Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Ieder lid een centrum

[The Path, oktober 1895, blz. 201-2]

Een van de meesters, van wie zoveel leden van de TS geloven dat ze bestaan, gaf enkele jaren geleden HPB opdracht namens hem aan een bepaalde groep theosofen een brief te schrijven. Daarin zei hij dat ieder lid, indien hij ernstig, oprecht en onzelfzuchtig is, in zijn eigen stad of dorp een actief centrum zou kunnen worden, vanwaar onzichtbare machtige krachten zouden uitstralen die een goede invloed kunnen uitoefenen op mensen in zijn omgeving, en dat er al snel belangstellenden zouden verschijnen; en dat dan na verloop van tijd een afdeling van onze TS zou worden georganiseerd en zo zou de hele buurt daarvan profiteren. Dit schijnt juist en redelijk te zijn, afgezien van het feit dat het ons is meegedeeld door zo’n hoge autoriteit. De leden zouden dit eens moeten overdenken en overwegen, en dan zou er actie op kunnen volgen.

Er zijn te veel mensen die zich op theosofisch gebied in hun eigen stad alleen wanen, die hun handen hebben gevouwen en hun denken het zwijgen hebben opgelegd, en tegen zichzelf zeggen dat ze niets konden doen, dat er niemand in hun omgeving was die zich misschien voor theosofie zou interesseren, en dat die stad ‘voor dat werk de moeilijkste plek was’.

De grote fout in deze gevallen is dat ze de wet vergeten, waarnaar HPB in wat ze schreef verwees. Het is een wet die ieder lid zou moeten kennen: dat het denken van de mens resultaten kan voortbrengen door middel van het denken van anderen om hem heen. Als we gaan zitten en denken dat we niets kunnen uitrichten, dan komt onze scherpzinnige geest in contact met de geest van anderen die zich binnen het bereik van onze sfeer bevinden – een bereik dat niet gering is – en roept hen toe: ‘Er kan niets tot stand worden gebracht.’ En dan gebeurt er natuurlijk niets. Maar, als we serieus en onzelfzuchtig over ‘theosofie’ nadenken, en wensen dat anderen, evenals wij, veel daaraan zullen hebben, dan ontmoeten we in de verloren ogenblikken van de dag en de vele uren van de nacht die mensen in hun denken en roepen hen ‘theosofie’ en ‘er is hulp en hoop voor u’ toe. Dit heeft tot gevolg dat er bij de geringste aanleiding belangstelling voor theosofie wordt gewekt.

Door zo’n innerlijke houding, gepaard gaand met alle mogelijke pogingen om deze ideeën te verspreiden, zullen veel mensen naar voren komen waarvan men niet had verwacht dat hun gedachten op dezelfde golflengte zitten. Op die manier maakt men gebruik van de mogelijkheden van het moment.

Op ons laatste congres werd een keerpunt bereikt; aan conflicten is een einde gekomen en nieuwe mogelijkheden doen zich voor; het grote publiek toont meer belangstelling en vraagt om informatie. Hier liggen grote kansen. Zowel afdelingen als leden moeten al deze kansen grijpen en er gebruik van maken. Bedenk dat we niet strijden voor een of andere vorm van organisatie, noch voor uiterlijke kenmerken om ons te onderscheiden, noch voor kleinzielige persoonlijke doeleinden, maar voor theosofie, om onze medemensen te helpen, te begunstigen en van dienst te zijn. Zoals kortgeleden nog werd gezegd, scheppen degenen onder ons die slechts een organisatie willen volgen en vereren, een fetisj en vereren een lege huls. Onzelfzuchtigheid is ons werkelijke grondbeginsel.

Diegenen onder ons die na jaren en na veel onderricht nog streven en verlangen naar persoonlijke vooruitgang of promotie op occult gebied, vernietigen in zichzelf die eigenschap waarop hierboven werd gedoeld – namelijk om een levend, ademend centrum van licht en hoop voor anderen te zijn. En zij die vooruitgang voor zichzelf nastreven, verminderen daardoor ook hun kansen in een volgend leven hier op aarde.

Sluit de gelederen! Ieder lid een centrum; elke afdeling een centrum; en het geheel een machtig wervelend centrum van licht en kracht en energie voor het welzijn van het land en de mensheid.

William Q. Judge

 


Theosofische inzichten, blz. 398-9

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag