H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse
conventies: 1888-1891
H.P. Blavatsky

isbn 9789491433108, paperback, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever iets worden overgenomen.

© 2014 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565AG Den Haag

 

   Inhoudsopgave   

Voorwoord

‘‘Handel zoals de goden dat doen wanneer ze geïncarneerd zijn. Voel uzelf het voertuig van de hele mensheid, de mensheid als een deel van uzelf, en handel in overeenstemming daarmee’ – inspirerende woorden die de hoeksteen vormen van een reeks brieven die H.P. Blavatsky in de laatste vier jaar van haar leven aan de Amerikaanse theosofen heeft gericht. Hoewel deze brieven buiten theosofische kringen nauwelijks bekend zijn, hebben ze niettemin een tijdloze waarde; ten eerste omdat ze van historisch belang zijn, omdat ze werden verstuurd in een periode van intense activiteit toen de Theosophical Society, begonnen door slechts een handjevol mensen in 1875, zich vanuit Amerika had verbreid naar Europa en Azië; en ten tweede, maar niet minder belangrijk, omdat ze van grote betekenis zijn voor de huidige cyclus: als we haar woorden lezen, krijgen we het gevoel dat ze met deze eeuw voor ogen geschreven zijn, zo krachtig beantwoorden ze aan de behoefte aan verstandig advies na de spirituele en psychische omwentelingen van de laatste tijd.

H.P. Blavatsky is de sfinx van de 19de eeuw genoemd, en is ook nu nog een raadsel. Dat ze heel wat meer was dan ze, zelfs voor haar naaste medewerkers, scheen te zijn, is duidelijk. Dit is al reden genoeg om haar geschriften met het oog van de intuïtie te bestuderen. Haar leven en werk zijn bepaald niet probleemloos verlopen; hoewel er opmerkelijke vooruitgang werd geboekt, kregen zowel HPB als de Society met ernstige crises te maken, crises die zowel van buitenaf als van binnenuit kwamen. Maar de theosofie had diep wortel geschoten in het bewustzijn van de mensheid, en laster noch verraad kon datgene vernietigen wat bestemd was om te leven.

Dit betrof een spirituele organisatie, en de impuls daartoe werd in de laatste decennia van de 19de eeuw gegeven door de leraren van H.P. Blavatsky, vrienden van de mensheid, van wie de voornaamste zorg was om in deze tijd in de wereld een levensvatbaar kanaal tot stand te brengen dat duurzaam genoeg was om in de komende eeuwen te blijven voortbestaan. Hiervoor hadden ze een werktuig nodig, een assistent, die bereid en in staat was om de wijsheid-leringen van de eeuwen over te brengen in een vorm die vollediger en uitgebreider is dan duizenden jaren lang mogelijk is geweest. Daar komt nog bij dat ze iemand moesten vinden en trainen met een allesoverheersende liefde voor de misdeelden van ziel, van lichaam en van geest.

Deze brieven stellen H.P. Blavatsky in het juiste licht – als spreekbuis van haar leraren, drager van een boodschap van grote spirituele waarde: het goddelijke is inherent aan elke levensvonk in de kosmos en niet een uniek verschijnsel dat alleen voor een christus mogelijk is; de mens en de hele natuur zijn in essentie, oorsprong en bestemming één; alle entiteiten hebben daarom dezelfde mogelijkheden om te groeien en zich te ontwikkelen door middel van cyclische verandering en vernieuwing van vorm; en, wat heel belangrijk is, broederschap is universeel, en het is voor alle landen en volkeren noodzakelijk om daarnaar te leven, als de huidige beschaving haar belofte wil vervullen.

Er waren bij het schrijven van de eerste brief niet veel meer dan 12 jaar verstreken sinds 1875, en toch werden de theosofische ideeën al door schrijvers en denkers overgenomen en brachten ze een duidelijke verandering in de tijdgeest teweeg. Niettemin stond de theosofie in haar zuivere eenvoud nog ‘een zware strijd’ te wachten, en de Amerikaanse leden werden eraan herinnerd dat de Theosophical Society, met universele broederschap als eerste beginsel, was opgericht om het spirituele ontwaken van de mensheid te stimuleren en niet ‘als kweekplaats om snel occultisten te leveren’. H.P. Blavatsky en haar leraren hadden de toenemende kracht van het transcendentalisme voorzien dat, na de golf van louter fenomenalisme en de zucht naar verschijnselen, de volgende decennia zou overspoelen en een spirituele en verstandelijke opleving op gang zou brengen. Ze zagen ook de gevaren die gepaard gingen met de opmars ervan als men het ontwikkelen van paranormale vermogens, wat toen in Amerika snel opkwam, onbeperkt en niet beteugeld door de hogere vermogens van de mens, zou laten voortwoekeren. Ze gaf duidelijk te kennen dat ethiek, de verheven morele waarheden van de theosofie ‘voor de mensheid nog harder nodig zijn dan de wetenschappelijke aspecten van de occulte feiten van de natuur en de mens’, omdat de invloed van de praktische toepassing ervan doordringt tot in de diepste diepten van de ziel en in de eeuwige kern blijft voortbestaan, terwijl het ontwikkelen van alleen paranormale vermogens van voorbijgaande waarde is.

Hoe profetisch zijn haar woorden, gezien de snelle toename van astrale en paranormale vindingen die tegenwoordig bij een gretig publiek in trek zijn, wat er allemaal toe leidt dat er een schaduw van wantrouwen wordt geworpen op de ‘echte onderzoekers van de paranormale wetenschappen’, onder wie men een aantal zeer gemotiveerde en creatieve onderzoekers van de innerlijke lagen van het menselijk bewustzijn kan aantreffen. Telkens weer spoort H.P. Blavatsky haar Amerikaanse collega’s aan hun kansen te grijpen en samen te werken om het opkomend getij van paranormale gevoeligheid, dat in deze ontwikkelingsfase van de mens wordt verwacht, te helpen en richting te geven, zodat ‘het ten slotte ten goede en niet ten kwade zal uitwerken.’

Als men deze brieven, de een na de ander, leest – de laatste twee werden maar drieënhalve week voor haar dood geschreven – dan begrijpt men iets van de dringende noodzaak die de mahatma’s in de jaren 70 van de 19de eeuw voelden om deze waarheden, die de menselijke natuur op een hoger peil brengen, onder allerlei mensen opnieuw in omloop te brengen. Ze wisten dat de idealen van mededogen en van het één-zijn van alle levende wezens, tijd nodig zouden hebben om het bewustzijn van de 20ste eeuw te doordringen, voordat de vloedgolf van belangstelling voor paranormale vermogens, en de ontwikkeling ervan, de mensheid zou overweldigen. Intuïtief weten we ook waarom ze, na bijna een eeuw zoeken, H.P. Blavatsky kozen als hun vertegenwoordiger om een beweging te stichten die de heilige plicht had ‘egoïsme als basis van het menselijk leven te vervangen door altruïsme’.

Tot hun eerste selectie behoorde ook Henry S. Olcott als eerste voorzitter. Zonder zijn leidinggevende capaciteiten en zijn diep menslievende gedrevenheid om voor het dynamische genie van Helena Petrovna Blavatsky een voertuig te scheppen, zou het theosofisch werk misschien niet tot het succes hebben geleid dat er nog tijdens haar leven een bloeiende organisatie ontstond, die haar invloed kon uitstrekken tot elke hoek van de aardbol. Tot het eind van zijn leven bleef hij standvastig toegewijd aan het ‘gemeenschappelijke doel – het helpen van de mensheid’.

Toen echter in 1888 het moment was aangebroken om de Esoterische Sectie op te richten, om tegemoet te komen aan een verlangen dat onder de leden leefde en om de innerlijke kern van de Theosophical Society te versterken, wendde H.P. Blavatsky zich tot haar Amerikaanse broeder en medeoprichter, William Q. Judge.

Om deze en andere stappen op begrijpelijke manier in verband te brengen met de stroom van gebeurtenissen in haar laatste levensjaren, en ook om een achtergrond te geven voor de brieven zelf, heeft Kirby Van Mater, archivaris van de Theosophical Society (Pasadena) een ‘Historisch perspectief’ geschreven. Om enkele van de meest in het oog springende ervaringen uit de beginjaren van de Society te presenteren heeft hij met grote zorg documenten geselecteerd, zodat de feiten zelf kunnen getuigen van de krachtige stroom van inspiratie die via HPB het theosofisch werk bezielde.

Het was geen geringe prestatie in een door dogma’s beheerste wereld juist die waarheden te verbreiden waarvoor anderen in vroeger tijden waren gestorven. Toch heeft H.P. Blavatsky dit tot stand gebracht. Sinds haar tijd hebben generaties theosofen moed geput uit de zelfopoffering en de heldenmoed van Helena Blavatsky, en hebben vrijwillig een deel van de verantwoordelijkheid der eeuwen op zich genomen, namelijk om het mentale en spirituele klimaat van het wereldbewustzijn ten goede te veranderen. Door hun loyaliteit en onderscheidingsvermogen leeft het door de adepten in 1875 begonnen werk voort; een groeiend aantal mensen is nu op zoek naar de levenschenkende waarheden die zij opnieuw hebben bekendgemaakt, en probeert een filosofie te vinden die zowel inspireert als voortdurend aanzet tot dieper nadenken.

Grace F. Knoche
15 juni 1979
Pasadena, Californië


H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse conventies: 1888-1891, blz. 7-10

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag