Theosophical University Press Agency

Inhoudsopgave

Isis ontsluierd en The Theosophist over reïncarnatie

[‘Isis Unveiled and The Theosophist on re-incarnation’, The Theosophist, augustus 1882, blz. 288-9; CW 4:182-6]

In Light (8 juli) citeert C.C.M. uit The Theosophist (juni 1882) een zin die in de aantekening van de redactrice verscheen aan het eind van een artikel, getiteld ‘Schijnbare tegenstrijdigheden’. Als hij zich daarna wendt tot de boekbespreking van The Perfect Way in hetzelfde nummer, citeert hij uitvoerig ‘een gezaghebbende lering uit de latere periode’, zoals hij nogal sarcastisch eraan toevoegt. Dan volgt een lange passage uit Isis. De drie citaten en opmerkingen van onze vriend luiden als volgt:

Maar tussen de leringen in Isis ontsluierd en die uit de latere periode bestond nooit enig wezenlijk verschil, en dat kan ook niet, omdat beide uit een en dezelfde bron voortkomen – de INGEWIJDE BROEDERS. – Opmerking van de redactrice in ‘Schijnbare tegenstrijdigheden1

1. Zie blz. 26-7.

Nadat C.C.M. de aandacht van zijn lezers op bovenstaande verklaring heeft gevestigd, gaat hij verder om, zoals hij denkt, de onjuistheid ervan aan te tonen:

In de eerste plaats is reïncarnatie – indien rekening wordt gehouden met andere werelden naast deze – de gebruikelijke werkwijze van de natuur. Maar reïncarnatie in de volgende en hogere objectieve wereld is één ding; reïncarnatie op deze aarde is iets anders. Zelfs die vindt telkens weer plaats tot de hoogste staat van de mensheid, zoals die nu op deze aarde bekend is, wordt bereikt, maar niet daarna, en hierin ligt de sleutel tot het mysterie. . . . Als een mens eenmaal door opeenvolgende reïncarnaties de hoogst mogelijk ontwikkeling van het huidige ras heeft bereikt, zal zijn volgende reïncarnatie tot de eerste stadia van de volgende en hogere wereld behoren, waar de eerste ontwikkelingsstadia veel hoger zijn dan de hoogste hier. De verschrikkelijke fout die mensen die nu in reïncarnatie geloven maken, is dat ze veronderstellen dat er een terugkeer op deze aarde kan zijn in lagere lichamelijke vormen. Dus niet dat de mens als mens keer op keer op deze aarde reïncarneert, want dat is als waarheid in de hierboven geciteerde passages heel duidelijk aangegeven. (Boekbespreking van The Perfect Way in The Theosophist.)

En nu, wat Isis betreft:

‘We zullen nu enkele fragmenten geven van die mysterieuze reïncarnatieleer – wel te onderscheiden van metempsychose – die we van een autoriteit hebben. Reïncarnatie, d.w.z. het tweemaal verschijnen van hetzelfde individu, of beter gezegd van zijn astrale monade, op dezelfde planeet is geen regel in de natuur; het is een uitzondering, evenals het teratologische verschijnsel van een kind met twee hoofden. Ze wordt voorafgegaan door een schending van de wetten van harmonie in de natuur, en vindt slechts plaats wanneer de natuur, terwijl ze haar verstoorde evenwicht probeert te herstellen, de astrale monade, die door een misdaad of ongeluk uit de cyclus van noodzakelijkheid was geslingerd, met geweld in het aardse leven terugwerpt. Zo wordt bij een miskraam, bij kinderen die vóór een bepaalde leeftijd sterven, en bij kinderen die verstandelijk zwaar gehandicapt worden geboren, het oorspronkelijke plan van de natuur om een volmaakt mens voort te brengen verstoord. Terwijl dus de grove stof van al die verschillende entiteiten bij de dood het lot te wachten staat zich te verspreiden door het grote rijk van het zijn, moeten de onsterfelijke geest en de astrale monade van het individu – waarvan laatstgenoemde tot taak had een lichaam te bezielen, en eerstgenoemde om zijn goddelijke licht op het lichamelijke gestel te laten schijnen – voor de tweede keer proberen om het plan van de scheppende intelligentie uit te voeren.

Indien het verstand zover is ontwikkeld dat het actief is en onderscheidingsvermogen bezit, dan vindt er geen onmiddellijke reïncarnatie op deze aarde plaats, want dan zijn de drie delen van de drie-enige mens verenigd, en is hij in staat zijn weg te vervolgen. Maar wanneer het nieuwe wezen niet verder is gekomen dan de toestand van monade of wanneer, zoals bij de verstandelijk zwaar gehandicapte, de drie-eenheid niet volledig is bereikt, dan moet de onsterfelijke vonk die het verlicht, het aardse gebied opnieuw betreden, omdat zijn eerste poging werd verijdeld.

. . . Verder erkent dezelfde occulte leer een andere mogelijkheid, zij het ook zo zeldzaam en zo vaag dat het werkelijk nutteloos is haar te vermelden. Zelfs de moderne westerse occultisten ontkennen die, hoewel ze in oosterse landen algemeen wordt aangenomen.’

Dit betreft de terugkeer, die zich nu en dan voordoet, van uiterst verdorven menselijke geesten die tot de achtste sfeer zijn vervallen – het is onnodig de passage uitvoerig te citeren. Afgezien van die zeldzame en twijfelachtige mogelijkheid erkent Isis – dat ik geciteerd heb uit deel 1 (blz. 450-1) – slechts drie gevallen – een miskraam, heel vroeg gestorven kinderen en verstandelijk zwaar gehandicapten – waarin reïncarnatie op deze aarde voorkomt.

Ik ben een onderzoeker van mysterieuze zaken die veel kan verdragen, meer geneigd om mijn eigen domheid te hekelen dan om ‘schijnbare tegenstrijdigheden’ te gebruiken om ermee te spotten. Maar per slot van rekening zijn twee en drie samen niet vier; zwart is niet wit, en wat duidelijke en ondubbelzinnige verklaringen betreft is ‘ja’ evenmin gelijk aan ‘nee’. Als er iets is waarover ik vurig verlang onderricht te worden, dan is het de waarheid over ditzelfde onderwerp: reïncarnatie. Ik hoop dat van mij, als een plichtsgetrouw theosoof, niet verwacht wordt dat ik de verklaring uit Isis met die van deze gezaghebbende recensent zal verzoenen. Maar er is één troost. De talentvolle schrijfster van Isis kan de lering over dit onderwerp, die daarin is opgenomen, niet helemaal zijn vergeten. Daarom dicteerde ze beslist niet de verklaring van de recensent. Indien ik het vermoeden mag uitspreken dat Kuthumi dicht achter laatstgenoemde staat, dan is hij zeker niet, zoals kwaadwillig is geopperd, een andere naam voor Madame Blavatsky. – C.C.M.

We hopen van niet – ter wille van Kuthumi. Mw. B. zou te ijdel en te trots worden, als ze maar kon dromen van zo’n eer. Maar hoe waar is de opmerking van de Franse klassieke schrijver: La critique est aisée, mais l’art est difficile1 – hoewel we ons meer geneigd voelen ons hoofd oprecht bedroefd te laten hangen en uit te roepen: Et tu Brute!2 – dan oude waarheden te citeren. Maar, wat die (ook maar) ‘schijnbare tegenstrijdigheid’ tussen de twee passages inhoudt – die alleen bestaat voor iemand die niets weet over de occulte leer – zal zeker een mysterie zijn voor iedere oosterse occultist die het bovenstaande leest en die aan dezelfde school als de recensent van The Perfect Way studeert. Niettemin is dit laatste gekozen als wapen om ons mee te verslaan. Het is voldoende om nr. 1 van de ‘Fragments of occult truth’ te lezen, en na te denken over de zevenvoudige samenstelling van de mens waarin de drieledige menselijke entiteit door de occultisten wordt verdeeld, om te zien dat de ‘astrale’ monade niet de ‘spirituele’ monade is en vice versa. Dat er geen enkele tegenstrijdigheid is tussen de beide verklaringen, kan gemakkelijk worden aangetoond en zal hopelijk worden aangetoond door onze vriend de ‘recensent’. Van de passage die uit Isis is geciteerd kan hooguit worden gezegd dat ze onvolledig, chaotisch, vaag, misschien wat onbeholpen is, zoals veel andere passages in dat boek, het eerste literaire product van een vreemdeling, die zelfs nu nauwelijks kan pochen op haar kennis van de Engelse taal. Daarom zeggen we opnieuw, tegenover de verklaring uit de zeer correcte en uitstekende recensie van The Perfect Way, dat ‘reïncarnatie d.w.z. het op dezelfde planeet tweemaal verschijnen van hetzelfde individu – of beter gezegd van zijn astrale monade (of de persoonlijkheid, zoals mensen die nu in reïncarnatie geloven beweren) – geen regel in de natuur is’ en dat ‘het een uitzondering is’. Laten we nog eens proberen toe te lichten wat we bedoelen.

1. Vertaling: kritiek is gemakkelijk maar het is moeilijk om het beter te doen.
2. Vertaling: Ook jij, Brutus!

De recensent spreekt over de ‘spirituele individualiteit’ of de onsterfelijke monade zoals ze wordt genoemd, d.w.z. het zevende en zesde beginsel in de ‘Fragments’. In Isis verwijzen we naar de persoonlijkheid of de eindige astrale monade, een samenstelling van onweegbare bestanddelen, samengesteld uit het vijfde en vierde beginsel. Eerstgenoemde is, als emanatie van het ene absolute, onvernietigbaar; laatstgenoemde is als samenstelling eindig en gedoemd om vroeg of laat te worden vernietigd met uitzondering van de meer gespiritualiseerde delen van het vijfde beginsel (manas of denkvermogen), die geassimileerd worden door het zesde beginsel, wanneer het het zevende volgt naar zijn ‘kiemperiode’, om wedergeboren of niet wedergeboren te worden, al naar het geval, in de arupaloka (de vormloze wereld). De zeven beginselen, die, bij wijze van spreken, een triade en een viertal vormen, of, zoals sommigen zeggen, een ‘samengestelde drie-eenheid’, onderverdeeld in een triade en twee duaden, kunnen beter worden begrepen in de groepering van beginselen hieronder.

Groep 1 Geest
7. Atman – zuivere geest Spirituele monade of ‘individualiteit’ – en haar voertuig. Eeuwig en onvernietigbaar.
6. Buddhi – spirituele ziel of verstand
Groep 2 Ziel
5. Manas – denkvermogen of dierlijke ziel Astrale monade – of het persoonlijke ego en zijn voertuig. Overleeft groep 3, en wordt na enige tijd vernietigd, tenzij ze, zoals gezegd, onder bijzondere omstandigheden reïncarneert.
4. Kamarupa – verlangen- of begeertevorm
Groep 3 Lichaam
3. Lingasarira – astraal of levenslichaam Samengesteld en fysiek, of het ‘aardse ego’. Deze drie sterven altijd samen.
2. Jiva – levensbeginsel
1. Sthulasarira – lichaam

En nu vragen we – waar is de ‘tegenstrijdigheid’ of tegenspraak? Of de mens nu goed, slecht of onverschillig was, groep 2 moet óf een ‘schil’ worden, óf eens of verschillende keren reïncarneren onder ‘bijzondere omstandigheden’. Er is in onze occulte leer een enorm verschil tussen een onpersoonlijke individualiteit en een individuele persoonlijkheid. C.C.M. zal niet reïncarneren; evenmin zal hij in zijn volgende incarnatie C.C.M. zijn, maar een heel nieuw wezen, geboren uit de gedachten en daden van C.C.M.: zijn eigen schepping, het kind en de vrucht van zijn huidige leven, het gevolg van de oorzaken die hij nu voortbrengt. Zullen we dan met de spiritisten zeggen dat C.C.M., de mens die we kennen, zal reïncarneren? Nee, maar wel dat zijn goddelijke monade nog duizenden keren voor het einde van de grote cyclus in verschillende menselijke vormen zal worden gekleed, en elk daarvan is een nieuwe persoonlijkheid. Zoals een grote boom zich elke lente met nieuwe bladeren tooit, om ze tegen de herfst te zien verwelken en sterven, evenzo blijft de eeuwige monade tijdens de reeks kleinere cyclussen altijd dezelfde, maar verandert toch steeds en kleedt zich in elk leven in een nieuw gewaad. De knop die het ene jaar niet openging, zal het jaar daarna weer verschijnen; het blad dat zijn volheid bereikte en een natuurlijke dood stierf, kan nooit aan dezelfde boom opnieuw groeien. Toen we Isis schreven, werd ons niet toegestaan in bijzonderheden te treden; vandaar de vage algemeenheden. Er is ons gezegd dat we dit nu wel kunnen doen – en we doen zoals ons is opgedragen.

En zo schijnt het dat ‘twee en drie’ per slot van rekening samen precies ‘vier’ zijn, indien de ‘drie’ ten onrechte voor dat getal werd gehouden. En we hebben over gevallen gehoord waarbij dat wat algemeen als iets heel ‘zwarts’ werd beschouwd en veroordeeld – heel schokkend – plotseling opnieuw ‘wit’ werd, zodra er meer licht op kon schijnen. Misschien breekt ooit de dag aan dat zelfs de vaak verkeerd begrepen occultisten in zo’n licht zullen worden gezien. Vaut mieux tard que jamais!1

1. Vertaling: Beter laat dan nooit!

Intussen zullen we afwachten of C.C.M. ook passages uit dit antwoord in Light zal citeren.


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 2: 1882 – 1887, blz. 33-8
isbn 9789491433177, paperback, eerste druk 2016, bestel boek

© 2016 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag