Theosofie: Het pad van de mysticus
Katherine Tingley

isbn 9789070328023, paperback, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever iets worden overgenomen.

© 2013 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565AG Den Haag

 

   Inhoudsopgave   

De grote ontdekking

De tweevoudigheid van de menselijke natuur

Een grote ontdekking, die ieder mens zelf moet doen, is het feit dat de menselijke natuur tweevoudig is, en dat er onophoudelijk een strijd gaande is tussen het hoger en het lager zelf, tussen de engel en de demon in de mens. Wanneer het hogere, onsterfelijke deel overheerst, zijn kennis en vrede ons deel. Wanneer het lagere regeert, wordt de ziel, die niet op haar hoede is, bestookt door alle elementen van duisternis en wanhoop in het menselijk leven.

De mens is in zijn innerlijke natuur een wezen met een goddelijk erfdeel en onbegrensde mogelijkheden in zijn evolutie.

Deze wonderlijke dualiteit! En hoe sluipen de menselijke zwakheden binnen? Eerst draaien wij de sleutel van egoïsme om in een deur van onze natuur; voor we het weten is de deur open en treedt een vreemde binnen, een kwellende, kwaadaardige kracht, die vaak sterk genoeg is om ons te vernietigen.

Er is nog geen lens gemaakt, die ons kan laten zien wat dit is, maar niettemin bestaat het. En staat de deur van egoïstisch verlangen eenmaal op een kier, dan wordt de binnenkomende vreemdeling verwelkomd en onthaald en mag hij zich te goed doen aan de overvloed van het intellectuele bestaan, mag hij plaats nemen in de binnenkamer van de mens, waar alleen hogere en luisterrijke dingen behoorden te zijn.

Die deur kan in ieder van ons opengaan, maar weet wel dat zij nooit kan worden gesloten, en gesloten kan blijven, zolang we de voeten niet stevig hebben geplant op de eeuwige rots van kennis en vertrouwen, zolang we niet de kracht bezitten – en absoluut zeker weten dat we deze bezitten – om de geringste invloed of aanraking of gedachte of vibratie buiten te sluiten van alles wat de zuiverheid zou kunnen aantasten van dit innerlijke rijk van het denken, waarin en waardoor de ziel werkt.

In naam van gerechtigheid en karma zeg ik: Wee hen, die welbewust zulke bezoekers gastvrij ontvangen! Wee hen, die het wagen hun eigen geest te ontwijden, of de geest van een ander te naderen met iets anders dan het hoogste, het edelste, het reinste en het beste!

Als de wetenschap eenmaal de tweevoudigheid van de menselijke natuur heeft erkend, zullen onze inrichtingen voor geesteszieken grote scholen van onderzoek worden, waardoor men tot een dieper inzicht en een groter mededogen zal komen. Want mentale ziekten kunnen zonder de studie van het zelf in zijn tweevoudigheid niet worden begrepen. Men zou een boek kunnen schrijven over deze ene regel alleen, en dan zou nog de helft niet zijn gezegd.

Hoe bijzonder vooruitziend was die oude leraar uit vervlogen tijden, die ons het gebod naliet: mens, ken uzelf! Dat is de sleutel tot de hele situatie. Laat de mens dapper de eerste stap doen naar een eerlijk zelfonderzoek, met een moed waardoor hij zich door geen enkele hindernis op zijn pad laat weerhouden, en hij zal spoedig merken dat hij de sleutel bezit tot wijsheid en tot de kracht zich vrij te maken. Deze sleutel, die hij met eigen krachtsinspanning en door de wet van zelfgeleide evolutie heeft ontdekt, zal de kamers van het zelf voor hem openen.

Want als een mens de moed heeft zichzelf te analyseren – zijn doeleinden, zijn motieven, ja, zijn hele leven; als hij de verkeerde dingen in zijn leven durft af te wegen tegen de goede, in een geest van liefde voor de mensheid die groot genoeg is om, als dat nodig is, daarvoor zijn leven te geven, dan zal hij het geheim van het leven vinden. Dat bedoel ik, als ik zeg dat we voortdurend worden uitgedaagd – uitgedaagd door de betere kant van onze natuur om van aangezicht tot aangezicht tegenover onszelf te staan en te leren de godheid in ons te herkennen. Want deze godheid, deze kenner, deze spirituele metgezel, vraagt steeds om gehoord te worden, wacht voortdurend op erkenning, is altijd bereid te dienen en te helpen, om zo de hele menselijke natuur tot haar peil van goddelijke volmaking op te heffen.

Deze beide krachten: de stoffelijke, beheerst door de spirituele, het denken, verlicht door schatten van waarheid en inspiratie van het hoger zelf, zullen, als ze samenwerken, gevolgen teweegbrengen die men niet voor mogelijk houdt. Ook zal het geen eeuwigheid duren om deze dingen tot stand te brengen. Zelfs de atomen van ons lichaam kunnen door het vuur van het goddelijk leven worden beïnvloed en in harmonie worden gebracht met het denken en de ziel, beheerst door het hoger zelf, zoals een groot musicus zijn instrument beheerst.

Want leven is licht en licht is leven, en de christosgeest is in zekere mate in alles aanwezig. Konden we als kleine kinderen neerzitten aan de voeten van de Wet, konden we ons denken bevrijden van misvattingen, en van de natuur leren en naar de christosgeest in ons luisteren, welke openbaringen zouden dan ons deel worden! We zouden in staat zijn te zeggen: dit is onsterfelijk en dat is sterfelijk; dit behoort tot de dierlijke aard van de mens en dat tot de spirituele. Het vermogen om dit te doen, is het vermogen dat we nodig hebben, en dat ons als het ware zal opwekken uit de dood en ons licht en verlichting zal brengen.

 

De twee metgezellen van de mens

Vanaf het moment dat de discipel een gelofte aflegt, heeft hij voortdurend twee krachten bij zich: twee onzichtbare metgezellen, gevormd uit zijn eigen essentie, de ene boosaardig, de andere goddelijk; omdat ze de neerslag of de objectivering vormen van de tegengestelde polen van zijn eigen zelfbewustzijn, vertegenwoordigen ze zijn goede en kwade engel, de augoeides en zijn tegenhanger, die er beiden op uit zijn hem geheel in beslag te nemen. Een van deze moet ten slotte over de ander zegevieren, en iedere daad of gedachte in zijn leven zal aan een van beiden kracht verlenen. Ze vormen zijn hogere en lagere mogelijkheden, die geleidelijk hun invloed versterken naarmate de (goede zowel als kwade) krachten worden opgewekt.

Onze opgave is meer en meer van onszelf in te zetten op het ware slagveld. Dat slagveld bestaat uit de gevoelens en gedachten van de mens; daarom wordt de strijd door juiste gevoelens en gedachten gaande gehouden. Onze kracht ligt in een positieve houding; in een gestadig gevoel van vreugde in ons hart; in een kort moment van overpeinzing van alle zwevende grootse gedachten tot we ze begrijpen en tot een deel van onszelf hebben gemaakt; in onze verbeelding stilstaan bij het toekomstige leven van de mensheid en de grootsheid daarvan; in het zich bezighouden met de gedachte van broederschap.

Toch kunnen we dat punt van spiritueel inzicht nooit bereiken, als we in ons eigen hart niet iets nieuws hebben ontdekt: een grotere sympathie voor al wat leeft, en een ruimere, diepere en hogere opvatting omtrent het menselijk leven en de verheven wetten die het beheersen.

Ik denk dat iedereen tot zekere hoogte een brandpunt is van alle goede en alle slechte elementen waaraan we in het verleden bewust leven hebben geschonken. Telkens wanneer we bewust naar het goede of het kwade overhellen, zal het een of het ander ons denken voeden en doordringen. En het ligt voor de hand, dat het aanknopingspunt met een van beide ligt in dat gebrek of die deugd waartoe we de sterkste neiging hebben. Hoe onbetekenend dat punt ook is, het zal, als het wordt aangemoedigd, alle overige bronnen aan die kant van onze natuur en het heelal erin betrekken. Als dat zo is, volgt hieruit, dat het willens en wetens aanmoedigen en steunen van een ondeugd of zwakheid een grote stap omlaag betekent.

Maar als de aspirant blijft streven, en hij zich niet door falen of vallen laat ontmoedigen, maar dat steeds laat volgen ‘door net zoveel moedige worstelingen omhoog’, dan krijgt hij altijd steun en raad van de goddelijke ‘daimon’, de krijger; en de overwinning, hoe ververwijderd ook, staat vast. Want dit is een onoverwinnelijke kracht, ‘eeuwig en betrouwbaar’, werkelijk aanwezig, en een inspiratie, als we haar maar erkennen, en er steeds en steeds weer op vertrouwen.

De voor de hand liggende vraag is, hoe kunnen wij ooit falen als deze voor ons strijdende krijger onoverwinnelijk is? Door gebrek aan vertrouwen, doordat we niet gewend zijn ons tot deze bron van energie te wenden, door de gewoonte voetstoots en zonder nadenken aan verleidingen toe te geven, en omdat we nog niet door overdenking de tweevoudigheid van onze natuur hebben leren beseffen.

 

Wederopbouw en plicht

Wederopbouw is de machtige grondtoon van het streven van deze tijd, want het is een tijd van nieuwe dingen, nieuw licht en zeer krachtige hulp, mits we die inroepen.

De wederopbouw van de mensheid! Hoe zullen we daaraan beginnen? Ik ben van mening dat de eerste stap is de mens duidelijk te maken: U bent goddelijk! Binnenin u is het zielsleven, en indien u dat leven naar buiten wilt brengen, zal het u de waarheid onthullen; het zal u licht geven bij iedere stap die u zet. Het allervoornaamste is wel dat het u zal tonen wat uw plicht is. Want de mensheid laat zich tegenwoordig veelal leiden door een verkeerd begrepen plichtsgevoel.

Plicht wordt verkeerd begrepen, evenals recht en rechtvaardigheid. Maar als we ons konden bevrijden van de beperkingen van onze vooropgezette ideeën – ideeën die letterlijk in ons denken zijn vastgeroest – dan zouden we ons kunnen begeven in een vrije atmosfeer van harmonisch denken en handelen, en zouden we weten wat plicht is. De dingen waarin we gisteren geloofden, zouden we niet langer geloven; de valse goden die we in ons gezin en het leven van de natie hebben aanbeden, zouden verdwijnen in de aanwezigheid van het nieuwe licht.

Want het licht wacht slechts op onze erkenning. U hoeft niet naar India te gaan, of te wachten op de aanraking door de hand van een swami, om dat licht te vinden. U kunt het zelf ontdekken, maar omdat iedereen zich op een andere manier heeft ontwikkeld in een andere omgeving, onder verschillende omstandigheden, en een verschillende graad van inzicht heeft bereikt, kan men niet zeggen wanneer of hoe. Het zou daarom niet verstandig zijn een vast plan tot hervorming te maken. Maar wel weten we, dat als het motief zuiver is en de ziel ons steeds omhoog stuwt, we op natuurlijke wijze vorderen langs het pad van eenvoudige plichtsbetrachting, en dus naar het licht van de hogere natuur en van de waarheid.

O, mannen en vrouwen, kinderen van dezelfde universele moeder als wij! U, die werd geboren zoals wij werden geboren, die moet sterven zoals wij moeten sterven, en wier ziel evenals de onze tot het eeuwige behoort: Ik doe een beroep op u om uit uw droom te ontwaken en in uzelf te zien dat er voor de mensheid een nieuwe en zonniger dag is aangebroken.

Dit hoeft geen eeuw van duisternis te blijven, en u hoeft niet te wachten op de komst van een nieuwe eeuw om in staat te zijn naar beste kunnen te werken. Het is alleen een eeuw van duisternis voor hen die het licht niet kunnen zien, want het licht zelf is nooit verflauwd en zal nooit verflauwen. Het is het uwe, als u zich daartoe wendt en erin leeft; het uwe vandaag, zelfs in dit uur, als u wilt luisteren naar wat is gezegd, met oren die begrijpen.

Sta dan op, vrees niets, neem bezit van wat u en alle mensen toebehoort, en behoud het in vrede voor altijd!

Wijsheid komt niet voort uit een vermeerdering van gesproken of geschreven onderricht; wat u bezit, is voor duizend jaar genoeg. Wijsheid komt voort uit plichtsbetrachting, en ontstaat in de stilte, en alleen de stilte geeft er uitdrukking aan.

Laat ons de kennis, die niet te koop is, omdat ze slechts kan worden verkregen door de overgave van de lagere natuur – de hartstochtelijke, egoïstische, begerige natuur – aan de christosgeest, de god in ons, tot een werkzame, krachtige factor in het leven maken. Laat ons dan dit innerlijk, goddelijk zelf oproepen, opdat het het denken zal verlichten en de mens zal leiden naar de hoogten van spiritueel inzicht, naar de kennis van het hoger zelf.

We zullen nooit die moed bezitten die de mens als deel van de goddelijke wet rechtens toekomt, zolang we niet beseffen dat we zielen zijn, zolang we geen toegang geven aan nieuwe ervaringen in ons leven, en we het leven niet interpreteren overeenkomstig deze wet en de hogere kennis van ons wezen.

Wanneer een mens door een krachtig pogen zijn natuur heeft gezuiverd, wanneer hij kan zeggen: Satan, ga achter mij! – dan heeft hij zijn voeten op het pad van zelfontwikkeling gezet. Hoewel hij bij elke wending van het pad tegenover zijn lagere natuur kan komen te staan, kan hij nooit falen als zijn bedoelingen zuiver zijn. De goddelijke eigenschappen van zijn hogere natuur trainen hem, omdat hij heeft gezegd: Zo zal het zijn.

Groter dan al zijn kennis, was het goddelijk mededogen dat Christus in zich voelde; en het moet zijn geweest toen hij op de hoogten stond en in zijn mededogen voor de mensheid de harmonische klanken van de ziel deed horen, dat hij in de toekomst blikte, de goddelijke mogelijkheden zag van hen die zouden komen, en sprak: Grotere dingen dan deze zult u doen.

De verstandelijke vermogens van de mens zullen zich nooit ten volle ontplooien, tenzij hij de verlichting bereikt die voortvloeit uit de kennis van de ziel. En toch draagt ieder dit kostbare bezit in het diepst van zijn hart met zich. Het behoort alle mensen toe; ze hoeven slechts op te eisen wat hun toekomt.

 

Zelfonderzoek en zelfbeheersing

Zelfanalyse, zelfonderzoek, zelfbeheersing: zij vormen de goddelijke beschermende macht, de gouden sleutels tot inzicht in het zelf. O, konden we slechts beseffen wat er in boek na boek aan openbaringen ligt opgeslagen in de boekerij van ons eigen leven!

Hebt u nagedacht over dat hoger zelf waarnaar u streeft? Dat is de eerste stap naar inzicht in de ware aard van de innerlijke en de uiterlijke mens. Het verlicht uw hele wezen, het bevrijdt en verlost u van veel dat u tot nu toe als uzelf hebt beschouwd, het doet u inzien dat veel dingen die u tot dusver hebt begeerd en misschien noodzakelijk hebt geacht voor uw welzijn en gemoedsrust, geen waarde hebben; het scheidt het kaf van het koren in uw bewustzijn, vergroot het inzicht in de menselijke natuur en geeft u onderscheidingsvermogen in uw omgang met anderen.

We bekijken deze ernstige problemen van de menselijke natuur te weinig vanuit een praktisch standpunt, en zijn te traag in onze poging ze te bestuderen in het licht van de analogie. Toch is dat precies wat we moeten doen, willen we vorderen op het pad van zelfoverwinning en daadwerkelijke hulp aan anderen. We kunnen de hele dag over de tweevoudigheid praten; maar wat helpt dat, als we onze kennis niet toepassen op de omstandigheden van het werkelijke leven.

Het is in de verborgen kamers van het zelf, binnen de atomen van het gemoed, dat die kleine zwakheid, die kleine onoprechtheid of eigenzinnigheid, die haast onmerkbare ondeugd, wortel schiet en groeit, als het subtiele begin van een kwaad dat erger is dan een kruipend, giftig reptiel, dat op het punt staat u naar de keel te vliegen. Dit is een sterk beeld, maar dat hebben we nodig – willen we de dingen zien zoals ze zijn.

Voor de wederopbouw van de mensheid moeten we meer vertrouwen in het zelf wekken. Spiritueel tekortschieten is het gevolg van het feit dat de mens het vertrouwen in zichzelf heeft verloren. Dat is altijd de eerste stap. Daarop volgt het verlies van vertrouwen in zijn vrienden, dan in de mensheid als geheel, en spoedig merkt hij dat hij in een vreemd huis woont; het huis van de lagere natuur.

Het is verschrikkelijk om de ontrouw te zien van iemand die trouw was. Het lijkt slechts een zwakke barrière, die de arme, ongelukkige mens, ronddolend te midden van zijn waandenkbeelden, verhindert zijn eigen plek van vrede te vinden. Maar zelfs deze gevallen kunnen helpen, als we ze bestuderen en daaruit de twee grondtonen leren kennen die onze eigen tweevoudigheid kenmerken: de ene, leidend tot zorgen en prikkelbaarheid, narigheid, disharmonische stemmingen, rechtvaardiging van zichzelf, steeds weer opnieuw, in eindeloze herhaling; de andere, leidend tot vrede, liefde, vreugde, helder inzicht en activiteit.

Iemand, die volledig de verkeerde weg is ingeslagen, kan nooit door woorden alleen van dat feit worden doordrongen. Waarom niet? Omdat de lagere natuur daar werkzaam is; deze is op dat moment meester van de situatie, meester in het rijk van de gedachten, en staat van nature vijandig tegenover alles wat het slachtoffer de waarheid kan doen inzien.

We weten allemaal dat de innerlijke mens waarachtig, eeuwig, sterk, zuiver, meedogend en rechtvaardig is. De uiterlijke mens is maar al te vaak zwak, besluiteloos, egoïstisch; zijn energie komt voort uit begeerte en ambitie. Maar toch is hij het instrument dat de ziel, het innerlijk, in mededogen tracht te vervolmaken. In deze uiterlijke natuur, die doorgaans door het fysieke wordt overheerst, ontstaat het gewone ik-gevoel, en de evolutie is erop gericht dat dit zich verenigt met het werkelijke ik.

Ons bewustzijn is vaak een vreemde, zichzelf bedriegende, tweevoudige entiteit. Overwinningen worden eerst in gedachten behaald; en we kunnen ons gemakkelijk de gewoonte eigen maken een goede gedachte of voorstelling, die mededogen oproept, of een deel van de spirituele natuur in ons wekt, of een groots idee dat op een of andere manier het beperkte ik te boven gaat, in de plaats te stellen van een egoïstische of persoonlijke of zinnelijke gedachte.

Laten we even stilstaan bij deze omstreden kwestie, die zo vaak door de moderne psychologie ter sprake wordt gebracht, namelijk die van de gewoonte; het zijn gewoonten die het karakter maken of bederven; maar hij die de scheidslijn kent tussen zich laten gaan en zich beheersen, bezit de sleutel tot het geheim van gewoonten en weet hoe hij op de juiste manier te werk moet gaan.

Het blijkt dat ik vandaag hetzelfde denk als gisteren, dat ik hetzelfde ideaal koester, maar dat ik er van dag tot dag meer naar toe leef, dichter bij de warmte en de gloed van het werkelijke leven kom. Al gauw is dit een gewoonte geworden, de gewoonte van aspiratie en zelfbeheersing, de grondslag van het karakter.

Als deze kennis gemeengoed was, zouden zich nieuwe wegen openen in het leven. We zouden geen disharmonie, geen oorlog meer kennen. We zouden religie per se bezitten – de religie die ons ertoe zou brengen de schoonheid van de natuur op een nieuwe manier te zien, de mensheid op een nieuwe manier te bestuderen, de deugden van onze broeders te ontdekken en die met zoveel begrip en zoveel edelmoedigheid aan te kweken, dat gaandeweg alle haat zou verdwijnen.

Het wordt inderdaad tijd dat we in die richting gaan denken, want de geest van haat is zo diep in onze natuur doorgedrongen – opgezogen als het ware, zoals de regen door de aarde wordt opgezogen – dat er oneindig veel spirituele zonneschijn, oneindig veel spirituele kracht en een verheven hoop nodig zijn om ons op dat hogere peil te brengen, dat de belofte van uiteindelijke volmaking inhoudt.

 

De hogere en lagere psychologie

De tweevoudigheid van de menselijke natuur is de grote openbaring op het gebied van de psychologie. Zouden we de oude voorstelling van de duivel van John Knox aanvaarden, zijn demonische aard versterken, en hem als een levende persoonlijkheid de wereld insturen, dan zou hij onschadelijk zijn vergeleken met de kracht van de lagere psychologie die in deze tijd de macht van de menselijke geest probeert te vernietigen.

Dit is een van de gesloten deuren in het menselijk leven, en we proberen die voor het welzijn van de mensheid te openen.

We verklaren dat er geen andere hel is dan die in de mens zelf bestaat, of die hij voor zichzelf maakt met zijn eigen gedachten en daden; geen andere hemel dan die de mens voor zichzelf maakt.

Hoe verhevener het leidmotief van het leven is, hoe meer de ziel tot uitdrukking komt en de psychologie van de ziel de boventoon voert. Hoe lager het levensmotief is, des te sterker wordt het lager zelf en daarmee ook de lagere psychologie die, voor zover ze zich nu in het menselijk leven openbaart, de vloek van de mensheid is.

Ook geldt dit niet in het bijzonder voor onze eeuw of onze mensheid, want deze tweevoudige tegenstrijdige krachten zijn zo oud als de mensheid zelf. Hoe manifesteren ze zich? Op heel eenvoudige manier en langs vele onvermoede wegen. Hebben we bijvoorbeeld in ons leven niet ervaren dat we door uitingen van ware poëzie, muziek, of andere vormen van kunst, spiritueel werden uitgetild boven de wereld van de zinnen naar een hoger gebied? En zijn we anderzijds niet in aanraking gekomen met andere en slechte invloeden, die in stilte hun uitwerking op ons denken hadden, maar die niettemin het licht van de ziel buitensloten? Overal vinden we deze werking en wisselwerking van de hogere en lagere psychologie, want zoals het oude heilige geschrift, de Bhagavad Gita zegt: ‘Deze twee, licht en duisternis, zijn de eeuwige wegen van de wereld.’

En dan is er het vraagstuk van de obsessie: er bestaan daarover zoveel theorieën, zoveel zogenaamde verklaringen. Maar onze psychologen moeten op dit punt nog veel leren, want er bestaan in de natuur onzichtbare en gecompliceerde krachten, die in verbinding staan met het fysieke brein, en die toch niet kunnen worden gemeten en waargenomen. Niettemin bestaan ze – subtiele en invloedrijke krachten – die onder de druk van egoïstisch begeren de meest verheven idealen zullen ontheiligen, de hoogste drijfveren vernietigen, de beste voornemens tenietdoen. Ze dringen het stoffelijk brein binnen, werken daarop in, en gebruiken het voor destructieve doeleinden.

Ons verstand heeft iets heel wonderlijks; hoewel het inderdaad tot het stoffelijk wezen van de mens behoort heeft het zelfs iets heiligs, omdat het als een bloem door de stralen van de spirituele zon wordt beschenen. Maar wanneer een egoïstisch verlangen dat licht buitensluit, schijnen zijn mogelijkheden om voor lagere, destructieve doeleinden te worden gebruikt, onbeperkt.

Anderzijds zijn de diensten, die het verstand in de meest spirituele zin kan bewijzen, onbeperkt wanneer het door een juiste opvoeding is getraind en in evenwicht gebracht, en het binnen zijn muren de hoge en onwrikbare beginselen van een echte levensfilosofie weerspiegelt. Dat zijn de werkelijke mysteriën, en ze worden niet voldoende bestudeerd.

Met heel mijn ziel vraag ik u dringend naar binnen te zien. Zelfs tot hem, die het vertrouwen in de mensheid en zichzelf heeft verloren, zelfs tot de pessimist, die nog geen week verwachtingsvol vooruit durft zien – tot zulke mensen zeg ik: Zie in het binnenste van uw ziel, want u bent waarlijk een ziel. Ontdek opnieuw de kracht en energie van uw menszijn. Neem de tijd om na te denken, niet op de gewone manier, maar diep na te denken, en de wetten die het leven beheersen zullen worden onthuld.

U kunt met de wetten die verband houden met deze geweldige kracht, de psychologie van de ziel, niet in aanraking komen zonder wonderlijke krachten op te wekken – krachten die het oog van de mens niet kan zien, die het verstand niet kan vatten of kan verklaren, maar die ons in contact brengen met de natuur en met de wetten die de lagere rijken van het leven beheersen.

Ik geloof oprecht dat de vogels en bloemen ons beter kennen dan wij onszelf kennen; en wanneer we ons op het hoge plan van mystieke kennis bevinden, wanneer ons hart de aanraking voelt met de spirituele krachten van de natuur en het leven, leren we ons met de natuur te onderhouden, leren we met haar samen te werken.

Nog nooit wandelde ik in het bos, of de vogels zongen mooier terwijl ik er was. Niet dat ik ze dat vermogen gaf, maar ze voelden in hun eenvoud, als deel van de grote wet, het verlangen van mijn ziel naar de aanraking met de lieflijke natuur, en dan zongen ze voor mij. Ik heb vreemde dingen meegemaakt met het verzorgen van bloemen; ze hebben op het vurig verlangen van mijn ziel precies het antwoord gegeven dat ik het meest nodig had. De kleinste atomen van de aarde hebben stemmen, en deze stemmen zijn ook een deel van onszelf.

En zo kunnen we op alle levensgebieden de psychologie van de ziel duidelijk aantonen.

Het waarachtig man-zijn en het waarachtig vrouw-zijn gaat steeds vergezeld van de psychologie van de christosgeest. Het is het mannelijke en het vrouwelijke dat in een hogere eenheid opgaat. Christus had die eenheid bereikt – een mystieke en innerlijke toestand – evenals andere grote leraren vóór hem. En de hele menselijke familie kan in haar streven dit hoge punt bereiken, indien ze zich in het leven onder de invloed wil stellen van de psychologie van de ziel.

De mens kan zijn hoge verwachtingen slechts in vervulling zien gaan en de waarheid leren kennen, door zichzelf in de hand te houden en zijn in kiem allesoverheersende bestaan als ziel te erkennen en te verwezenlijken. Wanneer hij in zijn denken en geheugen dat wat hij dan als waar ervaart, zo registreert dat latere bezwaren en twijfels uitgesloten zijn, wanneer hij zijn innerlijke waardigheid gestand blijft, en alle elementen van zijn natuur – zijn lichaam, verstand en gevoelens – in de juiste banen leidt, dan zullen vanaf dat ogenblik kracht en vreugde zijn deel zijn in het leven. Als hij dan enkele weken of maanden in die houding zou kunnen volharden, dan zou hij van zijn verstand een gewillig instrument hebben gemaakt, het voor de zegekar van de ziel hebben gespannen en de beperkingen ervan te niet hebben gedaan.

Ik neem u niet mee naar een punt in de ruimte; ik doe een beroep op wat diep in uw hart is, in een poging het beste in uw natuur naar buiten te brengen, om u de hogere wet te leren kennen. Talm niet langer. Het is niet nodig u verstandelijk voor te bereiden. U hoeft geen catechismus uit het hoofd te leren; u hoeft niet jarenlang uw bijbels te bestuderen om de grote waarheden van het leven en onze bestemming te leren. Uw hart zal u die onthullen. Hebt u deze kennis eenmaal gevonden en bent u begonnen ze in uw dagelijks leven toe te passen, dan kunt u zich tot het Boek der Eeuwen wenden en het vertolken in het licht van de hogere wet. U zult uw Christus kennen, zoals u hem voordien nog nooit hebt gekend.


Theosofie: Het pad van de mysticus, blz. 17-40

© 2013  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag