Bron van het occultisme / G. de Purucker

Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid
gebaseerd op
De Geheime Leer van H.P. Blavatsky

geredigeerd door Grace F. Knoche

isbn 9070328720, gebonden, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever
iets worden overgenomen.

© 2006   Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

 

   
      Inhoudsopgave     

 

De macht van geluid


In de Tibetaans boeddhistische mantra, Om mani padme hum – Om, het juweel in de lotus – is de lotusbloem de mens, de ziel, en ook de hele constitutie van de mens; nauwkeuriger gezegd, zijn aurische ei met zijn verschillende lagen substantie, die alle met elkaar zijn verbonden zoals de gesloten bloemblaadjes van de lotusbloem. Het juweel in de lotus is het diamanten hart, de vajradhara, zoals de ingewijde in vroegere tijden werd genoemd – een mystieke term die uitdrukking geeft aan de werking van de innerlijke god, de goddelijke straal of vlam, die degene door wie hij straalt, verlicht, verheerlijkt en bezielt.

Het is geen wonder dat Tibetanen van alle klassen, hetzij quasi-ingewijden of eenvoudig de grote meerderheid van gewone mensen, deze invocatie in hoge ere houden en haar reciteren met een spiritueel verlangen dat in de aspirerende ziel opkomt. Het is een manier om te zeggen wat HPB als volgt formuleert: ‘Ik ben in u en u bent in mij.’ Wanneer het zo wordt uitgesproken dat men begrijpt wat het betekent en hart en geest altijd vurig verlangen naar vereniging met het goddelijke in ons, dan heeft het een krachtige invloed doordat het de kanalen van het denken zuivert en onze aspiraties voortdurend levend houdt.

Wat de uitspraak en de betekenis van deze mystieke lettergreep OM ओम् of AUM औम् betreft: beide schrijfwijzen van dit woord in Europese letters zijn goed en de betekenis is praktisch gelijk. De uitspraak is echter niet dezelfde. OM wordt als O-M uitgesproken, maar AUM als A-U-M, waarbij de twee klinkers afzonderlijk hoorbaar zijn, en in beide gevallen moet de M in de schedel vibreren. De sektarische, hedendaagse brahmaanse gelovige zal zeggen dat AUM een zinnebeeld is voor de drie personen van de hindoetriade Brahma, Vishnu, en Siva; maar dat is een armzalige poging om iets van diepere aard te verklaren op een manier die we theologisch zouden kunnen noemen. A-U-M – de spelling, uitspraak en de klank – is de hogere vorm van het woord, en is misschien het doeltreffendst als men weet hoe het op de juiste manier te verklanken; OM is de eenvoudigste van de twee, en in het begin even doeltreffend.

De klinker O, of de glijdende tweeklank A-U, hebben in combinatie met de klank van de M in de schedel een bijzonder sterke uitwerking op de menselijke aura; en als de aspiratie sterk is, en het hart zich met eerbied en liefde verheft, en het denken zelf verbonden is met de zon, kan de invloed van het ‘laten klinken van het woord’ heel groot zijn. Het brengt rust en zuivert de hele sfeer van het aurische ei, zodat de verschillende trillingsperioden in afzonderlijke gedeelten van het aurische ei worden teruggebracht tot één harmonie. Dan verloopt het binnenvloeien vanuit de innerlijke god gemakkelijk; en op die momenten kan een mens werkelijke inspiratie van de godheid ontvangen.

De joden hadden ook een woord van soortgelijke aard, dat op bijna dezelfde manier door hun ingewijden werd gebruikt, en dat was ’amen – het bekende amen.

Belangrijker dan de juiste uitspraak is het laten klinken van het woord. Dat kan inderdaad wonderen doen verrichten als het goed gebeurt: de juiste uitspraak, gecombineerd met de juiste resonerende verklanking door iemand die weet, verricht wonderen. De fysieke klank van dit heilige woord wordt bij het beoefenen van de praktische magie uitsluitend gebruikt om de atomen tot rust te brengen, voorzover die klank dit kan doen. Zoals ik al heb gezegd, is de kracht van het woord heel groot wanneer het wordt uitgesproken door iemand die weet hoe hij dat moet doen en de betekenis daarvan begrijpt; het kalmeert en brengt rust in het hele aurische omhulsel, en maakt het opstijgen van de ziel naar de geest en weer terug naar het menselijk bewustzijn veel gemakkelijker.

Laten we echter goed in gedachten houden dat niet het zinloos herhalen van woorden iemand goed zal doen. Het opdreunen van gebeden zou hetzelfde effect hebben. Het zingen van hymnen en het zingen van gezangen en het mompelen van mantra’s zijn op zichzelf allemaal nutteloos. Wat belangrijk is, is weten, en met kennis te handelen.

Voor iemand die weet, is geluid misschien de belangrijkste factor in de kosmische werkingen. Zoals HPB in haar Geheime Leer (1:509) heeft geschreven, de ‘magie van de oude priesters bestond in die tijden uit het toespreken van hun goden in hun eigen taal. . . . geluid is het krachtigste en doeltreffendste magische agens, en de eerste sleutel die de verbindingsdeur opent tussen sterfelijken en onsterfelijken.’ Zo is het. We moeten de taal van de goden leren spreken vóór we ons met hen kunnen onderhouden; we moeten leren de elementale wezens te beheersen vóór we ze volledig onder controle hebben. We moeten leren het hart van onze medemensen te bereiken vóór we ze ooit kunnen helpen. En dit spreken van de taal die wordt begrepen, gebeurt vooral door middel van geluid, het grootse magische instrument in het heelal. Want al wat bestaat, groot en klein, zichtbaar en onzichtbaar, zingt een levenslied, en dat is zijn vitale grondtoon; en als men die grondtoon kan aanslaan, heeft men er meesterschap over.

Maar laten we oppassen voor zwarte magie en niet de individualiteit of het lot van iemand anders dan onszelf treffen. De magische kracht van geluid is algemeen bekend. Politieke redenaars, predikers in de kerken, slepen hart en geest van het grote publiek mee, en doen dat niet noodzakelijkerwijs met woorden, hoewel soms in hoge mate met woorden, maar door geluid en intonatie.

Zij echter die onderricht geven in de Wet, de dharma, gebruiken de wijsheid en kennis die in hun handen zijn gelegd als een heilig pand. Meer door geluid dan door woorden bereiken de boodschappen van waarheid en wijsheid ons bewustzijn, via de scheuren en spleten in het pantser van het persoonlijke zelf dat de ziel omsluit.

Ik wil hieraan toevoegen dat de leden van de Broederschap voortdurend werken als een beschermmuur, die de mens behoedt en beschermt tegen kosmische en aardse gevaren. Deze Groten doen dat door deze gevaren van ons weg te ‘zingen’ via het akasa – door middel van geluid. Begrijp deze woorden alstublieft niet verkeerd en stel u niet een rij grote Leraren voor die, gekleed in witte gewaden, de mond openen en beginnen te brullen, gillen en schreeuwen, zoals wij mensen soms doen en wat we zingen noemen! Het zingen kan voor onze oren volkomen geluidloos zijn, maar het is een lied, een lied waar de mystici over spraken, dat het kwaad wegtovert; en wegtoveren betekent hier het door zingen, door klank en geluid te verdrijven.

Wat zijn die gevaren? Laten we geen ogenblik denken dat die alleen stoffelijk zijn. Nee, ze zijn van velerlei aard: spiritueel, verstandelijk, psychisch, astraal en fysiek. Het zijn kosmische gevaren die onze aarde van buitenaf bereiken, van andere planeten van het zonnestelsel, en van dode planeten, in het bijzonder onze maan, en van de zogeheten achtste sfeer of de planeet van de dood. Er zijn rivieren van levens voortdurend in beweging langs de circulaties in het zonnestelsel, die evenveel bestaansrecht hebben als wij; maar die ons vijandig zijn in ons huidige evolutiestadium, of op zijn minst gevaarlijk, en die, als ze onze aardse atmosfeer konden binnendringen en ons konden treffen, de mensheid in één nacht zouden wegvagen. Geen enkel mens zou op aarde nog leven als de ochtend aanbrak

Wij mensen zijn pelgrims; we zijn niet voor altijd en eeuwig aan onze bol geketend, evenmin als aan onze planeetketen. We zijn hier doorgaande reizigers, al is ons verblijf naar menselijke maatstaven gemeten van buitengewoon lange duur. Daarom treden er gevaren op, zelfs in deze planeetketen, en dus ook op bol D, die in hoge mate schadelijk zouden kunnen zijn voor het welzijn van de mens, als ze de kans kregen ons te treffen zonder een of ander schild of bescherming. Dat zijn de aardse risico’s, en die zijn van allerlei aard en ze bestaan op alle gebieden.

Overigens, een van de grootste gevaren waarmee wij mensen in deze tijd worden geconfronteerd, is de psychische manie die zich over de wereld verbreidt en die onze geest in verwarring brengt en ons afhoudt van spirituele gedachten, van spiritualiteit. Dat is een psychisch risico vol verschrikkelijke gevaren juist omdat het de menselijke ziel op een dwaalspoor kan leiden.

Maar laten we altijd in gedachten houden dat we worden beschermd door gezang, door geluid, hoewel de machtigste geluiden die zijn die we niet kunnen horen. De geluiden die het menselijk oor kan opvangen, zijn door de huidige onvolmaaktheid ervan maar een klein deel van de trillingsoctaven. Verreweg het grootste deel wordt gevormd door het onhoorbare geluid. De muziek der sferen, bijvoorbeeld, is zo overweldigend dat onze oren het niet kunnen opvangen. Elk atoom, zelfs het kleinste, zingt zijn grondtoon terwijl het leeft. Het groeit op die manier door geluid dat voor ons onhoorbaar is; en door middel van geluid dat door zijn omvang voor ons onhoorbaar is, volgen de planeten en de zonnen hun bestemming, weven ze hun levensweb en groeien zo tot grootsere dingen.

Geluid is een vorm van straling. Straling is slechts een vorm van geluid. Het waren geen ijdele woorden toen sommige oude Europese volkeren ons zeiden dat hun oude magiërs de stormen wegzongen, ziekten wegzongen, mensen lichamelijk en spiritueel gezond zongen, mensen naar goedheid en wijsheid zongen.

 


Bron van het occultisme, blz. 750-3

© 2006  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag