– F –
Filosofie
Een activiteit van de menselijke geest-ziel in haar pogingen om niet
alleen het hoe maar ook het waarom van de dingen te
begrijpen — waarom en hoe de dingen zijn zoals ze zijn. Filosofie
is één aspect van een drievoudige methode om de aard van
de natuur, van de universele natuur, en van haar veelvormige en veelvoudige
werkingen te begrijpen. Filosofie kan niet worden gescheiden van de
twee andere aspecten (wetenschap en religie) als we een juist en volledig
beeld willen krijgen van de dingen zoals ze werkelijk zijn.
Het is een grote fout van het westerse denken om te veronderstellen
dat wetenschap, religie en filosofie drie afzonderlijke werkingen van
het denken zijn die geen verband met elkaar houden. Als we bij die gedachte
stilstaan, zullen we onmiddellijk inzien hoe belachelijk en onjuist
ze is, omdat deze drie slechts facetten zijn van de werkingen van het
menselijk bewustzijn. Geen van deze drie – filosofie, religie
of wetenschap – kan van de twee andere worden gescheiden en als
men dat toch probeert, is het resultaat spiritueel en intellectueel
onbevredigend en ervaart de geest een onvolkomenheid. Daarom is elke
filosofie die onwetenschappelijk en areligieus is, of elke religie die
onwetenschappelijk en onfilosofisch is, en elke wetenschap die onfilosofisch
en areligieus is, de facto onjuist, omdat ze onvolledig is. Deze drie
zijn eenvoudig drie aspecten of facetten van een fundamentele werkelijkheid,
die bewustzijn is.
Filosofie is dat aspect van het menselijk bewustzijn
dat verbanden legt, dat naar de banden van eenheid tussen de dingen
zoekt en, als die zijn ontdekt, laat zien dat ze bestaan in de vele
en velerlei vormen van de natuurprocessen en de zogenaamde wetten die
het bestaan ervan aantonen. (Zie ook religie, wetenschap.)
Fohat
Een mystieke term die in het Tibetaanse occultisme wordt gebruikt voor
wat in het Sanskriet daiviprakriti (zie aldaar) wordt genoemd, dat ‘goddelijke
natuur’ of ‘oorspronkelijke natuur’ betekent, en dat
ook met ‘oorspronkelijk licht’ kan worden aangeduid. In
één bepaalde zin van het woord kan men fohat als vrijwel
identiek beschouwen met de oude mystieke eros van de Grieken, maar als
technische term bestrijkt fohat een veel breder terrein van denkbeelden
dan de Griekse term.
Fohat kan men als de essentie van kosmische elektriciteit
beschouwen, op voorwaarde echter dat we in deze definitie aan de term
elektriciteit de eigenschap bewustzijn toekennen of, nauwkeuriger geformuleerd,
op voorwaarde dat we begrijpen dat de essentie van elektriciteit bewustzijn
is. Het is altijd aanwezig en actief vanaf het eerste begin van een
manvantara tot het einde ervan, en ook dan komt er in feite geen einde
aan zijn bestaan, want tijdens de kosmische pralaya blijft het als het
ware latent, in slapende of rustende toestand, aanwezig. In één
betekenis van het woord kan men het kosmische wil noemen, want de overeenkomst
met de bewuste wil in de mens is heel groot. Het is de voortdurend actieve,
altijd werkzame, voortdrijvende of stuwende kracht in de natuur, vanaf
het begin van de evolutie van een heelal of zonnestelsel tot het einde
ervan.
H.P. Blavatsky zegt hierover, als ze een van de
oude mystiek occulte werken citeert: ‘Fohat is het ros en het
denken is de ruiter.’ Als we fohat echter vergelijken met wat
de bewuste wil in de mens is, moeten we hierbij alleen denken aan de
lagere of substantiële delen — de pranische werkingen —
van de menselijke wil, want achter de substantiële delen staat
altijd het richtinggevende, leidende bewustzijn. Omdat fohat voortdurend
actief is, is het zowel vormend als vernietigend, want juist door de
onophoudelijke werking van fohat zet de eindeloze reeks veranderingen
zich voort — het overgaan van het ene stadium van gemanifesteerd
bestaan in het andere, ongeacht of dit gemanifesteerde bestaan een zonnestelsel,
een planeetketen, een bol, een mens of een andere entiteit betreft.
Fohat is even actief onder de elektronen van een
atoom en de atomen zelf als onder de zonnen. In één opzicht
kan men het de levenskracht van het heelal noemen; in dit opzicht komt
het overeen met de pranische activiteit op alle zeven gebieden van de
samengestelde mens.