Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 23 – De olifant


320

Zoals een olifant op het slagveld een pijl uit een boog verdraagt, zo zal ik beledigende taal verdragen. Veel mensen vertonen onethisch gedrag.

321

Men leidt een goed getrainde olifant naar de plaats van samenkomst; de koning bestijgt een goed getemde olifant. De mens met zelfbeheersing, die beledigende taal kan verdragen, is de beste onder de mensen.

322

Muilezels, Sindhu-paarden en kleine en grote olifanten zijn voortreffelijk als ze getraind zijn. Maar beter dan al deze is de mens die zichzelf heeft leren beheersen.

323

Het onbetreden gebied (nirvana), waar een goed gedisciplineerd mens heen gaat op basis van zijn discipline en volledige zelfbeheersing, bereikt men niet door een van deze dieren te berijden.

324

De olifant, Dhanapalaka genaamd, bij wie het vocht in de bronsttijd van de slapen druipt, is moeilijk in bedwang te houden. Hij eet niets als hij is vastgebonden. Hij verlangt terug naar het olifantenbos.

325

Als een mens traag, gulzig en slaperig is, en ligt te wentelen als een groot varken dat met veevoer is vetgemest, dan wordt die luiaard steeds opnieuw geboren.

326

In het verleden heeft mijn denken onbelemmerd rondgedoold, en volgde wat het wenste, wat het verlangde en wat het plezier schonk. Maar nu zal ik het volledig in bedwang houden, zoals een olifantdrijver met de punt van een prikstok een onhandelbare bronstige olifant in bedwang houdt.

327

Wees steeds alert; bewaak uw gedachten zorgvuldig; bevrijd uzelf uit het moeras van het kwaad, zoals een olifant die in de modder is gezakt zich bevrijdt.

328

Als u een verstandige vriend vindt om u te vergezellen, iemand die deugdzaam en wijs is, moet u met hem een vreugdevol en bedachtzaam leven leiden, en alle problemen overwinnen.

329

Als u geen verstandige vriend vindt om u te vergezellen, iemand die deugdzaam en wijs is, dan moet u alleen door het leven gaan, zoals een koning die afstand heeft gedaan van zijn veroverd koninkrijk en zoals Matanga, de olifant in het bos.

330

Het is beter om alleen door het leven te gaan; een dwaas is geen goed gezelschap. Laat men alleen door het leven gaan, zonder enig kwaad te doen, met weinig verlangens, zoals Matanga, de olifant in het bos.

331

Het is goed om vrienden te hebben als men ze nodig heeft; tevredenheid is prettig als die wederzijds is; als het leven ten einde loopt is het goed als men verdienstelijke daden heeft verricht; het is goed om alle lijden achter zich te laten.

332

Moeder zijn in deze wereld is geluk; vader zijn in deze wereld is geluk; een dakloze asceet zijn in deze wereld is geluk en een brahmaan zijn in deze wereld is geluk (sukha).

Deze stanza kan ook als volgt worden vertaald:

Een moeder een dienst bewijzen in deze wereld is geluk; een vader een dienst bewijzen in deze wereld is geluk; een dakloze asceet een dienst bewijzen in deze wereld is geluk en een brahmaan een dienst bewijzen in deze wereld is geluk.

333

Deugd die tot op hoge leeftijd wordt volgehouden is geluk; standvastig geloof is geluk; het verwerven van wijsheid is geluk, en geen kwaad doen is geluk.

 


Dhammapada, blz. 127-31

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag