Een introductie tot De Geheime Leer
H.P. Blavatsky

bestel boek

derde herziene druk 2009

© 2009  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Voorwoord van de schrijfster

De auteur van dit boek – of beter gezegd zij die het heeft opgeschreven – acht het noodzakelijk zich te verontschuldigen voor de grote vertraging die bij het verschijnen ervan is opgetreden. Deze is veroorzaakt door een slechte gezondheid en door de omvang van de onderneming. Zelfs de twee delen die nu worden uitgegeven verwezenlijken niet het volledige plan, en ze behandelen de besproken onderwerpen niet uitputtend. Een grote hoeveelheid materiaal is al gereed over de geschiedenis van het occultisme zoals die ligt besloten in de levens van de grote adepten van het Arische (of Indo-Europese) ras. Dit materiaal toont de invloed aan van de occulte filosofie op het levensgedrag, zoals dat is en zou moeten zijn. Indien deze twee delen gunstig worden ontvangen, zal geen moeite worden gespaard om het werkplan volledig uit te voeren. Het derde deel is geheel gereed, het vierde bijna.

Hieraan moet worden toegevoegd dat dit plan niet werd overwogen toen de voorbereiding van het werk voor het eerst werd aangekondigd. Volgens de oorspronkelijke aankondiging was het de bedoeling dat De Geheime Leer een verbeterde en uitgebreide versie van Isis Ontsluierd zou worden. Het bleek echter al snel dat de uiteenzettingen die konden worden toegevoegd aan de verklaringen die reeds in het laatstgenoemde en in andere boeken over de esoterische wetenschap waren bekendgemaakt, zodanig waren dat ze een andere manier van behandelen vergden. Daarom bevatten deze delen in totaal nog geen 20 bladzijden die aan Isis Ontsluierd zijn ontleend.

De auteur vindt het niet nodig de mildheid van haar lezers en critici te vragen voor de vele tekortkomingen in literaire stijl en voor het gebrekkige Engels dat op deze bladzijden kan worden aangetroffen. Ze is een vreemdelinge en haar kennis van deze taal heeft ze laat in haar leven verkregen. De Engelse taal wordt gebruikt omdat deze het wijdst verspreide middel biedt om de waarheden over te dragen die ze aan de wereld moest voorleggen.

Deze waarheden worden volstrekt niet als een openbaring naar voren gebracht; evenmin eist de auteur de plaats op van onthuller van mystieke kennis die nu voor het eerst in de wereldgeschiedenis wordt bekendgemaakt. Want de inhoud van dit boek kan worden gevonden, verspreid over duizenden boekdelen die de geschriften omvatten van de grote Aziatische en vroege Europese religies, verborgen achter tekens en symbolen, en die als gevolg van deze sluier tot nu toe onopgemerkt zijn gebleven. Er wordt nu geprobeerd de oudste leringen samen te brengen en daarvan één harmonisch en samenhangend geheel te maken. Het enige voordeel dat de schrijfster heeft boven haar voorgangers, is dat ze niet haar toevlucht hoeft te nemen tot persoonlijke gissingen en theorieën. Want dit boek is een gedeeltelijke uiteenzetting van wat haarzelf is meegedeeld door meer gevorderde onderzoekers, slechts op enkele onderdelen aangevuld met de uitkomsten van haar eigen studie en waarneming. De publicatie van veel van de hierin vermelde feiten werd noodzakelijk door de wilde en fantastische speculaties waaraan veel theosofen en onderzoekers van de mystiek zich de laatste jaren hebben overgegeven bij hun streven om, zoals ze dachten, een volledig gedachtestelsel uit te werken op grond van de enkele feiten die hun eerder waren meegedeeld.

Het is onnodig te verklaren dat dit boek niet de geheime leer in haar totaliteit omvat, maar een aantal uitgekozen gedeelten van haar grondstellingen, waarbij bijzondere aandacht is besteed aan enkele feiten waarop verschillende schrijvers zich hebben geworpen en die ze zo hebben verdraaid dat iedere gelijkenis met de waarheid verloren ging.

Het is misschien wenselijk om ondubbelzinnig te verklaren dat de in deze delen voorkomende leringen, hoe fragmentarisch en onvolledig ook, noch uitsluitend behoren tot de hindoe-, de zoroastrische, de Chaldeeuwse of de Egyptische religie, noch ook tot het boeddhisme, de islam, de joodse leer of het christendom. De geheime leer is de kern van alle. De verschillende religieuze stelsels zijn aanvankelijk daaruit voortgekomen en worden nu opnieuw verenigd met hun oorspronkelijke beginsel, waaruit ieder mysterie en dogma is gegroeid en zich heeft ontwikkeld en vorm heeft gekregen.

Het is meer dan waarschijnlijk dat het boek door een groot deel van het publiek zal worden beschouwd als een verzinsel van de wildste soort, want wie heeft ooit zelfs gehoord van het boek van Dzyan?

De schrijfster is daarom bereid de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit boek op zich te nemen en zelfs om te worden beschuldigd het helemaal te hebben verzonnen. Ze is zich volkomen bewust dat het veel tekortkomingen heeft; ze maakt er slechts aanspraak op dat, romantisch als het velen misschien toeschijnt, zijn logische samenhang en consistentie aan deze nieuwe genesis in ieder geval het recht geven op één niveau te worden geplaatst met de ‘werkhypothesen’ die de moderne wetenschap zo gemakkelijk aanvaardt. Verder maakt het er aanspraak op te worden overwogen, niet op grond van enig beroep op dogmatisch gezag, maar omdat het zich nauw aan de natuur houdt en de wetten van gelijkvormigheid en analogie volgt.

Het doel van dit boek kan als volgt worden geformuleerd: aan te tonen dat de natuur geen ‘toevallig bijeenkomen van atomen’ is, en aan de mens zijn rechtmatige plaats in het plan van het heelal te geven; de archaïsche waarheden, die de grondslag vormen van alle religies, tegen ontaarding te beschermen en de fundamentele eenheid waaruit ze alle voortkomen enigszins aan het licht te brengen; tenslotte, aan te tonen dat de wetenschap van de moderne beschaving zich nooit heeft beziggehouden met de occulte kant van de natuur.

Indien dit doel tot op zekere hoogte wordt bereikt, is de schrijfster tevreden. Het boek is geschreven in dienst van de mensheid en het moet worden beoordeeld door de mensheid en de toekomstige generaties. De auteur erkent geen lager hof van beroep. Aan scheldwoorden is ze gewend, met kwaadsprekerij heeft ze dagelijks te maken, om laster glimlacht ze met zwijgende minachting.

De minimis non curat lex.

Londen, oktober 1888
H.P.B.

 


Een introductie tot de Geheime Leer, blz. 17-18

© 2009  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag