Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Verschillende werkwijzen in de theosofie

[The Path, augustus 1891, blz. 159-60]

Het is mij binnen het werk van de Theosophical Society opgevallen dat sommige leden vaak de neiging hebben om bezwaar te maken tegen de werkwijzen van anderen of tegen hun plannen, omdat deze onverstandig, ongeschikt of wat dan ook zouden zijn. Deze bezwaren worden niet gemaakt om tweedracht te zaaien, maar komen veelal slechts voort uit een gebrek aan kennis van de werking van de wetten die onze handelingen beheersen.

HPB zei altijd – in overeenstemming met de regels die door hoge leraren zijn gegeven – dat geen enkel voorstel voor theosofisch werk zou moeten worden verworpen of tegengehouden, mits degene die het voorstel doet oprecht ernaar streeft om ten gunste van de beweging en van haar leden te werken. Natuurlijk betekent dat niet dat duidelijk verkeerde of verderfelijke doelen moeten worden nagestreefd. Maar een oprechte theosoof zal zelden zulke verkeerde plannen maken. Men verlangt er echter vaak naar om in het klein iets voor de Society te doen, en wordt regelmatig tegengewerkt door hen die denken dat het geen goed moment is of dat het plan zelf onverstandig is. De bezwaren berusten altijd op de veronderstelling dat er maar één goede methode is die steeds moet worden gevolgd. De één maakt bezwaar tegen het feit dat een afdeling openbare bijeenkomsten houdt, de ander dat ze dat niet doet. Sommigen denken dat de afdeling zich duidelijk met metafysica moet bezighouden, anderen dat ze zich geheel op de ethiek moet richten. Wanneer een lid voorstelt om op zijn manier een bescheiden werk te verrichten, vinden zijn medeleden soms dat hij het niet zou moeten doen. Maar de juiste aanpak is dat elke oprechte poging om theosofie te bevorderen wordt toegejuicht, zelfs als u het met de werkwijze ervan niet eens kunt zijn. Omdat het niet uw voorstel is, gaat de zaak u helemaal niet aan. U prijst het verlangen om goed te doen; de natuur zorgt voor de gevolgen.

Enkele voorbeelden zullen dit verduidelijken. Eens verscheen in New York een krantenartikel over theosofie dat vol onwaarheden stond. Het was een interview vol leugens. Het enige juiste dat erin stond was het adres van een vertegenwoordiger van de TS. Het was gestuurd door een tegenstander van de Society aan iemand die allang naar ons op zoek was. Hij las het, noteerde het adres en werd een van de meest gewaardeerde leden. In Engeland wilde een invloedrijke dame te weten komen waar de Society was gevestigd, maar slaagde daar niet in. Toevallig kreeg ze een affiche in handen die sommige leden onverstandig hadden gevonden, en haar oog viel op een toespraak over theosofie op een onbekende plek. Ze woonde de bijeenkomst bij en ontmoette mensen die haar naar de Society verwezen. Een lid dat niet tot de hogere kringen behoorde verspreidde in dezelfde stad op bijeenkomsten kaartjes met adressen waar men meer te weten kan komen over theosofische leringen. In verschillende gevallen zijn door die kaartjes, die op een zo weinig waardige manier waren verspreid, uitstekende leden toegetreden voor wie geen ander middel bestond om over de Society te horen. De meesten van ons zouden ongetwijfeld denken dat het op die manier verspreiden van kaartjes te onwaardig is om ons werk te zijn.

Maar men moet niet te veel aan één methode vasthouden. Ieder mens is zelf een centrum van kracht, en alleen door op de manier te werken die bij hem past kan hij de krachten waarover hij beschikt uitoefenen. We zouden niemands hulp moeten afwijzen en niemand in de weg moeten staan, want het is onze plicht te ontdekken wat wijzelf kunnen doen zonder de daden van anderen te bekritiseren. De wetten van karma hebben hier veel mee te maken. We belemmeren de toekomstige goede resultaten als we proberen de werkwijze die een ander lid wenst te volgen naar onze maatstaven te beoordelen.

Aan alle kanten zijn er hefbomen in beweging en brengen ze gevolgen tot stand; sommige van die hefbomen – die absoluut noodzakelijk zijn voor het grootst mogelijke resultaat – zijn heel klein en onopvallend. Het zijn allemaal mensen, en dus moeten we zorgvuldig erop letten dat die hefbomen niet door onze woorden worden belemmerd. Als we ons strikt aan onze eigen plicht houden, zal iedereen in harmonie handelen, want de plicht van een ander is voor ons gevaarlijk. Als een lid daarom voorstelt om de leringen van de theosofie op een manier te verspreiden die hem verstandig lijkt, wens hem dan succes, zelfs als zijn methode u niet aanspreekt om zelf als leidraad te gebruiken.

William Brehon

 


Theosofische inzichten, blz. 159-60

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag