13

Bijeenkomst op 28 mei 1930

 

GdeP – Ik verklaar de bijeenkomst voor geopend. Ik ben nu klaar om vragen te beantwoorden.

Vr. – Kunt u ons vanuit een esoterisch standpunt iets vertellen over te veel eten, te weinig eten, en onnodige kieskeurigheid met het voedsel dat wordt gegeten?

GdeP – De beste gewoonte is om precies genoeg te eten om het lichaam gezond en in goede conditie te houden, en er is niets zo gevaarlijk als meer te eten dan u nodig heeft. Dat is fataal. Het leidt tot ziekte, of brengt latente ziektekiemen naar buiten. Te veel eten verzwakt het lichaam en maakt het vatbaar voor ziekten; en het ergste van alles is dat het het denken ontzettend versuft. Te veel eten leidt tot een vicieuze cirkel van gevolgen. De impuls en het verlangen om te veel te eten zijn werkelijk een psychomentale ziekte.

Ik zal u iets over voeding vertellen. Het is niet het eten dat u sterk maakt. Het is wat u eruit opneemt dat u kracht geeft en u gezond houdt. Eet natuurlijk, eet gewoon, eet wat u wordt voorgezet, en vergeet het dan. Als u het niet lekker vindt en er is niets anders, eet dan niet. Een klein beetje vasten zal u geen kwaad doen. Of eet er een beetje van, en laat het daarbij. Als u voelt dat u een beetje vlees nodig heeft, eet dan een beetje vlees, maar wees er zeker van dat het een behoefte is, niet slechts een begeerte naar vlees. Als u zonder vlees kunt en eieren eet, des te beter voor u. Maar houd uzelf een beetje in de gaten.

Het beste is om precies genoeg te eten om u gezond en sterk te houden; zo weinig mogelijk aan uw eten te denken en het daarbij te laten. Zo geeft u uw lichaam enigszins de kans om, indien u last heeft van een of andere lichamelijke kwaal, zichzelf te genezen. Geen dokter heeft ooit zijn patiënten genezen. Het is de natuur die u geneest, en de verstandigste arts helpt de natuur en doet niet anders dan dat.

Als men wat voeding betreft te kieskeurig of overgevoelig is, dan is dat een teken van ziekte, denk ik. Wie werkelijk gezond en normaal is, is niet al te kieskeurig. Hij denkt niet zoveel aan zijn voeding. Het gevolg is daarom dat hij zijn lichaam alle kans geeft om gezond te blijven en zich te herstellen wanneer de dingen tijdelijk verkeerd gaan. Hij heeft een natuurlijke, niet een kunstmatige of een ziekelijke eetlust, die altijd het gevolg is van te veel eten. Hij is niet al te kieskeurig.

Ik herhaal: u wint niet aan kracht door het lichaam met voedsel te overladen. Onthoud dat alstublieft goed. U ontleent kracht aan wat u kunt verwerken, dat wil zeggen, aan wat u kunt opnemen. Wanneer u te veel eet moet het lichaam het overtollige voedsel wegwerken, en het lichaam doet dit zo goed mogelijk.

Bijna elke ziekte die het menselijk lichaam kwelt, ontstaat door verkeerd eten. Ik bedoel dat als u de ziekte zou terugvolgen tot haar oorsprong, u deze zou vinden in verkeerde voeding en overeten – en verkeerde voeding betekent gewoonlijk overeten.

Ik weet niet waarom deze vraag aan mij werd gesteld, maar het is er één waar ik de laatste tijd nogal veel over heb nagedacht, en ik heb bijna de hoop opgegeven om de mensen op het gebied van voeding werkelijk te kunnen helpen. Waarom? Want als er iets is wat mensen geïrriteerd en boos maakt, eigenwijs en soms werkelijk onvriendelijk, dan is het wel door hen te vragen naar hun eetgewoonten. Iedereen in het westen is min of meer ziek – leeft min of meer ongezond. Iedereen heeft daardoor een onnatuurlijk verlangen om te eten. Als je de mensen aanraadt om minder te eten, vinden ze het een misdaad om hen zo te laten verzwakken – gewoonlijk geloven ze dat ze binnen twee of drie maanden zullen sterven. Maar weinigen, denk ik, zijn zich bewust dat een beetje gezond dieet hun hernieuwde gezondheid en kracht zal geven, omdat dit het lichaam een kans geeft zich te herstellen. Zuiver de organen van het lichaam en alle andere weefsels, wat onder andere kan worden gedaan door heel licht te eten en veel water te drinken: op deze manier frist u het bloed op, maakt u het schoon, zuivert u het. De natuur zal voor al deze dingen zorgen als u het proces maar op gang brengt.

Het beste is om nooit te eten vóór u echt honger heeft, en dan matig te eten, en niet weer te eten tot u honger heeft en dan weer matig te eten. Maar kijk eens wat de mensen doen. Ze gaan aan tafel op precies dezelfde manier als dat ze naar hun werk gaan – op bepaalde vastgestelde tijden en dan eten ze in de regel flink. Heeft het lichaam dat nodig? Twee van de drie keer niet. En toch als je met ze praat, wanneer ze klagen dat ze zich slecht voelen, en ze aanraadt te veranderen, aanraadt om het eten te minderen tot één maaltijd per dag, let dan eens op het gejammer van wanhoop en afgrijzen dat zich bijna zeker aandient. ‘Als ik dat doe dan sterf ik. Ik zal mijn kracht verliezen. Het zal mijn dood zijn.’ Ze kennen de werkelijke weg naar gezondheid niet!

Chela’s in opleiding eten nooit meer dan één maaltijd per dag, en wel een heel eenvoudige maaltijd: gewoonlijk een paar eetlepels rijst, misschien gekookt in melk, geen zout, geen peper, misschien een klontje boter en een beetje fruit en zoveel water als ze maar willen. Europese of Chinese chela’s nemen misschien een beetje thee of koffie. Maar geen chocola – niet omdat chocola op zichzelf slecht is, maar het is een gemalen noot die heel rijk en voedzaam is, en die tot op zekere hoogte verhindert waar de chela naar streeft: het lichaam zoveel mogelijk voor de hogere energieën doorlaatbaar te maken en het niettemin sterk en goed gezond te houden. Als u een van onze chela’s zou kunnen zien zou u zich over hem verwonderen, want u zou waarschijnlijk een toonbeeld van gezondheid en natuurlijke kracht zien.

Overeten is noodlottig voor chelaschap. De Zoeloes hebben het volgende gezegde: ‘De goden bezoeken geen mensen die voortdurend een volle buik hebben.’ Het betekent: u zult nooit inspiratie krijgen, u zult nooit in staat zijn om u te onderhouden met uw eigen innerlijke godheid als er constant een lading voedsel in uw lichaam is. De hersenen worden daardoor versuft en verdoofd, de zenuwen worden vergiftigd, en het lichaam verzwakt en raakt van streek.

Eet aan de andere kant niet te weinig, dat wil zeggen dat u misschien zelfs veel minder zou eten dan wat u minimaal nodig heeft. Sommige oosterse fanatici doen dit en verminderen de hoeveelheid voedsel die aan het lichaam wordt gegeven tot een belachelijk kleine hoeveelheid. Iemand die op die manier ondervoed is geraakt, gaat algauw bedrieglijke visioenen in de lagere gebieden van het astrale licht zien, en hij zou ze waarschijnlijk ten onrechte voor prachtige visioenen aanzien – wat grote onzin is. Eet wat u nodig heeft. Drink veel zuiver water. Als u van thee of koffie houdt, gebruik die dan met mate en niet zo sterk dat het gestel wordt vergiftigd. Als u merkt dat u wat meer voedsel nodig heeft dan bij uw eerste pogingen, eet dan een beetje meer. Als u constateert dat u een beetje meer eet dan u in feite nodig heeft, laat dan een beetje weg. Maar denk er in ieder geval niet te veel over na. Schenk serieus enige aandacht eraan, en wanneer u denkt dat u voor uzelf de norm heeft gevonden – en iedereen is anders – houd u dan daaraan en vergeet het verder.

Heeft iemand nog een andere vraag?

Vr. – Ik wil graag weten of er een verband is tussen de Luz van de Hebreeërs en de sushumna-nadi?

GdeP – Het ‘Luz’-been is een been waarvan de Arabieren zeggen dat het de kiem van de mens is waaruit hij zal voortkomen wanneer Allah hem roept. Het is de ‘kiem’ van zijn toekomstige wezen, en het ‘Luz’-been is volgens de meeste islamitische theologen de coccyx [of: os coccygis]. Het is de laatste of een van de laatste wervels van de ruggengraat. Nee, ik denk niet dat er een bijzonder verband is tussen het ‘Luz’-been uit de islamitische traditie en de sushumna-nadi. Laatstgenoemde is eerder een geestelijke stroom, een kanaal, in en rond de ruggengraat.

Vr. – De beschrijving die ik heb gelezen plaatst het in de hals.

GdeP – Waar heeft u dat gelezen?

Vr. – In een artikel over de Egyptische mysteriën werd dat woord gebruikt om het symbool van het geluste kruis aan te geven dat ze gebruiken, en het werd een positie in de hals toegekend.

GdeP – Ik geloof dat sommige islamitische geleerden het identificeren met een van de nekwervels, maar de meerderheid, denk ik, neigt ertoe de uitspraken van Mohammed over het ‘Luz’-been te geloven, dat het de kiem van het lichaam van de toekomstige mens zal zijn, en dat het de coccyx is. Ze schijnen het eigenlijk zelf niet te weten. In ieder geval is deze kwestie niet belangrijk.

Vr. – U vertelde ons enige tijd geleden heel wat over gedachten, maar ik wil u vragen hoe het komt dat we een melodie in ons hoofd kunnen hebben, een melodie die we bij iemand anders opvangen. Soms houdt de melodie in het denken aan, en is het in feite een melodie die we vanbinnen horen.

GdeP – Goed, wat is de vraag?

Vr. – Wat gaat er in het denken om? Is de melodie in feite een gedachte die men denkt?

GdeP – Wat denkt u dat er omgaat in het denken wanneer u een wiskundig probleem bestudeert?

Vr. – Men concentreert zich op het probleem dat men wil oplossen.

GdeP – Ja. Uw vraag luidt dan: ‘Wat gebeurt er in het denken wanneer er muziek wordt gehoord?’ Gaat het daarom?

Vr. – Ja, inderdaad. Stel dat u een melodie heeft gehoord en deze herhaalt zich in de loop van de dag keer op keer in uw denken. Het is om bijna moe van te worden.

GdeP – Ik begrijp wat u bedoelt. Dit is een reflexbeweging, zoals wetenschappers tegenwoordig zouden zeggen, en wordt veroorzaakt doordat de zenuwen een sterke indruk hebben ontvangen. De melodie heeft een diepe indruk op de hersenen achtergelaten, die de melodie automatisch herhalen en opnieuw voortbrengen.

Sommige musici, de zogenaamde scheppers van prachtige muziekstukken, ontvangen onmiskenbare muzikale inspiratie uit het hogere geestelijke deel van hun wezen. Het is in werkelijkheid een licht dat de vorm van muziek aanneemt. Dit licht wordt in hun bewustzijn omgezet in innerlijk geluid, dat door het innerlijke oor wordt gehoord; licht en geluid zijn immers slechts twee fasen van het hele gamma van trillingen, twee verschillende trillingsgebieden.

Vr. – Hoe komt het dat componisten zulke verschillende methoden van componeren hebben? Schubert, bijvoorbeeld, was eenvoudig zo geïnspireerd dat de muziek bijna zonder dat hij erbij nadacht door hem heen leek te stromen. Hij kon in een restaurant aan tafel zitten en plotseling zeggen: ‘Er is zo’n prachtige melodie in mij opgekomen.’ En hij schreef haar op precies zoals hij die hoorde, en de volgende dag was hij alles vergeten. Terwijl Beethoven melodieën hoorde en ze uitwerkte, ze herzag en veranderde tot ze waren zoals hij dat wenste. Hoe komt het dat grote musici op zulke verschillende manieren hun inspiratie ontvangen en uitwerken?

GdeP – Ik denk dat het feit waarvan u spreekt alleen door verschillen in temperament en karakter wordt veroorzaakt. U zou een soortgelijke vraag kunnen stellen over prachtige literatuur. Waarom zou de ene schrijver hetzelfde gegeven op een andere manier zien dan een andere schrijver, of waarom zou hun werk zo verschillen, terwijl het resultaat in ieder van de gevallen toch schitterend is? Dit is toe te schrijven aan verschillen in karakter, in temperament en aan verschillende stadia die ze hebben bereikt langs het evolutiepad. Ik denk niet dat er een andere reden is.

Vr. – In een artikel van u in The Theosophical Path van september 1929 gaf u een bespreking van de diverse opvattingen over de Weissmann-cel en wat daaraan ontbrak werd door u overeenkomstig de esoterische leer aangevuld. Maar dat is niet het deel waarover ik iets wil weten. In plaats daarvan leg ik deze interpretatie ter beoordeling aan u voor. Er werd gesproken over de onsterfelijkheid van de kiemcel en dat deze afkomstig is van verre voorouders, en ongebruikt aan elkaar opvolgende generaties werd doorgegeven, en dit kiemplasma veranderde nooit, en werd noch gebruikt voor het opbouwen van het lichaam van de ouder noch voor dat van het toekomstige nageslacht.

Ik heb lang hierover nagedacht, en ik kon me niet voorstellen wat de functie van dit latente kiemplasma van de ouder zou kunnen zijn, en toch werd het, volgens de theorie, door de eeuwen heen doorgegeven. En uiteindelijk kwam de gedachte bij me op, waarschijnlijk heb ik het gehoord, ik weet het niet, dat de functie ervan het bewaren van de karakteristieken van de menselijke soort voor de reïncarnerende entiteit is. En dit verklaart dat er één soort mensheid is. Dat wil zeggen, tijdens alle vijf rassen is de menselijke soort dezelfde. Ik weet niet of dat juist is of niet, maar dat is één deel van de vraag die ik in gedachten heb. Wat is de functie van dit onsterfelijke kiemplasma?

GdeP – U heeft een heel interessante vraag gesteld, en uw antwoord ligt tot op zekere hoogte besloten in de vraag, maar de vraag gaat niet ver genoeg. Het kiemplasma is in feite de verharde neerslag of de verdichting van het astrale fluïdum, wat slechts een andere manier is om een neerslag aan te duiden die oorspronkelijk is voortgekomen uit de monadische essentie en naar en door de verschillende voertuigen stroomt, en die terwijl hij richting aarde gaat, steeds vaster wordt en tenslotte zijn laatste stadium in het kiemplasma van de fysieke mens bereikt. Dit kiemplasma wordt onveranderd van ouder op kind doorgegeven en is, zoals u zegt, bij de mens de achtergrond van de fysiologische processen – misschien is fysiologisch niet het juiste woord – maar in ieder geval de menselijkastraal-fysieke achtergrond waarnaar en waarin het levensatoom van het reïncarnerende ego wordt getrokken en afdaalt. Op deze manier wordt een voorbereid en gereed levensatoom aangezet tot het ontwikkelen van een individueel fysiek voertuig. Begrijpt u me?

Vr. – Ja. Maar dit kiemplasma was volgens mij anders dan het dhyan-chohanische astrale fluïdum, omdat dat astrale fluïdum of die astrale krachten zich vermengden met de vitale levenskrachten, dat wil zeggen met de activiteiten en potentiële vermogens van de ziel, en dat fluïdum hielp om het lichaam op te bouwen, terwijl dat latente kiemplasma helemaal niets te doen had. Het werd niet gebruikt; het was een latente kiem die alleen werd doorgegeven. Daarom kwam de vraag bij me op: wat is eigenlijk de functie ervan?

GdeP – Dat is juist. De functie ervan is de menselijke soort van eeuw tot eeuw in stand te houden en daarom verandert het kiemplasma zelf langzaam. In elke generatie worden atomen ervan gebruikt om voorbereidingen en een eerste begin te maken voor de kinderen die dan worden geboren.

In elke generatie is er een van binnenuit toegevoegde verharding die dat deel vervangt dat bestemd is voor het maken van de groeicellen van het toekomstige lichaam. Met andere woorden, een bepaald deel van het kiemplasma wordt gebruikt voor de zich ontwikkelende kiemcel. In die kiemcel bevindt zich latent altijd een zeker ongebruikt deel van hetzelfde ouderlijke kiemplasma dat van ouder aan kind wordt doorgegeven, en wanneer dat kind volwassen wordt, gereed is, of fysiologisch in staat is, zich voort te planten, wordt een zeker deel van dat doorgegeven kiemplasma gebruikt om het lichaam van de volgende generatie gereed te maken en te vormen.

Maar in alle gevallen is het kiemplasma, het kiemfluïdum, hetzij gebruikt of doorgegeven, de vast geworden neerslag van het astrale fluïdum van wat u de dhyan-chohan noemt, dat wil zeggen het reïncarnerende ego.

Vr. – Dank u. Mag ik nog een vraag stellen?

GdeP – Ja, maar laat ik eerst eraan toevoegen dat onze fysieke lichamen noch qua substantie noch qua aard van het astrale lingasarira verschillen, maar elk lichaam is slechts een verharding van het lingasarira. Met andere woorden, een bepaald deel van het lingasarira verdikt zich, wordt grover, ruwer, stoffelijker, en wordt het fysieke lichaam.

Vr. – Er waren, dacht ik, ook vrije cellen die niet onder die overheersende invloed van de mens in dit kiemplasma kwamen, en zij brengen de soorten van het dierenrijk voort. Deze vrije cellen hebben niet dat kiemplasma en daarom kan het dierlijke lichaam van de dierenwereld natuurlijk niet menselijk zijn. Is dat zo?

GdeP – Nee, dat is niet zo. Het lichaam van de dieren bevat hetzelfde kiemplasma als het menselijk lichaam, maar het is niet geschikt, evolutionair gezien niet rijp om mensen voort te brengen. Hetzelfde feit komt overal in de natuur voor zoals de scheikunde laat zien. De scheikundige atomen in een boom, of in een os, of in een olifant, of in een steen, zijn dezelfde als in het fysieke lichaam van de mens. Maar in het ene geval zijn deze atomen verhard om een bepaalde vitale energie of drang te omsluiten die een boom is; in een ander geval een os; in een ander geval een olifant; in weer een ander geval een mens. Maar in alle gevallen zijn deze elementen dezelfde. In essentie komt in dieren precies hetzelfde plasma voor als in het menselijk lichaam, anders zouden de dieren geen enkele kans hebben zich in de loop van lange tijdsperioden geleidelijk te verfijnen, en meer zoals de mens te worden. Dit is beslist geen darwinisme. Darwin had echter wat sommige van zijn diepere denkbeelden betreft niet geheel ongelijk.

Vr. – Wanneer we een koord een voor ons zo hoog mogelijke trillingsfrequentie geven, lijkt het stil te staan. En ik vroeg me af, wanneer de trillingssnelheid van licht wordt verhoogd tot voorbij die van licht zodat deze het mineralenrijk wordt, zoals HPB het noemt – ze spreekt daarbij over het mineralenrijk als gemetalliseerd licht – of de trillingssnelheid dan zo hoog is dat het licht ogenschijnlijk stilstaat. Ik weet niet of ik helemaal duidelijk ben.

GdeP – Ik denk dat ik het begrijp. Probeer uw vraag nog eens in een paar woorden te formuleren.

Vr. – Wanneer HPB het mineralenrijk gemetalliseerd licht noemt, is dit dan omdat licht zijn trillingssnelheid zoveel verhoogt dat het voor ons lijkt stil te staan?

GdeP – Dat is juist. In feite is de trillingssnelheid in een steen veel hoger dan in wat de fysicus licht noemt. Het is de trillingssnelheid die de fundamentele substantie van het heelal ruwer, grover en harder maakt; en dat betekent ook dat de trillingen die zoveel sneller worden, kleiner worden.

In plaats dat de slingerbeweging van zon tot planeet of van ster naar ster gaat, wordt de magnitude – of, beter gezegd, de amplitude kleiner en kleiner en tegelijkertijd wordt de trilling voortdurend sneller. En wanneer ze in onze eigen hiërarchie haar hoogst mogelijke snelheid bereikt, haar hoogste trillingssnelheid dan heeft u het mineralenrijk.

Vr. – Mag ik tenslotte nog een andere vraag hierover stellen? In een recent artikel van een scheikundige werd gesteld dat de trillingssnelheid in het atoom de grens van de lichtsnelheid benaderde, maar als dit correct is, is dat dan de reden waarom het atoom het omhulsel van de monade is en in feite tot het mineralenrijk behoort?

GdeP – Nee, dat gebeurt omdat het atoom, wanneer het een lichtstraal voortbrengt, in een staat van ontbinding verkeert – ontploft. En dit betekent dat de trillingssnelheid om een of andere reden snel en plotseling wordt vertraagd, zodat een elektron in het atoom, of meer dan een van de elektronen, of een deel van het elektron, het atoom waarschijnlijk in een explosie, om het zo te zeggen, verlaat – in een uitbarsting van licht verdwijnt.

Overeenkomstig de wet van universele analogie die geldt voor de werkingen van de natuur, vindt soms hetzelfde plaats bij en in de planeten die om de zon draaien. Ook het omgekeerde komt voor: evenals een atoom een ander elektron zal vangen wanneer het elektronenhonger heeft, en daardoor zijn polariteit verandert, zo kan een zonnestelsel, bijvoorbeeld dat van ons, een zwervend kosmisch lichaam invangen. Wanneer dat lichaam op deze manier is gevangen, verandert het de polariteit van het zonnestelsel. Neptunus is zo’n geval, en Uranus ook.

Over deze nieuwe planeet X* heb ik nog niet voldoende feiten kunnen verzamelen om vragen erover op adequate wijze te kunnen beantwoorden. Op basis van een paar nieuwsberichten die ik erover heb gelezen zegt mijn gevoel dat het ook een ingevangene is. Deze planeet X wordt in de esoterische astrologie helemaal niet meegerekend – in ieder geval ben ik er nergens iets over tegengekomen.

*Noot vert.: Waarschijnlijk wordt gedoeld op Pluto die in 1930 werd ontdekt.

Vr. – Ik heb de laatste tijd veel belangstelling voor de nieuwe ontdekkingen over de vroege mensheid in China. De etnologen en antropologen zijn hierover enthousiaster dan over alle andere dingen die ze de laatste twintig of dertig jaar hebben gevonden. En ik heb diep nagedacht over iets dat HPB in De Geheime Leer zei: dat de mens twee miljoen jaar geleden veel primitiever en dierlijker van bouw was dan nu. Natuurlijk leefden de Atlantiërs en de Lemuriërs lang vóór die tijd, maar ze zegt dat zeer beslist, en de etnologen denken dat de mensen die ze onlangs hebben ontdekt ongeveer een miljoen jaar oud zijn. De meesten van hen denken dat. Sommigen denken vijfhonderdduizend jaar en sommigen een miljoen. En ik vroeg me af of deze mensen uit de oudheid veel ouder zijn dan men zegt en of ze werkelijk primitief zijn zoals de wetenschappers denken. Volgens hen stammen ze uit het vroege Pleistoceen – maar het kan ook een veel eerdere periode zijn. Natuurlijk hebben ze geen middelen om die dingen te dateren. Ik zou graag alles willen weten wat u ons over dit onderwerp kunt vertellen. Het is in veel opzichten zo belangrijk.

GdeP – Ja dat is zo. Mijn eigen indruk is dit: omdat crematie tot enige tienduizenden jaren geleden door alle beschaafde volkeren en door de meeste primitieve volkeren bijna universeel werd toegepast, behoren praktisch alle menselijke overblijfselen die door onze spittende en gravende onderzoekers worden gevonden, tot primitieve stammen die hun doden begroeven, of tot primitieve mensen die hun leven in de strijd of tijdens de jacht verloren, of tot hen die tijdens een reis aan een plotselinge ziekte stierven, of iets dergelijks.

Ik denk niet dat deze mensen waarvan de overblijfselen zijn ontdekt heel primitief zijn. Ik ben eerder sterk geneigd het tegenovergestelde te denken, uit de paar feiten en gegevens die ik heb kunnen verzamelen. Hetzelfde gebeurt in deze tijd. Er leven in verschillende delen van de wereld nog primitieve stammen. Ze bekommeren zich niet om lijken zoals beschaafde mensen zich in de regel om de lichamen van hun doden bekommeren. Ze verdrinken, of raken tijdens een ramp bedolven, of worden door dieren gedood en zijn vergeten. Misschien worden hun overblijfselen eeuwen later door een onderzoeker opgegraven, die nadenkt en zich zal afvragen of ze tot de ‘primitieve mens’ behoren of niet.

Ik wil echter iets zeggen over HPB’s bewering dat ons huidige Indo-europese ras ongeveer een miljoen jaar oud is. Laat u zich door deze uitspraak, hoe juist ze ook is, niet misleiden, doordat uw eigen denken haar bewering verkeerd interpreteert. Het is waar dat ons eigen huidige vijfde of zogenaamde Indo-europese ras, als een ras van zijn eigen soort, en als soort volkomen gescheiden van andere rassen, ongeveer een miljoen jaar oud is. Maar feitelijk is het als ras veel ouder. Het is ongeveer vier of vijf miljoen jaar oud, gerekend vanaf het eerste begin ervan.

Zo rond de tijd van het Mioceen behoorden wij, ik bedoel onze voorouders, tot primitieve en barbaarse volkeren; in die periode hadden de Atlantiërs het hoogtepunt van hun schitterende beschaving bereikt, hoe materieel deze misschien ook was – en deze was ongetwijfeld grof materialistisch van aard. Terwijl de Atlantiërs degenereerden werd deze groep, onze voorouders van het vijfde wortelras, door de eeuwen heen geleidelijk steeds beschaafder, bracht ook meer nageslacht voort, en ontwikkelde en verspreidde zich op die manier over de aarde, totdat ze op zekere dag in de meerderheid was. Het huidige vijfde wortelras begint feitelijk op dat moment.

Maar daarna volgden nog vele eeuwen voordat het als ras volledig verschilde van het eraan voorafgaande Atlantische ras; en ongeveer een miljoen jaar geleden bereikte het een punt in zijn evolutie, in zijn vooruitgang, waar het inderdaad een ras sui generis werd. Ons ras, ons huidige vijfde of Indo-europese ras, zal nog ongeveer vier, mogelijk vier en een half miljoen jaar blijven bestaan voordat het zal zijn uitgestorven. Van het zesde wortelras worden zelfs nu al de zaden gelegd. Deze beginnen net zichtbaar te worden, beginnen zich te ontwikkelen; en dat begin, die aanvang en het land waarin is gezaaid, het continent waarin is gezaaid – wat is de term die hoveniers gebruiken voor de plaats waar ze planten uit zaden laten groeien? – de kweekplaats, is het huidige Noord- en Zuid-Amerika. Maar de beide Amerika’s zullen in die verre toekomst onder het water van de oceaan zijn verdwenen, niet volledig, maar grotendeels, voordat het zesde wortelras op zijn beurt een ras met zijn eigen kenmerken is geworden. Dat zal over ongeveer vijf miljoen jaar gebeuren. Daarom is er voor ons huidige ras tijd genoeg om zijn evolutie voort te zetten en te voltooien.

Vr. – Nu er over rassen wordt gesproken geeft dat me de gelegenheid te vragen naar meer concrete kennis over een onderwerp waarover ik veel heb nagedacht.

Wij allemaal, of de meesten van ons, zijn tijdens reizen in aanraking gekomen met, of weten iets over die groep van de mensheid die soms hermafrodiet wordt genoemd, soms androgyn, en misschien heel vaak biseksueel. Het is ook nogal een probleem in de opvoeding geworden. Ten eerste, is de invloed van zo iemand niet bijna altijd slecht? We kennen er allemaal wel enkelen, of hebben op de een of andere manier over hen gehoord. Maar indien de opvoedingsomstandigheden goed zijn en specifieke training wordt gegeven, moeten ze dan onvermijdelijk een slechte invloed hebben?

GdeP – Ze zijn in deze tijd afwijkend. En omdat ze abnormaal zijn, op een verkeerd moment komen, is hun invloed niet goed. Dat is heel duidelijk. In een bepaald opzicht zijn ze ongelukkig. Ze worden niet alleen veel later geboren dan de tijd dat de androgyne toestand voor de mensheid normaal was, maar ze zijn de tijd waarin de mensheid opnieuw androgyn zal worden ook ver vooruit. Dus het zijn in zekere zin mensen om medelijden mee te hebben.

Nu weet ik dat sommige artsen, sommige antropologen, sommige wetenschappers, zeggen dat echt hermafroditisme niet bestaat, maar dat betwijfel ik. Ik betwijfel die bewering. In ieder geval begint mentale tweeslachtigheid tamelijk veel voor te komen, en dat is eenvoudig een voorteken van wat in het fysieke lichaam na verloop van tijd in de toekomst zal plaatsvinden.

Het spijt me, maar ik ben bang dat hun invloed niet goed is, eenvoudig omdat de mensen van ons eigen vijfde wortelras nog steeds een zware last van het Atlantische seksuele karma dragen. Het geslacht heeft nog steeds een grote invloed op ons; en hoe minder mensen eraan denken hoe beter. Wanneer u deze mentale hermafrodieten ziet, of wat gewoonlijk gedegenereerden worden genoemd – en ze zijn vaak in zekere zin gedegenereerd – heeft hun handelen op ons zwakke denken en zwakke gevoel voor ethiek een effect waarvan de invloed niet goed is.

Vr. – Het tweede deel van mijn vraag heeft u denk ik al beantwoord. Ik wilde vragen of ze voorlopers zijn van het toekomstige ras dat u al heeft beschreven.

GdeP – Ja, maar dat androgyne ras van de toekomst zal slechts korte tijd bestaan; het zal veel minder lang bestaan dan de androgyne rassen van het derde wortelras. Toen was de natuur dingen aan het vormen, opbouwen, voorbereiden. Het toekomstige ras zal komen, een korte tijd blijven bestaan en dan relatief snel uitsterven. De mensheid zal steeds meer ertoe neigen om volkomen geslachtloos te worden. Wat een hoopvol perspectief om in gedachten te houden!

Vr. – Tijdens het lezen van een artikel in The Theosophical Path dat ging over de Vallei der Koningen in het gebied van de Nijl in Egypte, dacht ik aan die grootse kamers die zijn ontworpen en gebouwd, en dat verschillende koningen door ingewijden kennis moeten hebben verkregen over hoe lang deze zouden standhouden. Ik vroeg me af of het juist was om deze plaatsen, die tot op zekere hoogte heilig zijn, open te maken – zelfs voor onderzoek. Want ze zijn om bepaalde redenen afgesloten. Ik zou graag willen dat u hier enig licht op werpt.

GdeP – Ja. Dus u houdt niet van het idee dat de graven worden geschonden?

Vr. – Het lijkt me niet echt goed.

GdeP – Ik denk dat uw gevoel gezond is. Ik heb daarover hetzelfde gevoel. Het is allemaal mooi om over onderzoek in het belang van de wetenschap te praten en er zijn veel zaken waarmee ik kan instemmen, maar we weten allemaal wat we denken over mensen, grafschenners, die tegenwoordig graven schenden. Er schuilt daarin iets afschuwelijks. Ik houd zelf ook niet van het idee.

Misschien is het alleen maar betreden van deze oude graven in orde. Het is misschien goed als dit slechts gebeurt om ze te onderzoeken, en als ze daarna weer zorgvuldig werden verzegeld en met rust werden gelaten zou ik er niets op tegen hebben. Maar om er binnen te gaan en de rust van de doden te verstoren – dat vind ik weerzinwekkend, in het bijzonder wanneer de vondsten daarna over de hele aarde worden verspreid en de mummies in glazen kisten worden gelegd en door horden nieuwsgierige mensen worden aangestaard. Dat lijkt me niet goed.

Ik ken de Vallei en de graven van de koningen goed. Toen ik daar in 1903 of 1904 met KT was, zijn we heel wat van deze prachtige en heilige plaatsen binnengegaan, die prachtig en heilig zijn in de zin van de verheven vrede die er nog steeds heerst. Ik herinner me dat we een graf binnengingen en door de in natuursteen uitgehakte gang afdaalden. We liepen verder en verder, gingen een paar treden af, en liepen dan weer verder. Elektrische lampen waren aan de zijkant van de gang opgehangen.

Uiteindelijk kwamen we in de grafkamer en daar zagen we, in een verzonken uitholling die uit de massieve steen was gehakt, de sarcofaag van een van de grootste koningen van Egypte. De onderzoekers hadden de dekplaat van de sarcofaag verwijderd en hadden een sterke elektrische lamp net boven de kist, de sarcofaag, gehangen. Je stond er leunend over een moderne balustrade en keek neer op dit dode lichaam van de beroemde koning, terwijl het licht fel op hem scheen.

Ik vond het helemaal niet prettig. Het leek me verkeerd. Maar we konden er niets aan doen. Ik heb een hekel aan het gebrek aan eerbied dat zoveel onderzoekers tegenwoordig hebben voor de rechten van de doden, voor de rechten en gevoelens van de volkeren uit de oudheid – en, besef dit goed, dat waren wijzelf.

Vr. – Veel mensen willen dat hun as na hun crematie in de natuur wordt uitgestrooid om zo te vermijden dat zoiets in de toekomst plaatsvindt. Is dat niet gebaseerd op eenzelfde gevoel als waarover u sprak?

GdeP – Ik denk het. En bovendien helpt het de excarnerende entiteit enorm om haar ontbindende fysieke lichaam in haar samenstellende atomen te laten uiteenvallen. Crematie helpt: het is een snelle bevrijding van de anders heel sterke magnetische aantrekking tot wat vroeger het levende lichaam was. De excarnerende entiteit is gedurende korte tijd na de dood bijna fysiek, en het gehele lagere deel van de tussennatuur verkeert nog steeds in het gebied van de aarde. Het is waar dat de geest zich al met zijn ouder-zon heeft verenigd. Het is waar dat het reïncarnerende ego kort daarna in de schoot van de ouder-monade zal worden teruggetrokken. Maar het lagere tussenliggende deel, het menselijke zielendeel, verbonden met het kamarupa, verkeert nog steeds in het gebied van de aarde. En als men het fysieke lichaam langzaam laat vergaan, of als het wordt gemummificeerd zoals de Egyptenaren deden, dan bestaat er een sterke psychomagnetische aantrekkingskracht tot dat dode lichaam.

Het maakte deel uit van het wezen dat u heeft gekend, was een deel van zijn leven, een neerslag van zijn eigen essentie, en de aantrekkingskracht is enorm. Daarom heeft crematie, naast wat u naar voren heeft gebracht, het voordeel de excarnerende entiteit sneller te bevrijden van aardse aantrekkingen.

Vr. – Is de plaats waar de as wordt begraven of verspreid van enig belang?

GdeP – Helemaal niet.

Vr. – Ik zou willen weten of in het geval van de desintegratie van een zwarte magiër, wanneer zijn lichaam volledig is ontbonden en de levensatomen vrijkomen, of deze levensatomen, die natuurlijk aan hun eigen opwaartse gang zijn begonnen, opnieuw verder zullen gaan. Doen ze dat?

GdeP – Ja.

Vr. – Hebben ze een specifieke neiging op grond van de ervaring die ze hebben opgedaan?

GdeP – Ja, een hele sterke. Maar bedenk dat daaraan niets onrechtvaardigs is, omdat de levensatomen die werden aangetrokken tot de broeder van de schaduw die nu is overleden, van een heel grove soort zijn, niet noodzakelijk grof in de zin dat ze heel materieel zijn, maar psychisch grof.

Vr. – Ik vroeg me af hoe de Egyptenaren die zo’n prachtige beschaving hadden en die behoorlijk spiritueel moeten zijn geweest, ertoe kwamen hun doden te balsemen als dat zo’n slecht gebruik was en op die manier het proces vertraagden waarbij de ziel loskomt van de fysieke wereld.

GdeP – Ik ben heel blij dat u die vraag heeft gesteld, omdat dat door mijn hoofd ging toen ik een moment geleden sprak. Bedenk dat de Egyptenaren uit de geschiedenis een heel toegewijd en quasi-mystiek volk waren en toch waren ze niet erg spiritueel. Ze waren een vermenging van de late Atlantiërs en immigranten uit het oosten. Niet alleen de Egyptische architectuur, maar ook de Egyptische religie als geheel en veel van de Egyptische gebruiken, waren overblijfselen, relikwieën, van een Atlantische beschaving; en het mummificeren van de doden werd door de late Atlantiërs op grote schaal toegepast.

De oorspronkelijke Egyptenaren waren in feite afkomstig uit de Atlantische eilanden die Plato in zijn Critias Atlantis noemde, en dat door sommige van de oude Grieken ook Poseidonis werd genoemd, de naam van het grootste van deze verdwenen eilanden van het Atlantische continent. Poseidonis was het laatste overgebleven eiland van een van de continenten van de Atlantische groep en dit eiland verdween ongeveer 12.000 jaar geleden. Maar natuurlijk hadden Atlantische immigranten zich al eeuwen vóór het verzinken van Poseidonis gevestigd in Egypte, het noordelijke deel van Afrika dat langzaam van de oceaanbodem was omhooggekomen en in de loop van de eeuwen langzaam door afzettingen van de Nijl was opgebouwd. Daarnaast waren er in de laatste 20.000 of 30.000 jaar ook grote aantallen immigranten binnengekomen uit wat nu Zuid-India is en uit landen die eens aan Zuid-India grensden maar nu zijn verzonken. De Egyptenaren uit de geschiedenis waren dus een gemengd volk van Atlantiërs en Indo-europeanen.

Vr. – HPB zegt dat de Egyptenaren uit India kwamen. Heeft dit betrekking op een andere groep Egyptenaren?

GdeP – Nee, zoals ik zojuist heb gezegd waren de Egyptenaren uit de geschiedenis een vermenging van Atlantische immigranten die zich eeuwen daarvoor in Egypte hadden gevestigd en mensen die later uit het oosten kwamen, uit nu verdwenen landen die aan Zuid-India en Ceylon grensden. De twee volkeren verenigden zich en vormden de Egyptenaren uit de geschiedenis.

Vr. – Waren de oude Egyptenaren, zij die daar eerder waren, edeler dan de Egyptenaren uit de geschiedenis?

GdeP – Ze waren late Atlantiërs die waren geëmigreerd naar de omhoogkomende landen van de Egyptische delta.

Vr. – Ik bedoel specifiek die mensen die zich in Egypte vestigden vóór diegenen waarover u spreekt als de historische Egyptenaren. Ik dacht dat zij een zuiverder soort Egyptenaren waren dan de anderen.

GdeP – Nee, dat betwijfel ik. Ik geloof zelfs het tegenovergestelde. Ik heb al aangegeven dat Egypte eerst werd bevolkt door Atlantische immigranten die Noord-Afrika koloniseerden. Deze Atlantische immigranten vestigden zich op het land dat door afzetting van de rivier de Nijl werd gevormd en dit land werd later de delta van Egypte. Op een veel later tijdstip in de geschiedenis, misschien zo’n 20.000 of 15.000 of 12.000 jaar geleden, kwamen andere immigranten uit het oosten naar Egypte, uit het gebied dat nu Zuid-India is, en deze latere immigranten gingen gemengde huwelijken aan met het daar reeds gevestigde Atlantische Egyptische volk en brachten de historische Egyptenaren voort. Begrijpt u het nu?

Vr. – Ja, dank u. Ik wist niet of het een zuiverder soort Atlantiërs waren die daar in het begin naartoe gingen, of een slechte soort. Dat was mijn moeilijkheid.

GdeP – Ze waren niet erg spiritueel.

Vr. – Zou het mogelijk zijn dat er een heel wijdverspreide religie was waarvan de aanhangers toegewijd en mystiek zijn, maar in essentie niet spiritueel? Ik heb me afgevraagd of dit met de moslims ook zo is.

GdeP – Heel juist, maar zelfs op een lager niveau dan de Egyptenaren uit de geschiedenis. Zonder enige wens de gevoelens van de aanhangers van de islam, de moslims, te kwetsen, en toegegeven dat er veel waarheid en mooie mystieke gedachten in bepaalde aspecten van de latere islam zitten, zie ik het niettemin als mijn plicht op te merken dat de aanhangers van de islam vaak heel toegewijde, soms mystieke, maar over het geheel genomen geen spirituele mensen zijn.

Vr. – Zou u ons iets over de Maya’s van Midden-Amerika willen vertellen? Wie waren ze?

GdeP – Ze waren Atlantiërs die, toen Atlantis begon te verzinken, evenals vele andere volkeren, zagen aankomen wat er zou gebeuren. Ze hadden in die tijd behoorlijk veel magische kennis. Ze verlieten hun vaderland en migreerden daarna op verschillende momenten naar de beide Amerika’s en bevolkten de nieuwe landen die in het oosten en westen en zuiden verrezen. Deze nieuwe landen werden de beide Amerika’s, Afrika, delen van Azië, en de huidige Europese landen die zich uitstrekken van het Oeralgebergte in Rusland naar het westen tot aan de Britse eilanden, en vroeger zelfs daar voorbij. Al deze Atlantiërs die van hun eigen grootste continent emigreerden, vestigden zich door de eeuwen heen langzamerhand in deze nieuwe landen en verloren na verloop van tijd bijna alle herinnering aan hun eigen thuisland en werden de volkeren van het oude Amerika, zoals de Maya’s, de Inca’s van Peru, en ook de archaïsche Egyptenaren en de allereerste Indo-europeanen, enz.

Vr. – Ik wilde ook even naar Mexico vragen. Voor Mexico gold precies hetzelfde, nietwaar?

GdeP – Ja, precies hetzelfde.

Vr. – Waar moeten we de Basken plaatsen?

GdeP – De Basken hebben ook precies dezelfde oorsprong als de andere volkeren – Atlantische overblijfselen, maar tegenwoordig is hun aantal erg geslonken. Ik geloof dat de taal en veel van de gebruiken van de Basken nauw verwant zijn aan de taal en gebruiken van de Guanchen van de Canarische Eilanden.

Vr. – U zei dat de Atlantiërs erg materieel gericht waren en hun stempel drukten op de Egyptenaren en waarschijnlijk ook op die andere latere volken. Maar waren er onder hen niet enkelen, hoogontwikkelde mensen, die zich toen ergens in de wereld hadden gevestigd en die niet zo materieel waren ingesteld?

GdeP – Jazeker. Wanneer wordt gezegd dat een ras een grof materiële instelling heeft, betekent dat niet dat elk individu van dat ras zo was. In feite brachten de Atlantiërs enkele verheven ingewijden van het rechterpad voort, die verbazingwekkend spiritueel waren. Bovendien was het zo dat in of uit de schoot van de Atlantiërs ons eigen meer spirituele vijfde wortelras groeide. Zo slecht als we zijn, zijn we toch niet zo slecht als het overgrote deel van de Atlantiërs was in de tijd dat de natuur ze niet langer kon tolereren – en ‘tolereren’ is niet slechts een dichterlijke manier van zeggen.

De psychische trillingen van de Atlantische continenten, of beter gezegd van de mensen die deze continenten bewoonden, werden zo sterk, zo doordringend en afbrekend dat dit meer dan wat dan ook ertoe leidde dat de natuur reageerde in de vorm van geologische rampen. Ik bedoel hier niet dat er alleen bij mensen een reactie plaatsvond, maar een reactie van de natuur zelf.

Laat ik u eraan herinneren dat de Atlantiërs als ras heel magisch waren. Ze hadden meer vermogens dan wij en ze maakten er op een slechte manier gebruik van. In onze tijd kan iemand van ons vijfde wortelras niet veel meer doen dan zijn eigen gezondheid en zijn eigen lichaam door deze kwade praktijken kapotmaken en kan, als hij daarmee ver genoeg doorgaat, op die manier zijn ziel vernietigen; en hij kan ook handelingen verrichten waardoor de fysieke en psychische beginselen van zijn medemensen uiteenvallen. Zijn invloed op de fysieke stof is betrekkelijk klein, omdat we ons langzaam van de fysieke dingen terugtrekken; de afstand tussen ons als ras en de grofstoffelijke materie neemt langzaam toe.

Maar onder de Atlantiërs, met hun enorme lichamen, hun enorme wilskracht en hun magische praktijken die op een magische kennis van de wetten en werkingen van de natuur waren gebaseerd, was deze combinatie van factoren, spiritueel en ethisch gesproken, ontzettend krachtig en slecht. De lichamen van de Atlantiërs waren veel grover dan de onze, zwaarder, ik bedoel pond voor pond. Een pond Atlantisch vlees had een grotere dichtheid dan een pond mensenvlees nu. Alles was ruwer, zwaarder, grover, materiëler, maar dit alles betekent niet dat de Atlantiërs opvallend lelijk waren. Integendeel, velen van hen waren mannen en vrouwen van opmerkelijke maar kwaadaardige schoonheid. Dezelfde toestand komt in deze tijd zelfs bij ons voor. Er bestaat tegenwoordig zoiets als kwaadaardige schoonheid, zowel bij mannen als vrouwen; mensen die iemand een onprettige indruk geven wanneer men ze ziet, hoewel ze heel knap kunnen zijn – en de Atlantiërs waren precies zo.

Vr. – Ik vroeg me af of het feit dat de naam ‘Atlantis’ de genitiefvorm van de naam ‘Atlas’ is, een speciale betekenis heeft. Natuurlijk kennen we het Atlasgebergte in het noorden van Afrika.

GdeP – Ik denk niet dat dit een bijzondere betekenis heeft. ‘Atlantisch’ komt natuurlijk van de Griekse term ‘Atlantis’, wat de term was die de Griek Plato gebruikte. Het hield zeker verband met het Atlasgebergte – waarschijnlijk vindt de naam ‘Atlantis’ zijn oorsprong in de naam Atlas. En het Atlasgebergte was, tussen twee haakjes, een van de Atlantische bergketens die nu zijn geslonken tot de kleine keten in Noord-Afrika.

Het is merkwaardig hoe opvallend mooi deze overblijfselen van het Atlantische continent nog altijd zijn. Ik heb veel in mijn leven gereisd, maar ik ken niets dat van nature zo mooi is qua kleuren en qua vreemde en mystieke contouren als bijvoorbeeld de Madeira-archipel. De eilanden lijken vaak sprookjesachtig en ik herinner me dat het nacht was toen KT en ik in Funchal op Madeira aankwamen. Het schip minderde vaart en voer heel langzaam verder – er ligt daar een reeks kleine eilandjes – naar de open rede. Er is geen echte haven. Er hing een eigenaardige sfeer, niet van deze wereld. Het raakte ons allebei diep. Toen ’s ochtends de zon opkwam, maakten die prachtige blauwe met bomen begroeide heuvels, het witte strand, en de eilanden die hoog oprezen uit de zee rondom ons, veel indruk. Ik denk niet dat ik ergens anders ooit iets heb gezien dat hiermee is te vergelijken.

Maak niet de fout te denken dat de Atlantiërs er lelijk uitzagen of dat ze allemaal zwarte magiërs waren, of dat ze onbeschaafd waren. Integendeel, het toppunt van hun beschaving bereikte een hoogte en pracht die wij nog niet hebben bereikt. In sommige opzichten waren ze veel wijzer dan wij nu zijn. Ze waren vergevorderd in hun cyclische evolutie, maar toch waren ze in het algemeen niet spiritueel. Ze waren in stoffelijk opzicht grof, met sterk op de materie gerichte gevoelens, en elke Atlantiër was een geboren magiër en gewoonlijk een geboren zwarte magiër. De goeden en wijzen onder hen streden tegen deze neigingen, en deze wijzen waren de lichtdragers – de witte magiërs van die tijd.

Vr. – Kan het zijn dat veel van de beste indianen [in Noord-Amerika], en die in Mexico, zijn voortgekomen uit een soort vermenging van Atlantiërs en misschien van indianen die oorspronkelijk uit Azië of ergens anders vandaan zijn gekomen?

GdeP – Ja, en er heeft in Mexico nu een sterke vermenging met negers plaatsgevonden. Mexico is een van de weinige landen die het negroïde element hebben geabsorbeerd, een element dat door de Spaanse conquistadores in Mexico werd ingevoerd. U weet allemaal, neem ik aan, iets van de geschiedenis van het invoeren van negerslaven in de nieuwe wereld, een idee dat de monnik Bartolomé de Las Casas heeft bedacht, als een daad van barmhartigheid en mededogen voor de indianen waarvan zeer velen stierven door het harde werk, de semi-slavernij, waaraan ze niet waren gewend en waartoe ze werden gedwongen door de goedbedoelende, maar onverstandige, Spaanse veroveraars. De negers waren naar christelijke opvatting de zonen van Cham en daarom geboren om te werken, en dus kreeg deze goedhartige missionaris, Las Casas, het idee de indianen voor uitsterving te behoeden door negers in te voeren die hun plaats als arbeiders konden innemen. Mexico heeft het negroïde element ervan door gemengde huwelijken zo goed als geabsorbeerd en Brazilië is een flink eind op weg in dezelfde richting.

Nu we het over de negers hebben, kan ik u eraan herinneren dat ze een bestemming hebben – dat ze bestemd zijn voor beschaving en macht, maar wanneer die periode in de toekomst aanbreekt, zullen ze geen negers meer zijn. Ze zullen zich hebben vermengd met blanken, met gele mensen en met bruine mensen zodat de huidige negroïde elementen grotendeels zullen zijn verdwenen, maar de neiging van het ras, van die volkeren, zal overwegend negroïde zijn. Vervolgens zal aan de tijd van hun invloed en beschaving en macht een einde komen. Maar vóór die tijd zullen ze hun eigen beschaving voortbrengen.

Laat ik u eraan herinneren dat wij mensen met een roze huid, wij die onszelf het ‘blanke’ ras noemen, eens door de beschaafde laat-Atlantische rassen die aan ons voorafgingen als barbaren en wilden, als afschuwelijke, lompe wezens werden gezien.

Zelfs in de tijd van Atlantis werden onze raszaden, onze voorvaderen, die de zaden van het huidige ras waren, geminacht, veracht, als vreemde, onaangename wezens beschouwd. En toch, samen met de overblijfselen van de Atlantiërs, zoals de Chinezen, de stammen van Zuidoost-Azië en de Amerikaanse indianen, zijn het roze ras en de daarmee verwante rassen uit India in feite de huidige leiders van de aarde. Maar de tijd van onze macht en invloed zal voorbijgaan, en we zullen door anderen worden opgevolgd.

Vr. – Is het verkeerd om op dit moment nog steeds het onderlinge trouwen van zwarte en blanke rassen te ontmoedigen?

GdeP – Bedoelt u de vermenging van rassen? In veel landen is dit bij de wet verboden. In deze staat is het, geloof ik, voor het zogenaamde blanke ras tegen de wet om met Aziaten te trouwen. Ik ben er niet zeker van, maar ik weet dat in sommige staten de vermenging van rassen tegen de wet is.

Is het juist om te zeggen dat deze verschillende rassen onderling niet zouden moeten trouwen? Ik heb vaak over die vraag nagedacht, en ik aarzel om te antwoorden, omdat ik bijna zeker verkeerd zal worden begrepen, maar ik zal u zeggen wat er gebeurt, of we het nu leuk vinden of niet. Vermenging vindt voortdurend plaats en er is in de Verenigde Staten tegenwoordig meer gemengd bloed van de negers en van de zogenaamde ‘blanken’ dan de meeste mensen zich realiseren. De natuur is duidelijk bezig om het komende ras voor te bereiden. Wanneer u beseft dat het grootste deel van Zuid-Amerika en veel van de West-Indische eilanden door deze gemengde rassen worden bewoond, dat de Aziaten zich ook snel vermengen, dat deze buitenlanders en gemengde rassen van vreemde afkomst Europese en Noord-Amerikaanse landen voortdurend binnenkomen, dat ze hier een plaats vinden om te wonen en hun bloed zich langzaam vermengt met het bloed van de zogenaamde ‘blanken’, kunt u gemakkelijk inzien welke richting de bestemming van de rassen opgaat.

Toen ik bijvoorbeeld in Brazilië was, had ik veel interessante gesprekken met intelligente Brazilianen van verschillende huidskleur: met de zogenaamd zuiverwitte Portugezen, en ook met de mestiezen zoals ze worden genoemd, die een vermenging zijn, de mulatten, en met vertegenwoordigers van alle andere verschillende soorten van rassenvermenging, en ze waren het allemaal over één ding eens, en spraken over wat ze de politieke vergissingen van de Noord-Amerikanen noemden, en daarmee doelden ze vooral op de mensen in de Verenigde Staten. Ze vertelden me allemaal in wezen hetzelfde: ‘Jullie mensen in het noorden zijn heel onverstandig. Jullie gaan tegen de wetten van de natuur in. Vermenging zal niettemin plaatsvinden. Wij hier in Brazilië zijn met onze wetten vóór vermenging, wat uiteindelijk een sterker en intelligenter ras zal voortbrengen, want het vermengen van rassen heeft altijd een krachtig volk opgeleverd.’

Dat waren hun argumenten en in feite pasten ze wat ze zeiden toe. Ik woonde een vergadering bij van het parlement van een van de Braziliaanse staten en vond dit bijzonder interessant. Er waren negers, blanken, indianen en mensen met verschillende bruine, gele, zwarte en roze tinten, en voorzover ik het kon beoordelen, zaten ze allemaal bijeen op voet van volledige gelijkheid.

Om uw vraag kort te beantwoorden, kan ik eenvoudig dit zeggen, dat de tijd nog niet is gekomen dat ik gemengde huwelijken zonder meer zou aanraden. Maar eerlijkheidshalve moet ik daaraan toevoegen dat het toekomstige ras zal zijn samengesteld uit de vele verschillende rassen die er tegenwoordig op aarde zijn. Laten we ook bedenken dat alle mensen uiteindelijk van één bloed zijn.

Vr. – Sinds we dit laatste jaar al deze nieuwe leringen hebben ontvangen, heeft het devotionele boekje, De Stem van de Stilte, me heel sterk aangesproken. Er is één passage die ik graag zou willen aanhalen om daarna twee vragen te stellen:

Duld niet dat uw ‘hemeltelg’, gedompeld in de zee van maya, zich losmaakt van de Universele Ouder (ziel), maar laat de vurige kracht zich in de binnenkamer terugtrekken, in de kamer van het hart . . .

Dan zal uit het hart die kracht opstijgen naar het zesde, het middelste gebied, de plek tussen uw ogen, wanneer ze de adem wordt van de ene ziel, de stem die alles vult, de stem van uw meester.    – blz. 8-9

Er zijn twee dingen die ik niet helemaal begrijp. Ik zou graag een verklaring willen van de passage waar staat: ‘laat de vurige kracht’, die naar kundalini verwijst zoals in de voetnoot wordt toegelicht, ‘zich in uw binnenkamer terugtrekken’. Vervolgens wordt in de passage gesproken over de kracht die daarna opstijgt naar het middelste gebied dat ‘tussen de ogen’ ligt. Kunt u dit wat verder toelichten?

GdeP – Er is een meer spirituele interpretatie dan alleen maar de woordelijke, maar ik zal me aan de woordelijke houden. Kundalini doordringt elk lichaamsatoom, maar bevindt zich bovendien voornamelijk in haar kanaal dat langs de ruggengraat loopt; niettemin is ze overal. Wanneer ze in het hart wordt gelokaliseerd, wordt daarmee niet zozeer het fysieke orgaan bedoeld, maar het centrum van het bewustzijn van de mens dat de Ouden altijd in het gebied van het hart plaatsten. Ik bedoel het menselijke bewustzijn, niet het geestelijke, en daaruit stijgt de kracht op naar het akasische gebied van de hersenen, in de tempel of de holte van de hersenen, dat in de zin die u aanhaalt zich tussen de ogen bevindt. Begrijpt u me?

Vr. – Ja, maar zit er een spirituele betekenis achter?

GdeP – O ja. De spirituele betekenis is dat de mens zich verheft om quasi-goddelijk te worden en dat is de werkwijze van de meesters. Het bewustzijn van de meester, het bewustzijn van een mahatma, stijgt uit het hart, uit het alleen maar menselijke gebied, op naar het akasa dat de hersensubstantie en de holten vult, en daar werkt het in het bijzonder op twee klieren in: de pijnappelklier en de hypofyse. Het ene is het orgaan van de onpersoonlijke en daarom van de persoonlijke wilskracht; het andere, de pijnappelklier, is het orgaan van geestelijke visie.

Ik kan u meer vertellen. Door zijn wil kan de mahatma een trilling op gang brengen in de pijnappelklier, wat in het lichaam het orgaan van de hogere natuur is, en haar bij wijze van spreken zo stimuleren dat er bijna een visioen van het oneindige volgt.

Vr. – Het is binnenkort een jaar geleden dat we ons hart openden voor deze prachtige nieuwe tijd, en ik vroeg me af of in heel bijzondere zin op het moment van die geboortedag voor ons niet een nog grotere deur zal opengaan als we er gereed voor zijn? Hebben we niet een ernstige verantwoordelijkheid om dit te laten gebeuren?

GdeP – Dat is volkomen juist. Alles in de natuur voltrekt zich in cyclussen en een van de meest bekende en ook een van de meest belangrijke, is de jaarcyclus. Het heengaan van KT vond, zoals u zich zult herinneren, rond het moment van de zomerzonnestilstand plaats. En diegenen van u die gereed zijn kunnen een grote stap vooruit doen wanneer binnenkort het moment van de zomerzonnestilstand opnieuw aanbreekt. Het hangt van u af, van de gevoelens in uw hart, van uw wilskracht. Geef het signaal, en het zal worden beantwoord.

Voordat we afsluiten wil ik nog het volgende zeggen: ik ben heel gelukkig om hier bij u te zijn, en te doen wat ik kan om u te helpen. Ik heb het gevoel dat een groot deel van het werk waarvoor ik ben gestuurd, hier in deze bijeenkomsten wordt volbracht. Jullie zijn allemaal echte vrienden, trouw, oprecht, waarachtig, aspirerend.

Ik hoop alleen, en denk dat dit zo zal zijn, dat wanneer mijn tijd om te gaan komt, of wanneer ik wordt teruggeroepen, u net zo trouw en oprecht zult zijn tegenover mijn opvolger als u tegenover Katherine Tingley en mij bent geweest.

Wilt u zo vriendelijk zijn de gong te luiden?

[Luiden van de gong. Stilte.]

 


Dialogen van G. de Purucker, blz. 390-413

© 2005  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag