Theosophical University Press Agency

Inhoudsopgave

Karma

[‘Karma’, The Theosophist, juni 1884, blz. 223; CW 6:236-7]

Men neemt algemeen aan dat dieren niet onder de werking van de wet van karma vallen, zoals die voor de mens geldt. Als dat zo is, hoe kunnen we dan het verschil verklaren tussen een dier dat te maken krijgt met alle kwellingen die levende wezens kunnen teisteren, en bijna dood wordt geranseld, of bijna sterft van de honger, en een ander dier dat geniet van alle luxe van de stoffelijke wereld, het beste voedsel te eten krijgt en bijzonder vriendelijk wordt behandeld? En hoe kan men de gevallen verklaren van dieren die blind zijn geboren? We zeggen niet dat dieren evenveel verantwoordelijkheid hebben als mensen, maar kunnen we niet aannemen dat ze deze in veel geringere mate hebben? Opheldering over dit punt zal veel helpen om over dit onderwerp meer duidelijkheid te krijgen.

Gyanendra N. Chakravarty
(professor in de natuurkunde uit Kanpur)


Aantekening van de redactrice:

De fout die vaak wordt gemaakt is dat men de algemene wet van oorzaak en gevolg verwart met de wet van verdiensten en tekortkomingen. Als we ons afvragen waarom het ene dier een gemakkelijk leven heeft en het andere een moeilijk, kunnen we ook vragen waarom de ene boom wordt gekapt voordat hij volwassen is, terwijl de andere boom van ouderdom mag sterven? Waarom siert het ene paar schoenen de voeten van een vrouw in een danszaal, en wordt het andere paar door een landarbeider door de modder gesleept? Niemand zal beweren dat mineralen en planten enige morele verantwoordelijkheid hebben. En dieren, kinderen en mensen met een zware verstandelijke beperking hebben evenmin zo’n morele verantwoordelijkheid. Dit feit wordt door de menselijke wetgeving erkend, en alleen als gevolg van de onwetendheid van de 14de eeuw werden dieren berecht en gestraft volgens een joodse wet die in Exodus (21:28) is vastgelegd, die zegt: ‘Wanneer een stier een man of vrouw zodanig stoot dat deze sterft, moet die stier gestenigd worden, en mag het vlees ervan niet gegeten worden. De eigenaar gaat echter vrijuit.’ Volgens die wet veroordeelde de rechter van Falaise in 1386 een zeug om aan een been en het hoofd te worden verminkt, en daarna te worden opgehangen, omdat ze het gezicht en de arm van een kind had opengereten en het vervolgens had gedood. Dit was een draconische strafoplegging. De zeug werd, gehuld in menselijke kleren, op het marktplein terechtgesteld.

De wet van karma is een morele wet, en waar geen morele verantwoordelijkheid bestaat, kan de wet van karma niet worden toegepast; maar de wet van oorzaak en gevolg is van toepassing op alle gebieden van de natuur.

Een bekende schrijver zegt: ‘Lijden is het goddelijke medicijn uit de hemel.’ De wet van compensatie is ook van kracht in de dierenwereld. Een hond die zijn eigen vindingrijkheid moet gebruiken om voedsel te zoeken, zal eerder mentale vermogens in die richting ontwikkelen dan één die niets anders doet dan eten en slapen; en de individuele of gedifferentieerde monade van eerstgenoemde zal eerder de gesteldheid bereiken die nodig is om in het mensenrijk te komen. Men vindt in het dierenrijk een eerste begin van hoop, geduld, geloof, trouw, vertrouwen, enz. Door deze eigenschappen te oefenen, zullen ze sterker worden, en omdat in de natuur geen enkele inspanning verloren gaat, zullen ze van pas komen. Als we de wetten van het heelal begrijpen, zullen we constateren dat daarop niets is aan te merken, en we zullen ervan overtuigd raken dat het zinloos is om de hoogste wijsheid, of ‘God’, te willen verbeteren of corrigeren.


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 2: 1882 – 1887, blz. 394-5
isbn 9789491433177, paperback, eerste druk 2016, bestel boek

© 2016 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag