Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Devachan

[The Path, maart 1893, blz. 369-72]

Een briefschrijver deelt ons mee dat er in de theosofische literatuur en onder theosofische schrijvers verwarring of tegenstrijdigheid schijnt te bestaan over de tijdsduur die iemand in devachan doorbrengt; hij citeert een bewering van Sinnett dat het aantal jaren 1500 bedraagt, terwijl wordt vermeld dat ik een kortere tijd opgeef. Men moet altijd twee dingen bedenken. Ten eerste dat Sinnett bij het schrijven over devachan in zijn boek Esoteric Buddhism herhaalde wat hij had begrepen van hetgeen Blavatsky’s leraren via haar aan hem hadden meegedeeld – een kopie van elke brief wordt bewaard en is nu beschikbaar – en hij kan gemakkelijk fouten hebben gemaakt bij een onderwerp waarmee hij helemaal niet vertrouwd was; ten tweede dat alleen de adepten die deze kennis verstrekten het nauwkeurige aantal jaren konden weten dat iemand op grond van zijn levensloop in de devachanische toestand zou moeten blijven. Omdat deze adepten elders over dit onderwerp hebben gesproken, moeten de opvattingen van Sinnett in de context van hun uitspraken worden gelezen.

In werkelijkheid bestaat er geen verwarring, behalve in de manier waarop verschillende studenten deze theorie hebben opgevat; er zijn altijd fouten ontstaan door overhaasting en onnauwkeurigheid bij het beoordelen van dit onderwerp, waarbij het gaat om kennis van de wetten die de activiteit van het denken beschrijven.

In De sleutel tot de theosofie (blz. 134-5) schrijft HPB dat de duur van het verblijf in devachan ‘afhangt van de graad van spiritualiteit en van de verdiensten of tekortkomingen van de meest recente incarnatie. De gemiddelde tijd ligt tussen 1000 en 1500 jaar . . .’

Hier betekent de gemiddelde tijd ‘de tijd voor de gemiddelde mens die enige devachanische neigingen vertoont’, want veel ‘gemiddelde mensen’ hebben niet zulke neigingen, en de opmerking op blz. 135 wijst op een mogelijk verschil van 500 jaar. Dit is geheel in overeenstemming met de theorie, omdat het heel moeilijk zou zijn – en voor de meesten van ons onmogelijk – om precieze getallen te geven voor iets dat volledig afhangt van de subtiele werking van het denkvermogen.

Maar de adept KH, die de meeste brieven schreef waarop Sinnetts behandeling van devachan gebaseerd was, schreef nog andere brieven; twee hiervan werden gepubliceerd in The Path, en waren niet ondertekend. Maar nu is de naam van de schrijver van deze Notes on Devachan bekendgemaakt. Ze werden toegeschreven aan ‘X’. Hij schreef:

De droom van devachan duurt tot karma in die richting is vervuld. In devachan wordt die kracht geleidelijk uitgeput. . . .

Het verblijf in devachan is evenredig aan de niet-uitgewerkte psychische impulsen die tijdens het aardse leven zijn voortgebracht. Zij die vooral werden aangetrokken tot stoffelijke zaken zullen door de kracht van tanha sneller reïncarneren.1

1The Path, mei 1890, blz. 40-1.

Hier staat heel duidelijk – zoals altijd werd onderwezen – dat het gaan naar devachan afhangt van de psychische (dat hier betekent wat behoort tot de geest en de ziel) gedachten tijdens het leven op aarde. Wie niet veel van zulke impulsen heeft voortgebracht, zal dus geen basis of weinig kracht hebben om zijn hogere beginselen in de devachanische toestand te brengen. En de tweede alinea van zijn brief toont aan dat de materialistische denker, die geen spirituele of psychische basis heeft gelegd voor zijn denken, ‘door de kracht van tanha sneller reïncarneert’ – dat wil zeggen door de magnetische kracht van de dorst naar het leven die eigen is aan alle wezens en die in de diepten van hun aard en essentie is verankerd. In zo’n geval is de algemene regel niet van toepassing, omdat het hele gevolg in alle gevallen is toe te schrijven aan het in evenwicht brengen van krachten, en het resultaat is van actie en reactie. Zo’n materialistische denker kan na ongeveer een maand uit de devachanische toestand komen om te reïncarneren, want we moeten rekening houden met bepaalde psychische impulsen die in de kinderjaren zijn voortgebracht vóór het materialisme de overhand kreeg. Maar omdat iedereen verschilt in kracht en met betrekking tot de impulsen die hij misschien voortbrengt, zullen sommige mensen van deze categorie één, vijf, tien of twintig jaar, enz., in devachan blijven – in overeenstemming met de intensiteit van de krachten die tijdens zijn aardse bestaan zijn voortgebracht.

Om deze redenen en omdat ik HPB’s opvattingen hierover al sinds 1875 kende, schreef ik in The Path, september 1890, blz. 190:

In de eerste plaats heb ik nooit geloofd dat de door Sinnett in Esoteric Buddhism genoemde periode van 1500 jaar voor het verblijf in die toestand een vaststaand feit is. Het zou evengoed 15 minuten als 1500 jaar kunnen zijn. Maar het is heel waarschijnlijk dat de periode voor de meesten van hen die voortdurend naar verlossing en hemelse genoegens verlangen, méér dan 1500 jaar zal duren.

Dit is met geen enkele lering in strijd, tenzij wordt aangetoond dat Sinnett duidelijk verklaart dat iedere man en vrouw door een willekeurige en onbuigzame regel 1500 jaar – niet meer en niet minder – in devachan moet verblijven; en hij zou kunnen zeggen dat dit heel onwaarschijnlijk is, omdat het in tegenspraak zou zijn met de hele filosofie over de menselijke aard waarin hij vertrouwen stelt. Wat in The Path werd geschreven stemt overeen met de opvattingen van de adepten die over dit onderwerp hebben geschreven, en ook met de heel oude leringen hierover in de Bhagavad Gita en elders.

In het dagelijks leven kunnen veel voorbeelden worden gevonden waarin dezelfde kracht die ontlichaamde mensen naar devachan voert in levende mensen actief is. De kunstenaar, dichter, musicus en dagdromer bewijzen dit voortdurend. Wanneer ze verzonken zijn in een melodie, compositie, kleurstelling en zelfs in dwaze fantasie, verkeren ze tijdens het leven in een soort devachanische toestand waarin ze zich vaak niet meer bewust zijn van tijd en zintuiglijke indrukken. Zoals we weten is hun verblijf in die toestand afhankelijk van de impulsen in die richting die door hen zijn voortgebracht. Als deze mensen niet afhankelijk waren van het lichaam en zijn krachten, zouden ze jaren in hun ‘droom’ kunnen blijven. Dezelfde wetten, toegepast op een mens die van zijn lichaam is bevrijd, zullen wat devachan betreft precies dezelfde resultaten opleveren. Maar alleen een wiskundig getrainde adept zou die krachten kunnen berekenen en ons het totale aantal jaren of minuten van het verblijf in devachan kunnen meedelen. Daarom zijn we voor een specifieke uitspraak over de tijdsduur afhankelijk van de adepten, en ze hebben verklaard dat 1000 tot 1500 jaar een goed algemeen gemiddelde is.

Hiermee verkrijgen we dan wat we de algemene cyclus van reïncarnatie voor het gemiddelde van alle zielen in een beschaving kunnen noemen. Op basis hiervan kan bij het voorspellen van de waarschijnlijke ontwikkeling in het denken van een volk een redelijk goede schatting worden gemaakt, als we van eeuw tot eeuw terugwerken, of per decennium van deze eeuw, over een periode van 1500 jaar in de geschiedenis.

William Q. Judge

 


Theosofische inzichten, blz. 270-3

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag