Theosophical University Press Agency

Inhoudsopgave

Waarom lijden de dieren?

[‘Why do animals suffer?’, Lucifer, mei 1888, blz. 258-9; CW 9:286-8]

Vraag.: Ik houd van dieren. Hoe kan ik dieren die lijden beter helpen?

Antwoord: Echte onzelfzuchtige LIEFDE samen met die WENS is op zich al een kracht. Zij die van dieren houden, moeten die genegenheid op een betere manier tonen dan door hun huisdieren met linten te behangen en ze op een dierententoonstelling te laten blaffen en krabbelen.

Vr.: Waarom lijden de edelste dieren zoveel door toedoen van de mens? Ik hoef deze vraag niet verder toe te lichten. Steden zijn martelplaatsen voor dieren, die voor het doel of amusement van de mens op allerlei manieren worden gebruikt om er geld mee te verdienen! En dit zijn altijd de edelste dieren.

Antw.: In de sutra’s of aforismen van de karmapa, een sekte die een zijtak is van de grote gelugpa (geelkappen) sekte in Tibet, en waarvan de naam getuigt van zijn leringen – ‘de gelovigen in de doeltreffendheid van karma’, (handeling, of goede werken) – vraagt een upasaka aan zijn meester waarom het lot van de arme dieren de laatste tijd zo is veranderd? Vroeger werd een dier nooit gedood of onvriendelijk behandeld in de buurt van boeddhistische of andere tempels in China, terwijl ze nu worden geslacht en vrij verkocht op de markten van verschillende steden, enz. Het antwoord is veelzeggend:

. . . ‘Beschuldig niet de natuur van deze ongeëvenaarde onrechtvaardigheid. Zoek niet vergeefs naar karmische gevolgen om de wreedheid te verklaren, want de tenbrel chugnyi (oorzakelijke betrekking, nidana) zal u deze niet leren. De ongewenste komst van de peling (westerse buitenlander), van wie de drie wrede goden weigerden om voorzieningen te treffen om de zwakken en kleinen (dieren) te beschermen, is verantwoordelijk voor het onophoudelijke en hartverscheurende lijden van onze redeloze metgezellen.’ . . .

Dit is het antwoord in een notendop op de bovenstaande vraag. Het kan nuttig zijn, hoewel ook onaangenaam, voor sommige fanatieke gelovigen om te horen dat de schuld voor dit universele lijden geheel ligt bij onze westerse religie en opvoeding van jongs af aan. Elk oosters filosofisch stelsel, elke religie en stroming in de oudheid – de brahmaanse, Egyptische, Chinese en ten slotte, de zuiverste en edelste van alle bestaande ethische stelsels, het boeddhisme – benadrukt vriendelijkheid en de bescherming van elk levend wezen, van zoogdieren en vogels tot kruipende dieren, en zelfs het reptiel.

Onze westerse religie staat in haar isolement alleen, als een monument van het meest gigantische egoïsme van de mens dat ooit door een menselijk brein is ontwikkeld, zonder één woord ten gunste van of ter bescherming van het arme dier. Integendeel. De theologie legt de nadruk op een zin in het jehovistische hoofdstuk van ‘schepping’, en interpreteert deze als een bewijs dat dieren, en al het andere, voor de mens zijn gemaakt! Vandaar dat de jacht is uitgegroeid tot een van de edelste vormen van vermaak voor de rijken. Vandaar dat er in alle christelijke landen elk najaar als recreatie miljoenen arme, onschuldige vogels worden verwond, gemarteld en gedood. Vandaar ook de onvriendelijkheid, de vaak koelbloedige wreedheid, tijdens de dienstjaren van paard en rund, en de harteloze onverschilligheid voor zijn lot wanneer het door zijn leeftijd niet meer geschikt is om te werken, en de ondankbaarheid na jaren van hard werken voor en in dienst van de mens. In elk land waar Europeanen zich met de zaken gaan bemoeien, begint het afschieten van de dieren en hun nutteloze afslachting.

In een Chinese grensstad die besmet was door vrome Europese geestelijken en zendelingen, stelde een boeddhistische rechter de volgende vraag aan een man die ervan beschuldigd werd zijn zus te hebben vermoord: ‘Heeft de gevangene ooit voor zijn plezier dieren gedood?’ En toen het antwoord ja was, want de gevangene was in dienst geweest van een Russische kolonel, ‘een geweldige jager over wie de Heer kan beschikken’, had de rechter geen ander bewijs nodig, en de moordenaar werd ‘schuldig’ bevonden. Terecht, zoals uit zijn latere bekentenis bleek.

Is het christendom of zelfs de christelijke leek hiervoor verantwoordelijk? Geen van beide. Maar wel het verderfelijke theologische stelsel, vele eeuwen van theocratie, en het meedogenloze, steeds toenemende egoïsme in de westerse beschaafde landen. Wat kunnen we daaraan doen?


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 3: 1887 – 1889, blz. 381-3
isbn 9789491433191, paperback, eerste druk 2017, bestel boek

© 2017 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag