Bron van het occultisme / G. de Purucker

Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid
gebaseerd op
De Geheime Leer van H.P. Blavatsky

geredigeerd door Grace F. Knoche

isbn 9070328720, gebonden, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever
iets worden overgenomen.

© 2006   Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

 

   
      Inhoudsopgave     

 

Magnetisme van zon en aarde


Van de twee polen wordt gezegd dat ze tegelijk dienen als opslagplaats, vergaarbak en uitzender van kosmische en aardse levenskracht (elektriciteit). Door het surplus daarvan zou de aarde al lang geleden in stukken zijn gescheurd, als deze twee natuurlijke ‘veiligheidskleppen’ er niet waren geweest.
    – De Geheime Leer, 1:233

Er is een zeer nauw verband tussen de zonnevlekkencyclus en het aardmagnetisme, in het bijzonder aan de twee polen van de aarde, hoewel er een heel belangrijk verschil in kwaliteit bestaat tussen het magnetisme van de respectieve polen.

Om de oude beeldspraak te gebruiken, er is een Deur van Hoorn en een Deur van Ivoor, waardoor niet alleen hemelse invloeden maar ook de zielen van mensen en andere wezens de aarde binnenkomen en verlaten. Mystieke Griekse en Romeinse schrijvers zeiden dat door de Deur van Hoorn één klasse van wezens en invloeden komt en gaat, terwijl door de Deur van Ivoor een tegengestelde klasse komt en gaat.* De Deur van Hoorn is de toegangspoort, de noordpool; en de Deur van Ivoor of zuidpool is de uitlaat van de aarde of de uitgang. Alle dingen die goed, verheffend en spiritueel zijn, behoren tot de noordpool; en alle dingen die slecht, verlagend en onrein zijn, hebben betrekking op de uitlaat van de aarde, de zuidpool.

*Vgl. Vergilius, Aeneis, VI, 893-6:
‘Twee poorten van de slaap zijn er; één ervan is van hoorn, vanwaar men gemakkelijk kan vertrekken naar de ware schimmen, maar de andere glinstert van wit ivoor; vandaar sturen de Manes bedrieglijke dromen hemelwaarts.’

Vgl. ook Homerus, Odyssee, XIX, 560 e.v.:
‘Vreemdeling, voorwaar dromen zijn moeilijk en moeilijk te begrijpen; ook worden daarin voor de mensen niet alle dingen vervuld. Er zijn twee poorten van vage dromen, één is gemaakt van hoorn en één van ivoor. De dromen die door de portalen van bewerkt ivoor gaan, zijn bedrieglijk en houden berichten in die niet worden gerealiseerd. Maar de dromen die door de poorten van gepolijst hoorn komen, brengen een ware tijding, welke sterveling ze ook aanschouwt.’

De zonnevlekkencyclus van elf jaar beïnvloedt elk van de planeten van de zonnefamilie via hun noord- en zuidpool. Het magnetisme dat ons van de zon bereikt – fysiek, astraal en ook mentaal – treedt de aarde binnen via de noordpool; het volgt dan bepaalde circulaties binnen en rondom de aarde en verlaat haar aan de andere pool. Al deze magnetische circulaties gaan een aantal malen rond de evenaar, ongeacht of ze van korte of van langere duur zijn.

De aarde volgt heel direct de ademhaling van de zon, omdat het hele zonnestelsel een levend organisme is waarvan de planeten de organen zijn. Ook is het waar dat de aarde veel periodieke circulaties kent die kleiner zijn dan de zonnevlekkencyclus, bijvoorbeeld de maancyclus, maar deze hebben meer in het bijzonder betrekking op het persoonlijke gezinsleven van de aarde. Alle bewegingen in de grenzeloze Ruimte zijn cyclisch van aard, of ze een uiterst kleine fractie van een seconde duren, of even lang als het kosmische manvantara zelf. Alles is cyclisch. Het leven van een vuurvlieg is evenzeer cyclisch als het leven van een mens of de periodieke wenteling van een planeet om de zon.

Het aardmagnetisme houdt natuurlijk verband met het wezen en de kenmerken van zowel de aurora borealis aan de noordpool als de aurora australis aan de zuidpool – waarbij zowel de geografische als de magnetische polen aan beide einden van de aarde betrokken zijn. De poollichten zijn verschijnselen van de psychomagnetische vitaliteit van de aarde, en zijn zeer nauw verbonden met de zon, in het bijzonder met de zonnevlekken, en wat minder nauw met de zeven heilige planeetketens. Het zijn psychomagnetische verschijnselen en we moeten ze daarom nooit zien als louter elektrische en magnetische schouwspelen of uitbarstingen.

Het noorder- en zuiderlicht zijn in feite zeer nauw betrokken bij de omzwervingen van de eenvoudig ontelbare menigten monaden die onze aardbol voortdurend binnenkomen of verlaten, maar op bepaalde vaste tijden doen ze dit in veel grotere aantallen of menigten – als ingaande en uitgaande stromen; en de poollichtverschijnselen, d.w.z. de psychomagnetische en vitale uitbarstingen, treden gewoonlijk op tijdens deze perioden van in- en uitstroming.

De poollichtverschijnselen, die zo nauw samenhangen met de geheimzinnige werkingen van de aardse vitaliteit, houden verband met enkele van de meest occulte feiten betreffende de bestemming van de aarde en ook van al haar families van monaden. Ik zou hieraan willen toevoegen dat zonder de ontspanning die door deze psycho-elektrische uitstromingen en instromingen wordt teweeggebracht, onze moeder aarde de meest verschrikkelijke rampen zou ondergaan. Net als aardbevingen, hoe noodlottig die soms ook kunnen zijn, verspreiden de poollichtontladingen als een van hun functies de magnetische en elektrische energie die zich anders te veel zou ophopen binnen de aarde; en zo behoeden ze haar voor rampen – fysieke, psychische en astrale – die zonder die verspreiding van energie zouden plaatsvinden, en die zo verschrikkelijk zijn dat men in de hele geschiedenis geen voorbeeld kan vinden van wat er zou gebeuren als zo’n verspreiding van energie niet zou plaatshebben.

Deze stromen van magnetisme en vitaliteit manifesteren zich niet alleen aan de polen, maar eveneens in wat bekendstaat als de vier hoofdwindstreken: noord, zuid, oost en west. De hindoemythologie spreekt daarover als de vier maharaja’s, en ze zijn zowel in onze fysieke wereld als in het hele zonnestelsel vertegenwoordigd.

Wat zijn de hoofdwindstreken? Bestaan er werkelijk in de ruimte zulke punten waarop de zon en de planeten van ons zonnestelsel zich richten? Hoe komt het dat alle planeten van ons zonnestelsel zich in het vlak van de ecliptica bevinden en waarom gaat het door de zon?

De wentelende aarde brengt zelf de hoofdwindstreken voort voorzover het deze bol betreft, en deze rotatie wordt veroorzaakt door het binnenkomen via de noordpool van spirituele en psychomagnetische energieën; want elektriciteit, en misschien in het bijzonder magnetisme, volgen een rondgaand of kronkelend pad, ongeveer als een spiraal, en de entiteit waar ze doorheen stromen, volgt de draaiende impuls die ze ontvangt en gaat daardoor wentelen of ronddraaien.

Maar dat is niet alles. De polen van de aarde wijzen op verschillende tijden naar verschillende delen van de hemelbol – de afgronden van de ruimte die ons aan alle kanten omringen. De richting waarin de noordpool wijst, wordt bepaald door de aantrekkende invloeden die van dat deel van de hemelbol uitgaan waar die pool op een bepaald moment op is gericht. Die richting levert het hoofdpunt noord op en daaraan tegenovergesteld het hoofdpunt zuid, met oost en west er loodrecht op. U zult zich misschien herinneren dat Plato, de grote ingewijde, in meer dan een van zijn Dialogen het kosmische kruis beschrijft dat in Griekse geschriften gewoonlijk min of meer de vorm krijgt van het Griekse kruis. Dit is het kruis in de ruimte waarop het kosmische bewustzijn wordt ‘gekruisigd’.

De hoofdwindstreken per se zijn beslist niet vier beperkte vaste punten in de ruimte, d.w.z. vier centra van kracht of energie waarnaartoe de aarde, in het bijzonder door haar noordpool, wordt aangetrokken. Het tegenovergestelde is het geval. De noordpool van de aarde wijst achtereenvolgens naar alle punten van het hemelgewelf, gezien als een bol. De neiging daartoe ontstaat in de innerlijke constitutie van de aarde, maar de noordpool wordt tegelijkertijd aangetrokken door de invloeden die van de gebieden van de ruimte uitgaan. De hoofdwindstreken zijn daarom het gevolg van de uitwisseling van invloeden tussen de aarde en de twaalf hoofdrichtingen van de ruimte.

De aarde is een magneet vol zonne-energieën die voortdurend vanuit onze dagster door het hele zonnestelsel stromen. Dit zonnemagnetisme is zevenvoudig en komt de aarde binnen in het gebied van de noordpool. Bepaalde elementen van dit magnetisme gaan rechtstreeks van pool naar pool door de kern van de aarde, terwijl andere delen langs of over haar oppervlakte strijken, maar altijd van noord naar zuid.* Verder zijn er dwarsstromen die dit zonnemagnetisme in zijn circulaties in en om de aarde volgt, en hoewel deze dwarsstromen vanuit de noordpool vloeien, volgen ze een schuine richting, altijd van noordoost naar zuidwest, vervolgen hun tocht rond de aarde en zwenken dan weer terug naar de noordpool.

*Bepaalde stromen zijn ’s nachts sterker of van grotere omvang, en andere zijn dat overdag. Deze stromingen beïnvloeden de mens maar heel weinig als hij rechtop staat, want dan is hij wakker; zijn lichaam is sterk geladen met de magnetische energieën die uit zijn eigen wezen stromen, uit de manasische en astraal-vitale voertuigen van zijn constitutie, en deze zijn overdag sterk genoeg om op te wegen tegen de zonnestromen – niet om ze te neutraliseren – als deze hun weg om de aarde volgen.

’s Nachts ligt de zaak anders. Als regel is het lichaam vermoeid en is zijn individuele magnetische energie sterk afgenomen. Daarom is het lichaam veel meer onderworpen aan de elektromagnetische energiestromen van de zon. Daarom is het het beste met het hoofd naar het noorden of noordoosten te slapen, zodat de polariteit van het lichaam overeenstemt met die van het circulerende aardmagnetisme, als dat van pool tot pool gaat. Het hoofd is de positieve pool en de voeten vormen de negatieve pool, net zoals de noordpool van de aarde positief en de zuidpool negatief is.

Als we deze magnetische krachtlijnen konden zien, zou het ons toeschijnen alsof ze uit de ruimte binnenstromen, op de aarde stoten bij de noordpool, vandaar terugstuiten en over het hele oppervlak van de bol strijken, in de richting van de zuidpool – waar een gedeelte naar binnen wordt gezogen en terugkeert naar de noordpool om weer te worden uitgezonden. Zo gaat de circulatie voort. Maar niet al het magnetisme wordt naar binnen gezogen aan de zuidpool; een gedeelte ervan dat de vorm van een kegel heeft stroomt naar buiten, de ruimte in, en keert uiteindelijk terug naar de zon waar het vandaan kwam.

 


Bron van het occultisme, blz. 338-43

© 2006  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag