Over Cagliostro
Met grote belangstelling heb ik naar uw opmerkelijke studie over Cagliostro geluisterd en ik zou helemaal niet op het idee zijn gekomen iets te moeten zeggen, als niet plotseling de gedachte in me was opgekomen dat ik toch twee dingen kan zeggen die kunnen helpen en misschien tot voorzichtigheid kunnen stemmen. Ik wil eerst op dit laatste kort de aandacht vestigen.
Ik vind het gevaarlijk om ooit in iets dat voor het publiek is bestemd te benadrukken – of liever de gedachte te accentueren – dat de leraren van wijsheid, mededogen en vrede hun boodschappers uitzenden om zich in te laten met politieke beroeringen in een bepaalde tijd, of bij meningsverschillen heftige menselijke hartstochten in een richting te sturen die mogelijk zelfs tot bloedvergieten leidt, of tot het verbreken van banden van genegenheid en liefde tussen mensen, wat de ellende van gebroken harten tot gevolg heeft. De leraren leiden de mensheid in geestelijke en intellectuele zin; ze leren de mens barmhartigheid en medelijden; en wat de allerhoogste leraren van wijsheid en mededogen en vrede betreft – de hoogste omdat zij zulke volstrekt onpersoonlijke dienaren van de wet zijn – weet ik dat de meesters geen aanstichters zijn van strijd of onrust onder de mensen; en als de grootsten van hen over wie ik spreek ooit als middelaars van het karmische lot zouden optreden, dan doen ze dat uitsluitend met het doel de omstandigheden in het leven van de mens te verbeteren en omdat het hun verheven plicht is vrede en harmonie en broederlijke liefde te herstellen. Als deze verheven mensen zich ooit zouden bezighouden met politieke beroeringen in een of andere tijd, dan doen ze dat alleen als vredestichters.
Deze woorden heb ik zorgvuldig gekozen. Ik wil niet dat men uit mijn woorden afleidt dat de leraren zich harteloos afzijdig houden en onverschillig toekijken hoe de zaak ineenstort; dat is niet het geval. De conclusie die ik u vraag te trekken uit wat volgens mij een feit is, is deze: zij zetten niet aan tot ruzie onder de mensen, stimuleren geen menselijke hartstochten; anderzijds geven ze ook geen leiding aan wereldse zaken als dii ex machina – als buiten de wereld staande goden die aan de touwtjes trekken waardoor mensen handelen als hun dansende marionetten. Dat doen ze niet.
Er schuilt een groot gevaar in die verkeerde gedachte waarop ik wees, omdat, terwijl onze Society groeit en aan betekenis wint en meer invloed heeft op hoofd en hart van de mensen, we moeten kunnen aantonen dat ons verleden vanaf het begin zuiver is; zodat een tegenstander in de toekomst nooit een beschuldigende vinger kan uitsteken over een daad of een opmerking die een theosoof in het verleden maakte en kan zeggen: 'Kijk! Hun eigen verleden toont aan dat ze schuldig zijn aan politieke intriges!' De Society is volstrekt apolitiek, want ze rijst ver uit boven het stormachtige strijdperk van politieke hartstochten van mensen; als organisatie hebben we niets met politiek te maken en dat zal nooit het geval zijn, hoewel onze leden individueel een politieke mening kunnen hebben die hen als eerlijke mensen goed en juist voorkomt.
Nu het tweede idee dat bij me opkwam; ik twijfel sterk over de vraag hoeveel ik over dit punt moet zeggen. Ik spreek erg terughoudend en vraag u uw verbeeldingskracht en uw verstand te gebruiken en uw hart het antwoord te laten geven als ik zeg dat er een mysterie kleeft aan de persoon Giuseppe Balsamo genaamd en de persoon die in de wereld bekend is als Cagliostro. Op grond van het door het Vaticaan gepubliceerde document dat het verhaal van de zogenaamde rechtszaak en de veroordeling van Cagliostro bevat, nemen de meeste latere onderzoekers en geschiedschrijvers van de kleurrijke en verbazingwekkende loopbaan van die opmerkelijke man aan dat Cagliostro en Giuseppe Balsamo dezelfde persoon waren.
Ik kan alleen zeggen dat de geschiedenis van die twee, Balsamo en Cagliostro, een vreemd mysterie inhoudt. Hoe vreemd is de bewering, als ze waar is, dat beiden de naam Pellegrini voerden, wat pelgrims betekent! Hoe vreemd is het dat Giuseppe Balsamo de Italiaanse vorm van de naam Jozef Balm is, wat wijst op een genezende invloed; en dat 'Balsamo' al of niet terecht wordt afgeleid van een samengesteld Semitisch woord dat 'Heer van de Zon' betekent – 'Zoon van de Zon'; en de Hebreeuwse naam Jozef betekent 'vermeerdering' of 'groei'. Hoe vreemd is het dat de eerste leraar van Cagliostro Althotas heet, een merkwaardig woord dat het Arabische bepalende lidwoord 'de' bevat en als achtervoegsel het veel voorkomende Griekse 'as', met in het midden het Egyptische woord Thoth die de Griekse Hermes was – de Inwijder! Hoe vreemd ook dat Cagliostro een 'wees' en 'het ongelukkige kind van de natuur' werd genoemd! Iedere ingewijde is dat in zeker opzicht; iedere ingewijde is een 'wees' zonder vader en moeder, omdat elke ingewijde, mystiek gesproken, uit zichzelf is geboren. Hoe vreemd is het dat andere namen die Cagliostro, zoals wordt beweerd, op verschillende momenten heeft gebruikt, alle een bijzondere esoterische betekenis hebben! Bestudeer die namen. Ze zijn heel interessant.
Misschien kan ik nog een stapje verder gaan: voor iedere Cagliostro die verschijnt is er altijd een Balsamo. Iedere boodschapper wordt van nabij vergezeld door zijn 'schaduw', die in feite niet van hem te scheiden is. Met iedere Christus verschijnt er een Judas. Vanavond is goed weergegeven wat H.P. Blavatsky heeft gezegd over de reden van het 'falen' van Cagliostro; laat ik hierop wijzen: het falen van Cagliostro was niet veroorzaakt door een louter alledaagse, menselijke hartstocht en ook niet door ordinaire menselijke eerzucht, zoals men deze termen gewoonlijk opvat. Toen Julianus de Afvallige – 'afvallig' genoemd omdat hij weigerde de oude godsdienst van zijn voorvaderen op te geven – zijn leger aanvoerde tegen Shapur, koning van Perzië, deed hij dit terwijl hij wist dat hij tegen de esoterische wet handelde; toch kon hij in zekere zin niet anders, want zijn persoonlijke karma dwong hem tot die daad. Ik zeg u dat er in het leven van een boodschapper soms meer tragedies zijn dan men denkt. Want een boodschapper heeft in beide richtingen gehoorzaamheid gezworen – gehoorzaamheid aan de algemene wet van zijn karma, waar hij geen stap van mag afwijken, en een even strikte gehoorzaamheid aan de wet van hen die hem hebben uitgezonden. In zulke gevallen moeten er soms problemen worden opgelost die het hart breken, maar toch opgelost dienen te worden.
Laat dus uw oordeel over die grote en ongelukkige Cagliostro barmhartig zijn!