De twaalf heilige planeten
De ‘zeven zonen van het licht’,
die zijn genoemd naar hun planeten en (door het gewone volk) vaak
daarmee worden geïdentificeerd, namelijk Saturnus, Jupiter, Mercurius,
Mars, Venus en – voor de hedendaagse criticus, die niet dieper
graaft dan de oppervlakte van oude religies – vermoedelijk
ook de zon en de maan, zijn dus volgens de occulte leringen onze hemelse
ouders, of synthetisch gezien onze ‘vader’. Daarom is
het polytheïsme, zoals al werd opgemerkt, wat de feiten en de
natuur betreft inderdaad filosofischer en nauwkeuriger dan het antropomorfistische
monotheïsme. Saturnus, Jupiter, Mercurius en Venus, de vier exoterische
planeten, en de drie andere, die ongenoemd moeten blijven, waren de
hemellichamen die in directe astrale en psychische verbinding staan
met de Aarde, haar gidsen en wachters – zowel moreel als fysiek.
De zichtbare bollen voorzien onze mensheid van haar uiterlijke en
innerlijke kenmerken, en hun ‘bestuurders’ of rectoren
voorzien ons van onze monaden en spirituele vermogens. Ter vermijding
van nieuwe misvattingen verklaren we dat noch Uranus noch Neptunus
behoorden tot de drie verborgen bollen (of sterren-engelen);
niet alleen omdat ze onder deze namen aan de wijzen uit de oudheid
niet bekend waren, maar omdat ze, evenals alle andere planeten, hoeveel
er ook mogen zijn, de goden en beschermgeesten zijn van andere
zevenvoudige ketens van bollen binnen onze stelsels. –
De Geheime Leer, 1:635
Het archaïsche occultisme wist dat ons volledige
zonne-Ei van Brahma veel meer planeten bevat – d.w.z. planeetketens
– dan die waarmee de astronomen bekend zijn; en meer zonnen dan
onze eigen schitterende dagster. Daarom heb ik in mijn vroegere geschriften
ons zonneheelal, in zijn meest volledige occulte betekenis, het universele
zonnestelsel genoemd, en gebruikte ik het woord zonnestelsel voor onze
eigen zon en de planeetketens die tot zijn rijk behoren.
Er zijn letterlijk tientallen planeetketens in het
universele zonnestelsel, en andere in ons eigen zonnestelsel
die we niet kennen, waarvan sommige in beide gevallen veel hoger zijn
dan onze aardketen en andere veel lager. Ook zijn er veel planeten die
tot onze raja-zon behoren, sommige bewoond, sommige, zoals de aarde,
bewoond door mensen, andere niet door mensen bewoond, en toch zien we
ze niet omdat ze op kosmische gebieden bestaan die òf hoger òf
lager zijn dan het onze. Er zijn planeetketens waarvan we zelfs de laagste
bol niet zien, omdat die zich boven ons kosmische gebied bevindt; zoals
er ook planeetketens zijn zo ver beneden ons dat zelfs de hoogste bol
van deze ketens onder ons kosmische gebied ligt. Als een planeetketen
bijvoorbeeld haar vierde bol heeft op het zesde kosmische gebied, naar
omlaag geteld, dan kunnen we die vierde bol niet zien, omdat we ons
op het zevende kosmische gebied bevinden – een ander
gebied van kosmische substantie.
Toch zijn al deze vele planeetketens evenzeer delen
van het universele zonnestelsel als onze aarde, of als Venus, Mars,
Jupiter, enz. Elke keten, hoe onzichtbaar die voor ons misschien ook
is, is een onlosmakelijk deel van het levende, kosmische organisme van
ketens die hun respectieve rol spelen op de verschillende tonelen van
het kosmische leven; en ze zijn allemaal de woonplaats van levende wezens
– sommige ervan staan in evolutionaire ontwikkeling veel hoger
dan wij, andere staan veel lager.
Dit grote aantal planeetketens is verdeeld in zevenvoudige
(of twaalfvoudige) groepen, die alle bestaan uit zeven (of twaalf) planeetketens.
Elke groep ketens vormt daarom een kosmische familie, waarvan de leden
karmisch zijn verenigd en nauw zijn verbonden door een min of meer gelijke
toekomstige bestemming, wanneer het universele zonnestelsel het einde
van zijn manvantarische bestaan zal hebben bereikt.
In ons zonnestelsel waren
de zeven planeetketens waarmee onze aarde zeer nauw is verbonden bij
de Ouden bekend als de zeven heilige planeten.16
Ze hebben geholpen bij de bouw van de aarde en hebben vervolgens haar
evolutionaire loop beïnvloed sinds de tijd dat ze een bol etherisch
licht in de ruimte was; en ze zullen, astrologisch gesproken, voortgaan
over haar te waken tot haar laatste reis is voltooid en ze zich –
met al haar levenskrachten en vermogens – opnieuw projecteert
in de nieuwe layacentra. Zo heeft elk van deze zeven planeten, als individu,
een krachtige invloed uitgeoefend op één bol – die
met haar correspondeert – van de zeven bollen die de gemanifesteerde
planeetketen van onze aarde vormen.
Deze zeven planeten en onze aardketen zijn onderling
veel sterker verbonden dan met de ontelbare menigten andere hemellichamen
(of ketens), of die nu bestaan in het universele zonnestelsel of op
de nog grotere schaal van de kosmos. Deze heilige planeten – of
beter gezegd hun spirituele rectoren of bestuurders – zijn wat
bepaalde Griekse filosofen de kosmokratores, wereldbouwers of wereldheersers
noemden; en gezamenlijk bouwden ze onder toezicht van de spirituele
krachten van de zonnelogoi oorspronkelijk onze planeetketen. Elke leidende,
spirituele planeetgeest of rector is de mystieke ouder van een van de
bollen van onze aardketen: niet geheel en al zijn fysieke of zelfs zijn
spirituele ouder, maar karmisch zijn mystieke ouder – anders gezegd,
zijn leider, gids of opzichter.
In feite zijn er niet slechts zeven maar twaalf
heilige planeten, hoewel er, door de buitengewoon moeilijke leringen
verbonden met de hoogste vijf, in de literatuur en de symbolen van de
oudheid gewoonlijk slechts zeven werden genoemd. Op bepaalde plaatsen
wordt echter gewezen op twaalf spirituele planeetgeesten of rectoren,
die bekendstonden als de twaalf Raadsgoden en in de Etrusko-Romeinse
taal Consentes Dii – ‘goedkeurende of meewerkende goden’
– werden genoemd.* Zo komt het dat elk van de twaalf bollen van
onze aardketen een van deze twaalf planeetrectoren als toezicht houdende
‘ouder’ heeft. Dit toont duidelijk genoeg aan dat de Ouden,
tenminste de ingewijden onder hen, meer planeten kenden in ons zonnestelsel
dan de zeven of vijf waarover gewoonlijk wordt gesproken.
*Ze stonden ook bekend als de ‘verheven godheden’.
Quintus Ennius, de vader van de Romeinse dichtkunst, somde hun namen
in deze versregels op:
‘Iuno, Vesta, Ceres, Diana, Minerva, Venus, Mars,
Mercurius, Iovi’, Neptunus, Volcanus, Apollo.’
De zeven heilige planeten zijn die welke we kennen
als Saturnus, Jupiter, Mars, de zon (die als plaatsvervanger dient voor
een verborgen planeet heel dichtbij de zon en die we misschien Vulcanus
kunnen noemen), Venus, Mercurius en de maan (ook gerekend als plaatsvervanger
voor een verborgen planeetketen).* Sommige astrologen beginnen het bestaan
te vermoeden van zo’n planeet bij de maan, en één
of twee van hen hebben er zelfs de naam Lilith voor bedacht –
ontleend aan de rabbijnse legende waar de naam doelt op de quasi-dierlijke
en eerste ‘vrouw’ van Adam.
*Vgl. De Geheime Leer, 1:635vn:
‘Deze planeten worden alleen voor doeleinden van kritische astrologie
aanvaard. De astrotheogonische verdeling week hiervan af. De zon, een
centrale ster en geen planeet, staat in een meer occulte en
geheimzinnige relatie met zijn zeven planeten van onze
bol dan algemeen bekend is. De zon werd daarom gezien als de grote vader
van al de zeven ‘vaders’, en dit verklaart de verschillen
die men vindt tussen de zeven en de acht grote goden
van Chaldea en van andere landen. De aarde en de maan, haar satelliet
– en om een andere reden ook de sterren – waren niets anders
dan plaatsvervangers voor esoterische doeleinden. Toch schijnen
de Ouden, zelfs als de zon en de maan niet worden meegeteld, van zeven
planeten te hebben geweten. Hoeveel meer kennen wij er tot dusver, als
we de aarde en de maan buiten beschouwing laten? Zeven en niet
meer: zeven primaire of hoofdplaneten, de overige zijn eerder planetoïden
dan planeten.’
Hoewel de maan nauw met de bestemming van de mens
en met de aarde is verbonden, en ze ook bepaalde andere zeer occulte
functies vervult, is ze niet een van de heilige planeten die door de
Ouden werden genoemd en in het archaïsche occultisme worden erkend,
eenvoudig omdat ze – afgezien van het feit dat deze maanketen
dood is – de twaalfvoudige wachter op de drempel van de aardketen
is. Maar op de betekenis van de functie die de maanketen met betrekking
tot onze eigen keten heeft, kan niet genoeg de nadruk worden gelegd.
We hebben dus de zeven planeetketens, waarvan er
twee onzichtbaar zijn, respectievelijk Vulcanus en de verborgen planeet
genoemd in verband met de maan; en er worden in De Mahatma Brieven
(blz. 191) vier andere onzichtbare planeetketens genoemd die met de
letters ‘A, B, en Y, Z’ worden aangeduid. Deze vier en de
genoemde zeven vormen er samen elf, waaraan we de zonneketen kunnen
toevoegen zodat we het volledige twaalftal krijgen. Deze planeetketens
in het bijzonder erkennen onze zon als hun heerser, en vormen daarom
de voornaamste leden van zijn rijk. Door de voortdurende en veelsoortige
uitwisseling tussen de elf of twaalf hemellichamen van ons zonnestelsel
wordt de wederopbouw van de planeetketens tot stand gebracht, wanneer
die, als individu, hun belichaming beëindigen, hun rust in pralaya
doormaken en zich weer als nieuwe ketens belichamen, elk het voortbrengsel
van zijn vroegere zelf. De kosmische wegen waarlangs die uitwisseling
plaatsvindt, zijn de circulaties in de kosmos.
Deze circulaties vinden niet op goed geluk plaats,
maar gaan van sfeer naar sfeer, van wereld naar wereld, van gebied naar
gebied, door en via individuele bewustzijnen – of dit nu goden,
monaden, zielen of atomen zijn – die in en door de diverse elementen
werken en ze in feite samenstellen. Meer in het bijzonder in ons eigen
zonnestelsel gebeurt dit via de zon en zijn familie van planeten, vooral
door en via hun respectieve werelden, de loka’s en tala’s.
De zeven planeten zijn dus heilig voor ons,
omdat ze de zeven primaire spirituele en andere krachten van de zonnekosmos
overbrengen van de zon naar de bollen van onze keten. De zeven beginselen
en de zeven elementen van onze eigen constitutie of van de verschillende
bollen van onze keten, komen oorspronkelijk voort uit deze zevenvoudige
binnenkomende en uitgaande levensstroom. De zeven planeten die wij
heilig noemen, zijn de planeten die als het ware de upadhi’s (dragers)
voor ons zijn van de zeven zonnekrachten. Ze zijn in deze ene
betekenis van het woord alle ‘hoger’ dan de aarde, hoewel
de aardketen op zijn beurt dezelfde functies vervult ten opzichte van
deze andere planeetketens. Ze voorzien de aarde van spirituele, verstandelijke,
psychische, astrale, vitale en zelfs fysieke krachten, en houden zo
op een bepaalde manier toezicht op onze bestemming; ze zijn alle zeer
nauw verbonden met de mensheid en met de ontwikkeling van alle entiteiten
van welke graad of klasse ook.
HPB drukte het als volgt uit:*
*The Theosophist, februari 1881, blz. 104; CW
3:45.
De volgende stap voor de huidige astronomen zal zijn
dat ze ontdekken dat het niet eenvoudig een verandering in atmosferische
temperatuur is, samen met de conjuncties van de planeten, die het
menselijk lot beïnvloeden, maar een veel belangrijker en occulte
kracht, de magnetische sympathie tussen de verschillende planeten.
De astrologie is men misschien gaan minachten door de invloed van
de zich ontwikkelende moderne wetenschap, maar ongetwijfeld komt de
tijd dat ze weer de aandacht zal krijgen die ze verdient en haar oude
waardigheid als een verheven wetenschap zal herwinnen.
De scheppende energieën van deze heilige planeten
werken samen met en worden versterkt door alle krachten en energieën
die door het hele universum van sterren naar ons worden overgebracht.
Dat betekent natuurlijk niet dat de aardse planeetketen geen eigen individualiteit
bezit, want die heeft ze wel. Maar die individualiteit kan zich in de
planeet alleen door middel van een layacentrum belichamen, wanneer ze
bij de opbouw en het samenstellen de hulp ontvangt van de diverse invloeden
die door de heilige planeten naar haar worden overgebracht, en ook van
de oceaan van energieën en krachten waarin ze is gedompeld en welke
oceaan de uitstraling of gezamenlijke emanatie van de sterrenmenigte
is.
Hetzelfde geldt voor het menselijk lichaam: door
de emanaties van andere mensen ontvangt het een zekere hoeveelheid materiaal
dat het in zich opneemt; het neemt dit gedeeltelijk op door endosmose
en gedeeltelijk door voedsel. Niettemin is het voornamelijk opgebouwd
of samengesteld uit de substantie-energie die uitgaat van het reïncarnerende
ego. De planeetketens of bollen gaan op een soortgelijke manier te werk.
Hun voornaamste substantie of atomen, het grootste deel van hun samenstelling
komt vanuit henzelf, via het layacentrum. Maar ze trekken andere energieën
en atomen aan die uit hun familie van heilige planeten stromen die,
wat karmische bestemming betreft, nauwkeurig op hen zijn afgestemd.
Het zijn juist deze planeten van de vele tientallen planeten (de meeste
ervan onzichtbaar) binnen het universele zonnestelsel die onze
zonnefamilie vormen. Deze zonnefamilie vormt een grotere keten van planeten
waarlangs en waardoor en waarin de levensgolf zich beweegt op haar buitenronden.
(De binnenronden vinden plaats in elke afzonderlijke keten, die bestaat
uit haar ene fysieke bol en de elf andere bollen).
We doelen hier niet slechts op de fysieke lichamen
van de zeven heilige planeten – ongetwijfeld heeft iedere fysieke
bol zijn eigen zogenaamde astronomische krachten, zoals zwaartekracht
en magnetisme – maar meer in het bijzonder op de innerlijke krachten
en invloeden die uitgaan van de bezielende godheden van deze planeetketens.
Neem bijvoorbeeld onze aarde: hoewel de bol natuurlijk zelf leven in
zich heeft – de vitale samenbindende en ook afstotende kracht
die hem bijeenhoudt en zijn diverse verschijnselen van scheikundige
en andere activiteit teweegbrengt – zijn het niettemin de pranische
energieën van zijn planeetgeest die hem bezielen. Het leven van
elke individuele bol is de uiteindelijke levende manifestatie van zijn
planeetgeest, die de bol vult met de allesdoordringende levensstroom
die van de planeetgeest uitgaat en die ook energieën van spirituele,
psychische en ook verstandelijke aard omvat.
In haar gedegen artikel getiteld ‘Star-angel
worship’, zegt HPB:*
*Lucifer, juli 1888, blz. 364; CW 10:31.
Iedere planeet is volgens de esoterische leer samengesteld
uit zeven beginselen, net als de mens. Dat wil zeggen dat de zichtbare
planeet het fysieke lichaam is van het siderische wezen, waarvan
de atman of geest, de engel is, of rishi, of dhyani-chohan,
of deva, of hoe we hem ook noemen. Dit geloof is, zoals de occultisten
zullen begrijpen . . . volledig occult. Het is zeer zeker een stelling
van de Geheime Leer – maar dan zonder het element van
verafgoding.
Een van de voornaamste redenen dat de zeven, of
beter gezegd twaalf, planeten heilig worden genoemd is omdat ze als
individuen de verblijfplaatsen zijn van de twaalf essentiële spirituele
krachten die als lagere logoi uitgaan van de hoogste logos van onze
zon. Zoals in eerdere hoofdstukken werd uiteengezet, zijn er twaalf
hoofdstralen of krachten die onze zonneketen, hun voertuig, vormen en
bezielen; en zij zijn de twaalf lagere logoi van ons zonnestelsel. Elk
van deze logoi is dus de rector, de spirituele genius, de aartsengel
als u wilt, van een van de twaalf heilige planeten en gebruikt die planeet
als zijn voornaamste ‘zenuwcentrum’.
Het volgende diagram illustreert de overeenkomsten
die bestaan tussen de ketens van de heilige planeten en de tekens van
de dierenriem aan de ene kant, en de twaalf bollen van onze eigen planeetketen
op hun respectieve kosmische gebieden aan de andere kant. De lezer zal
zelf zien dat de zeven heilige planeten – of beter gezegd vijf
ervan – op de bovenste drie kosmische gebieden zijn aangegeven
en ook ‘weerspiegeld’ op de onderste drie. Deze manier van
herhalen van deze vijf planeten is min of meer een sluier. Toch is ze
gebaseerd op het occulte feit dat, hoewel er twaalf individuele kosmische
of zodiakale soorten magnetisme in en door ons zonnestelsel werken,
het beter is ze te zien als zes fundamentele magnetismen, die alle hun
positieve en negatieve pool hebben, zodat elk werkelijk tweevoudig is
en de zes zich manifesteren als de twaalf ‘gemanifesteerde’
magnetismen. Omdat bovendien elk van de heilige planeten het huis of
voornaamste zenuwcentrum is van een van deze fundamentele magnetismen,
ook lagere logoi genoemd, kunnen deze heilige planeten in een diagram
tweemaal worden weergegeven, d.w.z. de vijf positieve en hun negatieve
weerspiegeling, die zo een tiental vormen, vijf boven en vijf beneden
het vierde gemanifesteerde kosmische gebied. Hier raken we een van de
redenen waarom de Ouden de zon en de maan als plaatsvervangers voor
twee verborgen planeten beschouwden.

Zoals de heilige planeten wereldbouwers zijn met
betrekking tot onze planeetketen aarde, zo is onze planeetketen op identieke
wijze een kosmokrator die in het bijzonder helpt bij de bouw en leiding
van één van de andere planeetketens, maar in het algemeen
ook helpt bij de bouw en leiding van alle andere planeetketens
van ons zonnestelsel.
Onze hele zonnekosmos toont overal actie en interactie;
alles daarin is onderling verbonden en werkt op elkaar in. Laten we
een voorbeeld geven: de planeet Mars is gevormd door haar speciale groep
van zeven of twaalf planeetketens, waarbij zijzelf de achtste is van
haar achttal; en onze aardketen is één daarvan.
Er zijn andere vergelijkbare groepen van heilige planeten die uit zichtbare
en onzichtbare planeten bestaan en die tot ons universele zonnestelsel
behoren; en van deze groepen van ketens maakt noch onze aarde, noch
een van haar familie van heilige planeten als eenheid deel uit, hoewel
ze in algemene zin natuurlijk behoren bij alle groepen van twaalf die
het universele zonnestelsel samenstellen. Onze zon is slechts een van
verschillende andere zonnen in ons universele Ei van Brahma, en deze
andere zonnen zijn – elk met zijn eigen familie van planeetketens
– voor ons onzichtbaar, omdat ze zich op andere gebieden van het
universele zonnestelsel bevinden.
Wat Uranus en Neptunus betreft het volgende: Uranus
maakt deel uit van het universele zonnestelsel, maar behoort niet tot
ons zonnestelsel, hoewel ze als een echte planeet nauw is verbonden
met onze zon zowel wat oorsprong als bestemming betreft. De enige manier
waarop Uranus kan worden gezien als een lid van ons zonnestelsel is
van zuiver astronomische aard, omdat Uranus onder invloed staat van
ons stelsel voorzover het de omwentelingen van haar fysieke bol rond
de zon betreft.
Neptunus daarentegen is in dit zonnemanvantara op
grond van haar oorsprong noch lid van ons zonnestelsel, noch van het
universele zonnestelsel. Zoals ik in mijn Beginselen van de Esoterische
Filosofie heb uitgelegd, is ze wat men een ingevangene noemt, en
die gebeurtenis heeft in een bepaald opzicht de totale aard van het
universele zonnestelsel veranderd; ze zal bij ons blijven tot het karmische
moment aanbreekt om ons te verlaten.* Ze is ingevangen in dezelfde zin
waarin sommige planeten manen hebben ingevangen. We zouden kunnen zeggen
dat in een lang vervlogen tijd een komeet die het echte planeetstadium
van evolutie naderde, op haar eigen bestaansgebied de aantrekkingssfeer
van het universele zonnestelsel dicht genoeg passeerde om te worden
ingevangen, en dat ze zich als gevolg van de wisselwerking van verschillende
krachten in een baan om de zon vestigde, en dat vele eonen later onze
astronomen haar ontdekten en Neptunus noemden! Neptunus kunnen we terecht
als zo’n ingevangen komeet zien. Pluto is eveneens ingevangen.
*Vgl. De Geheime Leer, 1:133vn:
De ware oosterse occultist zal beweren dat, hoewel er in ons stelsel
veel tot dusver onontdekte planeten zijn, Neptunus niet tot ons stelsel
behoort, ondanks zijn schijnbare betrekking tot onze zon en de invloed
daarvan op Neptunus. Men zegt dat deze betrekking mayavisch,
denkbeeldig, is.
Zoals eerder besproken, vormen kometen slechts het
eerste stadium in de evolutiegeschiedenis van alle planeten en ook van
alle zonnen; want er zijn planetaire, zonne- en kosmische kometen, d.w.z.
kometen die planeten om een zon worden, en kometen die zonnen worden.
Omdat Neptunus een ingevangene is, heeft ze geen
rechtstreekse relatie met de twaalf huizen van onze dierenriem zoals
de echte planeten van ons zonnestelsel. Niettemin beïnvloedt Neptunus
het stelsel als geheel en wel zeer sterk, en ze zal daarmee voortgaan
zolang ze een van de hemellichamen blijft die rond de zon wentelen.
Niet alleen verandert ze de totale polariteit van het stelsel, maar
alleen al daardoor beïnvloedt ze ook alles binnen de zonnekosmos,
en oefent daarom – astrologisch gesproken – invloed uit
op alle mensen, op alle wezens en dingen op aarde. Toch is het een invloed
‘van buitenaf’, hoewel natuurlijk strikt karmisch. Neptunus
is een zevenvoudige (of twaalfvoudige) levende entiteit en door haar
aderen vloeit hetzelfde kosmische levensbloed dat door onze aderen vloeit.
Het is net zo’n planeetketen als alle andere hemellichamen, maar
we zien slechts de ene bol van haar keten die zich op hetzelfde gebied
van waarneming bevindt als wij.
Zo zien we dat alle planeetketens in het hele zonnestelsel,
het onze of het universele, samenwerken en elkaar helpen, en dat die
ketens die tot het rijk van een bepaalde zon behoren elkaar wederzijds
opbouwen – daarbij werken ze alle aan hun gemeenschappelijke bestemming.
Ons zonnestelsel is inderdaad vol leven: het is een levend organisme,
een organische entiteit.
Bron
van het Occultisme, blz. 352-61
© 2006 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag