Theosophical University Press Agency

pagina achteruit Inhoudsopgave pagina vooruit

Psychologie van het oude Egypte

[‘Psychologie de l’Égypte ancienne’, Le lotus, juli 1888, blz. 202-6; CW 10:48-54]

In nr. 14 van Le lotus (mei 1888, blz. 105) staat een artikel van Franz Lambert, vertaald uit de Sphinx, met de volgende passage, een transcriptie van een tablet dat de aankomst van de overledene weergeeft:

Hier zien we de overledene werken op de Elysese velden; hij zaait en hij oogst. De tarwe is daar 7 ellen hoog, de korenaar 3, en het stro 4. Van de oogst reserveert hij een deel voor het offer aan Hapi, de god van de overvloed, enz.

Ik heb de fouten gecursiveerd, en wel om deze reden: in het Dodenboek drukt de overledene zich als volgt uit:

Ik ken dit veld van Aaru met een ijzeren omheining; de tarwe is er zeven ellen hoog, de korenaar is drie ellen, zijn stengel vier, enz.1

1. Paul Pierret, Le livre des morts, 1882, 109:4-5.

Hapi is niet de god van de overvloed. Als hij voorkomt in een ceremonie waarin de mummie de hoofdrol speelt, is hij een van de geleidegeesten van de overledene. Hapi verpersoonlijkt het aardse water, of de Nijl in zijn oorspronkelijke aspect, zoals Nun de hemelse wateren verpersoonlijkt. Hij is een van de ‘zeven verlichten’1 die de Osiris-zon begeleiden. In het Dodenboek staat:

1. De zeven planeetgeesten.

De zeven verlichten zijn Amset, Hapi, Tiaumautef, Kebhsennouf, Maa-tef-f, Ker-bek-f, Har-khent-an-mer-ti; Anubis wees hen aan als beschermers van de sarcofaag van Osiris [de zon tijdens de zonsverduistering en ’s nachts].1

1. Pierret, Op.cit., 17:38-9.

Hapi is, evenals Amset die aan hem voorafgaat, een geleidegeest (Mercurius), die van de Osiris-zon zeven geschenken ontvangt, misschien wel omdat Mercurius zeven keer zoveel licht van de zon ontvangt als de aarde.

In de hemelse hiërarchie van de aartsengelen van de tegenwoordigheid, of ‘de zeven ogen van de Heer’, komen Hapi en Amset overeen met Gabriël, de boodschapper, en Michaël, de beschermheer van alle baaien en kapen, die beiden evenals Hapi het aardse water verpersoonlijken. Sommige van onze vrome vrienden zullen hiertegen luid protesteren. Ze zullen zeggen: Gabriël en Michaël zijn geen goden die de ziel begeleiden; laatstgenoemde is de Archistrategus, de opperbevelhebber van het leger van de Heer, de overwinnaar van de Draak-Satan, de Victor diaboli, terwijl Gabriël de ‘Fortitudo Dei’ is en zijn boodschapper. Precies. Ik zal er nog aan toevoegen dat Michaël de Quis ut Deus1 is, als dat hen gelukkig maakt. Dat neemt niet weg dat ze om de beurt beiden onze Egyptische Hapi en Amset zijn. Omdat deze Hapi, dit ‘Oog van de Zon’, zijn vlam, de belangrijkste ‘van de goddelijke leiders’ is, die samen met zes anderen de Osiris-zon vergezelt ‘om de zielen van zijn vijanden te laten branden’2 en die de grote vijand, de schaduw van Typhon-Seth, doodt; met andere woorden, de draak. De katholieke kerk noemt deze zevenvoudige φυλακίτης, waakzame beschermer, want dat is precies zijn naam in het Dodenboek, want de ‘zeven verlichten’ zijn de bewakers van de sarcofaag van Osiris. Kijk maar in markies De Mirville’s Mémoire à l'Académie, waarin hij daarover uitweidt.

1. Vertaling: ‘Iemand zoals God’ – de letterlijke betekenis van de naam Michaël.
2. Dodenboek (Pierret), 17:37.

Maar het gaat hier helemaal niet om Amset of Hapi, en we kunnen Gabriël en Michaël even op hun respectieve planeten achterlaten. De echte vraag betreft de interessante aantekeningen van Charles Barlet. Hij vestigt de aandacht van de lezer op ‘de talloze overeenkomsten’ met de leringen van de theosofen, die in bovengenoemd artikel worden aangereikt. Hij geeft enkele voorbeelden, maar gaat voorbij aan een van de meest opmerkelijke. Ik doel op de verzen over de overledene op het veld van Aaru, geciteerd uit het Dodenboek. Dat hoofdstuk is de duidelijkste bevestiging van de zeven beginselen van de mens die in de esoterische religie van het oude Egypte te vinden is.

De lezer wordt gewaarschuwd om deze analogieën of overeenkomsten tussen de twee stelsels, het esoterische en het exoterische, niet in de vertalingen van onze oriëntalisten te zoeken. Deze heren zijn namelijk gewend om in hun interpretaties meer fantasie dan waarheid op te nemen. Laten we ons liever wenden tot de kabbala. Het zevenvoudige stelsel daarvan levert ons de volgende tabel:

De zeven werelden of gebieden van de zichtbare kosmos

1ste wereld *** Ararita אראריתא Asher’ Ehjeh אשראהיה *** *** De 7 letters van de goddelijke naam
2de wereld Zadkiël Uriël Samaël Rafaël Haniël Gabriël Michaël De 7 engelen van de tegenwoordigheid
3de wereld Saturnus Jupiter Mars Zon Venus Mercurius Maan De 7 planeten

De rest is niet van belang. Ik geef alleen de eerste drie werelden met hun engelen en hun planeten die overeenkomen met de zeven goddelijke letters. De namen van de engelen zijn, afgezien van de eerste twee, plaatsvervangers; ze zijn bovendien onderling verwisselbaar en met die van de planeten. Alleen Gabriël is trouw gebleven aan zijn Mercurius, hoewel de kerk, om bekende redenen,1 tegenwoordig als planeet van Gabriël Jupiter noemt. Michaël balanceert tussen de zon en de maan. Maar omdat deze twee planeten in de Egyptische esoterie de ogen van de Heer waren – de zon was overdag het oog van Osiris en de maan was ’s nachts het oog van Osiris – zijn ze onderling verwisselbaar.

1. Het kleine schandaal dat in de 8ste eeuw werd teweeggebracht door de priester-tovenaar Aldebert, die die arme Uriël in opspraak bracht.

Als we hiervan uitgaan, zal de rest gemakkelijk te begrijpen zijn. Het veld van Aaru is devachan. De tarwe die door de overledene wordt gezaaid en geoogst, en die zeven ellen hoog is, vertegenwoordigt het karma dat door de zeven beginselen van de dode tijdens zijn leven is gezaaid en geoogst. De korenaar van drie ellen is de bovenste triade (atman, buddhi en het aroma van manas), of de bovenste driehoek.1

1. Lezers die met aandacht de in Le lotus gegeven leringen hebben gevolgd, zullen al deze dingen en wat nog volgt, gemakkelijk begrijpen; anderen kunnen we slechts adviseren om Le lotus vanaf het begin te lezen (redacteur Le lotus).

De vier ellen (de stengel of het stro) zijn de vier lagere beginselen (kamarupa, het astrale lichaam, de levenskracht, de levende mens), vertegenwoordigd door het vierkant.

Want de mens is in geometrische symbolen altijd als volgt weergegeven:

In Egypte was het de symbolische tau, het ansatakruis:

Dit is een weergave van de mens. De cirkel of lus die boven de tau is geplaatst, is een menselijk hoofd. Het is de in de ruimte gekruisigde mens van Plato, of de Vitoba van de hindoes (zie Edward Moor, Hindoo Pantheon). In het Hebreeuws is het woord voor mens anosh, en zoals Seyffarth zegt:

‘Het vertegenwoordigt, zoals ik nu geloof, de schedel met de hersenen, de zetel van de ziel, en met de zenuwen die zich uitstrekken naar de wervelkolom, de rug, en de ogen of oren. Want de steen van Tanis vertaalt het herhaaldelijk met anthropos (mens), en ditzelfde woord is (als het Egyptisch alfabetisch wordt geschreven) ank. Daarom hebben we de koptische ank, vita, eigenlijk anima, wat overeenkomt met de Hebreeuwse אנוש, anosh, wat in feite anima betekent. Deze אנוש is het stamwoord אנוך van אנכי (het persoonlijk voornaamwoord ik). Het Egyptische anki betekent mijn ziel.’

Het is interessant dat dit Hebreeuwse equivalent, anosh, voor ‘de mens’, door Seyffarth numeriek1 wordt gelezen als 365-1, waarvan de betekenis zou kunnen zijn 365 + 1 = 366, of 365 – 1 = 364, of de periode van het zonnejaar, waarmee vaag een sterrenkundig verband wordt aangeduid.2

1. We herinneren onze lezers eraan dat men in de kabbala rekening moet houden met de numerieke waarde van de letters: ש of sh is gelijk aan 3, en ו of o is gelijk aan 6, enz.
We vragen de kabbalisten om ons deze nogal naïeve opmerking niet kwalijk te nemen, maar we doen ons best om het aan lezers, voor wie deze dingen nieuw zijn, duidelijk te maken (redacteur Le lotus).
2. J.R. Skinner, The Source of Measures, 1875, blz. 53.

We zien dus dat het zonnejaar, of beter gezegd het aantal van zijn dagen, blijkt te corresponderen met de zevenvoudige mens, of twee keer zevenvoudig, want we hebben de spirituele mens van de zeven beginselen of etherische gebieden, en de fysieke mens van wie de indeling dezelfde is. Samen 14, en dit komt overeen met drie cijfers 3, 6, 5 = 14. Laten we eens kijken of het nachtelijke oog van Osiris, de maan of het symbool van de Hebreeuwse Jehovah, daarmee overeenkomt. In een ongepubliceerd en zeer kabbalistisch manuscript [van J.R. Skinner] wordt gezegd:

De Ouden hebben altijd een mysterieus gebruik gemaakt van de getallen 3 en 4, die samen het getal 7 vormen. Een van de belangrijkste eigenschappen van dit zo onderverdeelde getal is dat, als we 206121 vermenigvuldigen met 43, het product ons een basis geeft voor de bepaling van de gemiddelde omlooptijd van de maan, en als we het product nog eens vermenigvuldigen met 43 krijgen we een basis om de exacte periode van het gemiddelde zonnejaar te vinden.

1. Dit aantal is de teller van 206126561, dat het getal π benadert, de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel (redacteur Le lotus).

Bekijk het esoterische ansatakruis van de Egyptenaren nauwkeurig. Het kruis is de opengevouwen kubus waarvan de zes vlakken ons het zevenvoud geven, want er zijn 4 vlakken op de verticale lijn en 3 op de horizontale; samen 7, waarbij het middelste vlak tot beide lijnen behoort. De 4 en de 3 zijn de meest esoterische getallen, omdat 7 het getal van het leven is, het getal van de natuur zelf, zoals gemakkelijk is te bewijzen door te verwijzen naar het planten- en het dierenrijk. 3 is geest; 4 stof. Maar in het genoemde symbool dat zuiver fallisch is, omdat het de levende en zevenvoudige mens vertegenwoordigt, komt de 4 overeen met de mannelijke lijn; Het is in feite de tetragrammaton, de tetraktis op het lagere gebied, ‘de hemelse mens’ of Adam-Kadmon, de man-vrouw (d.w.z. Jah-vah of Jehovah); of ook chokhmah en binah (wijsheid en intelligentie, de goddelijke hermafrodiet), op ons kosmische en aardse gebied. De horizontale lijn met de drie vlakken van de kubus is het vrouwelijke beginsel. Het is de Jehovah-Eva van de pre-adamitische mensheid, die zich, evenals Brahma-Vach, scheidt in twee geslachten. Deze Eva die de Sophia of de Heilige Geest1 van de gnostici was, schonk het leven aan Kaïn-Abel, het mannelijke en het vrouwelijke op aarde van de stam van Adam. (Zie mijn opmerkingen over Kaïn en Abel in De geheime leer.)

1. Zie het apocriefe (?) Evangelie van de Hebreeën, waarin de schrijver Jezus laat zeggen: ‘Mijn Moeder, de Heilige Geest, nam me bij een haar van mijn hoofd en bracht me naar de berg Thabor.’ Ik vertaal het origineel.

Eenmaal in de andere wereld scheiden de beginselen van de overledene zich als volgt: (1) het levensbeginsel verlaat het lichaam; (2) het lichaam valt uiteen; de astrale geest verdampt met het laatste fysieke atoom. Van het lagere viertal blijft het kamarupa, d.w.z. de périsprit van het menselijke dier, over. Wat de hogere triade betreft, deze verlaat het lagere viertal; de geest met zijn voertuig, de goddelijke ziel, en het spirituele aroma van manas, bevinden zich – verenigd in de eenheid van het onsterfelijke ego – in de gelukzalige toestand van devachan. De périsprit (dierlijke ziel) bewaart van het lagere deel van manas (menselijke ziel) net genoeg instinct om mediums te kunnen opsporen en ze te vampiriseren. Zijn lot is om na verloop van tijd uiteen te vallen. Tot die tijd leeft hij alleen van het leven en de intelligentie van de levenden (mediums en gelovigen) die zwak genoeg zijn om zich door hem te laten beheersen; het betreft dus maar een armzalig geleend leven.

En dit wordt bedoeld met de 3 ellen van de korenaar en de 4 ellen van de stengel van de tarwe die groeit op het veld van Aaru.

H.P. Blavatsky


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 3: 1887 – 1889, blz. 415-21
isbn 9789491433191, paperback, eerste druk 2017, bestel boek

© 2017 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag