Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Verbeeldingskracht en occulte verschijnselen

[The Path, december 1892, blz. 289-93]

Het vermogen van de verbeelding is door de huidige westerse psychologen tot een heel laag niveau teruggebracht. Het houdt ‘slechts het maken van beelden, dagdromen, fantaseren en dergelijke’ in. Zo hebben ze zich over een van de edelste vermogens van de mens uitgelaten. Het is in het occultisme welbekend dat het van het grootste belang is dat men zijn verbeelding zo onder controle heeft dat men op elk moment overal een beeld van kan maken; en indien dit vermogen niet op die manier is geoefend, zal het bezitten van andere soorten kennis iemand niet in staat stellen bepaalde soorten occulte verschijnselen te verrichten.

Zij die Sinnetts The Occult World hebben gelezen, zullen hebben opgemerkt dat er twee of drie soorten verschijnselen door H.P. Blavatsky en haar onzichtbare vrienden zijn verricht; en zij die het spiritisme hebben onderzocht weten dat daar veel gevallen van soortgelijke verschijnselen voorkomen die door zogenaamde ‘geesten’ worden teweeggebracht. Anderen die niet dat soort onderzoek hebben gedaan, hebben echter zelf veel dingen gezien die worden voortgebracht door krachten die niet mechanisch zijn maar van een aard die occult of paranormaal moet worden genoemd. In het spiritisme en in het geval van adepten zoals H.P. Blavatsky en anderen heeft één ding grote belangstelling gewekt, namelijk de precipitatie op papier of op een andere substantie van boodschappen als het ware uit de lucht en zonder enig zichtbaar contact tussen de afzender van de boodschap en de geprecipiteerde brieven zelf. Dit vond vaak tijdens seances met bepaalde goede mediums plaats, en wijlen Stainton Moses schreef in een brief die ik vele jaren geleden heb gezien dat hij bepaalde boodschappen die uit de lucht waren geprecipiteerd, in handen had gehad. Maar in deze gevallen weet het medium nooit wat er zal worden geprecipiteerd, kan hij het niet naar wens beheersen, en is in feite geheel onwetend over de hele zaak, over de krachten die daarbij in het spel zijn en hoe ze werken. De elementale krachten maken de beelden door middel waarvan de boodschappen worden geprecipiteerd, en omdat de innerlijke natuur van het medium abnormaal is ontwikkeld en voor de uiterlijke mens onderbewust handelt, gaat het hele proces, voor zover het het spiritisme betreft, in duisternis gehuld. Maar dit geldt niet voor het geoefende denken of de geoefende wil, zoals Mw. Blavatsky, en alle historische figuren zoals zij, onder wie de nog levende adepten, die bezitten.

De adepten die bewust op afstand boodschappen verzenden, of die op een afstand gedachten of zinnen op het denken van een ander afdrukken, zijn in staat dit te doen omdat ze hun verbeeldingskracht volledig hebben getraind.

De wonderdoener in het Oosten die u een slang doet zien waar er geen is, of die u een aantal dingen doet zien die in uw aanwezigheid worden gedaan, die in feite niet worden gedaan, is in staat deze indruk bij u te wekken door middel van zijn geoefende verbeeldingskracht, die in zijn geval vaak is overgeërfd; en wanneer dit het geval is, is deze des te sterker wanneer ze wordt getraind en kan ook gemakkelijker worden getraind. Op dezelfde manier, maar in veel geringere mate, beïnvloedt de hedendaagse westerse hypnotiseur zijn proefpersoon door middel van het beeld dat hij met zijn verbeelding maakt wanneer hij de proefpersoon willekeurig wel of niet dingen laat zien; en als dat vermogen in het Westen sterker zou zijn ontwikkeld, zouden de experimenten van de verschillende richtingen in het hypnotisme nog wonderbaarlijker zijn.

Neem het geval van precipitatie. In de eerste plaats zijn alle mineralen, metalen en gekleurde stoffen die iemand maar zou willen gebruiken in de lucht om ons heen in zwevende toestand aanwezig. Dit is al zo lang geleden bewezen dat daarover geen verdere discussie nodig is. Indien er een scheikundig proces bekend is dat op deze stoffen inwerkt, dan kunnen ze uit de lucht worden genomen en worden neergeslagen zodat ze voor ons zichtbaar worden. Deze zichtbaarheid is alleen het gevolg van het dichter samenpakken van de atomen van de stof waaruit de massa is samengesteld. De moderne wetenschap beschikt slechts over enkele processen om op overeenkomstige manier te precipiteren, maar terwijl deze niet zover gaan dat daarmee letters of figuren kunnen worden geprecipiteerd, tonen ze wel aan dat zo’n precipitatie mogelijk is. Het occultisme bezit kennis van de verborgen scheikunde van de natuur, op basis waarvan deze kooldeeltjes en andere stoffen in de lucht naar wens afzonderlijk of gezamenlijk daaraan kunnen worden onttrokken. De volgende stap is om voor deze stoffen, die op die manier moeten worden samengepakt, een vorm of matrijs te vinden, waarin ze als het ware kunnen worden uitgegoten en, als ze stevig zijn samengepakt, zichtbaar kunnen worden. Is er zo’n vorm of matrijs?

De matrijs wordt door middel van de geoefende verbeelding gemaakt. Deze moet of nu of in een vroeger leven zijn geoefend, anders kan er geen beeld worden geprecipiteerd of een boodschap worden afgedrukt op de hersenen waarheen ze werd gestuurd. De verbeelding maakt een beeld van elk woord, van elke letter, van elk lijntje en gedeelte van een lijntje in elke letter en woord, en nadat dit beeld is gemaakt, wordt het door de wil en de verbeelding die samenwerken, zolang vastgehouden als nodig is om de koolstof of andere stoffen door deze matrijs heen te laten vloeien en op het papier te laten verschijnen. Dit is precies de manier waarop de meesters van HPB de boodschappen die ze niet met eigen hand schreven, verstuurden; want hoewel ze sommige precipiteerden, schreven ze andere en stuurden deze met de gewone post.

Dezelfde verklaring geldt voor het versturen van een boodschap in woorden die de ontvanger moet horen. Het beeld van de persoon die de ontvanger zal zijn, moet worden gemaakt en worden vastgehouden; dat wil zeggen dat u in elk van deze gevallen als het ware een toverlantaarn of een camera obscura moet worden, en dat, als u het beeld van de letters of van de persoon loslaat of laat vervagen, alle andere krachten hun doel volledig zullen missen en er niets tot stand wordt gebracht. Indien er een beeld van de niet doelgerichte gedachten van de meeste mensen zou worden gemaakt, zou het weinig krachtlijnen vertonen die van hun hersenen uitgaan en in plaats van hun doel te bereiken naar de aarde zouden neerbuigen, slechts een paar meter verwijderd van degene die deze gedachten uitzond.

Maar natuurlijk moet degene die op afstand een boodschap wil versturen en op papier wil precipiteren, met heel wat meer dingen goed bekend zijn. Zo moeten bijvoorbeeld zowel de innerlijke als de uiterlijke weerstand van alle stoffen bekend zijn, want als deze niet worden berekend, wordt aan het doel voorbijgeschoten, evenals de biljartbal zijn richting zal wijzigen als de weerstand van de band ongelijk is en de speler daarvan niet op de hoogte is. Evenzo moeten, als een levend mens als de tweede batterij aan dit uiteinde van de lijn moet worden gebruikt, alle weerstanden en ook het hele gedachtespel van die persoon bekend zijn, want anders kan een volledige mislukking het gevolg zijn. Degenen die om verschijnselen vragen, of die in één sprong adepten willen worden, of willen doen wat de adepten kunnen doen, zullen hierdoor inzien wat een enorme taak het is die ze op zich willen nemen. Maar er is nog een andere overweging, en die is dat, omdat al die verschijnselen verband houden met de heel subtiele en krachtige gebieden van de stof, daaruit volgt dat elke keer dat een verschijnsel wordt teweeggebracht, de krachten van die gebieden worden geactiveerd en de reactie zal in deze gevallen gelijk zijn aan de actie, evenals op het gewone gebied.

Wat over de verbeelding werd gezegd, zal aan de hand van een voorbeeld duidelijk worden. H.P. Blavatsky zei op een dag dat ze mij precipitatie wilde laten zien terwijl deze aan de gang was. Ze keek geconcentreerd naar een glad stuk hout, en langzaam kwamen er letters op tevoorschijn die ten slotte een lange zin vormden. De zin vormde zich voor mijn ogen, en ik kon zien hoe de stof zich verdichtte en zich aan de oppervlakte samenpakte. Alle letters waren zoals ze die met de hand zou maken, omdat ze het beeld in haar hersenen maakte, en volgden natuurlijk haar specifieke eigenaardigheden. Maar in het midden was één van de letters vervaagd en een deel ervan als het ware versplinterd in een massa van alleen maar kleur.

‘Hier’, zei ze, ‘dwaalde ik opzettelijk af van het beeld, zodat je het gevolg daarvan zou kunnen zien. Naarmate ik mijn aandacht liet verslappen, vond de neervallende stof geen matrijs en viel natuurlijk zomaar en zonder vorm op het hout.’

Een vriend die ik kon vertrouwen vertelde me dat hij eens een wonderdoener in het Oosten had gevraagd wat deze deed als hij voor het publiek een slang liet verschijnen en verdwijnen, en hij antwoordde dat hij vanaf zijn prille jeugd had geleerd een slang vóór zich te zien en dat het zo’n krachtig beeld was dat iedereen daar het wel moest zien.

‘Maar,’ zei mijn vriend, ‘hoe onderscheidt u het van een echte slang?’ De man antwoordde dat hij erdoorheen kon kijken, zodat het voor hem eruitzag als de schaduw van een slang, maar dat hij, als hij het niet zo vaak had gedaan, er zelf bang van zou kunnen worden. Hij wilde zijn werkwijze niet vertellen, want het was volgens hem een familiegeheim. Maar iedereen die dat heeft geprobeerd weet dat het mogelijk is de verbeelding zo te oefenen dat deze naar wens de contouren van elk willekeurig voorwerp voor de geest kan halen, en dat na enige tijd het denken het beeld schijnt te vormen alsof het iets tastbaars was.

Er is echter een groot verschil tussen deze verbeeldingskracht en de soort die alleen verband houdt met het een of andere verlangen of een gril. In laatstgenoemd geval zijn het verlangen en het beeld en het denken met al zijn krachten onderling vermengd, en het gevolg is dat in plaats dat het beeldvormende vermogen wordt geoefend, een verval van dat vermogen en slechts een voortdurend afdwalen naar het beeld van het verlangde voorwerp wordt teweeggebracht. Dit soort gebruik van het vermogen van de verbeelding heeft haar in de ogen van de hedendaagse wetenschappers verlaagd, maar ook dat gevolg zou zich niet hebben voorgedaan indien de wetenschappers kennis hadden gehad van de werkelijke innerlijke aard van de mens.

William Q. Judge

 


Theosofische inzichten, blz. 239-43

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag