Inhoudsopgave 
Bijeenkomst in München
Deutsches Museum
30 mei 1951 – 19.15 uur
Karl Baer, voorzitter
J. Hofmeister, voorzitter Emeritus
Wilhelm Oehrens, vertaler
Karl Baer: Dames en heren, beste vrienden: ik open deze bijeenkomst,
die een studieavond had moeten zijn, maar we zien met vreugde van onze
studie af om hier onze leader van de TS, James A. Long, Grace Franches
Knoche en Kirby Van Mater, secretaris-generaal van onze Society, te
ontmoeten. We begroeten ook dhr. Hofmeister, ere-voorzitter van de loge
in München en dr. Wilhelm Oehrens uit Hamburg, die voor ons zal
vertalen. We begroeten verder de vrienden die van buiten onze stad zijn
gekomen.
JAL: Terwijl ik hier enkele minuten zat, vroeg ik me af wat
ik onze leden uit München zou kunnen zeggen. Toen ik deze zaal
binnenliep en ging zitten, was het alsof ik een heel andere wereld binnenwandelde
dan die waarin ik buiten wachtte. Het deed me sterk denken aan mijn
reis van kortgeleden rond de wereld in opdracht van kolonel Conger.
Op die reis verliet ik Californië zonder enige nauwkeurig omschreven
instructies. De enige woorden die kolonel Conger tegen me zei waren
deze: ‘Zorg dat de onderneming slaagt.’ Maar toen ik Engeland
bereikte en de atmosfeer van Europa en Engeland begon aan te voelen,
duurde het niet lang of ik kreeg instructies, niet op een fantastische
of onnatuurlijke manier, maar door middel van zo nu en dan een brief
en ook door de heel duidelijke aanwijzingen van wat ik zo vaak het dagelijkse
karmische draaiboek heb genoemd. Ik ontdekte ook dat er blijkbaar iets
vooruitgegaan was. Wanneer ik zeg ‘iets’ dan bedoel ik ook
nu niet iets fantastisch. Maar toen ik van de ene plaats naar de andere
reisde en probeerde mijn opdracht te vervullen, ontdekte ik dat de belangrijkste
functionarissen en de leden met wie ik contact moest opnemen, waren
voorbereid, niet alleen in hun denken maar ook in hun hart. Het was
precies zoals in de sprookjes die we vroeger altijd lazen, alsof een
fee deze mensen met haar toverstaf had aangeraakt. Het gevolg daarvan
was dat ik dat slechts hoefde in te zien en het gezond verstand waarover
ik beschikte te gebruiken om in de verschillende landen alle stukken
in het juiste patroon samen te voegen.
Op deze reis, die een heel andere opdracht inhoudt, heb ik in iedere
plaats waar ik kwam, dezelfde overeenkomstige omstandigheden of toestanden
aangetroffen. Maar op deze reis had de voorbereiding niet specifiek
betrekking op belangrijke functionarissen of sleutelfiguren. Het was
een voorbereiding door middel van wat we een mooie toverstaf van witte
magie zouden kunnen noemen, een voorbereiding van het hart van ieder
lid dat van theosofie houdt. Hier in München heeft ze een punt
bereikt waar ik niet anders dan de wijze hand kan herkennen van een
mooi karma dat dit spirituele samenwerkingsverband tevoorschijn riep.
Toen ik hier vanavond aan de tafel ging zitten, wist ik echt niet of
ik het wel aankon. Op elke bijeenkomst op deze reis bleek er zich in
het hart en het denken van de leden een steeds grotere spirituele kracht
te verzamelen. Ik beschouw dit niet als mijn verdienste. Ik zeg dit
omdat wat ik voelde toen ik deze zaal binnenkwam, precies hetzelfde
is als wat ik voelde bij andere bijeenkomsten toen ik binnenkwam en
dat daar aanwezig was vóór ik er was. En het heeft gewerkt
als geld op een spaarrekening met samengestelde rente. Met andere woorden,
na de eerste bijeenkomst in Nederland met een groep leden had ik hetzelfde
gevoel; de volgende bijeenkomst trof ik precies hetzelfde aan plus rente.
In de bijeenkomst daarna was er hetzelfde plus rente op rente. Hoeveel
rente op rente hier was toen ik vanavond deze zaal binnenliep, weet
ik niet, maar ik wil beslist voor alle leden die hier zijn mijn hoogste
waardering uitspreken voor wat ieder van hen naar deze bijeenkomst heeft
meegebracht.
Indien ik ooit ergens dankbaar voor ben geweest, dan is het voor dat
goede karma dat dit samenwerkingsverband tot stand heeft gebracht. Ik
zou alleen willen dat ik vanavond iets van mijn ervaringen in dat opzicht
op deze reis met de hier aanwezige vrienden zou kunnen delen. Maar zoals
bij alle werkelijk spirituele zaken, als u probeert ze te omschrijven
of te verklaren, verdwijnen ze. Ik zal er daarom maar op vertrouwen
dat onze leden hier met hun hart zullen begrijpen wat ik met mijn openingswoorden
heb willen zeggen.
Ik denk dat de leden in München erin geïnteresseerd zullen
zijn samen met mij na te denken over de toekomst van de theosofie, het
werk in München, in Duitsland en in de wereld. U kunt trots zijn
op deze loge in München. Ik zou willen vragen of u mij toestaat
dat ik vrij en informeel en realistisch met u spreek.
Verschillende stemmen: Dat is goed. Zeker. Ja.
JAL: Dankeschön. Het heeft geen zin om onszelf op dit
tijdstip in de geschiedenis, niet alleen van Duitsland en de wereld,
maar van de beschaving zelf en van ieder land daarin, voor de gek te
houden. Als gevolg van karma leven we in een tijd, en op een punt in
een cyclus, waarin volgens veel mensen het conflict tussen de krachten
van licht en van duisternis onvermijdelijk is. Ikzelf ben het niet ermee
eens dat zo’n conflict onvermijdelijk is. Aan de andere kant wil
ik bij mijn gehoor niet de indruk wekken dat er geen gevaar voor een
groot conflict bestaat. Maar waarover ik vanavond met u zou willen denken
is hoe we als theosofen ernaar moeten streven om datgene te doen waardoor
dit conflict wordt vermeden.
Ieder conflict, of het nu tussen twee volkeren, een dozijn volkeren
of tussen twee personen is, is een gevolg. En zolang juist wij als theosofen
niet inzien dat die conflicten slechts een gevolg zijn en ze niet als
zodanig behandelen, zullen we niet in staat zijn om juist dat te doen
waardoor goede oorzaken worden gelegd.
Wat kunnen we dan doen? Het klinkt heel, heel eenvoudig – misschien
te eenvoudig – maar we weten dat wat er in de TS gebeurt, vooral
wat er innerlijk gezien in onze Society gebeurt, ook in de
wereld gebeurt. Dat is de werkelijke sleutel tot wat u en ik kunnen
doen om de juiste oorzaken te leggen.
Ik zeg u openlijk dat ik heel veel waarde hecht aan deze bijeenkomst
hier vanavond. München is een historisch punt, zowel in theosofisch
opzicht als voor Duitsland en de wereld. Dit is een periode in onze
ervaring waarin karma snel werkt en u moet goed begrijpen dat ik vanuit
mijn hart spreek, niet in detail maar in het algemeen en zonder enige
vorm van gehechtheid of persoonlijke betrokkenheid, maar strikt onpersoonlijk
zowel vanuit een individueel als een nationaal standpunt. Niet veel
jaren geleden vond in München een belangrijke ontmoeting plaats,
enerzijds vertegenwoordigde die ontmoeting Arjuna die voor een verschrikkelijke
beslissing stond. Aan de andere kant vertegenwoordigde ze enkele mensen
die het toekomstige lot van vele volkeren in handen hadden en die probeerden
het met de niet-opbouwende natuurkrachten op een akkoordje te gooien.
Wij als theosofen weten en begrijpen volkomen dat we met de krachten
van het kwaad geen compromis mogen sluiten. Indien we dit doen betekent
het dat we de strijd opgeven. En theosofen en de TS kunnen nooit zwichten
voor de machten van het kwaad.
Wat kunnen we dan doen? Met de sterke occulte en spirituele kracht
die nu door de Society stroomt, is er voor ieder lid meer gelegenheid
dan ooit om daarvan gebruik te maken en deze hem te laten helpen de
spirituele kracht in zijn eigen hart te versterken. De meesters hebben
ons duidelijk gemaakt, en alle leraren hebben dit gedaan, dat de invloed
van een zuivere spirituele kracht, die op haar eigen gebied op gang
is gebracht, bijna onberekenbaar groot is wanneer ze op het uiterlijke
gebied doorbreekt. Het is jarenlang onze fout geweest dat we de waarheid
van deze uitspraak niet hebben ingezien, en dat we telkens weer het
gevoel hebben gehad dat we zo weinig voor de wereld, onze medemensen
en voor de Society hebben gedaan. We hebben bewijzen genoeg dat dit
denkbeeld onjuist is. Door diezelfde waarheid is onze TS gebleven wat
ze is, zoals ze is, en, vanuit een spiritueel standpunt gezien, zo sterk
als ze nu is.
Toen ik de waarheid van die uitspraak voor het eerst zo diep besefte
als ik dat nu doe, raakte ik helemaal vervuld van een grote warmte door
te weten dat de kleine dingen die u en ik in ons dagelijks leven doen
zo’n grote invloed op onze medemensen hebben. Ik hoop dat u dit
niet te licht zult opvatten omdat het ieder van u veel moed en hoop
zal geven te beseffen dat het doen van een goede daad – niet om
uzelf of mij of iemand anders een plezier te doen, maar omdat het goed
is haar te doen en niet aan de gevolgen te denken – veel meer
zal uitrichten dan we kunnen beseffen om een groot conflict in de toekomst
te helpen voorkomen. Ik heb het niet over slechts één
lid in München of in Duitsland of in de wereld die juist handelt.
Ik bedoel een zo groot mogelijk aantal leden in München, in Duitsland
en in de rest van de Society. Indien slechts drie de juiste instelling
hebben en werkelijk een theosofisch leven leiden, zullen ze geweldig
veel goeds in de wereld bereiken. Is dat niet bewezen door de woorden
van de meester zelf toen hij zei: ‘Zolang er drie toegewijde leden
in de Society zijn, zal ze niet mislukken’? Indien al onze leden
over de hele wereld dus bewust probeerden dit pad te volgen, ziet u
dan niet over wat voor sterke kern van werkelijke spirituele kracht
de meesters zouden beschikken om een groot conflict, waar velen zo bang
voor zijn, te vermijden? De rente en de samengestelde rente zijn als
een waterdruppel in de Rijn of in de Donau vergeleken met de rente en
samengestelde rente die aangroeit door de levenshouding en de levenswijze
die ik zojuist noemde.
U, leden in München, heeft een gunstig karma doordat u zich geografisch
op een punt in Duitsland bevindt waar u uitstekend werk kunt doen voor
de theosofie in uw land en in de wereld. Ik bedoel niet dat u heen en
weer moet rennen om dit lid en dat lid te werven. Dat is een deel van
het werk, maar dat is niet wat echt belangrijk is. Leid het leven en
laat de gevolgen groeien met rente, een rente die door karma zelf zal
worden uitbetaald.
Iedere stad, en ieder land heeft een eigen geaardheid. München
is München, Stuttgart is Stuttgart en ik denk dat Neurenberg Neurenberg
zal zijn! Iedere beschavingseenheid waar een aantal mensen bijeenkomen,
hetzij een studiegroep in de TS, een loge, een stad of een land, heeft
haar eigen svabhava. Wat ik voelde toen ik vanavond de zaal binnenkwam,
in de paar seconden die nodig waren om van die deur naar mijn stoel
te lopen, zei me meer dan tien boekdelen in evenveel bibliotheken of
duizend woorden van evenveel mensen me zouden kunnen vertellen. Ik kan
u niet zeggen hoe geweldig ik het vond te ontdekken dat er hier op dit
strategische punt, München, al een zo grote spirituele kracht ontwikkeld
en werkzaam was dat ik in mijn hart opgelucht was te weten dat wat velen
voor onvermijdelijk houden al aanzienlijke tijd is teruggedrongen –
en wanneer ik zeg aanzienlijk, bedoel ik verschillende weken en maanden
en ik hoop jaren – door de heel eenvoudige en onbewuste inspanningen
van de leden in München.
Ik maak u geen complimenten. Ik constateer alleen een eenvoudig feit.
Ik ben er zeker van dat als de leden in München en omstreken bewust
doorgaan met wat ze tot nu toe onbewust deden, in het volle besef dat
naarmate ze als mannen en vrouwen in München onpersoonlijk kunnen
werken om aan die inspanning iets meer van de onpersoonlijke spirituele
instelling toe te voegen, dat ze in die mate wat als onvermijdelijk
werd beschouwd bewust nog verder zullen terugdringen.
De leden in München hebben prachtig werk gedaan en ik wil u allemaal
en Karl Baer daarvoor bedanken. Ik had op mijn reis rond de wereld niet
verwacht Karl Baer te ontmoeten, maar toen ik in Berlijn aankwam was
hij daar. Ik was niet van plan geweest naar München te gaan. Ik
had het graag willen doen, maar ik moest het opgeven in verband met
de tijd. Maar toen ik Karl Baer in Berlijn aantrof, die daar voor zaken
was en ik hem in het huis van dhr. Bergmann ontmoette, wist ik onmiddellijk
dat deze ontmoeting iets voor de toekomst betekende. Ik wist het toen
niet in bijzonderheden, maar ik begin er nu achter te komen.
Ik bedoel nu niet dat Karl Baer zo belangrijk is. Maar ik bedoel wel
dat onze ontmoeting in Berlijn niet voor niets was; en het feit dat
we elkaar nu ontmoeten is niet voor niets. Ik houd er niet van over
personen te praten, maar dit is van belang in verband met wat ik zei:
wat ik in Karl Baer herkende was dat hij onpersoonlijk voor de theosofie
werkte. Hij probeerde niet zijn denkbeelden aan de man te brengen. Hij
was niet bezig om het afdelingsbestuur in Duitsland, of het Hoofdkwartier
in Pasadena te vertellen hoe de zaken van de TS moeten worden aangepakt.
Het ging hem erom naar beste weten te werken voor de theosofie in München
en in Duitsland natuurlijk. En ik kan dhr. Baer en alle leden hier verzekeren
dat zolang hij onpersoonlijk blijft werken, en de leden met hem, er
in München ware theosofie en werkelijke spirituele vooruitgang
zal worden bereikt en de kracht van de theosofie in Duitsland op die
manier groter zal worden. Zodra Karl Baer of wie dan ook, voor een eigen
doel begint te werken, en aan dat doel gehecht is, zal dat niet alleen
de theosofie in München schaden, maar ook in Duitsland en in de
wereld.
Karl Baer wordt door mij slechts als voorbeeld genoemd voor wat we
allemaal zouden moeten doen. Er zou vanavond niet datgene in deze zaal
aanwezig zijn geweest wat ik er aantrof, indien er in het hart van de
leden veel persoonlijke eerzucht was geweest.
De spirituele schoonheid die straalt vanuit het hart van de leden die
gegeven en geofferd hebben aan het werk van de meesters, zoals de leden
in Duitsland en München dat hebben gedaan, die spirituele schoonheid
en dat schitterende buddhische licht zullen nooit tekortschieten om
de vlam in de tempel van ons heilige werk brandend te houden. Er is
hier vanavond werkelijk een grote kracht aanwezig, en wat wij als leden
van de Society op die eenvoudige onpersoonlijke manier, zoals u hier
in München heeft gedaan, kunnen doen, zal het stevige fundament
leggen dat de meesters nodig hebben om dit schitterende werk van ons
tot 1975 en later in de volgende eeuw voort te zetten.
Ik dank u allemaal nogmaals voor wat u hier vanavond heeft gebracht.
Na een korte periode voor vragen en antwoorden zou ik graag ieder van
u de hand willen schudden en u persoonlijk bedanken.
Daarop kondigde dhr. Baer aan dat de leader de volgende dag om
3 uur ’s middags in zijn hotel beschikbaar zou zijn voor alle
leden die hem zouden willen ontmoeten.
Gentner: Wat is uw opvatting, wat zijn uw gedachten over de
manier waarop de theosofie in Duitsland en in de Verenigde Staten vóór
de oorlog werd begrepen? Is er na de oorlog een verschil in de manier
waarop de mensen in Duitsland en de Verenigde Staten theosofie opvatten?
JAL: Dankeschön. De oorlog bracht inderdaad een grote
verandering, zowel in Duitsland als in Amerika, maar in Duitsland veel
groter dan in de Verenigde Staten en de reden is duidelijk. U heeft
geleden. Wij niet. Ik kan u beter de waarheid zeggen en spreken over
een van de problemen waarmee u nu wordt geconfronteerd. Wij aan het
Hoofdkwartier waren bijzonder verheugd en geroerd door de grote toevloed
van aanvragen voor lidmaatschap, die na de oorlog uit Duitsland kwam.
En hoewel het een aanwijzing was voor een volkomen natuurlijke en goede
reactie op het leed dat een oorlog teweegbrengt, want oorlog doet altijd
een verlangen in het hart van de mensen ontstaan om naar spirituele
vertroosting, spirituele hulp te zoeken, lag daarin niettemin ook juist
een groot gevaar. Het begon ons op te vallen dat veel van de nieuwe
leden – niet de meerderheid, maar velen – kwamen om iets
te ontvangen dat hun persoonlijke natuur in plaats van hun spirituele
natuur voldoening zou verschaffen. Als gevolg daarvan zagen we hoe leden
na enige tijd afdwaalden naar paranormale verschijnselen en probeerden
in contact te komen met hun geliefden of probeerden andere dingen te
krijgen om hun zelfzuchtige natuur te bevredigen. We zagen hoe weer
anderen zich zowel in verschillende soorten yoga als in andere pseudo-theosofische
aangelegenheden begaven, om hun persoonlijke exoterische problemen op
te lossen. Met andere woorden, ze dachten dat dit de manier was om meer
te eten, meer kleding en een baantje te krijgen. Ik bekritiseer hen
niet en ik verwijt hen ook niets. Alleen de goden weten wat ik onder
dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan. Maar ik moet ook de andere
kant van de zaak laten zien. Er waren andere leden die in de Society
kwamen om hulp van spirituele aard, om de innerlijke kant te zoeken,
iets dat hun hart zou bevredigen. Vreemd genoeg zagen we dat diegenen
die hun persoonlijke steun ondergeschikt maakten aan de spirituele steun
die ze zochten, de kleding, het voedsel en de banen kregen die ze nodig
hadden.
Waarom gebeurde dat? Ik wil mijn woorden niet laten gelden als een
bewijs hoe de grote Wet werkt, maar ik geef u de feitelijke ervaring
van Duitse leden. Het is een bewijs te meer van wat ik al eerder probeerde
uit te drukken, dat indien we onpersoonlijk werken, meer denken aan
het welzijn van een ander dan aan het onze, het licht van de theosofie
brandend houden in ons hart, juist denken en alleen denken aan het spirituele
aspect van onze omgeving en verantwoordelijkheden, in al onze behoeften
zal worden voorzien. Let erop dat ik niet zeg dat in al onze begeerten
zal worden voorzien, maar in al onze behoeften. Dat is een onaantastbare,
occulte wet.
Wat Amerika betreft – de na-oorlogse weerslag op de leden in
Amerika was lang niet zo opvallend als in Duitsland en ik denk hier
zowel aan de goede als aan de verkeerde reacties. En de eenvoudige reden
daarvan is dat we niet zoveel hebben geleden. Ik vraag me af of uw vraag
hiermee is beantwoord?
Gentner: Ja, dank u. Ik begrijp het.
Vraag: U sprak over de ernstige gevaren die er in de toekomst
voor de hele wereld dreigen, en ik zou willen vragen of het raadzaam
zou zijn zich in de TS over de hele wereld gedurende een bepaald uur
te concentreren op een bepaalde sleutelgedachte die door het Hoofdkwartier
zou worden gegeven om dit gevaar af te wenden. Begrijpt u wat ik bedoel?
JAL: Ja, ik begrijp het. Dit is een heel belangrijke vraag,
en ik ben erg blij dat u haar stelde. Maar mijn antwoord zal u verrassen.
Dat zou het gevaarlijkste zijn wat we ook maar konden doen en ik zal
u zeggen waarom. Dit is een occulte instelling. Met dit woord bedoel
ik niet de occulte wetenschappen, maar occultisme, altruïsme in
zijn hoogste betekenis, spiritualiteit, de leer van het hart. Als ieder
grassprietje op zijn eigen manier moet groeien hoeveel te meer verschillen
dan u en ik. Wat zou er gebeuren als alle grassprietjes op een bepaald
moment, een zekere tijd op precies dezelfde wijze zouden groeien? Wat
zou er gebeuren als alles in de natuur op die manier zou werken? Een
deel van de natuur zou te veel van iets krijgen, een ander deel zou
te weinig krijgen, enz. Wij, u en ik, zijn niet in staat het grote wereld-karma
te lezen, en dus verkeren we niet in de positie om te weten, en de leader
is ook niet in de positie om als leader of als Outer Head te weten,
wat de maha-chohan van plan is te doen. Hij heeft het toezicht over
de Grote Witte Loge van Mededogen bij het vervullen van haar taak om
de beschermmuur van de mensheid te zijn.
Als we dus in de TS een bepaalde dag, een bepaald uur zouden uitkiezen
waarop we allemaal gezamenlijk over een sleutelgedachte zouden nadenken,
of op een voorgeschreven manier ons erop concentreren dat het een of
ander niet zal gebeuren, kunnen we niet beseffen hoezeer dit de taak
van de meesters zou bemoeilijken. Ik zou veeleer willen aanraden dat,
wanneer die gedachten opkomen dat we uit ons hart willen bijdragen aan
het welzijn van de mensheid, hoe weinig of hoeveel dit ook is, we doen
zoals de meester Jezus aanraadde: Ga de verborgen kamer van uw hart
binnen. Zoals hij het uitdrukte: ‘Maar als jullie bidden, trek
je dan in je binnenkamer terug, bid in het geheim tot je Vader en hij
zal je openlijk belonen.’ Zet dit over in onze theosofische bewoordingen
en het zal betekenen dat we telkens kracht naar de meesters uitzenden,
wanneer we in de stilte, in de verborgen kamer van ons eigen bewustzijn
bidden voor, of denken aan, of voelen voor het welzijn van de mensheid.
Ze zullen dan iets hebben om mee te werken, wanneer de tijd
komt om het te gebruiken, waar zij het moeten gebruiken, en
hoe zij het moeten gebruiken.
Dat klinkt misschien wat abstract, maar hoe esoterischer we worden
in dit werk, des te eenvoudiger het wordt. We kunnen onmogelijk weten
hoeveel een eenvoudige goede daad de meesters aan spirituele kracht
schenkt. Het was ook meester Jezus die erop wees hoeveel groter de waarde
van het muntje van de weduwe was, vanuit een spiritueel standpunt, dan
wat vele anderen gaven. Ik wil daarom mijn antwoord op deze vraag besluiten
met deze verklaring: Indien wij als leden van de Society op enig uur
van de dag of de nacht en overal, een spiritueel muntje in de vorm van
een goede gedachte op de spirituele spaarbank van de meesters willen
zetten, zullen we zien dat we veel meer doen dan veel organisaties die
tegenwoordig alleen met gevolgen werken, want ze werken buiten de stroom
van de logekracht wanneer ze zich met gevolgen in plaats van met de
werkelijke oorzaken bezighouden. Is uw vraag hiermee beantwoord?
Vraagsteller: Ja, dank u.
Vraagsteller: Ieder verstandig mens denkt dat vrede het belangrijkste
in de wereld is. Ik denk dat we middelen moeten vinden om vrede tot
stand te brengen.
JAL: Ja, dat is een belangrijke gedachte. Ik zou opnieuw een
onderscheid willen maken, want wij als theosofen moeten dit onderscheid
maken omdat we anders nooit het karma van een land of van onszelf kunnen
begrijpen. Vrede is niet het belangrijkste in de wereld. Harmonie is
het belangrijkste. Wanneer er harmonie is, zullen we vrede hebben. Dat
bedoel ik wanneer ik zeg dat we ons met oorzaken en niet met gevolgen
moeten bezighouden. Vrede is een gevolg van harmonie. Oorlog is een
gevolg van disharmonie. Daarom moeten we als theosofen die zich met
oorzaken bezighouden, rechtstreeks in ons hart binnengaan en daar harmonie
brengen, en dan zal daaruit na verloop van tijd voor onze hele Society
en voor onze medemensen niets dan vrede kunnen voortkomen. Het is heel
gemakkelijk voor iemand met een sterk karakter en die weet wat hij wil,
om de mensen zo tot oorlog op te zwepen dat ze bereid zijn ten oorlog
te trekken, maar het is heel wat moeilijker voor een eenvoudig man als
Abraham Lincoln en anderen in dit en andere landen, om in het huidige
evolutiestadium van de menselijke natuur, de mensen zover te brengen
dat ze met hun hart voor vrede willen vechten, door middel van harmonie.
Schultz: Hoe staat het met de theosofische universiteit?
JAL: De theosofische universiteit ondergaat, zoals alle andere
dingen, de invloeden van de cyclussen. KT strooide zaden uit. Die zaden
die ze tijdens haar bestuur uitzaaide hebben op veel plaatsen in de
wereld vrucht gedragen. We zijn vaak geneigd te snel naar resultaten
uit te zien. Toen de activiteit van de universiteit haar hoogtepunt
had bereikt, werden de graden die werden verleend door niet meer dan
twee of drie andere scholen in de Verenigde Staten als universitair
erkend. En u in Europa, die een graad op de juiste waarde weet te schatten,
zal onze positie begrijpen. GdeP was er niet blij mee en kolonel Conger
evenmin. Dit wat betreft de theosofische universiteit in het verleden.
Ik ben van mening dat we aan het Hoofdkwartier een theosofische universiteit
moeten hebben, maar ik denk niet dat het er één moet zijn
waar een student die is afgestudeerd een stuk papier als graad ontvangt.
Ik zie uit naar de dag waarop we een school zullen hebben waar een onuitgesproken
en ongeschreven graad het hart zal sieren van haar afgestudeerden, en
die hen tot ware theosofen zal maken. Ik zou daarover nog veel meer
kunnen zeggen, maar daarvoor ontbreekt de tijd. Er is echter één
gedachte die ik als een correctie op het voorafgaande wil geven. Ik
wil niet dat wat ik zei als een aanmerking zou worden opgevat op de
kwaliteit van de werkelijke opleiding die de afgestudeerde studenten
vroeger, wanneer ze onze school verlieten, hadden ontvangen. Ze verlieten
de school in feite met een betere opleiding, zowel in innerlijke als
uiterlijke betekenis, dan vrijwel elke gewone universiteit kon geven,
ook al werden hun diploma’s door diezelfde universiteiten niet
erkend.
Ik zou de bijeenkomst nu willen besluiten met een enkel woord van hulde
en waardering voor een theosoof in Duitsland en in München die
zijn stempel van trouw aan de theosofie en de meesters op de boekrol
van de tijd heeft gedrukt. Het is niet vreemd dat er in elk land waar
ik ben geweest, in elk belangrijk theosofisch centrum, altijd één
zo’n trouw, toegewijd lid is geweest die de toorts jarenlang heeft
gedragen, en deze toen het moment daarvoor was aangebroken overdroeg
aan iemand anders, waarbij hij die ander alle steun, zowel innerlijk
als uiterlijk, gaf, en ervoor zorgde dat zijn geliefde theosofie naar
de toekomstige generatie doorstroomde. De goden zij dank hebben we veel
flinke soldaten in de gelederen van de meesters. Onder die krijgers
die zoveel hebben gegeven, en daarvoor niets terugvroegen, is er één
aan wie ik vanavond hulde wil brengen: meneer Hofmeister. U bent een
edele oude heer.
Dhr. Hofmeister, die rechts van de leader zit, diep ontroerd,
staat op en schudt de leader de hand. De hele zaal barst uit in een
enthousiast applaus.
Hofmeister: Dank u, uit heel mijn hart, en in mijn hoedanigheid
van oudste lid van de branch in München en van mede-oprichter ervan,
wil ik deze woorden tot u en uw vrienden richten. Ik ben heel gelukkig
dat het mij is gegeven persoonlijk kennis met u te maken, en ik wil
alleen zeggen dat mijn hart het vertrouwen dat in u en uw naaste medewerkers
op het Algemeen Congres in Nederland werd uitgesproken, volledig steunt.
U heeft ongetwijfeld een heel moeilijke taak te vervullen en we zijn
blij daaraan met al onze kracht een bijdrage te kunnen leveren door
in deze heilige zaak uw helpers te zijn. Ik weet dat onze meesters met
ons zullen zijn, indien we ernstig proberen de theosofie tot een levende
kracht in ons dagelijks leven te maken.
Ik wil voor u, beste leader, en voor alle vrienden de beste wensen
uitspreken voor uw toekomstige werk. Ik wil dit doen met heel mijn hart.
U kunt er zeker van zijn dat we trouw blijven aan de theosofie.
JAL: Dank u, meneer Hofmeister. En dank u allemaal. Ik denk
dat we nu beter kunnen sluiten. Ik heb van deze avond werkelijk heel
veel genoten. Ik heb vanavond veel ontvangen, zoals altijd, maar vanavond
neem ik voor de rest van mijn reis door Duitsland en voor de toekomst
van het werk een bijzonder mooi en groot dividend mee, groter dan ik
had kunnen verwachten.
De bijeenkomst werd om 10 uur ’s avonds gesloten.