De avatâra-leer

    _________________

     

    In de voorgaande hoofdstukken is een schets gegeven van de grondslagen van of de sleutel tot de esoterische of mystieke geschiedenis van Jezus. Laten we ons nu de vraag stellen: Wie was Jezus eigenlijk? Was Jezus een God-Mens, een groot Ziener of een Mythe? Het antwoord luidt dat Jezus was wat we een avatâra kunnen noemen. Avatâra is een Sanskrietwoord. Het betekent de nederdaling van een goddelijk wezen, niet in menselijk vlees, maar als het ware naar incarnatie in menselijk vlees. Het betekent de overschaduwing of juister uitgedrukt de overstraling van een groot en edel mens door een godheid, door een god. Zodat, in gewone taal gesproken, een avatâra een geïncarneerde god is, omdat het edele menselijke wezen dat daartoe werd uitgekozen, een meer of minder groot deel van het Overstralende Wezen door zichzelf tot uitdrukking brengt. Jezus was een avatâra, een manifestatie via een menselijk wezen van een god, van een godheid, een van de geestelijke wezens die ons deel van het stellaire heelal besturen. Een avatâra is iemand die drie elementen in zijn wezen verenigt: een bezielende godheid, een hoog-ontwikkelde tussennatuur of ziel, het kanaal voor die inspirerende godheid, en een zeer zuiver, rein stoffelijk lichaam. Een avatâra is een gedeeltelijke openbaring van een godheid in een menselijk wezen en is niet de openbaring van de innerlijke god van de mens zelf; want als dit laatste gebeurt, dan hebben wij onder ons wat wij een 'boeddha' noemen. Dit is een technische term die betekent een 'ontwaakte', iemand die de godheid openbaart die in de kern van de kern van zijn eigen wezen huist. Maar een avatâra is niet de reïncarnatie van een reïncarnerende ego en is daarom niet een eenheid zoals gewone mensen zijn, maar iemand die als een verheven heerlijkheid onder de mensen verschijnt om een speciaal werk op aarde te verrichten.
         De avatâra Jezus bijvoorbeeld, zal nooit weer op aarde geboren worden, met andere woorden, zal nooit reïncarneren; want een avatâra is een godheid die zich manifesteert door middel van het psychologische apparaat van wat wij één van de Meesters van wijsheid, mededogen en vrede noemen, die zich voor dat doel ter beschikking stelt, opdat de verheven goddelijke krachten die zo tot uitdrukking komen, zich aan de mensen kunnen tonen en hen kunnen onderrichten. Het ligt dus voor de hand dat zo'n bijzonder samengesteld wezen, zo'n geestelijk-psychologische-stoffelijke samenstelling, niet de reïncarnatie is van een vroeger bestaande eenheid, die als een reïncarnerende ego andere levens achter zich heeft en aan het einde van het betreffende aardse leven toekomstige incarnaties voor zich heeft, zoals het geval is bij alle andere menselijke wezens. Jezus heeft als entiteit nooit eerder bestaan en zal als zodanig nooit weer bestaan. Het gaat hier niet om het geval van een reïncarnatie maar om een avatâra: de incarnatie, onder bepaalde zeer mystieke omstandigheden, van een straal van een godheid, van het vuur van een godheid, met als doel cyclisch onderricht. De komst van de straal flitst langs de horizon van de geschiedenis der mensheid als een groot licht, om daarna te verdwijnen. Maar wat gebeurt er? Er zijn daden verricht, er zijn leringen gegeven, zodat het gehele lot van mensenrassen misschien is veranderd. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Dat deel van de avatâra dat de tussennatuur vormde van het avatârisch wezen.
         Zoals gezegd bestaat een avatâra uit drie dingen: een stoffelijk lichaam, een tussennatuur, en een straal, in feite het geestelijke vuur van een god, van een goddelijk wezen, dat door deze tussennatuur werkt, en deze beide brengen zich tot uitdrukking door middel van het stoffelijk lichaam. De tussennatuur van een avatâra wordt verschaft door een van de Meesters van wijsheid die als het ware zijn eigen ziel leende voor dit cyclische werk, die zijn eigen tussennatuur leende opdat het heilige lichaam van het kind het geestelijke vuur van de god of de godheid kon ontvangen. Derhalve neemt de Meester van wijsheid die zichzelf heeft geleend, de last van de verantwoordelijkheid op zich voor wat er gebeurt. Daar ligt het karma, de gevolgen en dus de verantwoordelijkheid. Jezus was de manifestatie of liever het kanaal voor de manifestatie van een deel van de vermogens van een godheid, hij was een mens-god of een god-mens; hij was natuurlijk ook een groot Wijze en Ziener.
         Er zijn twee klassen van grote menselijke geestelijke lichten, bekend onder de naam avatâra's (voetnoot) en boeddha's van mededogen. De avatâra is een verheven mysterie in de natuur, niet een mysterie in de zin dat het onbegrijpelijk is, maar een mysterie in de zin dat de gemiddelde mens er nooit een verklaring voor heeft gehoord. Een boeddha is iemand die de verheven geestelijke staat van boeddhaschap heeft bereikt door eigen inspanning die zich over vele levens uitstrekte en in zekere zin staat hij eigenlijk hoger dan een avatâra, als men dat zo zou mogen uitdrukken. Jezus behoorde tot de eerste groep, de avatâra's, en was dus, zoals reeds gezegd, een rechtstreekse manifestatie van een deel van de vermogens van een godheid, die zich manifesteerde door gebruik te maken van het psychologische apparaat van één van de Meesters van mededogen, wijsheid en vrede, die zich voor dat doel ter beschikking stelde, opdat op het cyclische moment, dat toen was aangebroken op het wentelende wiel van het lot, de betrokken godheid tenminste iets van zijn verheven krachten kon tonen en de mensen kon onderrichten en opnieuw de weg kon wijzen van waarheid, licht en mededogen.
         Want de Wijzen komen niet op onregelmatige tijden, op goed geluk of bij toeval. Zij komen op bepaalde tijden omdat alles in het heelal werkt volgens orde en wet. Zij die weten hoe zij moeten rekenen, behoeven niet eens de sterren te raadplegen. Zij weten dat een bepaalde tijd nadat een grote ziel onder de mensen is verschenen, er een andere grote ziel zal komen. Men kan een avatara een daad van hoge witte magie noemen. De Meesters van wijsheid, mededogen en vrede wisten dat de tijd was aangebroken voor de openbaring van een godheid onder de mensen, een wezenlijke openbaring van een van de goden, waarvan het heelal en in dit geval meer in het bijzonder het zonnestelsel, vol is. Eén uit dit verheven gezelschap, van deze Broederschap van Meesters, stelde zich ter beschikking om het deze godheid mogelijk te maken zich door hem te manifesteren en hij overschaduwde op een volkomen normale wijze in Palestina een menselijk wezen dat op het punt stond als baby geboren te worden. Hij gaf dit kind leven en ziel en toen de tijd daar was, toen hij volwassen was geworden, werd Jezus, die toen of later zo werd genoemd, in één van de heiligdommen van de Mysteriën die in die dagen bestonden, 'gedoopt', een technisch woord dat betekent dat hij werd `verheven' van mens tot godheid, door de 'nederdaling' of 'avatâra' van de godheid op hem, die daarna door hem werkte. Jezus de avatara volgde in zijn jeugd alle esoterische onderricht van zijn tijd; hij werd op jeugdige leeftijd ingewijd in de mysteriescholen van Syrië in het Midden Oosten. Hij was iemand die werd "gekruisigd, gedood, begraven en op de derde dag stond hij op uit de dood en voer op naar zijn Vader in de hemel". Ieder woord van dit verhaal is letterlijk ontleend aan de taal van de inwijdingskamer, een voorbeeld van het gebruik van de mystieke taal, waarop al eerder werd gezinspeeld. Hoe moet dit worden uitgelegd?

    ________________________________

    Voetnoot:

    Van deze ongewone wezens bestaan er ook twee soorten, ten eerste menselijke avatâra's, waarvan Jezus en Sankarâchârya van India voorbeelden waren, en ten tweede, niet-menselijke avatâra's, die technisch 'anupapâdaka avatâra's' worden genoemd. Deze laatsten hebben betrekking op wat we een kosmisch mysterie zouden kunnen noemen. Anupapâdaka is een samengesteld Sanskrietwoord dat letterlijk betekent 'ouderloos' of 'zonder ouder' of juister 'één die niet volgt' zoals een zoon zijn vader in rechte lijn opvolgt. Het zou te veel tijd in beslag nemen deze laatste soort avatâra's in een korte verhandeling als deze toe te lichten. De lezer die belangstelt in deze technische leer wordt verwezen naar mijn werk de Occulte Woordentolk.


    Inhoud


    © 1990 Theosophical University Press Agency