Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Steden onder steden

[The Path, november 1892, blz. 259-61]

De theorie dat er onder de tegenwoordige steden overblijfselen van oude steden liggen is niet nieuw. Dr. Schliemann was daarvan overtuigd, en op basis van aanwijzingen die hij in Homerus vond, heeft hij de overblijfselen van Troje blootgelegd. Sommigen hebben dit idee over Londen gehad en beweren dat St. Paul’s op de ruïnes van een oude heidense tempel staat, en in verschillende delen van Engeland zijn Romeinse ruïnes opgegraven. In India bestaan veel overleveringen over moderne steden die op oude steden zouden zijn gebouwd, die vele meters diep nog ongeschonden onder de huidige oppervlakte begraven liggen. Het septembernummer van Lucifer meldde een ‘vondst’ van een Amoritische vesting, 20 meter onder de grond, met muren die ruim 8 meter dik waren. Het is een bekend feit voor mensen die H.P. Blavatsky in vertrouwelijke kring spraken, dat ze vaak nauwkeurige en gedetailleerde uitspraken deed over grote steden die gebouwd zijn op precies dezelfde plaatsen waar langgeleden andere steden hadden gestaan, en ook over die waar nu slechts dorpen zijn. En omdat de voortdurende ontdekkingsreizen van deze tijd – tot bijna aan de noordpool – de verwachting wekken dat voorspellingen die door haar over de onthullingen van moeder aarde zijn gedaan, snel zullen uitkomen, ben ik zo vrij een oude theorie te geven, die waarschijnlijk bekend is aan veel andere studenten, en die een verklaring geeft voor dit bouwen en herbouwen van steden boven elkaar met tussenperioden die zo lang zijn dat er geen sprake kan zijn van communicatie tussen de huidige bewoners en die uit het verleden.

Omdat de beschaving van de mens vele keren rond de wereld is gegaan, en daarbij nu eens in het ene dan weer in het andere land dichtbevolkte gebieden heeft gevormd, en nu hier en dan daar enorme wereldsteden heeft geschapen, heeft ze haar invloed bijna overal op aarde achtergelaten, zowel op landen die nu onder de zeespiegel liggen als op die welke nu erboven liggen. Als men zich kan voorstellen dat een bevolking voor de eerste keer op een plek komt die nog nooit bewoond is geweest, kan men volgens de oude theorie aannemen dat bepaalde groepen elementalen – door de hindoes in het algemeen deva’s genoemd – zich op die plek hebben verzameld en beelden presenteren van allerlei huizen en van overal drukke activiteit, en als het ware mensen aansporen om te blijven en te bouwen. Deze ‘feeën’, zoals de Ieren ze noemen, hebben ten slotte succes, en er worden gebouwen opgericht tot er een stad verrijst. Gedurende de tijd dat deze is bewoond, worden de beelden in het astrale licht vermeerderd en versterkt, tot de dag aanbreekt dat de plaats weer wordt verlaten, en dan zullen de genii, demonen, elementalen, of feeën de nieuwe beelden die op natuurlijke wijze zijn afgedrukt op de ether aan hun voorraad kunnen toevoegen. Deze blijven bestaan zolang de plek verlaten is, en wanneer er weer mensen in die buurt komen wordt het proces herhaald. De beelden van gebouwen en menselijke activiteit werken telepathisch in op de nieuwe hersenen, en de eerste pioniers verbeelden zich dat ze uit eigen beweging een plaats kiezen om zich te vestigen. Zo wordt er keer op keer gebouwd. Door natuurlijke processen wordt de aarde verspreid en opgehoopt, en de sporen van oude woonplaatsen worden daardoor verborgen, en zo krijgt een plaats een maagdelijk aanzien voor de nieuwe bewoners. En op die manier worden steden niet alleen gebouwd op gunstig gelegen plaatsen, maar ook op plaatsen die niet zo geschikt zijn.

In elk land zijn overvloedige bewijzen te vinden die aantonen dat de wind, de bomen, vogels en dieren de overblijfselen van wegen en gebouwen die eens door mensen werden gebruikt en bewoond, na verloop van tijd volledig kunnen bedekken, terwijl deze geheel intact blijven. In Centraal-Amerika bestaan uitgestrekte ruïnes waartussen nu enorme bomen groeien. In andere streken worden soms de overblijfselen van goed aangelegde wegen gevonden, die onder een wirwar van kreupelhout tevoorschijn komen en onder een laag aarde weer verdwijnen. In Elephanta bij Bombay, en op andere plaatsen in India, is het zand langzamerhand onder pilaren en poorten gewaaid waardoor de ingang wordt versperd. Aan de kust van de Grote Oceaan vindt men in een van de Mexicaanse staten een oud en een nieuw San Blas, het ene op de heuvel, verlaten en bijna geheel verborgen onder bomen en allerlei stukken puin die na niet al te lange tijd een laag van een meter dik zullen vormen. De natuur kan door vulkanische uitbarstingen of landverschuivingen een stad plotseling en met geweld bedelven, maar ze kan ook langzaam te werk gaan om een plaats die door de mensen verlaten is met een dikke laag aarde te bedekken; het beste voorbeeld hiervan vormen de koraaleilanden, die uit de oceaan oprijzen en al snel met aarde en bomen bedekt zijn.

Maar volgens onze oude theorie bestaat er geen mechanisch of fysiek proces dat enige macht heeft over de beelden die in de ether worden afgedrukt en bewaard, noch over die groepen elementalen die van nature de taak hebben om beelden van steden en gebouwen aan de ontvankelijke hersenen van de mens te presenteren. Als hij materialistisch is, zal hij deze beelden slechts onbewust in zich opnemen. Maar de onbewuste indrukken zullen in daden worden omgezet, zoals gehypnotiseerde proefpersonen gehoor geven aan een suggestie die ze zich niet kunnen herinneren. Wanneer deze elementalen echter een volk ontmoeten dat psychisch ver genoeg ontwikkeld is om niet alleen de beelden te zien, maar ook de entiteiten die deze aan hen presenteren, zal een bewuste keuze het gevolg zijn, en weloverwogen worden besloten dat er op de ene plaats wel en op de andere niet wordt gebouwd.
Ik geef deze interessante theorie zonder bewijs, behalve dat wat kan worden verkregen door die enkele mensen die zelf de deva’s op hun eigen gebied aan het werk kunnen zien.

Bryan Kinnavan

 


Theosofische inzichten, blz. 232-4

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag