Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Misleiding bij helderziendheid

[The Path, juli 1892, blz. 106-8]

Enkele jaren geleden werd voorgesteld om psychometrie te gebruiken bij het opsporen van misdaad en om bij alle contacten tussen mensen hun motieven aan het licht te brengen. Volgens de zogenaamde ontdekker ervan zou dit de maatschappij veranderen doordat het de mensen zou dwingen eerlijk te zijn en de misdaad zou verminderen. Voor wie het niet weet is het misschien goed te zeggen dat als iemand psychometrie beoefent, hij een voorwerp neemt uit de directe omgeving van een persoon of van de plaats van handeling of iets dat door iemand is geschreven, en door het tegen zijn voorhoofd of in zijn hand te houden, verschijnt er met meer of minder grote nauwkeurigheid voor zijn geestesoog een beeld van de gebeurtenis, de schrijver, de omgeving en de geschiedenis van het voorwerp. Er wordt beweerd dat tijd en afstand er niet veel toe doen, want de zwachtels van een mummie zijn psychometrisch onderzocht door iemand die niets over de mummie wist en die de mummie met haar vermoedelijke geschiedenis nauwkeurig kon beschrijven. Op deze manier zijn ook brieven behandeld zonder ze te lezen, en niet alleen werd de inhoud weergegeven maar ook de niet uitgesproken gedachten en de omgeving van de schrijvers. Ook hebben helderzienden bij ontelbare gelegenheden juiste beschrijvingen gegeven van gebeurtenissen en personen die ze nooit konden hebben gezien of gekend. Maar in ontelbare andere gevallen zijn ze niet daarin geslaagd.

Indien het stadsbestuur of een groep mensen die iets bezitten dat gestolen kan worden, een man of vrouw in dienst hadden die – zonder enige kans om ooit fouten te maken – zou kunnen verklaren waar een gestolen artikel zich bevindt, en wie het heeft gestolen, en van tevoren kan aangeven dat iemand van plan is om te stelen, bedrog te plegen, te liegen, of op een andere manier kwaad te doen, dan kunnen er twee dingen gebeuren. Criminelen en mensen die van plan zijn een misdaad te plegen zullen ergens anders naartoe gaan, of ze zouden op een of andere manier proberen van de helderziende af te komen. Gezien de verleidelijke mogelijkheden van helderziendheid, voor zover ze wordt begrepen, hebben velen om verschillende redenen vurig naar de macht ervan verlangd. Sommigen zouden haar willen gebruiken voor de hier beschreven doeleinden, maar veel anderen zagen haar slechts als een nieuw middel om persoonlijke doeleinden te bereiken.

De kansen om erdoor misleid te worden zijn zo talrijk dat, hoewel mystieke en paranormale onderwerpen bij het publiek nieuw aanzien hebben gekregen, helderziendheid nog geruime tijd niet méér zal zijn dan een nieuwtje en als de verschijnselen en wetten ervan goed worden begrepen, zal men er niet méér vertrouwen in stellen dan nu het geval is. En zelfs wanneer er individuele helderzienden met schitterende vermogens bekend zijn, zullen ze zich niet voor zulke doeleinden lenen, want als ze eenmaal door een bijzondere training hun vermogens hebben verworven, zullen de regels van hun school het uitoefenen van deze vermogens voor egoïstische doeleinden altijd verbieden.

Als helderziendheid een eenvoudige zaak was zonder twijfels, zouden geboren helderzienden al langgeleden hebben bewezen hoever hun feilloze visie reikt door misdadigers op te sporen, aan te duiden waar gestolen goederen kunnen worden gevonden, of de vinger te leggen op een morele infectiebron waarvan het bestaan bekend is maar die niet kan worden gelokaliseerd. Toch hebben ze dit niet gedaan, en opmerkzame theosofen zien in de oude leringen een bevestiging dat het terrein van de helderziendheid vol misleiding is. Toekomstig kwaad zou op dezelfde manier kunnen worden afgewend, want de fouten in het heden vormen de inleiding en oorzaak van pijnlijke gevolgen in de toekomst.

De hoofdoorzaak van misleiding is dat de gedachte aan iets rondom de denker een beeld schept van dat waaraan hij denkt. En alle beelden in dit gedachteveld lijken op elkaar, omdat we ons een voorwerp herinneren door het gedachtebeeld ervan en niet doordat we het voorwerp in ons hoofd meedragen. Vandaar dat het beeld in onze aura van wat we in de handen van een ander hebben gezien, voor ongeoefende zieners, er net zo uitziet als onze ideeën over gebeurtenissen waaraan we niet hebben deelgenomen. Daardoor kan en zal een helderziende deze gedachtebeelden met elkaar verwarren en zo de kans op zekerheid verkleinen. Als een ongeruste moeder zich inbeeldt dat haar kind in gevaar is en zich levendig en in detail een spoorwegongeluk voorstelt, dan zal het beeld dat de ziener eventueel waarneemt betrekking hebben op iets dat nooit gebeurde en dat slechts het product van emoties of verbeelding is.

Vervolgens zijn er fouten bij het vaststellen van de identiteit. Deze worden op het astrale gebied – het gebied waarvan helderziendheid gebruikmaakt – gemakkelijker gemaakt dan op het zichtbare gebied en ontstaan door talrijke oorzaken. Deze zijn zo talrijk en complex dat een volledige toelichting niet alleen onmogelijk maar ook langdradig zou zijn. Zo kan bijvoorbeeld iemand op wie van een afstand het helderziende oog wordt gericht, er zowel wat zijn kleding als zijn gelaatstrekken betreft heel anders uitzien dan in werkelijkheid. Hij kan in hartje winter gekleed lijken te zijn in voorjaarskleding en uw helderziende zal dat melden en er waarschijnlijk aan toevoegen dat het iets in het volgende voorjaar symboliseert. Maar in feite was de voorjaarskleding het gevolg van zijn gedachten over een soortgelijk veel gedragen en goed zittend pak, waardoor dit misleidende beeld van de kleding voor het oog van de ziener werd opgeroepen. Er zijn mij soortgelijke gevallen bekend die ik heb geverifieerd. Zo kan ook de minnaar die aan het figuur of het gezicht van zijn geliefde denkt, of de misdadiger die denkt aan de persoon die hij kwaad geeft gedaan, een misleidende verandering teweegbrengen en de identificatie onmogelijk maken.

Een andere bron van fouten ligt in het onbewust overbrengen van uw eigen gedachten – die in gunstige of ongunstige zin sterk worden gewijzigd – op de helderziende. Of zelfs de gedachten van iemand anders die u net heeft ontmoet of over wie u pas iets heeft gehoord. Want als u een ziener raadpleegt over een of ander onderwerp, en kortgeleden de gedachten over hetzelfde onderwerp heeft gelezen van iemand anders die heel krachtig en helder denkt en met een dominerend karakter, dan zal de helderziende tien tegen één de invloed van de ander ondergaan en u zijn ideeën geven.

Ten slotte wil ik wijzen op de omkering van het beeld. In de impopulaire school van de theosofie is altijd onderwezen dat het astrale licht de beelden omkeert, evenals het beeld op het netvlies niet rechtop staat zoals aan de wetenschap bekend is. Niet alleen de kabbalisten hebben dit gezegd, maar ook de oosterse scholen; en zij die nu deze leringen op een theosofische manier hebben bestudeerd, hebben ontdekt dat dit een feit is. Zo kan een ongeoefende helderziende getallen van achteren naar voren zien, of voorwerpen geheel of gedeeltelijk ondersteboven. Hoeveel men in het gewone leven kan vertrouwen op waarnemingen van ongeoefende mensen is langgeleden al door wetenschappelijke scholen en gerechtshoven vastgesteld. Maar mensen die op zoek zijn naar het wonderbaarlijke aanvaarden zonder na te denken de waarnemingen van hen die op het terrein van helderziendheid even ongeoefend zijn als zijzelf. Natuurlijk zijn er veel authentieke gevallen van goed helder zien, maar de meeste helderzienden zijn onbetrouwbaar. Het ontwikkelen van de paranormale zintuigen is moeilijker dan welke vorm van lichamelijke oefening ook, en het aantal werkelijk geoefende helderzienden in de westerse wereld kan worden gesteld op nul komma nul.

M. More

 


Theosofische inzichten, blz. 200-3

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag