|
2
Iets over vivisectie
Enkele woorden over het laatstgenoemde: alleen door de krankzinnigheid
van deze tijd geloven we dat we leven kunnen redden door tegen het leven
te zondigen, of iets goeds kunnen bereiken door te doen wat zo duidelijk
verkeerd is. De hogere wet werkt direct: men kan er niet mee spelen, men
kan haar niet misbruiken. De vivisector zaait zaden in zijn natuur waarvan
hij de afgrijselijke oogst zal moeten binnenhalen. Hij verhardt zijn innerlijke
en fijnere gevoelens, breekt een deel van de hogere structuur van zijn
wezen af, misbruikt zijn denken en beledigt de hogere kwaliteiten van
zijn natuur en verliest iets dat hij nooit meer zal terugvinden.
      Bedenk eens waar het om gaat. Met elke functie
en elk orgaan van het dier wordt geëxperimenteerd: de hersenen worden
in plakjes gesneden, onder stroom gezet, met roodgloeiende ijzers bewerkt;
de ruggengraat wordt uiterst zorgvuldig onderzocht met tang en ontleedmes;
het bloed wordt uit het levende, worstelende dier gepompt en weer teruggepompt.
Er zijn slachtoffers die levend worden gekookt en levend worden verbrand;
giftige gassen worden door hun keel gedreven; ze worden geschoren en in
ijswater gedompeld om te zien hoe lang het duurt voor zich longontsteking
ontwikkelt!
      Denk eens aan de psychologische invloed van
een arts die, hoe zuiver zijn motieven misschien ook zijn, zichzelf in
de ban heeft gebracht van de gedachte zijn werk met zulke middelen voort
te zetten. Hij beseft niet dat telkens als hij zo’n experiment uitvoert,
hij zijn eigen natuur vergroft en daardoor ook die van zijn nageslacht,
of dat hij de deur sluit voor hogere kennis die zou komen als zijn pogingen
op een hoger niveau lagen. Want ook hier weer wordt op niets anders vertrouwd
dan op de visie van het verstand, en dan nog wel het allerlaagste aspect
daarvan, om kennis te verkrijgen die in feite alleen kan worden verworven
door oefening van de geestelijke kant van de natuur – dat hogere zelf
dat door de mens bij het verrichten van vivisectie wordt beledigd, buitengesloten
en achteruitgezet. De sleutel tot het hogere zelf is altijd mededogen.
      Hoe meer de dwalingen van deze eeuw worden gevolgd,
des te meer zal brute kracht worden verheerlijkt, zullen er oorlogen zijn,
verwoeste gezinnen, vernielde levens, gevangenissen en psychiatrische
inrichtingen en nieuwe en onnoembare vormen van ondeugd. Moedige zielen
moeten de weg zoeken en vinden want anders zal de mensheid, vóór we veel
generaties verder zijn, door haar onrechtvaardigheid ten onder gaan en
worden weggevaagd.
De
Goden wachten op ons, blz. 59-61
© 2000 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag
|