Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 14 – De verlichte


179

Welk pad zou u de Boeddha willen laten volgen, wiens bewustzijn zich eindeloos uitstrekt, voor wie er geen pad is, wiens overwinning van de begeerten niet ongedaan kan worden gemaakt, wiens overwinning niemand ter wereld heeft behaald?

180

Welk pad zou u de Boeddha willen laten volgen, wiens bewustzijn zich eindeloos uitstrekt, voor wie er geen pad is, en in wie er geen verstrikkende begeerte en gehechtheid leven waardoor een mens opnieuw wordt geboren?

181

De wijzen zijn in meditatie verzonken en vinden vreugde in de innerlijke rust van verzaking. Zelfs de deva’s (goden) benijden zulke alerte en volledig ontwaakte mensen.

182

Moeilijk is het als mens geboren te worden; zwaar is het bestaan van stervelingen; moeilijk is het om de verheven waarheid te horen; het is maar zelden dat de verlichten (boeddha’s) verschijnen.

183

Zich onthouden van alle kwaad, goede daden verrichten, en het denken zuiveren, zo luidt het advies van de verlichten.

184

Geduld dat veel verdragen kan, is de hoogste ascese. De boeddha’s verklaren dat nirvana de hoogste staat is. Een monnik doet anderen geen kwaad; iemand die anderen benadeelt is geen monnik.

185

Anderen niet bekritiseren of benadelen, zelfbeheersing beoefenen overeenkomstig de ethische code (patimokkha) die tot vrijheid voert, matig eten, een teruggetrokken leven leiden, vol toewijding mediteren – dit is de leer van de boeddha’s.

186, 187

Zelfs door een stortbui van gouden munten kunnen onze verlangens niet worden bevredigd; de wijze, die weet dat de verlangens van de zintuigen voorbijgaande genoegens zijn en lijden tot gevolg hebben, vindt zelfs in hemelse genoegens geen vreugde. De ware discipel van de volledig verlichte verheugt zich slechts in de vernietiging van alle wereldse verlangens.

188

Mensen zoeken uit angst hun toevlucht in talrijke oorden zoals bergen, bossen, parken, bomen en heiligdommen.

189

Maar geen van deze is in feite een veilige toevlucht en is evenmin de hoogste toevlucht. Want zelfs als men zo’n toevlucht heeft bereikt, wordt men niet van alle lijden bevrijd.

190

Hij die toevlucht neemt in de verlichte (Boeddha), in zijn leer (dhamma) en in zijn gemeenschap van monniken (sangha), heeft een duidelijk inzicht in de vier edele waarheden, namelijk:

191, 192

Het lijden, de oorsprong van het lijden, het ophouden van het lijden, het edele achtvoudige pad* dat leidt naar het ophouden van het lijden. Dit is in feite een veilige toevlucht en de hoogste toevlucht. Als men die toevlucht heeft bereikt, wordt men van alle lijden bevrijd.

*Zie de woordenlijst voor een gedetailleerde opsomming (blz. 173).

193

Een edel mens (een boeddha) is heel zeldzaam. Hij wordt niet overal geboren. De familie waarin zo’n wijze wordt geboren, is heel fortuinlijk.

194

Gezegend is de geboorte van de boeddha’s; gezegend is het onderricht in de edele Wet; gezegend is de harmonie van de gemeenschap van monniken; gezegend is de toewijding van hen die in harmonie leven.

195, 196

Wie eer bewijst aan hen die eer verdienen, hetzij de verlichten of hun discipelen; wie de belemmeringen (voor spirituele vooruitgang) heeft overwonnen en de stroom van verdriet en tranen is overgestoken; wie eer bewijst aan die mensen die zich hebben bevrijd en niets te vrezen hebben – zijn verdienste is niet te meten.

 


Dhammapada, blz. 73-7

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag