De maan
Wanneer een planeetketen in haar laatste ronde
is, zendt haar bol 1 of A, voordat deze tenslotte afsterft,
al zijn energie en ‘beginselen’ naar een neutraal centrum
van latente kracht, een ‘layacentrum’, en bezielt daardoor
een nieuwe kern van ongedifferentieerde substantie of stof, d.w.z.
wekt deze op tot werkzaamheid of schenkt haar leven. Stel dat een
dergelijk proces in de ‘planeet’keten van de maan heeft
plaatsgehad; . . . Dan zal men zich nu gemakkelijk kunnen voorstellen
dat bol A van de maanketen, bol A van de aardketen bezielt en –
sterft; dat daarna bol B van eerstgenoemde zijn energie naar bol B
van de nieuwe keten overbrengt; dat dan bol C van de maanketen als
nakomeling bol C van de aardketen schept; dat vervolgens de maan (onze
satelliet) al haar leven, energie en vermogens laat overgaan naar
de laagste bol van onze planeetketen – bol D, onze aarde –
en dat zij, nadat ze deze naar een nieuw centrum heeft overgebracht,
praktisch een dode planeet wordt, waarvan de aswenteling
vanaf de geboorte van onze bol bijna heeft opgehouden. De maan is
nu het koude overblijfsel, de schaduw die wordt gesleept achter het
nieuwe lichaam waarin haar levenskrachten en ‘beginselen’
zijn overgegaan. Ze is gedoemd om tijdperken lang de aarde te blijven
volgen, om door haar nakomelinge te worden aangetrokken en deze aan
te trekken. Voortdurend door haar kind gevampiriseerd, wreekt
ze zich door dit geheel te doordrenken met de verderfelijke, onzichtbare
en giftige invloed die uitstraalt van de occulte kant van haar natuur.
Want ze is een dood maar toch een levend lichaam.
De deeltjes van haar ontbindende lijk zijn vol werkzaam en destructief
leven, hoewel het lichaam dat ze hadden gevormd zielloos en levenloos
is. Haar uitstralingen zijn daarom tegelijk weldadig en schadelijk
– deze situatie heeft haar parallel op aarde in het feit dat
gras en planten nergens sappiger en weliger zijn dan op graven, terwijl
tegelijkertijd de uitwasemingen van het kerkhof en van lijken dodelijk
zijn. En evenals alle lijken etende boze geesten of vampiers is de
maan de vriendin van de tovenaars en de vijand van degenen die niet
waakzaam zijn. . . .
Zo is de maan, beschouwd
van sterrenkundig, geologisch en natuurkundig standpunt. Haar metafysische
en psychische natuur moet in dit boek een occult geheim blijven, .
. . – De Geheime Leer, 1:185-6
De maan is de Heer en Schenker van Leven genoemd;
ze is ook een dode planeet en de voortbrenger van de dood genoemd. Zijn
deze uitspraken met elkaar in strijd of is het meer in overeenstemming
met de waarheid om te zeggen dat ze twee kanten van dezelfde medaille
zijn? Het is een feit dat bepaalde geneesmiddelen het leven kunnen verlengen
en zelfs terugbrengen, maar bij onjuist gebruik de dood kunnen veroorzaken
en ziekte kunnen verwekken. Voedsel kan doden en toch houdt voedsel
ons in leven. Het leven is vol schijnbare tegenstrijdigheden die in
werkelijkheid paradoxen zijn.
Als schenker van zowel fysiek als astraal leven
is de maan ook de overbrenger van de lagere mentale en psychische vitaliteit.
Maar ze heeft ook alle krachten van de dood in zich. Ze is een ontbindend
lichaam. Elk atoom dat de maan verlaat, snelt naar de aarde, doordrenkt
van maaninvloeden. De invloed van de maan is in deze opzichten verderfelijk
en zelfs dodelijk. En toch, als het mogelijk zou zijn de maan plotseling
van de hemel te verwijderen, haar en haar invloed teniet te doen, zouden
we binnen vierentwintig uur negenennegentig procent van ons planten-
en dierenleven, waaronder de mens, zien wegkwijnen en sterven. Tegelijkertijd
zouden we plotseling eigenaardige en abnormale soorten gewas zien opschieten.
Liefde, bijvoorbeeld, schenkt leven, maar liefde kan ook de dood brengen.
De vitaliteit van de maan stimuleert niet alleen de grovere vormen van
ons fysieke bestaan, maar kan door dezelfde activiteit ook verval en
ziekte veroorzaken in andere delen van de menselijke constitutie.*
*Vgl. De Geheime Leer; 1:422-41; zie ook blz.
592-3 waar HPB commentaar geeft op de ‘zenuw-ether’ van
dr. Richardson:
‘Deze ‘zenuw-ether’ is het laagste beginsel van de
oer-essentie, die het leven is. Hij is dierlijke vitaliteit,
die door de hele natuur is verspreid en die werkt naargelang van de
omstandigheden die hij bij zijn activiteit aantreft. Hij is geen ‘dierlijk
product’, maar het levende dier, de levende bloem of plant zijn
zijn producten. De dierlijke weefsels nemen die zenuw-ether
alleen op overeenkomstig hun meer of minder ziekelijke of gezonde toestand
– zoals ook geschiedt door de fysieke stoffen en structuren
(in hun oorspronkelijke toestand – nota bene) –
en vanaf het moment van de geboorte van de entiteit regelt, sterkt en
voedt hij ze. Hij daalt in grotere hoeveelheid neer op de planten
in de sushumna-zonnestraal die de maan verlicht en voedt, en
door haar stralen wordt zijn licht uitgestort over mens en dier en doordringt
deze. Dit geschiedt meer gedurende hun slaap en rust dan wanneer ze
volledig actief zijn.’
Men heeft onze maan ook wel de wachter op de drempel
van deze aarde genoemd, vergelijkbaar met het kamarupische spook dat
de mens in bepaalde ongelukkige gevallen achtervolgt, wanneer het vorige
leven (of de vorige levens) sterk was beïnvloed door kwalijke gedachten
en hartstochten. Zoals een wachter, wiens hele wezen verdorven is en
wiens uitstralingen die van de dood zijn, voortdurend, zij het automatisch,
verderfelijke gedachten inblaast en de mens aanzet tot kwaad doen, zo
wordt onze aarde door onze maan achtervolgd. Ze is een dood lichaam,
een entiteit in een staat van ontbinding, en daarom vol levenskrachten
van een lage soort. Juist het leven daarin veroorzaakt haar verval;
want een lijk ontbindt door het leven erin dat het doet uiteenvallen.
Bij ontbinding manifesteert het leven zich als een desintegrerende in
plaats van een vormende en opbouwende energie. Daarom is de maan de
wachter op de drempel van de aarde. Ze was onze vroegere woonplaats,
die we gedurende vele eeuwen van het maanmanvantara van een kwalijk
soort magnetisme hebben doordrongen, en dit magnetisme houdt de maan
nog steeds bijeen; en omdat ze door banden van verwantschap tot de aarde
wordt aangetrokken, blijft ze onze bol en zijn bewoners achtervolgen.
Ze zendt dag en nacht emanaties uit, die zich door magnetische aantrekking
razendsnel naar het gelijksoortige op aarde begeven en onze bol geheel
en al doordrenken. Haar uitwasemingen zijn schadelijk voorzover het
de mens betreft, want ze komen voort uit een ontbindend lichaam. De
maan bezit alle psychomagnetische energie van een ontbindend lijk; en
omdat ze een kosmisch lichaam is, zijn haar emanaties en stralingskrachten
zeer groot.
De kraterachtige patronen op de maan zijn het gevolg
van de ontbindingsprocessen die in haar kern ontstaan: puisten als het
ware, waardoor inwendige gassen en andere dingen die in de maan ontspringen,
vrijkomen en een uitweg vinden door deze zogenaamde kraters. Gezegend
zijn de mensheden van die toekomstige tijd waarin de maan tenslotte
geheel is verdwenen doordat haar atomen zich in de blauwe ether hebben
verspreid.
Als we omhoogkijken naar de met sterren bezaaide
hemelruimte, zien we het astrale lichaam, het kamarupa, van de fysieke
maan die eens bestond, eonen en eonen geleden, en dat fysieke lichaam
is nu uiteengevallen in ontastbaar, kosmisch stof. We nemen dit kamarupische
spook waar, omdat onze fysieke aarde zich op een subgebied hoger bevindt
dan dat waarop het fysieke lichaam van de maan was. Als onze wetenschappers
door een soort toverkracht naar de maan zouden worden overgebracht,
dan zouden ze het, denk ik, hoewel ze haar bijna even duidelijk zouden
kunnen zien als onze aarde, niet gemakkelijk vinden om op haar oppervlak
rond te lopen, want ze is niet hard genoeg om er gemakkelijk op te kunnen
lopen.
Nauwkeuriger gezegd, wij zien niet het fysieke voertuig
van de maan die vroeger bestond, toen die maan leefde als de
vierde bol van haar keten, maar het kamarupa van bol D van de vroegere
maanketen, omdat wij nu zintuigen bezitten die zich hebben gevormd om
waar te nemen wat er plaatsvindt op een subgebied dat één
graad boven het subgebied ligt waarop het fysieke lichaam van bol D
van de maanketen zich eonen geleden bevond. Met andere woorden, het
fysieke voertuig van onze bol D bevindt zich op het astrale subgebied
van de bol D van de vroegere maanketen.
Bedenk echter dat er zeven (of twaalf) manen zijn,
en elk daarvan is nu het kamarupa van haar overeenkomstige bol die nu
‘dood’ is, verdwenen, ontbonden in zijn samenstellende elementen;
en de zes (of elf) andere manen behoren natuurlijk tot de andere en
hogere gebieden van de vroegere maanketen, op dezelfde wijze als onze
hogere bollen tot de hogere gebieden van onze aardketen behoren.
De maan doorliep haar zeven ronden net zoals onze
eigen planeetketen dat zal doen, en aan het eind van haar zevende ronde
stierf ze en liet haar fysieke lichaam achter, dat eeuwen geleden in
kosmisch stof uiteenviel. Maar de maanketen was geen goede levensketen;
het was een verdorven keten, en wij mensen behoren tot degenen die haar
zo maakten. Het kamarupa van de maan zal zijn uiteengevallen in zijn
samenstellende atomen en zijn verdwenen voordat de aarde de zevende
ronde heeft bereikt of de laatste stadia van haar evolutie in dit huidige
planeet-manvantara.
Zoals gezegd is de maan de heer en schenker van
leven, en ook de oorzaak van de dood van mensen en van alle andere organische
entiteiten op aarde. De maan heeft ook een duidelijke invloed op ziekteprocessen,
omdat ze de oorsprong is van de invloeden waaronder alle ziekten beginnen,
hun verloop hebben, tot een hoogtepunt komen en het lichaam doden of
het verlaten. Haar emanaties verschaffen als het ware het milieu waarin
ziekten hun werk beginnen. Hoe paradoxaal ook, de maan is tevens de
bron van genezing, en dit deel van haar vermogen ontleent ze aan de
zon; maar het is voor een mens misschien niet zo best de maan te laten
genezen. De zon is de grote geneesheer van de aarde en van het zonnestelsel.
Toch kan de zon zelf ook doden. Te veel zonlicht is op zichzelf even
slecht als helemaal geen zonlicht. En zo is het ook met de maan: te
veel maanlicht veroorzaakt rotting, verval en tenslotte de dood. Maar
het maanlicht stimuleert ook de groei als het evenwicht in andere opzichten
bewaard blijft.
In oude mythologieën wordt de maan soms de
Heer van de Geboorte genoemd, of de Heer van de Voortplanting, en op
andere momenten de Maangodin die heerst over de conceptie en de geboorte
van kinderen. In sommige landen wordt ze gezien als een overwegend mannelijke
invloed, zoals onder de Latijnse volkeren die de maan Lunus noemden;
in latere tijden toen het vrouwelijke aspect werd benadrukt, werd ze
Luna genoemd. Of de maan, zoals in de hindoelegende, wordt gepersonifieerd
als Soma, een mannelijke god, of als Artemis of Diana bij de Grieken
en Romeinen, doet er in het geheel niet toe. Het betekent eenvoudig
dat in het ene geval de mannelijke invloed meer in het bijzonder de
nadruk krijgt in de mythologische verhalen over de maan; en in het andere
geval de vrouwelijke.
Omdat de maan zowel de poort tot het leven als tot
de dood is, geloofde men in bijna alle landen van de wereld en in alle
tijden dat de conceptie en de groei, niet alleen van dieren, maar van
alle entiteiten op aarde, rechtstreeks onder invloed van de maan stonden,
zowel psychisch als fysiek.
Er zijn aan de invloed van de maan op huwelijk en
zwangerschap grote mystieke geheimen verbonden, en HPB zegt ons dat
het beter zou zijn voor de mensheid als dit meer zou worden begrepen.*
Men kan zeggen dat geen huwelijk zou moeten worden voltrokken bij afnemende
maan, maar altijd tussen nieuwe en volle maan, tegen de tijd van de
volle maan. Verder zouden huwelijken moeten plaatsvinden in de lente,
of het nu op het noordelijk of het zuidelijk halfrond is, en de reden
hiervoor is dat dan in de hele natuur het nieuwe leven in alle dingen
ontluikt. De oude Attische Grieken hadden zelfs een maand die ze Gamelion
noemden, wat huwelijksmaand betekent, overeenkomend met onze januari-februari.
*Vgl. De Geheime Leer, 1:256.
Bovenstaande suggesties slaan ook op alle andere
gebieden van menselijke activiteit. Wanneer de omstandigheden geschikt
zijn en u tijd heeft om te kiezen, is het altijd beter iets belangrijks,
zoals het uitvoeren van een gewichtig plan, het ondernemen van een reis,
enz., bij wassende maan te doen. Probeer de ‘donkere veertien
dagen’, zoals de hindoes het uitdrukken, te vermijden, wat de
periode van de afnemende maan is. Begin wat u onderneemt – in
de handel, bij studie, beroepsarbeid, landbouw of wat ook – na
nieuwe maan en terwijl ze wassende is. De natuur ontplooit zich dan
en groeit met u mee. Het is een goede regel om te volgen; maar er zijn
tijden dat een mens, een waarachtig mens, niet moet wachten maar onmiddellijk
moet handelen, en ook krachtig moet handelen, zonder te letten op de
fasen van de maan.
Het is de maan die de inwijdingscyclus beheerst
en het wordt als verkeerd beschouwd om bepaalde dingen te doen wanneer
ze in bepaalde sectoren van de hemel staat, en als heilig wanneer ze
in andere sectoren staat. Alleen als er een zeer dringende noodzaak
is, is het toegestaan deze regel te overtreden, want hij is gebaseerd
op de werkingen van de natuur zelf. Terwijl de zon licht en inspiratie
geeft aan de geest, beheerst de maan – die in één
belangrijk opzicht onze kwade genius is, en in een ander belangrijk
opzicht ons helpt – de inwijdingscyclus; en het verschil in dit
opzicht tussen de meester van de witte en die van de zwarte magie is,
dat de eerste meester is over de omstandigheden en ze beheerst voor
een onpersoonlijk en heilig doel, en de ander voor een persoonlijk en
slecht doel.
Over deze dubbele invloed van de maan, enerzijds
van duisternis en verval, en anderzijds van licht en leven, schreef
HPB:
Een ‘soma-drinker’ verwerft het vermogen
zich in rechtstreekse verbinding te stellen met de verlichte
kant van de maan en ontleent zo inspiratie aan de geconcentreerde
intellectuele energie van de gezegende voorouders. Deze ‘concentratie’
en het feit dat de maan de voorraadschuur is van die energie, is het
geheim waarvan de betekenis niet moet worden onthuld, behalve dan
de vermelding van het feit dat een bepaalde invloed vanuit de verlichte
kant van de bol voortdurend over de aarde wordt uitgestort.
Dat wat één stroom schijnt te zijn
(voor de onwetende) heeft een tweevoudige aard – één
die leven en wijsheid schenkt, de andere die dodelijk is. Wie de
eerste van de tweede kan scheiden, zoals Kalahamsa de melk van het
water scheidde dat ermee was vermengd, en zo grote wijsheid tentoonspreidde
– zal zijn beloning krijgen.*
*‘Thoughts on the elementals’, Lucifer,
mei 1890, blz. 187; CW 12:203-4.
Dit zijn mystieke gedachten, en ze verklaren gedeeltelijk
waarom de grote inwijdingen, indien mogelijk, altijd gedurende de lichte
helft van de maan plaatshebben; dit is een kwestie van natuurwetten,
van omstandigheden die dit bepalen. Ze hebben niet alleen bij volle
maan plaats; ze beginnen op het moment van de nieuwe maan en duren voort
tot de maan vol is en dan zijn ze voorbij. Wanneer de maan vol is, bevindt
ze zich aan de kant van de aarde die van de zon is afgewend. Dit betekent
dat zowel de zon als de aarde aan de maan trekken en de somadrank eraan
onttrekken, de maan-nectar. Voor hen die niet gereed zijn, die niet
sterk genoeg zijn om deze nectar van de goden te drinken, volgt de dood.
Voor hen die gereed zijn, is de somadrank niet langer dodelijk maar
schenkt hij leven.
De maan schenkt niet alleen leven, maar schiet eveneens
de pijlen van de dood af.* En hij die het levensaspect ervan kan scheiden
van het doodsaspect, is werkelijk een wijs mens. De maan is een reservoir
van zonne-invloeden, wat HPB de ‘intellectuele energie van de
gezegende voorouders’ noemt, van de zonne-lha’s, zoals men
ze in Tibet noemt. Deze invloeden zendt de maan naar ons door, precies
zoals ons verstand de invloeden van onze geest doorzendt. De innerlijke
spirituele zon van de mens stuurt zijn emanaties uit, zijn bundels van
stralen, die door de bemiddelende functie van de ziel naar de hersenen
worden gestuurd. De maan is dus de ziel, de zon de geest en de aarde
is hun kind, het lichaam.
*Vgl. De Geheime Leer, 1:433-4.
De verwantschap tussen maan en aarde is zo nauw,
zo verreikend, dat ze ieder atoom van het hele lichaam van de aarde
beïnvloedt: meer zelfs, van iedere bol van de aardketen en van
de maanketen.
Bron
van het Occultisme, blz. 378-84
© 2006 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag