3

Supplement

 

26 augustus 1941

Meesters

GdeP – Ik denk dat ieder van ons een min of meer vage belangstelling heeft voor het zuiver fysieke uiterlijk van de leraren. Maar ze nemen een lichaam aan of leggen het af als ze dat willen, en wat doet het ertoe of de huid gerimpeld is als een oude appel, of zacht, glad en donzig zoals die van een kind? Welke invloed heeft dat op de geest of de ziel? De innerlijke kracht maakt de mens.

Er is geen bezwaar tegen om over de meesters te spreken of over hen te praten met vrienden die geen theosofen zijn, maar eigenlijk zouden we moeten proberen hen als een voorbeeld voor ogen te houden – een voorbeeld om naar op te zien, en ernaar te streven hen na te volgen. Dit is werkelijk heel belangrijk. Koester dit ideaal, want de meester bestaat al in ieder van ons. Elk van ons is een meester bekleed met alle gewaden van het lagere bewustzijn. Als we in onze verbeelding vol eerbied een mooi beeld kunnen vormen van wat de meesters werkelijk zijn, niet in het lichaam maar op zichzelf, en ernaar streven aan hen gelijk te worden, dan geloof ik dat dit een van de mooiste vormen van yoga in onze training is. Ik denk dat ieder van ons dat zou moeten doen. Het heeft bovendien tot gevolg dat de werking van de hogere delen van het aurische ei in de constitutie worden versterkt, dat de akasische vermogens van het aurische ei zich verzamelen rond iemand die het ideaal van de meester steeds in zijn hart draagt en voor ogen houdt. Ik zeg niet dat het hem in staat zal stellen ieder gevaar te vermijden, want karma kan niet worden opzijgeschoven, maar het zal als schild fungeren om hem te beschermen tegen verleiding, tegen allerlei kwade invloeden, tegen twijfel en afgunst, en tegen het maken van nieuw slecht karma. Het zal hem nederig maken in de goede zin van dat woord. En het zal hem in staat stellen de schoonheid in anderen te zien – en dat is al heel wat.

We zouden de meester voor ogen moeten houden als een ideaal dat we willen bereiken. Voor de meester in ons is dit in ieder opzicht heilzaam: voor ons gedrag en voor het omgaan met anderen. Bij onze tegenslagen, beproevingen en moeilijkheden biedt dit veel steun en vinden we daarin een geweldige troost. Houd de meester als ideaal steeds voor ogen, en u zult later ervaren dat u na verloop van tijd steeds minder geneigd zult zijn over hen te praten, omdat u voelt dat het u heilig is geworden, iets dat u te hoog schat om over te spreken, hoewel dat op zich niet verkeerd is.

Het feit alleen al dat we het bestaan van deze verheven en volmaakte mensen verkondigen, schijnt al de doorslag te geven in het denken van niet-theosofen. Het geeft hun een ideaal. Het is het antwoord op de vraag: Zijn er ooit zulke mensen geweest? Het antwoord is: Inderdaad, raadpleeg de annalen van de geschiedenis. Ze leven nu, en ze stichtten de TS, en hoewel ze deze niet leiden, beschermen ze haar en waken over haar, en zullen daarmee doorgaan zolang wij die de TS vormen trouw ons deel van het werk doen. En als we ooit zo gek zouden worden om het op te geven, zouden ze zich terugtrekken of een nieuwe TS stichten.

. . .

Waar het in de discussie in het KTMG-verslag om gaat, is of de westerse wereld tot op zekere hoogte gereed was voor een openbare verspreiding van occulte waarheid, of dat de Loge zou doorgaan op de manier zoals ze dat duizenden jaren had gedaan, waarbij individuen of kleine groepen van individuen min of meer in het geheim werden getraind.

 

30 september 1941

Visioenen

Eerlijk gezegd zou ik willen dat men zich wat minder bezighield met het najagen van visioenen en zich wat meer op feiten concentreerde, waarvan we zeker weten dat het feiten zijn. Ik besef heel goed dat feiten niet zo gemakkelijk onder woorden zijn te brengen. Daarvoor moet men over de dingen nadenken en ze bestuderen. Visioenen zijn vaak fascinerend omdat ze worden geschilderd in beelden die men gewoonlijk in het theater en bij toneelschrijvers aantreft. Ze zijn aantrekkelijk. Men hoeft niet na te denken. U slikt het voor zoete koek, of u gelooft er niet in; het hangt ervan af of u het visioen aanneemt of verwerpt. Ik zie niet in dat enig visioen iemand iets goeds zal brengen, tenzij hij dat visioen zelf heeft, en tenzij het een visioen op geestelijk gebied betreft. Dan zijn ze werkelijk heel anders en verbazingwekkend, want, zoals de Hebreeuwse bijbel zegt: ‘Zonder een visioen – (dat wil zeggen, zonder een glimp van de werkelijkheid) – gaat het volk te gronde.’ Het is een van de meest ware beweringen in de literatuur. Maar dat is een visioen dat de mensen zelf hebben. Het is niet iets dat hun wordt gegeven en waarbij wordt gezegd: Dit is een visioen.

Wanneer het oprecht geloven dat men visioenen heeft op zichzelf genoeg zou zijn, dan zou iedere fanaticus in de geschiedenis, omdat iedere fanaticus een dodelijke ernst bezit, rechtvaardig handelen.

 

Het doel van de ES

Het is volgens mij een fatale fout om ons op te stellen alsof wij ‘heiliger zijn dan gij’, of alles zouden weten, omdat we daarop juist geen aanspraak maken. Niemand van ons gelooft dat. In deze dingen dienen we onze hersenen te gebruiken, onze tact, ons gevoel voor diplomatie, ons gezonde verstand, ons onderscheidingsvermogen. Het hoofddoel van de ES is om een groep of lichaam te vormen van toegewijde leerlingen die in de eerste plaats aan de TS denken. De ES werd niet alleen opgericht voor de ontwikkeling van individuen of voor het verkrijgen van bijzondere of diepzinnige leringen. Volstrekt niet. Maar om een groep van volkomen loyale en toegewijde theosofen samen te brengen die al hun beschikbare energie, tijd en geld zouden willen geven, zodat het werk van de meesters in de wereld door kan gaan, met andere woorden de TS. Dat betekent dat we onze tact, onze diplomatie en ons gezonde verstand moeten gebruiken, ons inzicht en onderscheidingsvermogen, de vriendelijkheid van ons hart. En het zou een fatale vergissing zijn, en hoogst ongepast, niet alleen wat betreft sociaal gedrag, maar een schending van de ES-regel van nederigheid in de edele betekenis van dat woord, om ons aan de wereld te presenteren als het enige kanaal van de waarheid. We weten wel beter, en onlangs heb ik op een openbare bijeenkomst nog positief stelling genomen door te zeggen dat er in de wereld miljoenen mensen zijn die even goede theosofen zijn als wij, zover het het innerlijke gevoel en de richting van de geestelijke aspiratie betreft.

Natuurlijk zou ik ook in het openbaar, wanneer mij werd gevraagd of ik dacht dat de TS een kanaal voor waarheid was, met nadruk zeggen: Zeer zeker meneer, of beste vriend. Werd mij gevraagd of het het enige kanaal was, zou ik zeggen: Beslist niet, en dat is het ook nooit geweest. Als een ES-student mij zou vragen: Bestaat er naast onze groep nog een andere groep van leerlingen van het ware occultisme in de wereld die direct is verbonden met de Loge en door de leraren wordt geholpen, dan zou ik zeggen: Nee, er is geen ander formeel georganiseerd lichaam of groep of genootschap in de uiterlijke of exoterische wereld, dat toch op een occulte manier actief is.

 

Ware onpersoonlijke liefde zal zwakheid niet oogluikend toelaten

Ware onpersoonlijke liefde zal het toegeven aan eigen zwakheid in een kind nooit door de vingers zien. De ouderlijke hand zou altijd vastberaden en nooit aarzelend moeten zijn. Ik dacht hierbij aan ouders met een zekere graad van wijsheid. Zulke liefde zou nooit het opzettelijk kwaad doen of welbewuste zwakheid moeten toelaten of door de vingers zien; noch mag de ouderlijke liefde en sympathie ooit zover gaan dat het kind zou kunnen denken dat een verder toegeven aan zichzelf of aan zwakheid door de vingers zal worden gezien. De ware liefde is die welke soms de teugels strakker aanhaalt, zoals de geestelijke liefde in het eigen hart van de mens de menselijke ziel zal beteugelen en dwingen moedig te handelen; en zulke geestelijke liefde zal voortdurende zwakheid nooit door de vingers zien of eraan bijdragen. Is dat wel zo, dan is er sprake van die zeldzame gevallen waarbij de ziel zich van de geest scheidt, wat resulteert in wat we een verloren ziel noemen, omdat de geestelijke ziel dit nooit zal toelaten. Als ze dat deed, zou ze geen geestelijke ziel zijn. Ze zou niet wijs zijn. Ze zou eenvoudig deelgenoot zijn in de zwakheid en geen ware ouder zou ooit deel hebben aan de zwakheid van zijn kind. Dat is de slechtste soort liefde. Het komt neer op verdorven liefde omdat het het kind ertoe brengt te denken dat het de instemming van de ouders heeft om meer kwaad te doen.

 

Ego’s die wachten om te incarneren

Wanneer de ego’s wachten om op aarde te incarneren, waar zijn ze dan en in welke bewustzijnstoestand verkeren ze? Natuurlijk zijn alle ego’s in devachan. Als u bedenkt dat het leven op aarde kan duren van een paar ogenblikken na de geboorte tot bijna elke leeftijd onder de 100, maar dat de perioden in devachan 100 keer zo lang zijn, natuurlijk gemiddeld maar niet onveranderlijk, kunt u gemakkelijk inzien dat er veel, heel veel meer ego’s in devachan zijn dan er belichaamd zijn.

 

30 september 1941

Oordeel niet

Of we het al dan niet willen, of we het aangenaam vinden of niet, de macht van het menselijke lot dat ons vooruit en omhoog stuwt, is zo groot dat wonden worden geheeld, dat onze bestemming wordt bereikt, zelfs na de hevigste schokken, moreel, spiritueel en fysiek.

Ik acht het een heel wijze regel voor ons, studenten in het occultisme, om ons te onthouden van het vellen van oordelen. Als iemand denkt wijs genoeg te zijn, laat hij dan de gevolgen accepteren. Ik verzeker u dat ik niet geloof wijs genoeg te zijn om over een ander te oordelen. Op mijn povere gebrekkige wijze weet ik heel goed wat juist en wat verkeerd is, en ik doe mijn best de juiste weg te volgen en wat fout is te vermijden, en dat vergt al mijn tijd en energie. Ik heb geleerd dat ik niet genoeg weet om een medemens te veroordelen, en ik dank de sterren dat ik tenminste dit heb geleerd.

 

De Pleiaden

Het spijt me, maar ik begrijp het verlangen van onze vriend hier niet om meer te weten over het sterrenbeeld de Pleiaden, tenzij het inderdaad is gebaseerd op een heel oud geloof dat deze groep sterren in geestelijk opzicht relatief hoog staat, zodat zelfs de Hebreeuwse bijbel in een van zijn passages spreekt over de ‘goede invloed van de Pleiaden’. Ik kan alleen zeggen dat er onder de grote hoeveelheid sterren enkele hoger zijn dan andere, en andere lager, maar de Pleiaden staan spiritueel hoger dan het gemiddelde.

 

De beproevingen van het chelaschap

Laten we aannemen dat u een chela bent. U streeft ernaar door een mist heen te komen die voor u bijna ondoordringbaar is. U schijnt daarin niet te slagen. De leraar weet dat u nooit vrij zult zijn totdat u zich een eigen weg baant om daaruit te komen, zoals het kuiken de schaal openbreekt. Als de meester komt en de mist om u heen doet optrekken, heeft hij u de kans ontnomen in kracht, kennis en wijsheid toe te nemen. U moet zelf groeien.

Stel dat de meester in uw toekomstig lot in uw omgeving, of zullen we zeggen in uw vriendenkring – nee, niet in uw vriendenkring, maar in uw buurt – iemand ziet naderen die op grond van karmische banden tussen u en hem, u de gelegenheid geeft iets in uw karakter te overwinnen. Ik kan me dan een situatie indenken waarin uw eigen leraar – u bent in dit hypothetische geval een chela – deze agent provocateur, zoals de Fransen zeggen, deze uitdager niet zal helpen u in verleiding te brengen, maar hij zal zich afzijdig houden, oplettend, vol medeleven, en hopen dat u de kracht zult hebben om weerstand te bieden en zo door de u omringende mist heen kunt breken. Begrijpt u het beeld? Want op een dag zult u in de hypothetische situatie die we zojuist hebben geprobeerd te schetsen, daaraan het hoofd moeten bieden. En waarom zou u het niet nu doen, waardoor u, als u overwint een kans heeft door de mist heen te breken, in het zonlicht te treden en vrij te worden?

Natuurlijk zal niet iedere beproeving zo uitpakken, helemaal niet. En wanneer de meesters voor verheven doeleinden gebruikmaken van een dugpa – om nog eens beeldende taal te gebruiken – is het nooit om de worstelende geest van de leerling te misleiden of te dwarsbomen; maar integendeel alleen wanneer de meester in zijn wijsheid weet dat die invloed ongeveer zal werken als een katalysator, als een zweep of een prikkel om u ertoe te brengen u op een of ander moment tegen de toestand te verzetten en uzelf vrij te maken. Voor mij ligt er een enorm verschil tussen die twee. Geloof geen moment dat ik wil zeggen dat de meesters de dugpa’s gebruiken om hun discipelen te beproeven, want dat zou verschrikkelijk zijn, en het is niet waar. Soms worden we bijzonder geholpen door onze trouwste vrienden, niet zozeer door een troostende hand maar omdat zij onze innerlijke vermogens van inzicht, van verzet tegen een kwaad waartoe men zou kunnen vervallen, wakker roepen. Vaak doen onze vrienden dat en zo blijken ze de meest ware vrienden te zijn. Ik kan u verzekeren dat de leringen van het occultisme zo strikt worden geheimgehouden omdat ze in handen van moreel zwakke en onevenwichtige mensen tot rampzalige resultaten zouden kunnen leiden. Dat begrijpt u allen ongetwijfeld! Er zijn veel waarheden die niet verteld moeten worden aan mensen die er niet geschikt voor zijn. Ze zouden die niet op de juiste manier opvatten. Ze zouden die verkeerd opvatten, en het zou voor hen een gelegenheid kunnen zijn om zich in te laten met het kwade, of toe te geven aan eigen zwakheid.

Laat ik verder nog zeggen, maar dit is geheel terzijde, dat de mens die in alle oprechtheid op het pad struikelt, soms sneller vordert dan de grootste heilige die te hoog staat om te struikelen en daarom een vlakke weg voor zich heeft en misschien zelfs verlangt naar een gelegenheid om zijn kracht te beproeven. Bekritiseer daarom nooit iemand die op het pad struikelt. Het hangt er geheel van af of het hart ernstig is en zuiver en innerlijk goed. Ik hoop echt dat u het begrijpt. Dit is heel gevaarlijk terrein.

 

Voorbereiding vóór het slapengaan

Het gaat om de kennis die het hogere ego verkrijgt wanneer het tijdens de slaap is bevrijd van de vleselijke boeien van het lichaam. De mens keert verfrist en geïnspireerd terug, en indien het leven op aarde ook maar enigszins in overeenstemming is met een spirituele leefwijze, zal deze kennis ertoe bijdragen om de belemmeringen weg te nemen voor wat later bewuste inspiratie zal worden. Een van de beste regels daarvoor werd vastgesteld door de oude Pythagoras die in het verre verleden in Krotona zijn leerlingen onderwees. Hij was in prachtige rijm gesteld; ik herinner me niet precies de juiste woorden, maar hij luidde ongeveer als volgt:

Laat als u gaat slapen de ondergaande zon uw ogen niet doen sluiten voordat u alle gebeurtenissen van de dag waaraan nu een einde komt de revue heeft laten passeren. Wat heb ik verkeerd gedaan? Wat heb ik goed gedaan? Laat mij leren alle dingen goed te doen.

Ik vind dat schitterend. En het denken dat naar dromenland reist of door de droomloze gebieden van de slaap, en met die drang wordt omhooggevoerd naar de hogere regionen van de geestelijke natuur, keert ’s morgens terug, niet alleen verfrist, maar bezield met spirituele en hogere intellectuele wijsheid die als een onbewuste levenskracht gedurende de hele volgende dag werkt. We schijnen uitgerust en vredig op te staan. Alles gebeurt eenvoudig en gemakkelijk zoals het moet. Er zijn die dag geen wanklanken te horen. Alles schijnt harmonisch te verlopen, en dat is ook het geval. Ieder die het in praktijk brengt kan dat ervaren. U vraagt me soms naar zogenaamde praktische regels van het occultisme. Deze is een van de mooiste; u kunt die toepassen en uw voordeel ermee doen. Als u dat niet doet, zult u dit voordeel niet hebben.

 

28 oktober 1941

De vier heilige jaargetijden

We vieren met eerbied deze vier heilige jaargetijden en sommigen van ons met heilig ontzag – ik kan daarvoor geen betere uitdrukking bedenken – en we doen dit omdat tijdens ieder van deze heilige jaargetijden ergens op aarde werkelijke inwijdingen plaatsvinden. Tijdens ieder van deze jaargetijden gaat een mens door de poorten van wijsheid naar groter licht. Voorzover ik weet heeft de stroom van deze discipelen nooit opgehouden, en deze houdt aan en hun aantal zal in de loop van de yuga’s steeds groter worden.

Als we deze heilige jaargetijden vieren, denk dan alstublieft niet dat het alleen herdenkingsbijeenkomsten zijn. We komen als het ware in de geest samen met hen die de beproevingen werkelijk ondergaan.

HPB wees vele jaren geleden erop dat elk nieuwjaar een nieuwe kans was een stap vooruit te doen, dat er werkelijk iets wonderbaarlijks gebeurt rond nieuwjaar, waarmee ze natuurlijk niet de exoterische 1ste januari bedoelde, maar wat wij de tijd van het wintersolstitium noemen. Ieder van ons leerlingen – we naderen het nu – heeft een nieuwe kans, ieder jaar als dit moment cyclisch terugkeert, om een stap vooruit te doen, als we het willen en durven. Het hangt geheel van ons af, en ik meen elk woord hiervan, vrienden. Het is gemakkelijker het op deze tijden van de vier heilige jaargetijden te doen, het gemakkelijkst misschien op het moment van het wintersolstitium.

 

De rechterstoel van het hogere zelf

Ons verschijnen voor de rechterstoel van het hogere zelf tot het moment dat we zelfbewust een ware inwijding ondergaan, is karmisch. Regelmatig, in feite iedere nacht wanneer we slapen, wordt het karmische verslag van het verleden, of het nu een dag, een maand of welke periode dan ook betreft, door ons hogere zelf, door onze geest, door de god in ieder van ons gelezen. Ons lot wordt als het ware opgetekend. Wijzelf hebben dat lot gevormd door onze gedachten, gevoelens en de daaruit voortvloeiende daden. Dit gebeurt inderdaad iedere nacht. Wij weten niets daarvan, maar wat we zijn wordt geregistreerd, opgetekend, en om beeldspraak te gebruiken, de lipika in ons maakt het verslag. Daartegen kan men geen beroep aantekenen, men kan het niet ongedaan maken. We moeten eenvoudig verdragen wat we zijn, dat wil zeggen wat we van onszelf hebben gemaakt.

Wanneer bij een ware inwijding, een zelfbewust ondergaan van de ontzagwekkende beproevingen, de neofiet succes heeft, komt hij voor langere of kortere tijd van aangezicht tot aangezicht te staan met zijn innerlijke god. Het Zelf ontmoet het zelf en maakt de rekening op van het zelf zijn. Dit is precies hetzelfde, alleen in plaats dat het hogere zelf het verslag van de juist geëindigde periode leest en het als het ware in de boeken van de karmische optekenaars inschrijft, is het dan het moment waarop een mens tegenover de god in hem komt te staan. Ik kan geen woorden vinden om deze gedachte verder uit te werken, maar ik ben er zeker van dat u kunt aanvoelen wat ik probeer te zeggen. De taal schiet hier eenvoudig tekort. We kunnen het intuïtief aanvoelen. De ziel verneemt dan haar bestemming van de karmische rechter die de god in hem is, de mens zelf, het eigen goddelijke deel van de mens. Het Zelf ziet het zelf ongesluierd. Het Zelf herkent het zelf; het Zelf spoort het zelf aan, het Zelf helpt het zelf, het Zelf oordeelt over het zelf. Begrijp de oneindige wijsheid en schoonheid hiervan. Er is geen bevoorrechting, alleen naakte waarheid.

Als de ziel ten overstaan van haar geest, die geest in zich kan opnemen, die geest kan worden, in de substantie van de geest kan opgaan, met andere woorden – om de Egyptische manier van zeggen te gebruiken – als de mens in staat is te worden ‘ge-osirifieerd’, de innerlijke Osiris te worden, dan is hij daarna Osiris geworden, dan is de mens boeddha, christus. Zo niet, dan krijgt hij nog een kans.

 

KT’s werk

In een van de eerste KTMG-bijeenkomsten werd het voorstel gedaan een avond aan KT te wijden. En nu vraagt u of het goed zou zijn dit nu te doen?
Ik begrijp de toewijding in het hart van de vrager, en ik herinner me dat ikzelf enige tijd nadat ik de functie van leider op me had genomen, sprak over het grote genoegen dat het voor ons allen zou zijn om de bijeenkomst een keer aan KT te wijden. Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat daarmee geen nuttig doel zou worden gediend. Bovendien zou de aandacht van onze studenten te veel op één leraar worden gericht, of anders gezegd, te veel op één persoon in tegenstelling tot het werk zelf. Ik geloof dat het beter is dit maar uit ons hoofd te zetten. Het werk van KT was zo groots dat ik de voorkeur eraan geef dat het in ons hart en in ons denken als een monument zonder opsmuk bewaard blijft.

 


Dialogen van G. de Purucker, blz. 106-14

© 2005  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag