INHOUD

Deel Twee

  1. De tien stadia van het zijn volgens het Syrische stelsel. De esoterische methode van onderricht: paradoxen, intuïtie.
  2. De mysteriën van de zevenvoudige natuur. Overeenkomsten: bollen, elementen, menselijke beginselen. De zeven heilige planeten van de Ouden. Tijdsperioden en catastrofen van de rassen.
  3. De microkosmos, een afspiegeling van de macrokosmos. Elementen, beginselen, manifestaties van het ene leven. Relativiteit: een fundamenteel denkbeeld van de oude wijsheid.
  4. De twee fundamentele kosmische hiërarchieën: stof en geest-bewustzijn. Chaos-theos-kosmos: goden-monaden-atomen.
  5. Het avontuur van een atoom. Layacentra: zon, kometen en planeten; ziel en monade. De grondtoon van het occultisme.
  6. De ruimte: het grenzeloze Al. Vol van in elkaar grijpende, elkaar doordringende heelallen. Eén werking, één hiërarchische intelligentie, één werkwijze in de gehele natuur: één organisme, één universeel leven.
  7. De onderlinge betrekkingen tussen goden, monaden en atomen – een sleutel tot de evolutieleer. Opeenvolgende emanaties: omhulsels. Hogere wezens die menigten lagere wezens emaneren en zich daarin hullen. Ethisch handelen gebaseerd op de structuur van het heelal.
  8. Het bouwen van de kosmos. Dezelfde fundamentele wet voor al wat leeft en bestaat: een eindeloze ladder van vooruitgang. Analoge processen in de ontwikkeling van de kosmos en van de mens. De stroom van het leven.
  9. Vanuit het onzichtbare naar het zichtbare. Vanuit het zichtbare naar het onzichtbare. Het magnum opus.
  10. De levensgolf en de zeven elementen. De esoterische filosofie zoals die door de stoïcijnen werd onderwezen.
  11. De ruimten van de ruimte. De geheime leer, een leer die verenigt. Universele sleutels. Leringen over de leegte en de volheid tegenover elkaar gesteld.
  12. Het occultisme en de mysteriescholen. Zeven graden van inwijding: de mens wordt een god. Zeven kosmische gebieden: onze planeetketen van zeven bollen op de vier lagere gebieden – de reis van de levensgolf daardoorheen.
  13. Elkaar doordringende sferen van zijn. Loka’s en tala’s: tweepolige kosmische beginselen en elementen. De ‘ketterij van afgescheidenheid’.
  14. De structuur van de kosmos. Loka’s en tala’s: beginselen en elementen, werelden – niet alleen maar toestanden. Ruimte, de uiteindelijke werkelijkheid.
  15. Ontaarding en sluiting van de mysteriescholen. Neopythagorische en neoplatonische stelsels: voornaamste bronnen van de christelijke theologie. Esoterische en exoterische leringen: symboliek.
  16. Theosofie en occultisme. Occultisme: de kwintessens van de waarheid, de werkelijkheid; een volledig geheel. Occultisme en morele verantwoordelijkheid. Ons zonnestelsel: een kosmisch atoom, ei van Brahmâ.
  17. Definities van de godheid: atheïsme; pantheïsme. Bestaat er een oppermachtige persoonlijke god? Kosmische architecten en bouwers. Om iets werkelijk te leren kennen, moet men het worden.
  18. De leer van de sferen. Het universele zonnestelsel en ons zonnestelsel. De zeven heilige planeten: waarom ‘heilig’?
  19. De leer van de sferen in haar vier aspecten. De zeven heilige planeten en hun bestuurders: hun relatie tot onze aardketen. De circulaties van de kosmos: binnenronden en buitenronden; sishta’s, één universele fundamentele wet: zo boven, zo beneden. De leer van het oog en de leer van het hart.
  20. Analogie: het leven van de mens en het leven van een planeetketen. Occultisme en ethiek: ‘leef het leven als u de leer wilt kennen’.
  21. Beginselen van het denken en het studeren: kan het occultisme worden onderwezen? De oude astrologie, een echte wetenschap. Onze aardketen van bollen, de zeven heilige planeten en de twaalf tekens van de dierenriem. Levensatomen: de bouwstenen van het heelal.
  22. Fysiologie, psychologie en pneumatologie van het heelal. Tien en twaalf gebieden van het universele zonnestelsel: tussenliggende kritische gebieden. Heel het gemanifesteerde zijn een continuüm van onderling verbonden, onderling verweven hiërarchieën van allerlei niveaus: elk met haar eigen begin en einde. Sishta’s en het levenssurplus.
  23. Het chelaleven. Zeven en tien levensgolven: de gang van de monaden langs de zeven bollen; wetten van versnelling op de neergaande en van vertraging op de opgaande boog. Vijfde- en zesderonders. Het heilige woord.
  24. Leraar en leerling. Vereisten voor het chelaschap.
  25. Het hart van het heelal. De weg naar vrede, geluk en begrip ligt in ons. Het grote avontuur – ken uzelf – het hele geheim van inwijding. Onze verantwoordelijkheid: ethische waarden en de wetten van het heelal; harmonie.
  26. Index [niet op internet]

© Theosophical University Press Agency, Den Haag