Bron van het occultisme / G. de Purucker

Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid
gebaseerd op
De Geheime Leer van H.P. Blavatsky

geredigeerd door Grace F. Knoche

isbn 9070328720, gebonden, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever
iets worden overgenomen.

© 2006   Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

 

   
      Inhoudsopgave     

 

Spirituele verlichting tegenover psychische illusies


Spirituele en astrale krachten werken voortdurend en zijn sinds de allervroegste tijdperken van de aarde actief. Maar er komen bepaalde tijden in de geschiedenis van de mens waarin de deur tussen deze fysieke wereld en de innerlijke gebieden gedeeltelijk openstaat, zodat de mens ontvankelijker wordt voor deze subtiele invloeden. We zijn bezig een tijdperk van materialistisch leven en denken te verlaten en een meer spiritueel tijdperk binnen te treden. Tegelijkertijd is de wereld vol tekenen die wijzen op een uitbarsting van psychische invloeden en die zijn altijd misleidend, altijd gevaarlijk, omdat de astrale sferen tot een lager gebied van het stoffelijke bestaan behoren, dat vol kwalijke emanaties is, zowel menselijke als andere.

In zo’n periode zijn we nu, een periode waarin niet zozeer de spirituele en astrale energieën worden gestimuleerd, maar waarin we ons op het overgangspunt van twee grote cyclussen bevinden, het einde van de ene en het begin van de andere; en in overeenstemming met deze overgangsperiode van cyclussen verandert de spirituele instelling van de mens snel en wordt hij psychisch gevoeliger. Daarin schuilt een groot gevaar, maar het biedt ook een grotere kans om sneller vorderingen te maken, indien het bewustzijn van de mens zich naar hogere dingen keert, want deze versnelde verandering is vooral sterk als het om spirituele krachten gaat.

Dit verschijnsel is niet uniek; het heeft zich ook in het verleden voorgedaan. Tijdens de neergang van de Atlantiërs werd een zeer krachtige poging in het werk gesteld – een poging die zijn hoogtepunt bereikte in het stichten van de mysteriescholen, die zich vele eeuwen daarna manifesteerden in de verschillende mystieke, religieuze en filosofische centra van de oude wereld. Als we de heilige literatuur van de wereld onderzoeken, zien we dat de oudste het meeste bevat aan archaïsche esoterische leringen. De reden daarvan is dat ongeveer sinds de tijd van het verzinken van het laatste eiland van het Atlantische stelsel van continenten – dat volgens Plato zo’n 9000 jaar voor zijn tijd zou hebben plaatsgevonden – er sprake is van een gestage toename van stoffelijkheid in de wereld, en een daaruit voortvloeiende overeenkomstige afname van spirituele impulsen. Maar aan deze cyclus is, zoals gezegd, kortgeleden een einde gekomen. De cyclus die we ingaan is een zeer ongewone, omdat hij niet behoort tot het zogenaamde messiaanse tijdperk dat 2160 jaar duurt, maar een periode omvat van zo’n tien- tot twaalfduizend jaar.

Grote gebeurtenissen worden voorbereid, want de hele beschaafde wereld nadert een kritiek punt in haar geschiedenis. Er is letterlijk een veldslag gaande tussen de krachten van het licht en de krachten van de duisternis, en het is een zeer wankel evenwicht, waaruit de schaal van het lot naar de ene of de andere kant van de scheidslijn tussen spirituele veiligheid en spirituele teruggang zal doorslaan.

In een brief die H.P. Blavatsky kort voor haar dood schreef, gaf ze de volgende waarschuwing:

Psychische vermogens met al hun verlokkingen en gevaren ontwikkelen zich nu onvermijdelijk onder u en u moet oppassen dat de psychische ontwikkeling de manasische en spirituele niet overtreft. Als psychische vermogens volledig onder controle worden gehouden – worden beheerst en geleid – door het manasische beginsel, dan zijn ze waardevolle hulpmiddelen voor onze ontwikkeling. Maar als deze vermogens vrij spel krijgen, leiding nemen in plaats van geleid te worden, gebruiken in plaats van gebruikt te worden, brengen ze de onderzoeker tot heel gevaarlijke waanvoorstellingen en de zekerheid van morele ondergang. Volg deze ontwikkeling die in uw ras en evolutieperiode onvermijdelijk is daarom nauwlettend, zodat ze tenslotte ten goede en niet ten kwade zal uitwerken.*

*Uit een brief gedateerd Londen, 15 april 1891, aan de Vijfde jaarlijkse Conventie van de Theosophical Society, Amerikaanse afdeling, gehouden in Boston, Mass., op 26-27 april. (Zie: H. P Blavatsky aan de Amerikaanse Conventies, blz. 49.)

Zoals helaas steeds het geval is in een tijd die het contact met het spirituele heeft verloren, leeft er nu onder de mensen een verlangen naar vermogens, naar de ontwikkeling van vermoede maar nauwelijks geaccepteerde hogere krachten; en in hun blindheid zoeken ze buiten zichzelf. Hun hart hongert naar antwoorden op de levensraadsels en daarom nemen ze alles aan wat leermeesters die hun eigen lof zingen, vertellen over het verwerven en aanwenden van psychische vermogens, en bij die ‘leringen’ wordt het persoonlijke voordeel altijd als lokaas gebruikt. Het is moeilijk over deze dingen te spreken zonder velen te kwetsen, die in goed vertrouwen en onbekend met de waarheid volgen wat hen een glimp toeschijnt van een groter leven dan ze hebben; en dit verklaart de vele zogenaamd psychische en quasi-mystieke bewegingen* die er nu zijn en die in veel gevallen de mensen verwijderen van het licht dat van hun eigen innerlijke god uitstraalt, in plaats van ze nader tot dat licht te brengen. We moeten in deze dingen altijd op onze hoede zijn. De golven van het astrale licht zijn bijzonder onbetrouwbaar, en duizenden en duizenden volgen psychische dwaallichten in plaats van het rustig brandende licht van de godheid in ons.

*Op een wel ‘zeer’ gering aantal uitzonderingen na hongeren al deze groeperingen min of meer naar de lagere siddhi’s, waarover HPB, die de Paliterm iddhi gebruikt, in De Stem van de Stilte spreekt. In India worden ze vertegenwoordigd door de verschillende scholen voor yogabeoefening.
   Siddhi, van de Sanskriet werkwoordswortel sidh, voltooid worden, een doel bereiken, betekent ‘volmaakte verwerving’. Er zijn twee categorieën van siddhi’s: die welke betrekking hebben op de lagere psychische en mentale energieën, en de siddhi’s die betrekking hebben op de verstandelijke, spirituele en goddelijke krachten; de spiritueel ingewijde beschikt over beide en gebruikt ze alleen voor het welzijn van de mensheid en nooit voor zichzelf. De persoonsnaam van Gautama de Boeddha, Siddhartha, betekent ‘hij die zijn doel heeft bereikt’.

Het is eenvoudig een feit dat het westen wordt misleid door leringen over het paranormale die in zichzelf niets blijvends bezitten. En zij die deze praktijken volgen zijn in negenennegentig van de honderd gevallen mensen met een spiritueel en psychisch ongetrainde karakterstructuur, die dus gemakkelijk door de maya van de paranormale verschijnselen worden gegrepen. Dit betekent niet dat zulke krachten en vermogens slecht zijn of niet een natuurlijk deel vormen van de menselijke constitutie; en evenmin dat ze nutteloos zijn. Er wordt bedoeld dat ze zeer gevaarlijk zijn voor iemand zonder spiritueel inzicht en zonder de kracht van het intellect en de spirituele wil om de psychische natuur waarin deze vermogens thuishoren, te leiden en te beheersen.

Gevaarlijk zijn ook de hathayoga-oefeningen van psychoastrale aard, die gewoonlijk gepaard gaan met het aannemen van bepaalde lichaamshoudingen, enz., en waaraan sommige mensen zich overgeven in een poging vermogens van een lagere orde te verwerven. Deze oefeningen kunnen niet alleen het verstand aantasten en het zelfs ontwrichten en zo krankzinnigheid veroorzaken, maar kunnen ook de normale pranische circulaties in het lichaam verstoren. Godsdienstfanaten worden vaak krankzinnig, en in bepaalde gevallen van sensitiviteit worden ze wat men extatici noemt, die door onwetenden voor toonbeelden van een heilig leven worden aangezien, alleen omdat hun huid kan bloeden en hun handen en voeten wonden kunnen vertonen die zouden zijn veroorzaakt door de nagels van het kruis. Hetzelfde kan worden gezegd van fakirs en de lagere soort yogi’s uit het oosten. Het gevolg kan zijn dat zowel de geest als de gezondheid en ook het leven zelf in gevaar worden gebracht. In al die praktijken is geen greintje spiritualiteit.

Hij die het pad betreedt in de hoop bepaalde vermogens te verwerven die hij als iets van het allerhoogste belang beschouwt, is gedoemd te mislukken. Hij begeeft zich werkelijk op een zeer gevaarlijke en twijfelachtige weg, die in het ergste geval kan leiden tot toverij en zwarte magie en die hem op zijn best de sodomsappel van teleurstelling bezorgt. Zulke vermogens – spirituele, verstandelijke of psychische – zullen zich na verloop van tijd en op volkomen natuurlijke wijze ontwikkelen naarmate we vooruitgaan, op voorwaarde dat we vastbesloten zijn het doel te bereiken en bovenal dat ons hart voortdurend verlicht en vervuld is van meedogende liefde, een liefde die zelfs nu een duidelijk kenmerk is van de spirituele ziel in ons.

De leringen van de esoterische traditie bieden een enorm hoopvol perspectief en bevatten spirituele schoonheid. Daarin ligt het pad waarlangs we kunnen evolueren, maar het hangt van de mens zelf af of hij al dan niet zal opklimmen langs de straal die in hem leeft en werkt. Al is het waar dat een volledig begrip van de diepere gebieden van de filosofie een sterk verstandelijk vermogen en spiritueel inzicht vereist, toch zijn het vaak eenvoudige mensen die een groot licht zien. Het licht kan overal doordringen. We hoeven alleen de gesloten deuren van onze persoonlijkheid te openen en het licht komt vanzelf binnen en dan zullen we instinctief de meest verborgen geheimen van de natuur begrijpen.

Jezus, de avatara, die in het westen zo slecht wordt begrepen, leerde dezelfde waarheden. Zoek eerst de schatten van de geest, van het koninkrijk der hemelen, en alle andere dingen zullen u worden gegeven – alle psychische krachten en vermogens zullen op natuurlijke en veilige wijze hun plaats krijgen, verlicht en geleid door de innerlijke, spirituele zon.

Wat zijn deze schatten van de geest? Niets anders dan die spirituele en verstandelijke vermogens en krachten die ons in ons denken en handelen goddelijk maken: wilskracht, inzicht, intuïtie, onmiddellijke sympathie voor al wat leeft. Er is geen enkele reden waarom wij mensen niet zouden beginnen ons erfdeel te benutten. Alle krachten en vermogens en eigenschappen bevinden zich in ons, ook nu al, maar ze zijn grotendeels latent, omdat we nog niet hebben geleerd ze tevoorschijn te brengen. In feite zijn wij het zelf in onze gewone lagere gedachten en gevoelens die ‘slapen’, terwijl onze hogere natuur in het geheel niet slaapt maar intens actief is.

Wanneer bijvoorbeeld in een mens de spirituele wil is gewekt en actief is, stijgt hij boven zichzelf uit zodat hij over absolute zelfbeheersing beschikt en zelfs de bewoners van de astrale wereld op geen enkele manier macht over hem kunnen uitoefenen. De wil in actie is een stroom van energie, en dat betekent een stroom van substantie, precies zoals elektriciteit zowel kracht als stof is. Achter de wil ligt de begeerte. Als de begeerte zuiver is, is de wil zuiver. Als de begeerte slecht is, is de wil slecht. Achter begeerte ligt bewustzijn. Daarom vindt de wil zijn oorsprong in het bewustzijn via begeerte. We begeren en onmiddellijk doet de wil intelligentie ontwaken die de wil leidt, en we handelen – of zien af van handelen, wat soms edeler is.

Er bestaat goddelijke begeerte* die in de mens aspiratie wordt genoemd en ook haar stoffelijke tegenhanger. Hoeveel mensen van ons zijn er niet die hun wil laten leiden door egoïstische en zelfzuchtige impulsen uit het lagere aspect van onze begeerte-natuur, het kama-beginsel! Omdat de menselijke wil in buddhi-manas is geworteld, zouden de intuïtie en het hogere manasische beginsel onze menselijke wil moeten brengen tot die edeler daden die binnen ons bereik liggen: daden van broederschap en onpersoonlijke dienstbaarheid; en dat is precies de aard en het kenmerk van het spirituele ego, het buddhi-manasische beginsel in de mens.

*Het gezegde in de oude Veda: ‘Begeerte (kama) ontstond eerst in het’ en toen ontstond de wereld, betekent dat Brahman, slapende in zijn eonenlange pralaya, eerst een innerlijke prikkel voelde, de zaden van de goddelijke begeerte om te worden. Bewustzijn stond achter de begeerte; de begeerte ontstond daarin en bracht de wil tot aanzijn en de wil werkte op de slapende atomen en bracht de werelden voort.

De intuïtie openbaart zich als ogenblikkelijk inzicht, ogenblikkelijke kennis. Maar er is een groot verschil tussen wijsheid en kennis. Wijsheid zou de kennis kunnen worden genoemd van het hogere ego, de spirituele ziel, en kennis de wijsheid van de persoonlijkheid. In beide gevallen gaat het om het opslaan in de schatkamer van ervaring van wat is geleerd en afgeleerd – een schatkamer die geen kamer is, klein of groot, maar wijzelf. Elke ervaring is een wijziging van het begrijpende zelf; en de bewaarplaats van het geheugen is vol met het getuigenis van eeuwen, precies zoals de persoonlijkheid de indruk en het stempel draagt van het karmische getuigenis van alle persoonlijkheden die aan haar voorafgingen en die haar vormden.

Wijsheid, kennis en innerlijke kracht zijn vermogens van de geest en vertegenwoordigen de vruchten van evolutionaire ontplooiing van de inherente kracht van de geest-ziel. Intuïtie per se is spirituele wijsheid en verzamelde kennis, die in vroegere levens in de schatkamer van de geest-ziel zijn opgeslagen. Aan de andere kant kan instinct de passieve zijde worden genoemd van intuïtie, die de energie-, de wil-zijde is, het waakzame en actieve aspect. Het instinct uit zich in de hele natuur: de atomen bewegen en zingen uit instinct, zoals ook de mens die zijn bewustzijn en wil gebruikt, dit kan doen; maar de zang en de roerselen van de intuïtie zijn onvergelijkelijk verhevener dan de zang en de roerselen van het instinct. Beide zijn functies van het bewustzijn, de ene is vegetatief, automatisch; de andere energetisch en wakker.

De geest is allesdoordringend en leeft en beweegt overal, want hij is universeel. Spirituele helderziendheid, waarvan de psychische helderziendheid slechts een dansende schaduw is, stelt ons in staat achter alle sluiers van illusie te zien en waar te nemen wat zich op een verre ster in de gebieden van de ruimte voordoet. Het is het vermogen om ogenblikkelijk te zien wat waar is, om het hart van de mens te kennen en zijn geest te verstaan. Het is het vermogen om met het innerlijke oog waar te nemen, niet zozeer het zien van vormen dan wel het verkrijgen van kennis, en omdat dit verwerven van kennis gebeurt op een wijze die veel lijkt op het zien met het fysieke oog, wordt het rechtstreeks inzicht genoemd.1

Hetzelfde geldt voor spirituele helderhorendheid, wat niet het vermogen is om met het fysieke oor te horen (of te zien, want soms worden geluiden gezien en kleuren gehoord, omdat er een onderling verband bestaat tussen het ene en het andere zintuig), maar om te luisteren met het oor van de geest. De geluiden die worden gehoord met het oor van de geest worden in de stilte gehoord als alle zintuigen in rust zijn. Die spirituele helderhorendheid stelt iemand in staat de bewegingen van de atomen te horen als ze hun eigen lied zingen; het groeien van het gras te horen, het zich openen van de roos – dit alles te horen als een symfonie.

Socrates had de gewoonte tegen de mensen om hem heen te zeggen dat zijn daimon, zijn innerlijke vermaner, hem nooit zei wat hij moest doen, maar altijd wat hij niet moest doen.* Deze daimon was de ‘stem’ van het hogere ego, die bij de groten onder de mensen vaak zeer krachtig is; en die door sommige hypersensitieve mensen als een ‘stem’ kan worden gehoord. Het is niet werkelijk een stem (hoewel het dat effect soms heeft op de fysieke hersenen), maar eerder een drang van binnenuit, die zich ook kan manifesteren als een lichtflits en als innerlijke visie.

*Er is een interessante reden waarom deze wenken zelden van positieve aard zijn en bijna onveranderlijk aansporingen zijn om stil te staan en na te denken, of om dit of dat niet te doen. Als iemand in een toestand van besluiteloosheid verkeert, vormt zijn denkvermogen zich beelden die door daarmee overeenkomstige trillingen naar het innerlijke bewustzijn worden overgebracht; en omdat het innerlijke bewustzijn dit contact met het verstand heeft, komt er, als de in beeld gebrachte daad verkeerd is, als antwoord: Nee.

We kunnen onszelf en anderen niet begrijpen tenzij we een begrijpend hart hebben ontwikkeld. De sleutel is sympathie en de methode is om ons te richten op het goddelijke wezen binnenin ons. Als we elk moment van ons leven proberen daaraan meer gelijk te worden, zal het licht komen en zullen we de waarheid kennen als we haar zien. We zullen meedogend en sterk worden – eigenschappen die de ware tekenen van de zelfverlichte mens zijn. De eerste les is dus het licht van onze innerlijke god te zoeken en alleen dat te vertrouwen. Als we dat licht volgen en we verwarmd worden door zijn verheven en levengevende stralen, zullen we hetzelfde god-licht in anderen zien.

Als we naar de bron gaan, vinden we het helderste water, waarom zouden we dan drinken van het troebele water dat zich kilometers ver van de bron bevindt? Als een mens zichzelf wil leren kennen en de verbazingwekkende krachten en vermogens die hem eigen zijn, laat hij zichzelf dan herkennen in het heelal om hem heen en dat heelal bestuderen als iets dat hijzelf is. Dit is misschien aforistisch, maar het vormt een ware sleutel tot wijsheid, en bevat de essentie niet alleen van alle inwijding, maar van alle toekomstige groei.

 


Bron van het occultisme, blz. 9-15

© 2006  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag