Is het nodig het kwade te ervaren?
Betreft: Deze commentaren volgden op een gedachtewisseling over De Mahatma Brieven blz. 83-6 waarbij de vraag werd gesteld of de kleurloze en negatieve figuren die we soms ontmoeten mensen zijn die nog niet wakker zijn geschud door tijdens hun aardse levens het kwade te ervaren.

Het is voor de mens niet meer nodig af te dalen in het intellectuele en morele moeras en dat te verwerken, om de eenvoudige reden dat we ons nu op de opgaande boog bevinden. We zijn het grofste punt in de menselijke evolutie gepasseerd. Tot dat punt was het voor de menselijke monaden nodig elke ervaring op te doen die het zich langzaam ontwikkelende bewustzijn in zich kon opnemen om dat bewustzijn ruimer, dieper en rijker aan ervaring te maken en zó door het lijden te zijn getekend dat sympathie, medelijden en mededogen in het hart ontwaken bij het zien van het lijden van anderen.
Daarom zijn de kleurloze en futloze mensen die we om ons heen zien niet degenen die nog niet uit de beker van het verderf hebben gedronken. We zijn nu op de opgaande boog. Deze grauwe, kleurloze figuren die vaak zwak zijn en eigenschappen bezitten die bij geen enkel hoogstaand mens bewondering wekken, zijn ongelukkige gevallen of liever gevallen van ongelukkige mensen die, psychologisch gezien, op ons gebied door een rustperiode gaan. Iets in hun verleden heeft hun huidige incarnatie gemaakt tot één waarin ze sluimeren, rusten, slapen en geen speciaal stempel drukken op de wereld, 'niet warm of koud, alleen lauw' zijn.
Maar, let wel, de hemel weet hoeveel keer zij in het verleden, in de geestelijke, intellectuele en psychologische geschiedenis van hun bestaan de poorten van de hemel hebben doen schudden door hun aspiraties en overwinningskreten. De hemel weet hoeveel maal ze op aarde overwinnaars zijn geweest in een moedig gevochten strijd. Dat mogen we niet vergeten. Laten wij die in dit leven een gelukkiger lot hebben hen niet veroordelen, omdat volgens ons bepaalde medemensen minder sterk zijn dan wij in het weerstaan van verleiding en zich gemakkelijker laten meeslepen door de oppervlakkige stromingen van het leven in de wereld.
Waar het mij om gaat is dit: Laat nooit iemand zeggen dat theosofen leren dat het voor de mensheid nodig is zich bewust en opzettelijk in de stroom van kwaadwilligheid te begeven om hartstochten te bevredigen, het kwaad te ervaren en door het te leren kennen het te overwinnen. Dat deel van de weg naar onze bestemming hebben we achter ons. Het is nu onze bestemming de resterende Atlantische elementen van hartstocht en begeerte te overwinnen, er niet langer aan toe te geven, maar ze de baas te worden en een begin te maken met het beklimmen van de levensladder, hoger en hoger; want we zijn nu op de opgaande boog!
Vóór het begin van de vierde ronde was het heel anders, of wat op hetzelfde neerkomt, vóór het midden van de vierde ronde, of het midden van het vierde ras. Toen daalden of zonken de monaden in de stof, werden erdoor aangetrokken, werden erin getrokken; het was voor hen nodig ervaring op te doen; maar ze deden dat automatisch, onbewust, zonder doelbewust hun wilskracht in te zetten en hun zelfbewustzijn daarop te richten, maar ongeveer zoals kleine kinderen uit onwetendheid handelen en leren dat ze zich branden als ze een hand in het vuur steken en dat als een vinger tussen de deur komt die pijnlijk wordt geklemd en gekneusd. Ze moesten net als de dieren leren en kleine kinderen leren door ervaring.
Maar wij zijn volwassen en dat was ook het geval met de menselijke monaden toen ze het midden van de vierde ronde bereikten. Toen eindigde de afdaling. Volgens de natuurwetten bevindt alles zich daarna op de opgaande boog, moeten we met de natuur meewerken en er één mee zijn, haar wetten gehoorzamen door met haar omhoog te gaan. Dan kunnen we niet alleen voorvechters worden van het ware en voorlopers en voorboden van gerechtigheid, maar zijn we zelf een voorbeeld van het goddelijke dat we verkondigen.
Het is voor de mens niet langer nodig ooit te denken dat hij het kwaad doen moet ervaren om hogerop te komen. Dat alles hebben we in het verleden al doorgemaakt. Daar hebben we genoeg van ervaren. Teveel. Nu is onze koers omhoog, ad astra, naar de sterren. We zijn nu op het opgaande pad en deze kleurloze mensen zijn eenvoudig net als wij als we zo nu en dan na een nachtrust opstaan met het vooruitzicht van een negatieve en schijnbaar zinloze dag, als we ons vermoeid, moe en lusteloos voelen omdat we teveel hebben gegeten of omdat we ons niet al te goed voelen en er geen zin in hebben moeilijkheden onder ogen te zien, er niet over willen praten maar met rust gelaten willen worden – wij hebben dan een dag van verstandelijke kleurloosheid, zoals deze ego's een heel leven hebben. Zij rusten, zij slapen. Maar misschien waren ze in hun vorige leven of misschien twee of drie levens geleden als helden opgewassen tegen moeilijkheden, en in het komende leven zal misschien opnieuw heldenmoed in hun hart opwellen. Niemand kan bij dit soort dingen automatisch bepalen hoe lang het zal duren want ieder individueel geval hangt af van het individuele lot, het karma van het menselijke ego.



Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 305-7

© 1999 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag