![]() | ![]() |
![]() |
| Een overzicht van de leringen over de planeetketens
Het laatste woord over ronden en rassen en de wederbelichaming
van planeetketens met hun bijbehorende bollen is in onze exoterische boeken
nog niet geschreven; dat heeft verschillende redenen; het is te ingewikkeld
en te moeilijk voor niet-ingewijden om het zonder bepaalde esoterische
sleutels te begrijpen en bovendien moet een niet-ingewijde eerst, verstandelijk
en geestelijk, vertrouwd raken met de sensitieve intuïtieve atmosfeer
vóór hij de sleutels op de juiste manier kan begrijpen.
Ik wil nu op enkele feiten wijzen en die aan uw intuïtie
overlaten.
1ste feit. Er zijn zeven en zelfs twaalf
kosmische gebieden; maar in mijn hele uiteenzetting zal ik mijn opmerkingen
beperken tot de zevenvouden, want die zijn gemakkelijker te behandelen
en werden daarom door H.P.B. gekozen. Laten we dus zeggen dat er zeven
kosmische gebieden zijn.
2de feit. Elk van deze kosmische gebieden is zelf zevenvoudig,
want de natuur gaat analoog te werk en herhaalt in het klein wat ze in
het groot bouwt. Was dat niet zo dan zou een deel van het heelal zijn
gevormd volgens een bepaald type en zo de fundamentele wet vertegenwoordigen,
en de rest van het heelal zou anarchistisch, op een andere manier werken
dan volgens deze fundamentele wet of dit fundamentele beeld, en dat zou
absurd zijn. Daarom heeft ieder kosmisch gebied in zijn kern, als in een
spiegel, alles wat de zeven kosmische gebieden zelf, gezien als een eenheid,
bezitten. Met andere woorden, ieder kosmisch gebied dat zelf in ondergebieden
is verdeeld, herhaalt alle kwaliteiten, eigenschappen, enz., die in de
zevenvoudige kosmos, beschouwd als een eenheid, worden aangetroffen.
3de feit. Het is niet juist deze kosmische gebieden te
benoemen naar de menselijke beginselen. Dit is een veel voorkomende fout
die de meeste theosofen maken. Laatstgenoemde zijn tamelijk concrete beginselen
van de grenzeloze ruimte of van ons heelal als een eenheid van de grenzeloze
ruimte; maar de technische benamingen die aan de zeven kosmische gebieden
worden gegeven, en daarom naar analogie aan de subgebieden van elk kosmisch
gebied, moeten eerder tattva’s zijn, zoals de hindoes ze noemen.
4de feit. Het is op deze kosmische gebieden dat de planeetketen
van ons zonnestelsel, of de keten van elk ander zonnestelsel in de melkweg,
verschijnt, zijn verschillende wederbelichamingen heeft, en waarin in
het algemeen elke planeetketen, of zonneketen, zijn zevenvoudige cyclus
van ronden ondergaat.
5de feit. Elke wederbelichaming van een bol of van een
planeetketen vindt plaats op een van de subgebieden van een kosmisch gebied.
Stel nu dat wij ons op het ogenblik op het vierde kosmische gebied
bevinden. Ik bedoel onze bol aarde. Er zijn zeven subgebieden op dit vierde
kosmische gebied. Op elk van deze subgebieden heeft onze bol een wederbelichaming,
te beginnen met het hoogste subgebied en daalt bij iedere wederbelichaming
omlaag en gaat vooruit of evolueert naar het volgende subgebied, achtereenvolgens
van het hoogste naar het laagste. Begrijp dus goed dat onze bol één belichaming
heeft op elk subgebied van ons tegenwoordige kosmische gebied.
6de feit. Denk nu een ogenblik aan de ronden zoals ik
die in mijn Beginselen en elders heb geprobeerd te verklaren en
ik beperk me nu tot een bol van onze keten, onze aarde, wat het eenvoudigst
is omdat we daarop nu leven en die het beste kennen. Omdat het de vierde
bol van de keten is, verschijnt hij, zelfs vanaf de allereerste ronde,
op het vierde subsubgebied van het kosmische subgebied waarop onze bol
is belichaamd, en we moeten daarbij bedenken dat de natuur analoog te
werk gaat en overal dezelfde bouw heeft om de hierboven genoemde redenen.
Dit subsubgebied is op zijn beurt zevenvoudig, met andere woorden ons
eigen tegenwoordige stoffelijke gebied strekt zich uit van zijn hoogste
tattva tot zijn laagste of, om eenvoudiger taal te gebruiken, van wat
wij de geestelijk etherische toestand kunnen noemen tot zijn vierde toestand
of de grofstoffelijke, wat zijn tegenwoordige fysieke toestand is; en
op de opgaande boog stijgt het langzaam en regelmatig omhoog door de andere
subgebieden daarboven, totdat het het zevende subsubgebied bereikt.
7de feit. Denk een ogenblik na over hoe de verschillende
bollen van een keten verschijnen. Bol A verschijnt op zijn eigen subgebied
gedurende de eerste ronde. Na een zekere evolutiereis te hebben voltooid,
gaat zijn surplus aan krachten verder naar het volgende gebied daaronder
en bouwt bol B op. Als bol B zijn zeven fasen heeft doorlopen, of zeven
wortelrassen zo u wilt, dan zal bol B, net als bol A, zijn surplus aan
krachten projecteren op het kosmische gebied daaronder en zal bol C op
dat gebied beginnen te verschijnen in zijn eigen geestelijk etherische
toestand. Als bol C zijn eigen zeven fasen of wortelrassen heeft doorlopen
dan zal ook deze, net als zijn voorgangers, zijn surplusenergie projecteren
naar het vierde kosmische gebied, waarop bol D, de aarde, zal verschijnen,
die dus een bestanddeel van of het verzamelde surplus van de energieën
van bol C is. En op precies dezelfde wijze – en dit alles gebeurt tijdens
de eerste ronde – doet bol D op het volgende kosmische gebied bol E ontstaan;
bol E doet, als de tijd daar is, op gelijke wijze bol F ontstaan op het
volgende kosmische gebied, enzovoort tot bol G is bereikt. Dit alles vindt
plaats tijdens de eerste ronde. Bedenk dat tijdens dit proces van het
bouwen van de bollen in de eerste ronde de hele keten, als keten, de kosmische
gebieden niet verlaat en ten tweede ook de kosmische subgebieden niet
waarop die keten dan, als bollen, karmisch is belichaamd; ook verlaat
ze de zojuist genoemde grotere of kleinere gebieden niet gedurende het
hele leven van een keten. U ziet hoe verschrikkelijk gecompliceerd
het is; maar het is alleen gecompliceerd omdat we niet gewend zijn bepaalde
beelden in ons denken vast te houden en we raken dan in verwarring omdat
het ons aan woorden ontbreekt om een kosmisch gebied van een van zijn
subgebieden te onderscheiden en aan woorden om een subkosmisch gebied
te onderscheiden van een subsubgebied. We moeten herhalen gebied, gebied,
gebied en subgebied, subgebied, subgebied en subsubgebied, subsubgebied
en subsubgebied, totdat ons denken vermoeid raakt en we in verwarring
worden gebracht.
8ste feit. We hebben dus, door nu te spreken over een
enkele bol en zijn ronden, een beeld van alle zeven bollen van een keten
die tijdens de eerste ronde zijn gevormd.
Te beginnen met de tweede ronde, als de woningen of huizen
of bollen in grote trekken al zijn gebouwd of geconstrueerd, gaan de evoluerende
levensgolven, die hun ronden doen langs de keten van bollen, daarmee regelmatig
en in volgorde door; en de levensgolven gaan van bol tot bol als levensgolven
en niet langer als het surplus aan energie zoals we deze levensgolven
tijdens de eerste ronde noemden. In de eerste ronde gingen deze energiesurplussen
van het ene stadium naar het volgende, en emaneerde in elk stadium één
eenheid uit het gezamenlijke energiesurplus. Te beginnen met ronde nummer
2, nu de emanaties zijn gescheiden in duidelijke levensgolven, voltrekken
de ronden zich regelmatig in volgorde tot de zevende. Met andere woorden
de levensgolven zijn nu duidelijk verschillende groepen of klassen van
monaden. Bedenk echter dat, wat een bol en zijn zeven ronden betreft,
onze bol aarde zelfs in de eerste ronde de juiste plaats bereikt op het
vierde of stoffelijke kosmische gebied.
9de feit. Wanneer alle zeven ronden van een bol
zijn voltooid, begint deze bol aan zijn pralaya of ontbinding, wat niet
moet worden verward met zijn verduistering of slaap- of rustperiode. En
als de laatste levensgolf zijn zevende wortelras heeft doorlopen gedurende
de zevende ronde op de bol, dan is die bol definitief dood en wordt de
maan van zijn kindbol.
10de feit. Deze kindbol zal zich belichamen op het volgende
kosmische subgebied van hetzelfde kosmische gebied waarop hij evolueert.
We hebben dus nu een nieuw beeld, alleen nieuw voor de exoterische boeken,
van de evolutie van de bollen zelf, waarin elke nieuwe belichaming van
een bol plaatsvindt op het volgende kosmische subgebied.
11de feit. We zien dus uit het voorgaande dat er zeven
wederbelichamingen zijn van een bol op één kosmisch gebied; daarna
volgt, wat H.P.B. een zonnemanvantara noemde, waarmee hier, paradoxaal
genoeg, niet rechtstreeks wordt gedoeld op de wederbelichaming van de
zon, maar op een nieuwe solaire instroming of logoïsche invloed naar de
bol, als die een nieuw kosmisch gebied binnengaat, en daarom een zonnemanvantara
wordt genoemd.
Laten we een ogenblik terugkeren naar de zevende ronde.
Als de zeven ronden zijn voltooid, sterft een bol en de tijd die zeven
ronden in beslag nemen is 4.320.000.000 jaar. Er volgt voor de bol een
periode van rust in pralaya of nirvâna met eenzelfde duur; en de periode
van zeven ronden wordt een dag van Brahmâ genoemd, die dus samen 8.640.000.000
van onze jaren duren en de levensevolutie omvat van een bol op één kosmisch
subgebied; en wanneer de bol zich zevenmaal op één kosmisch gebied heeft
belichaamd, eindigt een week van Brahmâ, gevolgd door de overeenkomstige
nirvânische pralaya. Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 387-90 ©
1999 Theosophical
University Press Agency |