten vandaan: daarvóór,
zoals ik al zei, in nog vroegere tijden van een nu volledig vergeten
geschiedenis, in wat nu dorre vlakten en zandwoestijnen, kale bergstreken
en barre woeste gronden zijn waar de wind alle klaagliederen van de
hel zingt, zou men prachtige landstreken hebben kunnen aantreffen, bedekt
met een fraaie vegetatie en mooie vruchtbomen en bossen, groene grasvlakten,
goed geplaveide, ’s nachts verlichte wegen die kleine en grote steden
met elkaar verbonden – een in alle opzichten goed georganiseerd systeem.
Dat is nu allemaal vergeten – zoals wij eens zullen zijn vergeten.
Centraal-Azië is niet alleen de bakermat van de
beschaving van ons vijfde wortelras, maar ons moederland. In het allereerste
begin, toen het vijfde wortelras gestalte begon te krijgen als een op
zichzelf staand ras, los van Atlantis, trokken de eerste kolonisten
van het vijfde ras daarheen om zich er te vestigen. Het was toen een
land dat uit het water oprees, en vanuit zijn hooggelegen vlakten en
plateaus probeerden de nieuwe rassen in wording – in de elkaar opvolgende
eeuwen – zich te ontdoen van de duivelse erfenis van hun Atlantische
voorouders die nu hun ondergang tegemoetgingen. Beschermd tegen karma,
beschermd door de loge, leefden de eerste mensen van het vijfde ras
daar. Het ene onderras volgde het andere op; langzaam klommen zij van
onschuld tot kennis en van kennis tot enige wijsheid – en het misbruik
ervan – tot we nu ons kaliyuga hebben bereikt en beginnen te boeten.
Wanneer zal de mens leren dat de enige weg naar geluk en vrede, naar
voorspoed en vermeerdering van geestelijk en materieel bezit, gehoorzaamheid
is aan de geestelijke en morele wet, en dienstbaarheid. Dat is de enige
weg: gehoorzaamheid aan de goddelijke opdracht die in ieder mensenhart
weerklinkt en het dienen van de mensheid. Zelfzucht verijdelt haar eigen
doeleinden. Ze grijpt en graait naar een duistere schaduw; en als de
graaiende hand zich opent zit er niets in. Het is door te geven dat
wij ontvangen, een vreemde paradox. Door te werken wordt de arm sterk.
Door het hart te oefenen komt het edelste ervan tevoorschijn.
Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 16-25 ©
1999 Theosophical
University Press Agency |