Bron van het occultisme / G. de Purucker

Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid
gebaseerd op
De Geheime Leer van H.P. Blavatsky

geredigeerd door Grace F. Knoche

isbn 9070328720, gebonden, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever
iets worden overgenomen.

© 2006   Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

 

   
      Inhoudsopgave     

 

De twaalf fohatische magnetismen


De aarde herhaalt de algemene structuur, krachten en substanties van het zonnestelsel waartoe ze behoort; en op overeenkomstige wijze die van de dierenriem, en op een nog grotere schaal die van het melkwegstelsel. Er zijn dus in feite twaalf verschillende fohatische of spiritueel-magnetische krachten die door de aarde werken, en elk van de twaalf bollen van onze planeetketen aarde is het brandpunt van een van de twaalf magnetische polen, zowel van het zonnestelsel als van de dierenriem.

De tekens van de dierenriem zijn symbolen die uit de grijze oudheid tot ons zijn gekomen; en in veel delen van de wereld, zoals Rome, Griekenland, Babylon, Egypte en Hindoestan, zijn de namen van deze tekens, die ook aan de huizen zijn gegeven, dezelfde; in andere delen van de wereld, zoals in China, verschillen de namen van de huizen volledig van die welke tegenwoordig in gebruik zijn in Europa en Amerika. Hoewel de tekens dezelfde naam hebben als de sterrenbeelden of huizen van de dierenriem, en hun volgorde gelijk is, zijn de tekens niet hetzelfde als de huizen.

Wat is dan het verschil tussen de tekens en de huizen van de dierenriem? De tekens zijn de weerspiegeling op en in onze aarde van de twaalf sterrenbeelden of huizen van de hemelzodiak. Met andere woorden, de twaalf hemelhuizen weerspiegelen zich in en op onze aarde, waarbij elke fohatische magnetische emanatie van de dierenriem zijn overeenkomstige fohatische magnetische effect of weerspiegeling in onze aarde teweegbrengt. Het gevolg hiervan is dat onze aardbol in feite elektromagnetisch wordt beheerst door twaalf polen, d.w.z. zes fundamentele magnetismen, die elk tweepolig zijn.

De tekens van de dierenriem hebben daarom alleen op onze aarde betrekking; maar het is natuurlijk wel zo dat deze zelfde twaalf polaire magnetismen, die in de andere planeten tot uitdrukking komen, zoals ze dat ook in onze eigen planeet doen, door die andere planeten van het zonnestelsel even sterk worden gevoeld. Vanuit een ander gezichtspunt wordt duidelijk dat de tekens van de dierenriem kunnen worden beschouwd als de twaalf invloedssferen of rijken die onze aardbol doordringen en omringen, en dus beheersen. Hoewel deze invloedssferen – als bepaalde delen van onze aarde en haar atmosfeer – onzichtbaar en ontastbaar zijn, behouden ze geografisch als het ware hun plaats, en zijn dus segmenten van de dierenriem van de aard-sfeer.

Het is gebruikelijk dat men begint met het teken Ram (Aries) bij de lentenachtevening, omstreeks 20 maart, zodat het teken Ram, omdat het 30° lang is en elke graad vrij nauwkeurig overeenkomt met een dag van 24 uur, van 20 maart tot ongeveer 20 april duurt. De volgende dag is het begin van het teken Stier (Taurus), dat duurt tot 20 mei; en zo het jaar door tot de laatste graad van Vissen (Pisces) in maart wordt bereikt. In dit verband wil ik opmerken dat de precessie van de equinoxen niet uitsluitend wordt teweeggebracht overeenkomstig de verklaring van de huidige astronomie, maar in de eerste plaats door de twaalf fohatische magnetismen van de sterrenbeelden van de hemelzodiak. Daardoor schuiven de tekens vooruit – in ‘precessie’ – door de hemelzodiak met een snelheid van ongeveer één teken per 2160 jaar. En 2160 x 12 is 25.920 jaar: dat is een van de grote jaren van de archaïsche astrologie-astronomie. Elk van deze perioden van 2160 jaar wordt in de theosofische literatuur een messiaanse cyclus genoemd.

Het hier afgebeelde diagram dat de overeenkomsten van de bollen van onze planeetketen met de tekens van de dierenriem aangeeft, laat zien hoe elke bol onder de individuele invloed staat van één van de sterrenbeelden. Anders gezegd, elk van de twaalf bollen van onze aardketen is een brandpunt van de bijzondere fohatische emanatie die stroomt uit het sterrenbeeld van de hemelzodiak waarmee de bol de nauwste magnetische verwantschap heeft; niettemin werken alle twaalf sterrenbeelden in en door elk van de bollen van de keten.

De bewegingen in ons zonnestelsel zijn zo talrijk (niet alleen de zon, maar ook iedere planeet, heeft als een individueel wezen zijn eigen bewegingen), dat het een hopeloze taak zou zijn te proberen ze alle tot in details te verklaren. Uiteindelijk zijn al deze verschillende zonne- of planeetbewegingen rechtstreeks terug te voeren tot twee hoofdoorzaken: (a) krachten van psychospirituele aard, ingeboren in het individuele of hemellichaam zelf, en (b) de voortdurende en ononderbroken invloed van de twaalf fohatische magnetismen van de sterrenbeelden van de dierenriem. Een van de interessantste van deze bewegingen is wat astronomen de draaiing van de apsidenlijn van de respectieve planeetbanen* noemen. In het geval van de aardbaan veroorzaakt dit een zeer langzame eeuwen durende verandering of reeks van veranderingen in de manier waarop de twaalfvoudige magnetismen van de sterrenbeelden onze planeet beïnvloeden, waarmee een andere maar soortgelijke verandering moet worden gecombineerd, die wordt veroorzaakt door de precessie van de equinoxen in een richting tegengesteld aan die van de apsidenlijn. Er is een derde belangrijke beweging, de omkering van de polen van de aarde, die zelfs veel en veel langer duurt dan die van de omloop van de apsidenlijn.

*De uiteinden van de apsidenlijn (de grote as) van de aardbaan, bijvoorbeeld, zijn volgens de astronomie gericht op twee sterrenbeelden van de hemelzodiak, Boogschutter (Sagittarius) en Tweelingen (Gemini), en deze lijn beweegt zich gestaag en langzaam oostwaarts, met zo’n snelheid dat naar schatting in 108.000 jaar een volledige rondgang wordt gemaakt. Natuurlijk voltrekt de rondgang van de apsidenlijn van elke andere planeet zich in een eigen tijdsperiode.

Al deze verschillende bewegingen, van hetzij onze aarde of een andere planeet, of de zon zelf, zijn ongetwijfeld enigszins mechanisch van aard, omdat het bewegingen van lichamen zijn; niettemin is in en achter alle de regelende en leidende kracht aanwezig van verheven spirituele intelligenties. Juist deze inwerking van de geest op de stof van het zonnestelsel brengt de schoonheid en regelmaat, de wet en orde, voort die in elk tijdperk de eerbied van de mensen hebben gewekt.

Op deze manier draagt de aarde in haar bewegingen de tekens van de dierenriem, die delen van haarzelf zijn, met zich mee; door de twaalf fohatische magnetismen van de hemelzodiak ontstaat zo de verschuiving van de tekens ten opzichte en tegen de achtergrond van de sterrenbeelden, wat niet alleen de precessie van de equinoxen voortbrengt, maar ook andere bewegingen van de aardas. Deze andere bewegingen veroorzaken de uitzonderlijke catastrofale gebeurtenissen, die het begin en het einde markeren van wortelrassen en ook van hun belangrijkste onderrassen.

 


Bron van het occultisme, blz. 153-6

© 2006  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag