Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Enorme monumenten uit het verleden

[The Path, september 1894, blz. 192-4]

Vaak wordt als bezwaar tegen theosofische theorieën aangevoerd dat ze door oosterse volkeren werden ontwikkeld, en dat deze geloofsovertuigingen, te oordelen naar het huidige India, ertoe zullen leiden dat de inspanningen van de mens stagneren. Maar de feiten steunen dit bezwaar niet. Immers, indien we denken aan de huidige bouwwerken van de mens in het Westen en een vergelijking maken met de oudheid, dan moeten we concluderen dat de onze kwetsbaarder zijn en als gevolg van de vernietigende tand des tijds eerder zullen bezwijken. Welk hedendaags bouwwerk kan worden vergeleken met de piramide van Giza in Egypte? Niet één, hoe we er ook naar kijken. Welke van onze enorme gebouwen zal langer dan 10.000 jaar standhouden? In Chicago, de stad waar misschien de meeste hoge gebouwen op één plek worden aangetroffen, zou de ondergrond in feite uit modder bestaan, en de hoogste toren moet nu al worden gesloopt en andere gebouwen vertonen tekenen van verval. Een lichte beving zou ze alle verwoesten. En wat te zeggen over onze verslagen op het gebied van zowel literatuur als wetenschap? Alle zullen vergaan, verdwijnen, door mot en wurm worden verteerd, en na enige tijd zal geen regel ervan zijn overgebleven. Wat leggen we vast in onze opschriften op gebouwen, als we dat al doen? Slechts een of andere onbelangrijke naam van de bouwer, aannemer of lokale ambtenaar. Er staan geen zinnen over kunst of wetenschap of filosofie. En zelfs de ‘eerste stenen’ vermelden alleen onnozele en onbeduidende zaken die voor mensen van de toekomst geen enkele waarde hebben. Het grootste deel van onze energie wordt alleen maar gewijd aan het verkrijgen van geld, dat men vroeg of laat zal verliezen of moet worden opgegeven, of wordt omgesmolten of helemaal wordt afgeschaft. De Egyptenaren, die langgeleden het toneel verlieten, maakten echter – hoewel ze overtuigingen koesterden die wij als bijgeloof zouden kunnen beschouwen – gebouwen en opschriften en afbeeldingen die zich nu aan ons presenteren als de stilzwijgende bewijzen van de macht van een volk dat zijn leven liet leiden door theorieën die wij niet aannemen.

Maar het bezwaar was gericht tegen India en de rest van het Oosten. Ook daar wijzen de feiten op het tegendeel. Wat te zeggen van hun bassins om steden en velden van water te voorzien; van hun grote tempels, of hun ontzagwekkende onderaardse bouwwerken, of die gebouwen die met wiskundige precisie in de harde rots zijn uitgehouwen? Kunnen deze het werk zijn van een volk waarvan de overtuigingen de inspanningen van de mens zouden laten stagneren? Ik denk van niet.

De grotten van Ellora en Elephanta bevatten enorme beelden en reliëfs die tot in deze tijd veel bewondering oproepen. Het grottencomplex van Kailas is 122 m diep en 56 m breed. Ze zijn door mensenhanden gemaakt. Binnenin is een 30 m hoge kegelvormige tempel, met een muziekgalerij, vijf grote kapellen, een grote binnenhof en een zuilengalerij. Er zijn drie enorme uit steen gehouwen olifanten. Lakshmi is uitgebeeld in rustende houding bij twee olifanten die op hun achterpoten staan en water over haar schijnen uit te gieten. Van hieruit loopt één gang naar rechts en één naar links. 10 m verderop staan twee uitgehouwen obelisken, 13 m hoog en 3 m in het vierkant. Nog 10 m verder vindt men een grote tempel met beeldhouwwerk aan de binnen- en de buitenkant. Er zijn 16 zuilen, 22 pilasters en 5 ingangen. Het dak is zo uitgehouwen dat daarin dwarsbalken zijn weergegeven en elke zuil verschilt van de andere.

In Ajanta zijn 27 uitgehouwen grotten, waarvan het opschrift als datum 200 v.Chr. schijnt te geven. Wat is de tempel van Salomo bij dit alles vergeleken?

Denk eens aan India’s waterbassins. Wij zouden ze reservoirs noemen. Dat van Ligamputti is een grote driehoek, 4 km lang, 1,6 km breed langs de basis en 200 jaar oud. Bhusrapatanam heeft een bassin van 21 km in omtrek; Guntoor van 13 km; Guri van 19 km; Shengalmalla van 17 km; Duraji van 14 km. Dat van Chambrambakam was 32 km in omtrek en leverde water aan 68 dorpen. Vivanam heeft een dam van 19 km lang. In Hyderabad is een groot bassin van ongeveer 32 vierkante kilometer dat de stad van water voorziet.

Overal in het Oosten zijn enorme monumenten uit het verleden te vinden die we niet zouden kunnen namaken, en onze inhalige beschaving zou ons niet toestaan om daaraan geld te ‘verspillen’. Indien we onze zoektocht voortzetten en een onderzoek instellen naar de werken van de geest, dan kunnen we niet om de oude astronomie heen. Zonder deze zouden onze astronomen zich nu misschien afvragen wat de betekenis zou kunnen zijn van de teruggaande beweging van de zon door de tekens van de dierenriem, als ze daarvan al iets afwisten. Het is dus redelijk te zeggen dat er geen enkele reden bestaat voor het bezwaar dat het theosofische denken als voortbrengsel van het Oosten de inspanningen zal of kan tegenhouden. Integendeel, het zal de horizon van onze beschaving verruimen en kan ons ertoe brengen even grote – zo niet grotere – werken te scheppen als die uit het verleden. Maar we moeten het verleden niet negeren, want door dit te doen wekken we een besliste, zij het mysterieuze, vergelding op, omdat dat verleden onszelf toebehoort en deel uitmaakt van wat wijzelf hebben gedaan en voortgebracht.

 


Theosofische inzichten, blz. 375-7

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag