De twaalf fohatische magnetismen
De aarde herhaalt de algemene structuur, krachten
en substanties van het zonnestelsel waartoe ze behoort; en op overeenkomstige
wijze die van de dierenriem, en op een nog grotere schaal die van het
melkwegstelsel. Er zijn dus in feite twaalf verschillende fohatische
of spiritueel-magnetische krachten die door de aarde werken, en elk
van de twaalf bollen van onze planeetketen aarde is het brandpunt van
een van de twaalf magnetische polen, zowel van het zonnestelsel als
van de dierenriem.
De tekens van de dierenriem
zijn symbolen die uit de grijze oudheid tot ons zijn gekomen; en in
veel delen van de wereld, zoals Rome, Griekenland, Babylon, Egypte en
Hindoestan, zijn de namen van deze tekens, die ook aan de huizen zijn
gegeven, dezelfde; in andere delen van de wereld, zoals in China, verschillen
de namen van de huizen volledig van die welke tegenwoordig in gebruik
zijn in Europa en Amerika. Hoewel de tekens dezelfde naam hebben als
de sterrenbeelden of huizen van de dierenriem, en hun volgorde gelijk
is, zijn de tekens niet hetzelfde als de huizen.
Wat is dan het verschil
tussen de tekens en de huizen van de dierenriem? De tekens zijn de weerspiegeling
op en in onze aarde van de twaalf sterrenbeelden of huizen van de hemelzodiak.
Met andere woorden, de twaalf hemelhuizen weerspiegelen zich in en op
onze aarde, waarbij elke fohatische magnetische emanatie van de dierenriem
zijn overeenkomstige fohatische magnetische effect of weerspiegeling
in onze aarde teweegbrengt. Het gevolg hiervan is dat onze aardbol in
feite elektromagnetisch wordt beheerst door twaalf polen, d.w.z. zes
fundamentele magnetismen, die elk tweepolig zijn.
De tekens van
de dierenriem hebben daarom alleen op onze aarde betrekking; maar het
is natuurlijk wel zo dat deze zelfde twaalf polaire magnetismen, die
in de andere planeten tot uitdrukking komen, zoals ze dat ook in onze
eigen planeet doen, door die andere planeten van het zonnestelsel even
sterk worden gevoeld. Vanuit een ander gezichtspunt wordt duidelijk
dat de tekens van de dierenriem kunnen worden beschouwd als de twaalf
invloedssferen of rijken die onze aardbol doordringen en omringen, en
dus beheersen. Hoewel deze invloedssferen – als bepaalde delen
van onze aarde en haar atmosfeer – onzichtbaar en ontastbaar zijn,
behouden ze geografisch als het ware hun plaats, en zijn dus segmenten
van de dierenriem van de aard-sfeer.
Het is gebruikelijk dat
men begint met het teken Ram (Aries) bij de lentenachtevening, omstreeks
20 maart, zodat het teken Ram, omdat het 30° lang is en elke graad
vrij nauwkeurig overeenkomt met een dag van 24 uur, van 20 maart tot
ongeveer 20 april duurt. De volgende dag is het begin van het teken
Stier (Taurus), dat duurt tot 20 mei; en zo het jaar door tot de laatste
graad van Vissen (Pisces) in maart wordt bereikt. In dit verband wil
ik opmerken dat de precessie van de equinoxen niet uitsluitend wordt
teweeggebracht overeenkomstig de verklaring van de huidige astronomie,
maar in de eerste plaats door de twaalf fohatische magnetismen van de
sterrenbeelden van de hemelzodiak. Daardoor schuiven de tekens vooruit
– in ‘precessie’ – door de hemelzodiak met een
snelheid van ongeveer één teken per 2160 jaar. En 2160
x 12 is 25.920 jaar: dat is een van de grote jaren van de archaïsche
astrologie-astronomie. Elk van deze perioden van 2160 jaar wordt in
de theosofische literatuur een messiaanse cyclus genoemd.
Het hier afgebeelde diagram
dat de overeenkomsten van de bollen van onze planeetketen met de tekens
van de dierenriem aangeeft, laat zien hoe elke bol onder de individuele
invloed staat van één van de sterrenbeelden. Anders gezegd,
elk van de twaalf bollen van onze aardketen is een brandpunt van de
bijzondere fohatische emanatie die stroomt uit het sterrenbeeld van
de hemelzodiak waarmee de bol de nauwste magnetische verwantschap heeft;
niettemin werken alle twaalf sterrenbeelden in en door elk van de bollen
van de keten.

De bewegingen in ons zonnestelsel
zijn zo talrijk (niet alleen de zon, maar ook iedere planeet, heeft
als een individueel wezen zijn eigen bewegingen), dat het een hopeloze
taak zou zijn te proberen ze alle tot in details te verklaren. Uiteindelijk
zijn al deze verschillende zonne- of planeetbewegingen rechtstreeks
terug te voeren tot twee hoofdoorzaken: (a) krachten van psychospirituele
aard, ingeboren in het individuele of hemellichaam zelf, en (b) de voortdurende
en ononderbroken invloed van de twaalf fohatische magnetismen van de
sterrenbeelden van de dierenriem. Een van de interessantste van deze
bewegingen is wat astronomen de draaiing van de apsidenlijn van de respectieve
planeetbanen* noemen. In het geval van de aardbaan veroorzaakt dit een
zeer langzame eeuwen durende verandering of reeks van veranderingen
in de manier waarop de twaalfvoudige magnetismen van de sterrenbeelden
onze planeet beïnvloeden, waarmee een andere maar soortgelijke
verandering moet worden gecombineerd, die wordt veroorzaakt door de
precessie van de equinoxen in een richting tegengesteld aan die van
de apsidenlijn. Er is een derde belangrijke beweging, de omkering van
de polen van de aarde, die zelfs veel en veel langer duurt dan die van
de omloop van de apsidenlijn.
*De uiteinden van de apsidenlijn (de grote as) van de
aardbaan, bijvoorbeeld, zijn volgens de astronomie gericht op twee sterrenbeelden
van de hemelzodiak, Boogschutter (Sagittarius) en Tweelingen (Gemini),
en deze lijn beweegt zich gestaag en langzaam oostwaarts, met zo’n
snelheid dat naar schatting in 108.000 jaar een volledige rondgang wordt
gemaakt. Natuurlijk voltrekt de rondgang van de apsidenlijn van elke
andere planeet zich in een eigen tijdsperiode.
Al deze verschillende bewegingen,
van hetzij onze aarde of een andere planeet, of de zon zelf, zijn ongetwijfeld
enigszins mechanisch van aard, omdat het bewegingen van lichamen zijn;
niettemin is in en achter alle de regelende en leidende kracht aanwezig
van verheven spirituele intelligenties. Juist deze inwerking van de
geest op de stof van het zonnestelsel brengt de schoonheid en regelmaat,
de wet en orde, voort die in elk tijdperk de eerbied van de mensen hebben
gewekt.
Op deze manier draagt de
aarde in haar bewegingen de tekens van de dierenriem, die delen van
haarzelf zijn, met zich mee; door de twaalf fohatische magnetismen van
de hemelzodiak ontstaat zo de verschuiving van de tekens ten opzichte
en tegen de achtergrond van de sterrenbeelden, wat niet alleen de precessie
van de equinoxen voortbrengt, maar ook andere bewegingen van de aardas.
Deze andere bewegingen veroorzaken de uitzonderlijke catastrofale gebeurtenissen,
die het begin en het einde markeren van wortelrassen en ook van hun
belangrijkste onderrassen.
Bron
van het Occultisme, blz. 153-6
© 2006 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag