De bolzodiak
We hebben gezien dat de tekens van de dierenriem
zich binnen het aurische ei van onze aardbol bevinden, en dat ze niet
hetzelfde zijn als de sterrenbeelden van de hemelzodiak. Er is bovendien
gezegd dat zowel elke planeetketen als elke bol daarvan, niet slechts
is voortgebracht door haar eigen monadische svabhava, maar ook dat de
twaalf fohatische magnetismen van de twaalf sterrenbeelden nauw zijn
betrokken bij deze inherente magnetische svabhava’s bij het voortbrengen
van de planeetketens en hun respectieve bollen.
Hieruit zien we dat de
tekens van de dierenriem van een bol van een planeetketen gelokaliseerde
velden of brandpunten zijn en dat elk van deze velden een deel is van
het aurische ei van een bol die, naast zijn eigen svabhavische magnetisme,
het overeenkomstige fohatische magnetisme weerspiegelt dat van een van
de sterrenbeelden van de zodiak uitgaat. Een bol van een planeetketen
is dus omgeven door zijn eigen twaalfvoudige zodiakale ring en elk van
deze velden is een van de twaalf tekens van de bolzodiak. We kunnen
ons dit twaalfvoudige magnetisme voorstellen als een stroom uit het
hart van het aurische ei van zo’n bol; deze stroom spreidt zich
in waaiervormige sectoren uit, die de gordel of ring vormen die uit
de twaalf tekens van de bolzodiak bestaat.
We zien dus dat elk teken
van de bolzodiak, als gevolg van de vermenging van deze twaalfvoudige
zodiakale magnetismen met het twaalfvoudige inherente magnetisme van
de svabhava van een bol, een dubbele twaalfvoudige aard heeft: (a) het
magnetisme van de svabhava van de bolmonade; en (b) de magnetismen van
de twaalf sterrenbeelden van de hemelzodiak. Alles werkt samen met al
het andere, en dat is de reden dat de monaden van de verschillende klassen
in staat zijn hun passende gebieden van evolutionaire ervaring te vinden,
niet alleen op enig deel van het aardoppervlak, maar ook in elk van
de heilige planeetketens van ons zonnestelsel.
De loka’s en tala’s
[Zie voor een nadere verklaring van loka’s
en tala’s blz. 283ev. ], zoals
de esoterische filosofie ze noemt (d.w.z. de verschillende werelden
waarin de evoluerende levensgolven, die door elke planeetketen circuleren,
wonen en waar ze doorheen trekken), worden in feite opgebouwd en geactiveerd
door de dubbele en samengestelde magnetismen, waardoor elk van de tala’s
en loka’s psycho-elektrisch en psychomagnetisch geheel overeenstemt
met de verschillende magnetische emanaties. Daarom is elke loka en tala
twaalfvoudig van aard en bestaat uit een gemanifesteerd zevental en
uit een meer spiritueel vijftal, vrijwel zoals de twaalf bollen van
een planeetketen bestaan uit zeven gemanifesteerde bollen en vijf die
tot de arupa-werelden behoren. In dit verband is er een interessante
passage in een van de brieven van HPB:
. . . elk van de 7 bollen of planeten van onze
keten heeft zo’n dubbele zevenvoudige cirkel van ringen
– in dit geval is Saturnus de enige halfopenhartige
en oprechte planeet.*
*The Letters of H.P. Blavatsky to A.P. Sinnett,
blz. 245.
Er is hier te veel aandacht
geschonken aan de woorden over Saturnus en de zogenaamde ringen
die hem omgeven in het vlak van zijn equator. Maar eigenlijk wordt hier
verwezen naar de dubbele reeks van gemanifesteerde loka’s en tala’s
waarvan er gewoonlijk zeven worden opgesomd, terwijl aan de meer spirituele
loka’s en tala’s stilzwijgend wordt voorbijgegaan.
Als we bedenken dat de
loka’s en tala’s werkelijke werelden zijn, samengesteld
uit de gecombineerde magnetismen die de planeetketens en hun respectieve
bollen opbouwen, dan begrijpen we wat HPB bedoelt wanneer ze spreekt
over ‘een dubbele zevenvoudige cirkel van ringen’. Haar
verwijzing naar Saturnus is slechts een manier om te zeggen dat de Saturniaanse
bhur-loka en patala een equatoriale ring hebben verzameld die, door
de nauwe onderlinge betrekking tussen onze fysieke bol en de bol van
Saturnus, voor ons tenminste gedeeltelijk zichtbaar is. In feite wordt
onze aarde in de ruimte omringd door een betrekkelijk dik en dicht ‘continent’
van stof dat tot het zonnestelsel behoort en waarvan we ons niet bewust
zijn omdat onze ogen zich zó hebben ontwikkeld dat ze erdoorheen
zien.
Hieraan kan worden toegevoegd
dat dit onderwerp van het door elkaar heen werken van de loka’s
en tala’s bij de bouw van een bol van een planeetketen een van
de moeilijkste is om te begrijpen. We moeten bijvoorbeeld duidelijk
voor ogen houden dat er naast onze eigen menselijke levensgolf andere
levensgolven, families van monaden, zijn die elkaar in periodieke circulaties
rond de bollen van de planeetketen opvolgen, en die in dat proces in
regelmatige volgorde door de verschillende loka’s en tala’s
trekken die tot elke bol behoren. Bovendien is iedere loka en tala van
elke bol onderworpen aan en staat onder de respectieve en verschillende
invloeden van de twaalfvoudige magnetismen of tekens van die bepaalde
bolzodiak, waarvan de bollen zelf als samengestelde of geïndividualiseerde
eenheden van de keten worden beschouwd.
Samenvatting: laten we
ons een monade voorstellen, een kosmische kiem of hiranyagarbha, die
aan haar periode van manvantarische manifestatie begint. Deze kosmische
kiem zal tenslotte uitgroeien tot, laten we zeggen, een bol van een
planeetketen, zoals onze aarde, in haar vroegste stadia van ontwikkeling.
Terwijl de kosmische kiem zich ontvouwt, laat ze voortdurend vanuit
zichzelf al de verschillende substanties en krachten stromen die onmiddellijk
na hun emanatie samenvloeien met de twaalfvoudige fohatische magnetismen
van het algemene veld van het zonnestelsel – en deze magnetismen
komen voort uit de zodiak van de sterrenbeelden.
Wanneer deze kosmische
kiem van onze aarde zich ontvouwt en een bol wordt, gebeurt dat door
het vormingsproces van de verschillende loka’s en tala’s,
twee aan twee; en deze werelden, of loka’s en tala’s, zijn
zelf gevormd uit magnetische, geëmaneerde substanties. Zo werd
onze bol gebouwd uit de twaalf paren loka’s en tala’s, waarvan
zeven paren gemanifesteerd zijn en vijf paren niet.
Het aurische ei van een
bol is het algemene terrein of het allesdoordringende lichaam van de
geest-substantie die voortkomt uit het hart van de kosmische monade
of kiem en die dat hart omringt; en dus omvat en doordringt het aurische
ei alle loka’s en tala’s, waaronder natuurlijk onze fysieke
aardbol, die bhur-loka en patala is, opgevat als een paar. Elk van deze
werelden, besloten binnen het aurische ei, heeft daarom naar analogie
haar eigen aspect van de bolzodiak van tekens, zoals ook onze bol, de
aarde, dat heeft. En elk van deze tekens, op welk gebied ook, van het
zuiver spirituele via alle tussenliggende gebieden tot het grofstoffelijke,
is het brandpunt van het speciale terrein van activiteit van een van
de sterrenbeelden van de hemelzodiak, en is daarom bekend onder dezelfde
naam die dat sterrenbeeld heeft. Zo heeft in zekere zin elk van deze
verschillende loka’s en tala’s – elk paar is een wereld,
en alle samen vormen ze de totaliteit van een bol – zijn eigen
zodiak van tekens of twaalfvoudige veld van fohatische magnetismen.
Bron
van het Occultisme, blz. 157-9
© 2006 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag