Een brug van begrip


We moeten bedenken dat geen enkele wereldleraar met het verkondigen van de eeuwenoude leringen van de kosmologie en de wetten waaraan de mens is onderworpen, de bedoeling had een grote en machtige organisatie in het leven te roepen. De leringen die zij brachten, kwamen rechtstreeks uit de bron, en alles wat uit die bron voortkomt, moedigt tot onzelfzuchtige ontwikkeling aan. Ze schonken ons niet een voorgeschreven stelsel van dogma’s, maar een levende filosofie voor de eenvoudige mens, die in het dagelijks leven praktisch kan worden toegepast. Vele fundamentele sleutels zijn pas na honderden jaren uit de openbaarheid verdwenen of geheel verloren gegaan. Niettemin kunnen wij, als we onbevooroordeeld zijn, constateren dat de sleutels tot deze universele leringen wel degelijk aanwezig zijn – zowel in de christelijke Schrift als in alle andere heilige geschriften. Al worden de meeste dogma’s die in tempels en kerken worden onderwezen door hun aanhangers letterlijk aanvaard, toch zijn er heel wat individuele zoekers die achter de uiterlijke vorm de kern van de oorspronkelijke waarheid proberen te vinden.
    Daarom is een vergelijkende studie van religies zo belangrijk – niet alleen als een intellectuele bezigheid, maar in de eerste plaats omdat daarmee een brug van begrip wordt geslagen tussen volkeren met een verschillende geloofsovertuiging. Er worden in deze tijd in verschillende landen heel wat pogingen gedaan om tot economische en politieke samenwerking te komen, en men begint ook geestelijke grondbeginselen te erkennen. Maar we zullen de kloof nooit overbruggen tenzij we inzien dat onze broeder, welke huidskleur hij ook heeft, of in welk land of werelddeel hij ook werd geboren, evenveel recht op de waarheid heeft als wij, en dat zijn religie in de kern even ruim en universeel kan zijn als de onze.
    Onze belangstelling moet beginnen bij het individu: we moeten proberen hem te helpen zichzelf te helpen. We moeten allen onderscheidingsvermogen ontwikkelen bij het beoordelen van de kwaliteiten die door het bewustzijn van een ander tot uitdrukking komen. Als we de grondslag van zijn geloof begrijpen, kunnen we in zijn eigen taal met hem spreken. Dit op zichzelf vormt onmiddellijk een brug van begrip tussen zijn hart en het onze. Met begrip komt waardering, en is er eenmaal sprake van wederzijdse waardering dan ontstaat er vertrouwen. En als er vertrouwen is, kunnen de moeilijkste problemen gemakkelijk worden opgelost.
    Dit gebeurt niet in een handomdraai. De ene mens put wellicht waarachtige inspiratie uit een kerkdienst, een ander misschien niet. Maar of we naar de kerk gaan of niet, of we christen, boeddhist of moslim zijn, of onze eigen levensfilosofie hebben ontwikkeld, het blijft een feit dat de waarheid kan worden gevonden. Hoe meer we de oude religies bestuderen en erover nadenken, des te meer zullen we ons bewustzijn uitbreiden en dezelfde fundamentele waarheden vinden, want, zoals gezegd, ze kwamen alle voort uit dezelfde bron en elke religie heeft zowel zijn esoterische als exoterische achtergrond.
    Als we over de kerk spreken of over een andere georganiseerde geestelijke beweging, moeten we erom denken onderscheid te maken tussen de instelling zelf en haar leden. Welk geloof ze ook hebben, de meeste mensen zijn oprecht en eerlijk, maar oprechtheid en eerlijkheid alleen maken iets nog niet geestelijk. Men kan voor honderd procent toegewijd en oprecht van hart zijn zonder het goede spoor te volgen. De Inquisitie uit de Europese geschiedenis toont aan hoe toewijding en eerlijkheid werden verlaagd tot fanatisme en intrige.
    Wat is dan de gemeenschappelijke factor in geestelijke zaken? Beslist niet de uiterlijke vormen, de leer of de dogma’s, die zich als klitten aan het denken van de wereld hebben gehecht. Is het niet het geloof in de een of andere vorm van God of goddelijke macht als de drijfveer van ons universum, en van alles wat daarin leeft? Of we nu Christus, Boeddha of Allah, Brahmâ, Vishñu of Íiva, Tao, Elohim of Jehova aanbidden, instinctief erkennen we dat het goddelijke onze bron en oorsprong is en, naar we hopen, onze uiteindelijke bestemming.
    Welnu, als we ons de essentie van de godheid kunnen voorstellen, van dat ontzagwekkend goddelijke dat niet alleen dit maar ook alle andere zonnestelsels doordringt, die zich volgens de astronomen in ons eigen melkwegstelsel en in de miljoenen andere melkwegstelsels bevinden, gaan we inzien hoe ondefinieerbaar en onbegrensd dit godsbegrip is.
    God woont inderdaad in het hart van ieder van ons. Niet dat wij God zijn, maar in de diepste diepten van de menselijke ziel, die ver uitgaat boven het fysieke lichaam, bevindt zich dat wat een godsvonk kan worden genoemd, een vonk van dat goddelijke dat de kosmos bestuurt. Het doel van de evolutie is deze godsvonk zodanig te ontwikkelen dat ze in het natuurlijke verloop van de tijd en door onze ervaringen onze hele constitutie zal beïnvloeden en wijzigen. ‘Hij die zoekt zal vinden. Klopt en u zal worden opengedaan.’ Er is niemand op deze aardbol die het antwoord niet zal vinden op het raadsel van het leven, als hij daar oprecht naar verlangt. Niemand kan dit voor een ander doen. Elke wezenlijke stap in de vooruitgang van de mensheid moet beginnen bij ieder van ons, vanaf het punt waarop we ons bevinden. We hoeven niet te wachten tot we volmaakt zijn geworden, want het zal nooit moeilijk zijn om te zien waar we aan onszelf moeten werken, en waar we een natuurlijke gelegenheid hebben anderen te helpen. Want als een mens zich naarbinnen richt om kracht en hulp te ontvangen, zullen de daaruit voortvloeiende gevolgen inderdaad zegenrijk zijn.
    Wanneer we eenmaal inzien dat het godsbegrip van ieder van ons verschilt, maar dat het wezen van de godheid hetzelfde is en dat de goddelijke essentie woont in het hart van al wat leeft, dan hebben we de basis gelegd waarop een brug van broederschap kan worden gebouwd, die de mens uit de duisternis van vroegere eeuwen kan voeren naar het licht van de toekomst.


Mens, Vonk der Eeuwigheid, James A. Long, blz. 58-61

© 2000 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag