Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Beweren Jezus te zijn

[The Path, november 1895, blz. 255-6]

In een van de brieven geschreven door meester KH en gedrukt door Sinnett wordt gezegd dat de wereld (waaronder ongetwijfeld het Oosten en het Westen) nog steeds bijgelovig is. Dat dit waar is kan nauwelijks worden ontkend, en in Amerika waar veel mensen verschijnen die beweren Jezus te zijn en zo volgelingen krijgen, blijkt hoe dwaas en bijgelovig mensen nog zijn.

In New York verscheen een man genaamd Teed die zei dat hij Jezus was; nu is hij in een stad in het westen. Hij had een theorie dat we in een holle bol leven. Hij bracht een rijke vrouw ertoe om veel geld te geven, en heeft nog steeds volgelingen in zijn huidige woonplaats.

In Cincinnati verkondigde een Mw. Martin dat ze de Christus is, en onsterfelijk. Ze kreeg aanhangers die dit geloofden. Maar helaas is ze deze zomer overleden. Haar aanhang weigerde te geloven dat ze was heengegaan en bewaarde haar lichaam tot dit begon te ontbinden en een begrafenis noodzakelijk werd.

In 1895 verschijnt in New Mexico een Duitser, genaamd Schlatter, op het toneel en zegt ten slotte dat hij de Christus is. Hij is iemand die geen geld aanneemt en slechts weinig eet; er wordt gezegd dat hij veel mensen van hun ziektes heeft genezen. In ieder geval ontstond er grote opwinding over hem en honderden kwamen om te worden genezen. Vervolgens ging hij naar Denver, een grotere stad, en doet zich nog steeds voor als Jezus en beweert dat zijn genezingen daarvoor het bewijs vormen. En overal verspreid zijn er anderen; de genoemde figuren zijn maar enkele voorbeelden.

De beweringen van deze mensen zijn het gevolg van een gedeeltelijke verstandsverbijstering en verwaandheid. Ze houden er niet van om minder te zijn dan God. Maar het feit dat ze volgelingen hebben laat zien hoe bijgelovig en goedgelovig andere mensen zijn. Theosofen zullen ongetwijfeld om beide groepen lachen. Maar zijn wij hier wel helemaal vrij van? Heeft die dwaasheid zich bij ons niet voorgedaan, hoewel misschien onder een andere naam? Hoe zit het met dat ‘bijgeloof’ dat in iedere hindoe met een donkere huidskleur een adept of leraar ziet, of ten minste een hoge leerling van een yogi van wie occulte gunsten kunnen worden verkregen? Het is bekend dat deze onzin in één geval zo ver ging dat de aanbidder grote sommen geld gaf aan de geslepen jongeman die zich voordeed als ‘net iets minder dan een mahatma’. We zijn niet helemaal vrij van de balk die we in de ogen van anderen hebben gezien.

Degenen die zeggen dat ze Jezus of het equivalent van Christus zijn, zijn dat als regel niet, en in plaats van hen na te volgen of op zoek te gaan naar bewonderenswaardige wezens, volgen we het oude gezegde: ‘Mens, ken uzelf.’

William Brehon

 


Theosofische inzichten, blz. 402-3

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag