Bron van het occultisme / G. de Purucker

Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid
gebaseerd op
De Geheime Leer van H.P. Blavatsky

geredigeerd door Grace F. Knoche

isbn 9070328720, gebonden, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever
iets worden overgenomen.

© 2006   Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

 

   
      Inhoudsopgave     

 

De maan


Wanneer een planeetketen in haar laatste ronde is, zendt haar bol 1 of A, voordat deze tenslotte afsterft, al zijn energie en ‘beginselen’ naar een neutraal centrum van latente kracht, een ‘layacentrum’, en bezielt daardoor een nieuwe kern van ongedifferentieerde substantie of stof, d.w.z. wekt deze op tot werkzaamheid of schenkt haar leven. Stel dat een dergelijk proces in de ‘planeet’keten van de maan heeft plaatsgehad; . . . Dan zal men zich nu gemakkelijk kunnen voorstellen dat bol A van de maanketen, bol A van de aardketen bezielt en – sterft; dat daarna bol B van eerstgenoemde zijn energie naar bol B van de nieuwe keten overbrengt; dat dan bol C van de maanketen als nakomeling bol C van de aardketen schept; dat vervolgens de maan (onze satelliet) al haar leven, energie en vermogens laat overgaan naar de laagste bol van onze planeetketen – bol D, onze aarde – en dat zij, nadat ze deze naar een nieuw centrum heeft overgebracht, praktisch een dode planeet wordt, waarvan de aswenteling vanaf de geboorte van onze bol bijna heeft opgehouden. De maan is nu het koude overblijfsel, de schaduw die wordt gesleept achter het nieuwe lichaam waarin haar levenskrachten en ‘beginselen’ zijn overgegaan. Ze is gedoemd om tijdperken lang de aarde te blijven volgen, om door haar nakomelinge te worden aangetrokken en deze aan te trekken. Voortdurend door haar kind gevampiriseerd, wreekt ze zich door dit geheel te doordrenken met de verderfelijke, onzichtbare en giftige invloed die uitstraalt van de occulte kant van haar natuur. Want ze is een dood maar toch een levend lichaam. De deeltjes van haar ontbindende lijk zijn vol werkzaam en destructief leven, hoewel het lichaam dat ze hadden gevormd zielloos en levenloos is. Haar uitstralingen zijn daarom tegelijk weldadig en schadelijk – deze situatie heeft haar parallel op aarde in het feit dat gras en planten nergens sappiger en weliger zijn dan op graven, terwijl tegelijkertijd de uitwasemingen van het kerkhof en van lijken dodelijk zijn. En evenals alle lijken etende boze geesten of vampiers is de maan de vriendin van de tovenaars en de vijand van degenen die niet waakzaam zijn. . . .

Zo is de maan, beschouwd van sterrenkundig, geologisch en natuurkundig standpunt. Haar metafysische en psychische natuur moet in dit boek een occult geheim blijven, . . .    – De Geheime Leer, 1:185-6

De maan is de Heer en Schenker van Leven genoemd; ze is ook een dode planeet en de voortbrenger van de dood genoemd. Zijn deze uitspraken met elkaar in strijd of is het meer in overeenstemming met de waarheid om te zeggen dat ze twee kanten van dezelfde medaille zijn? Het is een feit dat bepaalde geneesmiddelen het leven kunnen verlengen en zelfs terugbrengen, maar bij onjuist gebruik de dood kunnen veroorzaken en ziekte kunnen verwekken. Voedsel kan doden en toch houdt voedsel ons in leven. Het leven is vol schijnbare tegenstrijdigheden die in werkelijkheid paradoxen zijn.

Als schenker van zowel fysiek als astraal leven is de maan ook de overbrenger van de lagere mentale en psychische vitaliteit. Maar ze heeft ook alle krachten van de dood in zich. Ze is een ontbindend lichaam. Elk atoom dat de maan verlaat, snelt naar de aarde, doordrenkt van maaninvloeden. De invloed van de maan is in deze opzichten verderfelijk en zelfs dodelijk. En toch, als het mogelijk zou zijn de maan plotseling van de hemel te verwijderen, haar en haar invloed teniet te doen, zouden we binnen vierentwintig uur negenennegentig procent van ons planten- en dierenleven, waaronder de mens, zien wegkwijnen en sterven. Tegelijkertijd zouden we plotseling eigenaardige en abnormale soorten gewas zien opschieten. Liefde, bijvoorbeeld, schenkt leven, maar liefde kan ook de dood brengen. De vitaliteit van de maan stimuleert niet alleen de grovere vormen van ons fysieke bestaan, maar kan door dezelfde activiteit ook verval en ziekte veroorzaken in andere delen van de menselijke constitutie.*

*Vgl. De Geheime Leer; 1:422-41; zie ook blz. 592-3 waar HPB commentaar geeft op de ‘zenuw-ether’ van dr. Richardson:
‘Deze ‘zenuw-ether’ is het laagste beginsel van de oer-essentie, die het leven is. Hij is dierlijke vitaliteit, die door de hele natuur is verspreid en die werkt naargelang van de omstandigheden die hij bij zijn activiteit aantreft. Hij is geen ‘dierlijk product’, maar het levende dier, de levende bloem of plant zijn zijn producten. De dierlijke weefsels nemen die zenuw-ether alleen op overeenkomstig hun meer of minder ziekelijke of gezonde toestand – zoals ook geschiedt door de fysieke stoffen en structuren (in hun oorspronkelijke toestand – nota bene) – en vanaf het moment van de geboorte van de entiteit regelt, sterkt en voedt hij ze. Hij daalt in grotere hoeveelheid neer op de planten in de sushumna-zonnestraal die de maan verlicht en voedt, en door haar stralen wordt zijn licht uitgestort over mens en dier en doordringt deze. Dit geschiedt meer gedurende hun slaap en rust dan wanneer ze volledig actief zijn.’

Men heeft onze maan ook wel de wachter op de drempel van deze aarde genoemd, vergelijkbaar met het kamarupische spook dat de mens in bepaalde ongelukkige gevallen achtervolgt, wanneer het vorige leven (of de vorige levens) sterk was beïnvloed door kwalijke gedachten en hartstochten. Zoals een wachter, wiens hele wezen verdorven is en wiens uitstralingen die van de dood zijn, voortdurend, zij het automatisch, verderfelijke gedachten inblaast en de mens aanzet tot kwaad doen, zo wordt onze aarde door onze maan achtervolgd. Ze is een dood lichaam, een entiteit in een staat van ontbinding, en daarom vol levenskrachten van een lage soort. Juist het leven daarin veroorzaakt haar verval; want een lijk ontbindt door het leven erin dat het doet uiteenvallen. Bij ontbinding manifesteert het leven zich als een desintegrerende in plaats van een vormende en opbouwende energie. Daarom is de maan de wachter op de drempel van de aarde. Ze was onze vroegere woonplaats, die we gedurende vele eeuwen van het maanmanvantara van een kwalijk soort magnetisme hebben doordrongen, en dit magnetisme houdt de maan nog steeds bijeen; en omdat ze door banden van verwantschap tot de aarde wordt aangetrokken, blijft ze onze bol en zijn bewoners achtervolgen. Ze zendt dag en nacht emanaties uit, die zich door magnetische aantrekking razendsnel naar het gelijksoortige op aarde begeven en onze bol geheel en al doordrenken. Haar uitwasemingen zijn schadelijk voorzover het de mens betreft, want ze komen voort uit een ontbindend lichaam. De maan bezit alle psychomagnetische energie van een ontbindend lijk; en omdat ze een kosmisch lichaam is, zijn haar emanaties en stralingskrachten zeer groot.

De kraterachtige patronen op de maan zijn het gevolg van de ontbindingsprocessen die in haar kern ontstaan: puisten als het ware, waardoor inwendige gassen en andere dingen die in de maan ontspringen, vrijkomen en een uitweg vinden door deze zogenaamde kraters. Gezegend zijn de mensheden van die toekomstige tijd waarin de maan tenslotte geheel is verdwenen doordat haar atomen zich in de blauwe ether hebben verspreid.

Als we omhoogkijken naar de met sterren bezaaide hemelruimte, zien we het astrale lichaam, het kamarupa, van de fysieke maan die eens bestond, eonen en eonen geleden, en dat fysieke lichaam is nu uiteengevallen in ontastbaar, kosmisch stof. We nemen dit kamarupische spook waar, omdat onze fysieke aarde zich op een subgebied hoger bevindt dan dat waarop het fysieke lichaam van de maan was. Als onze wetenschappers door een soort toverkracht naar de maan zouden worden overgebracht, dan zouden ze het, denk ik, hoewel ze haar bijna even duidelijk zouden kunnen zien als onze aarde, niet gemakkelijk vinden om op haar oppervlak rond te lopen, want ze is niet hard genoeg om er gemakkelijk op te kunnen lopen.

Nauwkeuriger gezegd, wij zien niet het fysieke voertuig van de maan die vroeger bestond, toen die maan leefde als de vierde bol van haar keten, maar het kamarupa van bol D van de vroegere maanketen, omdat wij nu zintuigen bezitten die zich hebben gevormd om waar te nemen wat er plaatsvindt op een subgebied dat één graad boven het subgebied ligt waarop het fysieke lichaam van bol D van de maanketen zich eonen geleden bevond. Met andere woorden, het fysieke voertuig van onze bol D bevindt zich op het astrale subgebied van de bol D van de vroegere maanketen.

Bedenk echter dat er zeven (of twaalf) manen zijn, en elk daarvan is nu het kamarupa van haar overeenkomstige bol die nu ‘dood’ is, verdwenen, ontbonden in zijn samenstellende elementen; en de zes (of elf) andere manen behoren natuurlijk tot de andere en hogere gebieden van de vroegere maanketen, op dezelfde wijze als onze hogere bollen tot de hogere gebieden van onze aardketen behoren.

De maan doorliep haar zeven ronden net zoals onze eigen planeetketen dat zal doen, en aan het eind van haar zevende ronde stierf ze en liet haar fysieke lichaam achter, dat eeuwen geleden in kosmisch stof uiteenviel. Maar de maanketen was geen goede levensketen; het was een verdorven keten, en wij mensen behoren tot degenen die haar zo maakten. Het kamarupa van de maan zal zijn uiteengevallen in zijn samenstellende atomen en zijn verdwenen voordat de aarde de zevende ronde heeft bereikt of de laatste stadia van haar evolutie in dit huidige planeet-manvantara.

Zoals gezegd is de maan de heer en schenker van leven, en ook de oorzaak van de dood van mensen en van alle andere organische entiteiten op aarde. De maan heeft ook een duidelijke invloed op ziekteprocessen, omdat ze de oorsprong is van de invloeden waaronder alle ziekten beginnen, hun verloop hebben, tot een hoogtepunt komen en het lichaam doden of het verlaten. Haar emanaties verschaffen als het ware het milieu waarin ziekten hun werk beginnen. Hoe paradoxaal ook, de maan is tevens de bron van genezing, en dit deel van haar vermogen ontleent ze aan de zon; maar het is voor een mens misschien niet zo best de maan te laten genezen. De zon is de grote geneesheer van de aarde en van het zonnestelsel. Toch kan de zon zelf ook doden. Te veel zonlicht is op zichzelf even slecht als helemaal geen zonlicht. En zo is het ook met de maan: te veel maanlicht veroorzaakt rotting, verval en tenslotte de dood. Maar het maanlicht stimuleert ook de groei als het evenwicht in andere opzichten bewaard blijft.

In oude mythologieën wordt de maan soms de Heer van de Geboorte genoemd, of de Heer van de Voortplanting, en op andere momenten de Maangodin die heerst over de conceptie en de geboorte van kinderen. In sommige landen wordt ze gezien als een overwegend mannelijke invloed, zoals onder de Latijnse volkeren die de maan Lunus noemden; in latere tijden toen het vrouwelijke aspect werd benadrukt, werd ze Luna genoemd. Of de maan, zoals in de hindoelegende, wordt gepersonifieerd als Soma, een mannelijke god, of als Artemis of Diana bij de Grieken en Romeinen, doet er in het geheel niet toe. Het betekent eenvoudig dat in het ene geval de mannelijke invloed meer in het bijzonder de nadruk krijgt in de mythologische verhalen over de maan; en in het andere geval de vrouwelijke.

Omdat de maan zowel de poort tot het leven als tot de dood is, geloofde men in bijna alle landen van de wereld en in alle tijden dat de conceptie en de groei, niet alleen van dieren, maar van alle entiteiten op aarde, rechtstreeks onder invloed van de maan stonden, zowel psychisch als fysiek.

Er zijn aan de invloed van de maan op huwelijk en zwangerschap grote mystieke geheimen verbonden, en HPB zegt ons dat het beter zou zijn voor de mensheid als dit meer zou worden begrepen.* Men kan zeggen dat geen huwelijk zou moeten worden voltrokken bij afnemende maan, maar altijd tussen nieuwe en volle maan, tegen de tijd van de volle maan. Verder zouden huwelijken moeten plaatsvinden in de lente, of het nu op het noordelijk of het zuidelijk halfrond is, en de reden hiervoor is dat dan in de hele natuur het nieuwe leven in alle dingen ontluikt. De oude Attische Grieken hadden zelfs een maand die ze Gamelion noemden, wat huwelijksmaand betekent, overeenkomend met onze januari-februari.

*Vgl. De Geheime Leer, 1:256.

Bovenstaande suggesties slaan ook op alle andere gebieden van menselijke activiteit. Wanneer de omstandigheden geschikt zijn en u tijd heeft om te kiezen, is het altijd beter iets belangrijks, zoals het uitvoeren van een gewichtig plan, het ondernemen van een reis, enz., bij wassende maan te doen. Probeer de ‘donkere veertien dagen’, zoals de hindoes het uitdrukken, te vermijden, wat de periode van de afnemende maan is. Begin wat u onderneemt – in de handel, bij studie, beroepsarbeid, landbouw of wat ook – na nieuwe maan en terwijl ze wassende is. De natuur ontplooit zich dan en groeit met u mee. Het is een goede regel om te volgen; maar er zijn tijden dat een mens, een waarachtig mens, niet moet wachten maar onmiddellijk moet handelen, en ook krachtig moet handelen, zonder te letten op de fasen van de maan.

Het is de maan die de inwijdingscyclus beheerst en het wordt als verkeerd beschouwd om bepaalde dingen te doen wanneer ze in bepaalde sectoren van de hemel staat, en als heilig wanneer ze in andere sectoren staat. Alleen als er een zeer dringende noodzaak is, is het toegestaan deze regel te overtreden, want hij is gebaseerd op de werkingen van de natuur zelf. Terwijl de zon licht en inspiratie geeft aan de geest, beheerst de maan – die in één belangrijk opzicht onze kwade genius is, en in een ander belangrijk opzicht ons helpt – de inwijdingscyclus; en het verschil in dit opzicht tussen de meester van de witte en die van de zwarte magie is, dat de eerste meester is over de omstandigheden en ze beheerst voor een onpersoonlijk en heilig doel, en de ander voor een persoonlijk en slecht doel.

Over deze dubbele invloed van de maan, enerzijds van duisternis en verval, en anderzijds van licht en leven, schreef HPB:

Een ‘soma-drinker’ verwerft het vermogen zich in rechtstreekse verbinding te stellen met de verlichte kant van de maan en ontleent zo inspiratie aan de geconcentreerde intellectuele energie van de gezegende voorouders. Deze ‘concentratie’ en het feit dat de maan de voorraadschuur is van die energie, is het geheim waarvan de betekenis niet moet worden onthuld, behalve dan de vermelding van het feit dat een bepaalde invloed vanuit de verlichte kant van de bol voortdurend over de aarde wordt uitgestort.

Dat wat één stroom schijnt te zijn (voor de onwetende) heeft een tweevoudige aard – één die leven en wijsheid schenkt, de andere die dodelijk is. Wie de eerste van de tweede kan scheiden, zoals Kalahamsa de melk van het water scheidde dat ermee was vermengd, en zo grote wijsheid tentoonspreidde – zal zijn beloning krijgen.*

*‘Thoughts on the elementals’, Lucifer, mei 1890, blz. 187; CW 12:203-4.

Dit zijn mystieke gedachten, en ze verklaren gedeeltelijk waarom de grote inwijdingen, indien mogelijk, altijd gedurende de lichte helft van de maan plaatshebben; dit is een kwestie van natuurwetten, van omstandigheden die dit bepalen. Ze hebben niet alleen bij volle maan plaats; ze beginnen op het moment van de nieuwe maan en duren voort tot de maan vol is en dan zijn ze voorbij. Wanneer de maan vol is, bevindt ze zich aan de kant van de aarde die van de zon is afgewend. Dit betekent dat zowel de zon als de aarde aan de maan trekken en de somadrank eraan onttrekken, de maan-nectar. Voor hen die niet gereed zijn, die niet sterk genoeg zijn om deze nectar van de goden te drinken, volgt de dood. Voor hen die gereed zijn, is de somadrank niet langer dodelijk maar schenkt hij leven.

De maan schenkt niet alleen leven, maar schiet eveneens de pijlen van de dood af.* En hij die het levensaspect ervan kan scheiden van het doodsaspect, is werkelijk een wijs mens. De maan is een reservoir van zonne-invloeden, wat HPB de ‘intellectuele energie van de gezegende voorouders’ noemt, van de zonne-lha’s, zoals men ze in Tibet noemt. Deze invloeden zendt de maan naar ons door, precies zoals ons verstand de invloeden van onze geest doorzendt. De innerlijke spirituele zon van de mens stuurt zijn emanaties uit, zijn bundels van stralen, die door de bemiddelende functie van de ziel naar de hersenen worden gestuurd. De maan is dus de ziel, de zon de geest en de aarde is hun kind, het lichaam.

*Vgl. De Geheime Leer, 1:433-4.

De verwantschap tussen maan en aarde is zo nauw, zo verreikend, dat ze ieder atoom van het hele lichaam van de aarde beïnvloedt: meer zelfs, van iedere bol van de aardketen en van de maanketen.

 


Bron van het occultisme, blz. 378-84

© 2006  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag