Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 3 – Het denken


33

De wijze zet zijn denken recht, dat grillig en onstandvastig is, moeilijk te bewaken en te bedwingen, zoals een bekwame pijlenmaker de schacht van een pijl rechtmaakt.

34

Zoals een vis die uit zijn element, het water, is gehaald en op het land is geworpen, rondspartelt, zo beeft het denken terwijl het zich bevrijdt van de heerschappij van Mara (de Boze).

35

Het denken is ongecontroleerd en wispelturig. Gedachten fladderen waarheen ze maar willen. Daarom is het goed het denken te beheersen. Een gedisciplineerd denken brengt geluk.

36

Het denken is moeilijk te doorgronden en heel subtiel. Gedachten fladderen waarheen ze maar willen. Laat de wijze daarom het denken bewaken. Een goed bewaakt denken brengt geluk.

37

Zij die het denken beheersen – dat grote omzwervingen maakt, zijn weg alleen gaat, zonder lichaam is, en diep in het hart verblijft – bevrijden zich van de ketens van Mara.

38

De wijsheid van iemand van wie het denken niet standvastig is, die onbekend is met de ware dhamma en van wie de kalmte is verstoord, wordt niet volmaakt.

39

Hij kent geen angst als zijn denken vrij is van hartstocht, als in zijn hart geen boosheid heerst, als hij boven (de tegenpolen) goed en kwaad staat, en waakzaam is.

40

Laat hij die weet dat dit fysieke lichaam zo broos is als een aarden kruik en die van het denken een sterke vesting maakt, Mara bestrijden met het zwaard van wijsheid. Hij moet nu, zonder gehechtheid, beschermen wat hij heeft verworven.

41

Helaas, al snel ligt dit fysieke lichaam uitgestrekt op de aarde, afgedankt, zonder bewustzijn, als een nutteloos stuk hout.

42

Mensen die elkaar haten, of vijanden van elkaar, brengen elkaar veel schade toe, maar door een verkeerd gericht denken kan iemand zichzelf veel grotere schade toebrengen.

43

Vader noch moeder, noch enig ander familielid kan iemand meer goed doen dan het juist gerichte denken.

 


Dhammapada, blz. 17-19

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag