Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

‘Metafysische genezing’

[The Path, januari 1892, blz. 304-7]

De tijd om nog langer het stilzwijgen te bewaren over wat ‘mind cure’, ‘mental science’, ‘Christian science’, enz., wordt genoemd is voorbij, en het moment is aangebroken dat er duidelijk iets moet worden gezegd over zowel deze als andere onderwerpen. De eerste waarschuwing hierover werd gehoord op de Theosofische Conventie van 1890, toen H.P. Blavatsky in haar boodschap schreef dat sommige van deze praktijken tot de zwarte magie behoren – een bewering die ze in die boodschap toelichtte. Ze zegt: ‘Met andere woorden, telkens als de genezer – bewust of onbewust – ingrijpt in het vrije denken van de patiënt is dit zwarte magie.’1 Velen werden toen hierdoor gekwetst, sommigen rechtstreeks en anderen omdat ze dachten dat daardoor mensen die deze zogenaamde wetenschappen beoefenen en erin geloven, uit de Society zouden worden weggejaagd. Daarom vermeden verschillende leden angstvallig dit feit te vermelden, en in verschillende afdelingen werd er absoluut niet over gesproken.

1H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse Conventies: 1888-1891, TUPA, Den Haag, blz. 43.

In de eerste plaats kan men niet beweren dat er nooit genezingen door middel van bovengenoemde praktijken tot stand zijn gebracht. Er zijn gevallen van genezing voorgekomen. Want men zou werkelijk blind moeten zijn voor de verslagen uit de medische praktijk om te zeggen dat het denken bij de genezing van ziekten geen rol speelt. Dat dit wel het geval is, weet iedere arts, want als de patiënt voortdurend depressieve gedachten heeft, kan hij verzwakken of zelfs sterven. Maar dit betreft geen ‘mind cure’ noch ‘mental cure’. Het is een hulpmiddel bij de gewone behandeling. En omdat veel kwalen van de mensen slechts in de verbeelding bestaan, en in acute vorm soms door de verbeelding worden veroorzaakt, komt het voor dat iemand in zulke gevallen door de genoemde praktijken wordt genezen. Sommige zenuwziekten kunnen zo worden genezen. En indien dat bereikt wordt door de aandacht van de patiënt op edele gedachten te richten, dan is daartegen geen enkel bezwaar. Maar indien het denken vol zit met verkeerde filosofie, of indien de bevestigingen en ontkenningen waarmee deze ‘wetenschappen’ werken, worden toegepast, of indien men zich gaat bezighouden met de ‘opbouw van de goddelijke en spirituele vorm’, dan is de hele zaak verkeerd.

Het is goed om hier ons standpunt over genezing van fysieke kwalen uiteen te zetten. Zover het kwalen van of in het lichaam betreft, zullen die welke door een verkeerde geesteshouding worden veroorzaakt, verdwijnen als we tevreden en evenwichtig zijn, terwijl de chronische kwalen – omdat ze mechanisch en fysiek zijn – slechts door mechanische en fysieke middelen moeten worden behandeld, en niet door een poging om het spirituele en goddelijke omlaag te halen naar deze bestaanssfeer. In geen van de oude scholen was het toegestaan de goddelijke of spirituele krachten voor zichzelf te gebruiken of ze te verkopen. Bovendien zien we dat de primitieve volkeren de gezondste mensen zijn. Toch weten ze niets van deze dingen af en geven daar ook niet om. Hoewel de indianen vroeger soms moordden en niet deugdzaam leefden, waren ze prachtige voorbeelden van fysieke gezondheid. Dit toont aan dat gezondheid kan worden verkregen door het volgen van de gewone natuurwetten op het stoffelijke gebied, door de toepassing van hygiëne en door lichaamsbeweging. Verder is het duidelijk dat atleten en beroepsboksers door het volgen van dezelfde voorschriften, terwijl ze geen acht slaan op de mooie theorieën van mentale genezers, gezond en sterk worden en in staat zijn de grootste inspanningen te leveren en ontberingen te doorstaan. Hetzelfde gebeurde in de tijd van de Griekse en Romeinse atleten.

Deze stelsels bevatten een aantal onjuistheden waarop moet worden gewezen. Ze gebruiken het woord ‘gedachte’ en zeggen dat onze ziekten het gevolg zijn van onze gedachten, maar ze gaan voorbij aan het feit dat heel jonge kinderen vaak hevige ziekten hebben, terwijl niemand zal zeggen dat ze al tijd hebben gehad om te denken of het vermogen daartoe hebben. Men vindt bij baby’s nierziekten en andere kwalen. Dit is een feit dat door de argumenten van mentale genezers nooit kan worden weerlegd.

Maar als we dit vanuit een theosofisch standpunt bekijken, weten we dat de gedachten van het vorige leven de oorzaken van de moeilijkheden en de vreugden van dit leven zijn, en dat deze oorzaken zich nu uitwerken via het daarvoor aangewezen kanaal, het lichaam, en op weg zijn omlaag en naarbuiten. Het naar buiten komen ervan moet niet worden tegengehouden. Maar door de poging tot genezing op de manier van de mentale genezer worden ze vaak tegengehouden en teruggezonden naar de plaats vanwaar ze kwamen, en worden dus opnieuw in het denken gebracht als niet uitgewerkte oorzaken, waarvan vaststaat dat ze op een ander moment weer tevoorschijn zullen komen, hetzij in dit of in een volgend leven. Dit is een van de grootste gevaren. Het zal in veel gevallen tot krankzinnigheid leiden.

De volgende misvatting ligt in het stelsel van bevestigingen en ontkenningen. Volhouden, zoals zij dat doen, dat er geen stof bestaat, dat alles geest is, en dat er geen kwaad bestaat, maar dat alles goed is, en dat ‘mijn lichaam zuiver en goed en vrij van ziekten is’, is filosofisch en zelfs taalkundig in elk opzicht onjuist. ‘Geest’ en ‘stof’ zijn termen die alleen samen kunnen bestaan, en indien de ene term wordt ontkend, moet ook de andere verdwijnen. Ze zijn de twee grote tegengestelden. Zoals de Bhagavad Gita zegt: er is geen geest zonder stof. Ze zijn de twee eeuwigen, de twee manifestaties – één aan de ene pool en één aan de andere – van het absolute, dat noch stof noch geest is, maar zich alleen laat beschrijven als tegelijk geest en stof. Op dezelfde manier zijn goed en kwaad twee tegengestelden die in onderlinge wisselwerking bestaan; het ene is nodig om het andere te kennen, want indien er geen kwaad was, zouden we niet weten wat we het goede moeten noemen. Men zou evengoed kunnen zeggen dat er geen duisternis bestaat, maar dat alles licht is. Door deze dwaze bevestigingen wordt elke relativiteit vernietigd, en we worden verzocht elk juist gebruik van woorden vaarwel te zeggen om diegenen tevreden te stellen die willen aantonen dat optimisme in alle zaken en op elk moment de juiste houding is. De ‘christian scientist’ gaat verder en zegt dat God algoed is, waarbij het argument in feite niets anders is dan een woordspeling op het woord god. Het gaat niet op in het Spaans, want daar is goed bueno en god dios. Deze bewering ontkent rustig het duidelijke feit dat indien God bestaat hij zowel goed als kwaad moet zijn, tenzij we terugkeren tot het oude katholieke denkbeeld dat de duivel even sterk is als God. En zelfs indien we zeggen dat God de duivel heeft gemaakt en hem eens het zwijgen zal opleggen, is het kwaad een deel van God, tenzij hij in sommige opzichten niet verantwoordelijk is voor de wereld en de wezens. Maar laatstgenoemde bevestiging dat iemands lichaam zuiver en goed en vrij van ziekten is, leidt behalve dat ze onjuist is ook tot ontaarding. Het is misschien waar dat lichamen illusies zijn, maar ze zijn niet de illusies van afzonderlijke individuen, maar van het grote bewustzijn van de mensheid en daarom zijn ze relatief werkelijk – zoals ze nu zijn samengesteld – voor de lagere wezens die deel uitmaken van de mensheid. Niemand heeft de macht om aan deze grote illusie van het totale bewustzijn te ontsnappen, voordat hij een helder besef van dat bewustzijn en van alle aspecten ervan heeft verkregen. De bevestiging weerspreekt zichzelf, want indien iemand op die manier deze relativiteit, voor zover ze hemzelf betreft, kan vernietigen door er eenvoudig zijn bevestiging tegenover te stellen, hoe komt het dan dat de illusie voor de miljoenen van de rest van de mensheid blijft bestaan en macht over hen behoudt? Bovendien weten we dat het lichaam een verzameling van dingen is die noch goed noch zuiver zijn, en dat in de abstracte zin van deze bevestigingen de meest onopgemerkte fysiologische werkingen in feite weerzinwekkend zijn.

De scheidslijn tussen witte en zwarte magie is heel dun, maar niettemin is ze heel duidelijk als men ziet dat de geneeswijze door middel van zulke hoge krachten als die waarop deze scholen aanspraak maken, voor zuiver egoïstische doeleinden wordt beoefend en soms ook nog voor geld. Hierin schuilt gevaar, en alle theosofen zouden op hun hoede moeten zijn dat zijzelf niet ten val komen of anderen ten val brengen.

Het grote gevaar ligt in de verstoringen die door het beoefenen ervan ontstaan. Het is een soort yoga zonder juiste kennis van de methode; het is geblinddoekt wandelen te midden van krachten die zo subtiel en zo hevig zijn dat ze elk moment kunnen ontploffen. Wanneer iemand op de manier die hem is onderwezen doorgaat, wekt hij vanaf het begin latente stromen in het lichaam op, die inwerken en terugwerken op het astrale en fysieke lichaam, en die hem ten slotte schade toebrengen.

Ik ken verschillende gevallen, en sommige ervan leidden in feite tot krankzinnigheid die volledig aan deze praktijken is toe te schrijven. Daarover zal ik een andere keer meer zeggen, en misschien kan ik dan gevallen vermelden die hen zullen verbazen die, alleen om een ziekte te verdrijven die gemakkelijk met medicijnen had kunnen worden bestreden, zich op zijwegen begeven en met krachten omspringen die ze niet kennen, en deze ook aan anderen geven die er nog minder van weten, en zich al die tijd wijsmaken dat ze hoge filosofie beoefenen. De filosofie heeft er niets mee te maken behalve als middel om het denken zo te concentreren dat innerlijke stromen op gang kunnen worden gebracht. Hetzelfde gevolg kan door elk stelsel van spreken of denken worden bereikt, hoe onjuist het ook is.

William Q. Judge

 


Theosofische inzichten, blz. 183-7

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag