|
HOOFDSTUK 43
ANALOGIE:
HET LEVEN VAN DE MENS EN HET LEVEN VAN EEN PLANEETKETEN. OCCULTISME EN
ETHIEK: ‘LEEF HET LEVEN, ALS U DE LEER WILT KENNEN’.
|
De analogie is dus de betrouwbaarste gids voor het begrijpen van
de occulte leringen. . . .
Alles in het Heelal volgt de wet van de
analogie. ‘Zo boven, zo beneden’; de mens is de microkosmos van
het Heelal. Wat plaatsvindt op het geestelijke gebied, herhaalt
zich op het kosmische gebied. Het concrete volgt het voorbeeld van
het abstracte; het laagste moet overeenkomen met het hoogste; het
stoffelijke met het geestelijke.
|
|
De Geheime Leer, 1:203, 206
|
U kunt met behulp van de analogie concluderen
dat iedere bol, vóór hij de periode van volwassenheid bereikt, een
tijdperk van vorming moet doormaken – ook zevenvoudig. Er heerst in
de natuur een uniforme Wet, en de conceptie, vorming, geboorte, groei
en ontwikkeling van het kind verschillen slechts in omvang van die
van de bol. De bol kent twee perioden van tanden krijgen en van haargroei
– zijn eerste rotsen die hij ook wisselt om ruimte voor nieuwe te
maken – en zijn varens en mossen voor de bossen verschijnen. Zoals
de atomen in het lichaam [iedere] zeven jaar wisselen, zo vernieuwt
de bol zijn lagen na elke periode van zeven cyclussen. . . .
De overeenkomst tussen een moederbol en haar
menselijk kind kan aldus worden uitgewerkt. Beide hebben hun zeven
beginselen. In de bol vormen de elementalen (waarvan er in totaal
zeven soorten zijn) (a) een grofstoffelijk lichaam, (b) zijn fluïdisch
dubbel (li.ngasarîra), (c) zijn levensbeginsel (jîva); (d) zijn vierde
beginsel kâmarûpa wordt gevormd door zijn scheppende, van het middelpunt
naar de omtrek werkende impuls; (e) zijn vijfde beginsel (dierlijke
ziel of manas, stoffelijke intelligentie) is belichaamd in
het plantenrijk (in kiem) en het dierenrijk; (f) zijn zesde beginsel
(of geestelijke ziel, buddhi) is de mens (g) en zijn zevende beginsel
(âtman) bevindt zich in een waas van vergeestelijkt âkâsa dat hem
omringt. |
|
– De Mahatma Brieven, blz. 102, 103
|
Alleen degenen die wij adepten noemen en
die weten waarop zij hun geestesoog moeten richten en hoe zij hun
bewustzijn – zowel op stoffelijk als op psychisch gebied – naar andere
terreinen van het zijn kunnen overbrengen, zijn in staat met gezag
over zulke onderwerpen te spreken. En ze zeggen ons duidelijk:
‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor
het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf
tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te
stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’;
die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die
trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de
sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om
uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is. . . .’ |
|
– De Geheime Leer, 1:196
|
Wanneer men deze leringen voor
het eerst hoort, lijken ze misschien moeilijk en diepzinnig en dat zijn
ze ook. Maar er is, zoals bij alle theosofische leringen, van ieder denkbeeld,
d.w.z. van iedere leer, één aspect dat heel eenvoudig is en dat de hoofdgedachte
ervan vormt; en in alle gevallen wordt deze hoofdgedachte toegelicht,
en laten we het aan uzelf over de details in te vullen en door eigen studie
de naar voren gebrachte stellingen te bewijzen.
Maar het is misschien goed erop te wijzen dat
de invloed die op de morele natuur van de mens, van de onderzoeker, wordt
uitgeoefend een van de mooiste resultaten van deze studie is. U kunt tegen
iemand zeggen dat hij ‘goed moet zijn, omdat het goed is goed te zijn’,
zoals al een keer is opgemerkt; en deze bewering is volkomen juist en
vermoedelijk zal niemand er bezwaar tegen maken, en toch zal het niet
erg diep in het bewustzijn en het denken van de toehoorder doordringen.
Maar als u tegen iemand zegt dat hij in wezen een geïncarneerde god, in
diepste wezen een geïncarneerde godheid is, en dat hij in deze stoffelijke
sferen is afgedaald om een universeel werk te doen, en dat hij tekortschiet
in zijn plicht, in zijn relatie met zijn hogere zelf als die plicht niet
wordt volbracht, dan ent u een gedachte in de geest van die mens waarover
hij kan nadenken, en zal nadenken, en geeft u hem een grondslag voor ethisch
handelen, een religieuze en filosofische grondslag, die hij, als er ook
maar iets goeds in hem schuilt, tot het einde toe kan volgen.
Het is absurd te denken, dat ook maar een van
onze theosofische leringen van haar ethische aspect kan worden gescheiden.
Zij kunnen niet los van elkaar bestaan; en dat is misschien het gemakkelijkst
begrijpbare verschil tussen de archaïsche leringen en die van de zogenaamde
culten of erediensten of quasireligies, die van eeuw tot eeuw en van tijd
tot tijd als paddestoelen uit de grond oprijzen, al naar de omstandigheden,
een korter of langer leven hebben, en intussen in meerdere of mindere
mate een betreurenswaardige geestelijke schade berokkenen aan de ongelukkigen
die ervan horen en die ze met overtuiging en in misplaatst vertrouwen
volgen.
Wat het verband tussen de ethiek en onze leringen
betreft, moet men bedenken dat men deze niet naar behoren kan begrijpen,
tenzij men ‘het leven leeft’ zoals erin wordt benadrukt. Onze leraren
hebben ons ronduit gezegd: ‘Leef het leven zoals het geleefd moet worden,
en kennis zal u op natuurlijke wijze ten deel vallen’. Er is slechts één
waarheid in de natuur, en de kennis daarvan valt hem of haar op natuurlijke
wijze ten deel die ‘de wet gehoorzaamt’. Ware kennis brengt bescheiden
heid, mededogen, grootmoedigheid en moed met zich mee, en alle schone,
oude, edele deugden; en die deugden zijn de tekenen die de echte discipel
kenmerken – geen dwaze aanspraken die, als ze vals zijn, belachelijk aanmatigend
zijn. Hoe groter de aanspraken, hoe kleiner de waarheid die er achter
staat.
Wat het feit betreft dat deze leringen zo moeilijk
zijn: ze zijn heel moeilijk, niet alleen moeilijk duidelijk te
maken, wat we proberen te doen, maar ook moeilijk omdat ze zo nauw met
elkaar zijn verweven. Toch bevat juist dat feit de sleutel, de draad van
Ariadne, die tot de oplossing leidt. Voor de krachten en de beginselen
en gebieden van de natuur geldt dat die zo met elkaar zijn verstrengeld
en zo nauw zijn verbonden dat als u er één werkelijk kent, u
ze min of meer alle kent, en hetzelfde geldt voor deze leringen.
Als u er één werkelijk begrijpt en uw kennis is vrij volledig – ik zeg
vrij volledig – dan bezit u een min of meer volmaakte sleutel die op de
sloten van alle past.
De analogie is inderdaad de fundamentele wet
of, zo u wilt, de fundamentele werking, van onze denkprocessen, die aan
de natuur is ontleend, omdat wij de kinderen van de natuur zijn; want
dat het hoogste zich weerspiegelt in het laagste, geldt ook voor de werking
van het menselijke denken. Als u de werkingen van de natuur volgt, zoals
die in het occultisme worden onderwezen, zult u zien dat het laagste slechts
een afspiegeling of kopie is van wat zich erboven bevindt.
Deze leringen, die we hier samen hebben bestudeerd,
kunt u zelf in De Geheime Leer vinden. Zoekt en u zult ze vinden.
Toch kan het jaren duren voor u ze vindt. Maar dat is geen echte reden
om ontmoedigd te worden. In vroegere tijden, in India bijvoorbeeld, moest
de leerling tien of twaalf jaar uitsluitend aan de studie van het Sanskriet
wijden vóór hem zelfs werd toegestaan de geschriften te lezen die in deze
edele taal zijn geschreven; dan werden er nog eens twaalf jaar besteed
aan de studie van de geschriften vóór hem werd toegestaan er zelfs maar
over te spreken, of er zijn mening over te geven. Vierentwintig jaar lang
dagelijks studeren, van acht tot twaalf uur per dag, zo heilig werden
deze oude leringen toen geacht! Niemand mag verwachten of hoeft te denken,
dat hij of zij enig begrip van onze leringen kan krijgen zonder een eerlijke
poging van zijn of haar kant om ze te bestuderen, te begrijpen en, bovenal,
erover na te denken. Dat is het beste wat u kunt doen, ze te overdenken,
er in gedachten mee bezig te zijn, erover te peinzen.
Eerder gaven we een kort overzicht van de leringen
over de geboorte, de bouw, de groei, de volwassenheid, het verval, en
de uiteindelijke dood van onze planeetketen. Dit algemene overzicht werd
gegeven om de vele verschillende uitspraken, die hier en daar in De
Geheime Leer worden gedaan en die handelen over al deze vier aspecten
van de algemene leer van de sferen, in ons denken uit elkaar te kunnen
houden. Niemand kan zo’n diepzinnige leer volledig en in eenvoudige taal
bekendmaken. Deze leringen zijn nauw met elkaar verweven; en het meer
esoterische deel wordt altijd opzettelijk verborgen achter dezelfde bewoordingen
waarin de exoterische uiteenzettingen worden gekleed. Het eerstgenoemde
moet worden ontdekt en bestudeerd; de intuïtie moet worden ontwikkeld,
en het intellect moet worden gescherpt; en bovenal moet een beroep worden
gedaan op de geestelijke natuur en moet ons streven daarnaar uitgaan.
Deze manier van studeren is niet zo moeilijk als het klinkt, want deze
hogere vermogens zijn ons aangeboren. De geestelijke natuur is de werkelijke
mens. Het voortdurende beroep dat onze leraren op ons doen om naar binnen
en omhoog te zien is niet zonder betekenis; het is van grote praktische
waarde voor de ernstige onderzoeker.
We lezen nu eerst het volgende uit De Geheime
Leer (1:188):
Alles is zevenvoudig, zowel
in het metafysische als in het stoffelijke Heelal. Daarom worden aan
ieder hemellichaam, iedere planeet, zichtbaar of onzichtbaar, zes begeleidende
bollen toegekend. . . . De evolutie van het leven vindt plaats op deze
zeven bollen of lichamen, van de eerste tot de zevende, in zeven RONDEN
of zeven cyclussen.
Dat wil zeggen dat de levensgolf
langs de zeven bollen cirkelt in zeven verschillende rondgangen en elke
cirkelgang van bol één naar de laatste bol wordt een ronde genoemd. Maar
laten we een algemene of ketenronde van bol A naar bol G of de laatste
niet verwarren met een bol ronde die slechts betrekking heeft op de doorreis
of doorgang van de levensgolven door een van deze zeven bollen. Deze laatste
is een bolronde. Bovendien worden deze ronden of cirkelgangen in iedere
planeetketen – de onze bijvoorbeeld –van bol A naar bol G, binnenronden
genoemd. De buitenronden, zoals al is uiteengezet, hebben betrekking op
de zeven heilige
planeten; en over deze buitenronden zullen we het slechts sporadisch hebben.
Maar er moet op worden gewezen, dat deze zeven heilige planeten ieder
in feite één van de zeven bollen van onze aardketen bouwen en daarop toezicht
houden. Hoe liggen hier de onderlinge verbanden? Laten we ze uitduiden.
We tekenen nogmaals een diagram van de twaalf bollen van de planeetketen
van onze aarde:
Als we beginnen met de zeven bollen van onze
gemanifesteerde planeetketen onder de lijn die we hebben getrokken
om deze te scheiden van de vijf die verborgen zijn, noemen we de eerste
bol A, de volgende bol B, de volgende C, de volgende D, die onze aarde
is. De bol boven ons op de opgaande boog is E, de volgende daarboven is
F, en de laatste van de zeven zullen we met G aanduiden. Er zijn verder,
zoals uit dit diagram blijkt, vijf verborgen bollen op de drie hogere
gebieden van de zonnekosmos, het universele zonnestelsel, en die bollen
noemen we slechts in het voorbijgaan.
De heilige planeet die bol A bouwt en vormt,
en natuurlijk onderworpen is aan de svabhâva van bol A – dat wil zeggen
aan zijn eigen inwonende genius of wil of geest, zijn eigen individualiteit,
precies zoals een opgroeiend kind min of meer door zijn omgeving wordt
gevormd, maar niettemin zijn eigen groeiende individualiteit en persoonlijkheid
bezit – ik herhaal, de heilige planeet die bol A bouwt, is de zon, of
liever, die planeet waarvoor de zon als plaatsvervanger dient, en die
wij Vulcanus zullen noemen. De heilige planeet die de tweede bol, B, bouwt
is Jupiter. De heilige planeet, die bol C bouwt, de bol die aan de onze
op de neergaande boog voorafgaat, en waarvan wij afkomstig zijn in deze
ronde voor wij de aardbol betraden, is Venus. De heilige planeet die onze
eigen aarde bouwt is Saturnus. Mercurius bouwt bol E, waarheen we zullen
gaan wanneer we bol D, onze aarde, verlaten. Mars bouwt bol F; en de maan,
of liever de planeet waarvoor de maan exoterisch als plaatsvervanger dient,
bouwt bol G of de laatste bol.
Maar bedenk dat we in al deze gevallen doelen
op de geestelijke genius of bestuurder (niet de stoffelijke planeet) als
de bouwer, de vormer, de toezichthouder van een bol van de keten van onze
aarde.
Begrijp dus goed, dat deze genii of bestuurders,
deze heilige planeten, in feite de kosmokratores van onze planeetketen
zijn, de wereldbouwers, plus de svâbhâvische impulsen die van de
planeetketen zelf uitgaan; zoals bijvoorbeeld een kind dat op aarde wordt
geboren; het heeft zijn eigen inwonende levenskracht, zijn eigen persoonlijkheid,
zijn eigen individualiteit, zijn eigen innerlijke drang en stuwkracht
om te leven en ervaringen op te doen; maar het wordt geboren in een omgeving,
in omstandigheden die het in sterke mate vormen en die eveneens in sterke
mate de weg en de wijze bepalen waarop zijn lichaam en hogere beginselen
worden gebouwd, en waarop ze werken en functioneren.
Terloops wijzen wij nog eens op wat de vorige
keer werd gezegd, namelijk dat wanneer de laatste van de zeven ronden
van de planeetketen van onze aarde geheel is voltooid, de levensgolven
overgaan naar een van de buitenronden. Nu weet u dat de maan, die wij
’s nachts aan de hemel zien, slechts het overblijfsel, het kâmarûpa is
van een vroegere planeet die leefde en haar levenscyclus voltooide voordat
onze aarde bestond, en die even vol leven en menigten levende wezens was
als onze aarde nu is. Zij doorliep eveneens haar baan van zeven ronden
langs zeven maanbollen; en toen haar zevenvoudige levenscyclus was voltooid,
toen haar zevende ronde was voltooid, wat gebeurde er toen? Zodra de levensgolf
een bol had verlaten, na de laatste bolronde van de zevende ketenronde
te hebben voltooid, werd die bol onzichtbaar, na zijn energieën, een groot
deel van zijn levens atomen, naar een layacentrum in de ruimte te hebben
overgebracht.
Laten we de zeven bollen, zoals die in het diagram
voorkomen, en die de keten van onze aarde voorstellen, opvatten als een
voorstelling van de zeven bollen van onze maan in haar laatste ronde,
wij bedoelen de zevende of laatste maanronde. Wanneer de bolronde op A
is voltooid, of beter bijna voltooid, maken de tien groepen van levensentiteiten
zich gereed om haar te verlaten. De groep die het verst is gevorderd,
projecteert haar energie in de ruimte, in een ander punt van het zonnestelsel,
in wat een layacentrum wordt genoemd, wat een Sanskrietwoord is en een
homogeen centrum betekent, een centrum van homogene substantie, op een
geestelijk gebied natuurlijk, waarbij we het woord ‘geestelijk’ in algemene
zin gebruiken. En dat proces zet zich voort voor al de tien klassen van
die bol A, zodat elk van deze tien families of stammen de bol één voor
één verlaat, totdat, wanneer de tijd voor het laatste microscopische leven
van de laatste stam is gekomen om de bol te verlaten, die bol plotseling
verdwijnt – en in abscondito, onzichtbaar, is. En waarom? Omdat
alle stof, zoals wetenschappers nu beginnen te beseffen, slechts een andere
vorm van kosmische kracht is, want kracht en stof zijn één. Alle stof
is opgebouwd uit atomen; deze atomen zijn op hun beurt opgebouwd uit elektronen
en protonen; en deze zijn op hun beurt niets anders dan kleine substantiële
entiteiten, opgebouwd uit energetische stof of kracht – want kracht
en stof zijn fundamenteel één, evenals geest en substantie fundamenteel
één zijn.
Wanneer dus de levensatomen, wanneer bij wijze
van spreken het leven, de bol verlaat, verdwijnt deze, omdat die levensatomen
de primaire bestanddelen ervan zijn. De bol wordt niet vernietigd, maar
gaat over in een toestand die in abscondito, of onzichtbaarheid,
wordt genoemd. Dit is in deze studie misschien het moeilijkste punt om
uit te leggen, omdat er nu op aarde niet iets bekend is, dat we als een
analoog geval daarvan kunnen aanwijzen. De feiten liggen nu eenmaal zo;
en wanneer het leven een atoom verlaat, worden, zoals ik heb geprobeerd
duidelijk te maken, zijn subatomen om ze zo te noemen, niet vernietigd,
maar gaan als het ware uiteen en worden onzichtbaar, en de delen van de
onontwikkelde substantie die achterblijven gaan over in een latente toestand,
in rust, zoals ijskristallen die in de ruimte hangen; zij gaan als heel
kleine lichaampjes van kracht-stof over in een latente toestand, en blijven
in die toestand totdat ze later tot een actief bestaan worden aangetrokken
– wat een ander onderwerp is waarop we ooit nader moeten ingaan – om zich
bij de nieuwe aardbol A te voegen en het levensatoom, na eonen
van rondzwerven, naar zijn eigen levensbron terugkeert.
Met bol B van de maanketen vindt hetzelfde proces
plaats, en deze verdwijnt. En zo gaat het met alle zeven bollen. Hoe komt
het dan, kan men zich afvragen, dat als bol D van de maanketen is verdwenen,
we toch onze huidige maan zien? Wij hebben er al op gewezen, dat onze
maan een schim is, een kâmarûpa van de vroegere bol D van de maan, maar
wij van de aarde bevinden ons op het gebied dat voor de maanbewoners het
astrale gebied was. Wij zijn een trede omhooggegaan en wij zien met onze
fysieke ogen wat onzichtbaar zou zijn geweest toen we op de maan leefden.
Wat er gebeurt met een mens die, als hij van dit leven afscheid neemt,
zijn kâmarûpa in de astrale rijken achterlaat, de schaduw, zoals de Ouden
het noemden, zijn spook, totdat het uiteenvalt – als dat het gelukkige
lot van die mens is – gebeurt ook met de bollen, want deze bollen zijn
levende dingen. Kan leven uit iets anders voortkomen dan uit leven? Bevrijd
uw geest van de gedachte dat er zoiets als dode stof bestaat. Ruim al
het oude wetenschappelijke afval van vijftig of honderd jaar geleden op.
Er zit niets in dat waarde heeft. Het is al verouderd en vergeten. Wetenschappers
hebben nu nieuwe theorieën. Vijftig jaar geleden bestond er niets dan
stof. Krachten waren niets anders dan ‘toestanden van beweging’. Krachten
per se bestonden niet; evenmin wist iemand hoe zulke ‘vormen van beweging’
uit dode stof ontstonden. Nu begint men ons evenwel te vertellen, dat
er geen stof is, dat er niets dan kracht bestaat; en dat wat wij vormen
van de stof noemen slechts quanta van kracht of energie zijn, bepaalde
vormen of functies van wat deze wetenschappers en metafysici energie of
kracht of wat al niet noemen.
Elk van deze verschillende bollen van de maanketen
bracht op die manier zijn levenssubstantie over in een layacentrum; deze
zeven laya-centra vormen als het ware de gebieden van rust van deze ‘slapende
sferen’. Er is hierover meer te zeggen waarop we nu niet in kunnen gaan;
maar het zou niet eerlijk zijn wanneer we aan dit punt voorbijgingen zonder
uw aandacht te vragen voor dit ene feit: de hogere natuur van een bol,
evenals die van een mens, het kind ervan, is onsterfelijk, en kent geen
dood – tenminste niet tijdens het zonnemanvantara – slaapt niet in deze
tussenperioden van planetaire rust, maar is in nirvâ.na, althans gedurende
enige tijd. Let alstublieft goed op deze woorden.
Na lange eonen ontwaken deze slapende sferen
weer voor een nieuwe periode van manifestatie, in beginsel op dezelfde
manier als dat de mens op aarde terugkeert om te incarneren. Een trilling
van actief leven dat zich wil manifesteren trekt door deze zeven layacentra,
en zij beginnen te differentiëren. Weet u dat de geheimen van de dood
en de menselijke incarnatie nauw zijn verbonden met dit onderwerp van
de planetaire sferen, de planeetketen, en ook met die prachtige en verbazingwekkende
leer van de circulaties van de kosmos?
Wat bedoelen de christenen – we wijken even van
ons onderwerp af, wat, denk ik, niet alleen noodzakelijk maar ook interessant
is – wanneer zij over de opstanding van de lichamen van de doden spreken?
Dit is een belachelijke leer, als ze letterlijk wordt opgevat zoals ze
door de theologie-oude-trant wordt onderwezen. Er is door onafhankelijke
denkers veel gegronde kritiek op dit christelijke dogma uitgeoefend –
gegronde kritiek zeiden we; maar niettemin was deze leer in haar hei dense
oorsprong een van de oude mysterieleringen. Hierin ligt het geheim, of
tenminste een deel ervan. De levensatomen die het lichaam van een mens
vormen, die het astrale lichaam van een mens vormen, die de psychische
natuur van een mens vormen, die de mentale en geeste lijke natuur van
een mens vormen, zijn zijn kroost, dat wat tijdens het leven van de mens
werd geëmaneerd door de mens die nu, zoals we zeggen, lichamelijk ‘dood’
is. Ze zijn veel meer ‘been van zijn been en vlees van zijn vlees’, en
onvergelijkelijk veel meer dan de zoon dit is van zijn ouders, want zij
zijn hemzelf, zijn eigen verspreide levensatomen, en ze zullen
even onvermijdelijk en onfeilbaar naar hem terugkeren als de slagen van
karma, ten goede of ten kwade, op een mens zullen neerkomen die ze heeft
veroorzaakt, en die op de natuur heeft ingewerkt, die automatisch op de
handeling antwoordt of reageert. Deze levensatomen komen in het volgende
leven bij hem terug wanneer ze door hem worden aangetrokken, wanneer van
de entiteit, die opnieuw door de verschillende gebieden van stof tot reïncarnatie
afdaalt, die aantrekkende kracht uitgaat. Elk gebied, waar hij na de dood
doorheen gaat, waar hij door omhoog gaat, wordt opnieuw doorlopen bij
zijn afdaling om te reïncarneren; en deze levensatomen stromen naar hem
toe door aantrekking, door magnetische kracht en vormen opnieuw zijn verschillende
voertuigen op de verschillende gebieden van zijn wezen. Het zijn de levensatomen
die hij ‘misschien eens heeft bezoedeld’, en die hij nu weer moet schoonwassen;
of die hij op hun weg omhoog heeft geholpen. Want deze levensatomen zijn
in hun essentie kiem-zielen, zoals wij mensen in onze hogere natuur kinderen
van het hoogste – van de logos zijn, waarvan de essentie in ons is,
onszelf is! Ook deze levensatomen bouwen, evenals wijzelf, aan een
onsterfelijke bestemming; en dit is een mooi voorbeeld van de onderlinge
verstrengeling van de menigten levens van het universele zijn.
Denk aan het mysterie, aan het wonder, achter
dit prachtige feit. Op die manier worden ook de werelden gebouwd. Dit
is de geheime betekenis van de christelijke leer van de wederopstanding
van het lichaam, een oude mysterieleer, zonder kennis overgenomen – niet
het oude lichaam dat De Bruin of Jansen of Smit bezat, want dat is voor
altijd verdwenen; maar de levensatomen die dat vroegere lichaam opbouwden,
en in feite waren, verzamelen zich opnieuw om het nieuwe lichaam
van de reïncarnerende mens te vormen. Omdat ze vroeger van hem waren,
komen ze nu terug en bouwen ze voor hem een lichaam, dat meer of minder
sterk lijkt op dat wat hij bij de dood in zijn vorige leven achterliet.
Kan men aan de werking van de wet ontkomen? Denk aan de ethische aspecten
die deze werking van karma ons laat zien. Denk aan de verantwoordelijkheid
die wij, moreel en fysiek, mentaal en geestelijk dragen. We lijden door
onze eigen daden, beleven vreugde aan onze eigen daden; en deze kleine
wezens, deze embryonale zielen, deze levensatomen bouwen het lichaam van
het voertuig waarin we eens opnieuw zullen leven. De mens, elk van ons,
is in toekomstige eonen na lange lange tijdperken in de toekomst bestemd
een logos te worden; en de wezens die dan aan zijn zorg en hoede zijn
toevertrouwd, zijn eigen levensatomen die dan min of meer ‘volwassen’
zijn, zullen de aartsengelen, de engelen, prajâpati’s, de manu’s, de menselijke
zielen, en al de verschillende kleinere entiteiten, lagere entiteiten
zijn, die wij nu kennen en die lager dan wij staan. De logos, die nu het
hoogste in ons, onze eigen ‘Vader in de hemel’, is, was eonen en eonen
en eonen geleden ook een mens, en zijn toen malige levensatomen die omhoog
en vooruitstreefden, zijn de menigten wezens die nu bestaan. Kunt u nu
begrijpen en zich indenken, waarom deze leringen altijd zo geheim werden
gehouden en heilig werden geacht? Stel dat zij verkeerd werden begrepen
en op goedkope wijze in een verkeerd daglicht werden gesteld, dat men
ze door het slijk haalde, ‘voor de zwijnen wierp’, zoals de Syrische leraar
zei!
Er schuilt in dit alles een gevaar. Altijd bestaat
het gevaar dat er meer over deze esoterische en heilige leringen wordt
gezegd dan mag worden gezegd. We hebben niet meer gezegd dan er mag worden
gezegd; we geven alleen een toelichting op en een verklaring van wat er
in toespelingen en in bedekte termen door H.P. Blavatsky in De Geheime
Leer is gezegd. In de komende jaren gaan we misschien dieper op deze
dingen in; maar nu is er beslist genoeg gezegd om de analogie te laten
zien tussen het leven van de mens en dat van een planeetketen, en is gezegd
wat erover kan worden gezegd.
Beginselen
van de esoterische filosofie,
blz. 535-45
© 1998
Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag
|