Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 2 – Over waakzaamheid


21

Waakzaamheid is het pad naar onsterfelijkheid; niet-waakzaamheid is het pad naar de dood; de waakzamen sterven niet; hoewel de niet-waakzamen leven, zijn ze als de doden.

22

De wijzen die deze opmerkelijke eigenschap van waakzaamheid kennen, vinden diepe voldoening in waakzaamheid en verheugen zich in de levenswijze van de edelen van geest (ariya).

23

Zij die inzicht hebben, de mediterende zich steeds inspannende wijzen met grote moed, bereiken nirvana, de onovertroffen gelukzaligheid van yoga (eenwording).

24

Iemand die zich inspant, die bedachtzaam is, een zuiver karakter heeft, zorgvuldig te werk gaat, zichzelf beheerst, waakzaam is en volgens de dhamma (de Wet) leeft, krijgt steeds meer een goede naam.

25

Laat de wijze door ijver, waakzaamheid, zelfbeheersing en onderwerping van de zintuigen van zichzelf een eiland maken dat door geen enkele vloed kan worden verzwolgen.

26

Onnadenkende en onwetende mensen vervallen tot nalatigheid. Maar de wijze beschermt de waakzaamheid als zijn grootste schat.

27

Wees niet onachtzaam; geef niet toe aan zinnelijke genoegens. Want wie waakzaam is en zorgvuldig nadenkt, verwerft een overvloed aan geluk.

28

Wanneer de wijze laksheid verdrijft door middel van waakzaamheid, dan is hij als iemand die, na de hoge toren van wijsheid te hebben beklommen, zelf vrij is van lijden en neerziet op de lijdende mensen. Hij kijkt naar de lijdende onwetenden zoals een bergbeklimmer de mensen in het dal gadeslaat.

29

De wijze is waakzaam tussen de onachtzamen, wakker tussen de slapenden, en komt door inspanning vooruit, zoals een renpaard een minder snel paard achter zich laat.

30

Door waakzaamheid werd Maghavan (Indra) de hoogste van de goden. De wijzen prijzen altijd waakzaamheid en keuren onachtzaamheid altijd af.

31

De bhikkhu (monnik) die vreugde vindt in waakzaamheid en een afkeer heeft van onachtzaamheid, maakt vorderingen en verteert, zoals vuur, alle belemmeringen, grove en subtiele.

32

De bhikkhu die vreugde vindt in waakzaamheid en een afkeer heeft van onachtzaamheid, zal niet de neiging hebben om terug te vallen, want hij is werkelijk dicht bij nirvana.

 


Dhammapada, blz. 13-15

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag