| Jezus - Mens of Mythe? _________________
Jezus heeft geleefd. Wat zijn naam ook geweest mag zijn,
de persoonlijkheid bekend als Jezus was een werkelijk mens, een groot
Wijze. Hij heeft inderdaad geleefd. Hij was bovendien een ingewijde
in de geheime leer van zijn tijd, en om hem heen werden na zijn dood
legenden en verhalen geweven, die later - laten we zeggen een eeuw na
zijn dood - werden samengevlochten tot de zogenoemde evangeliën.
Maar wie was Jezus? Niemand weet het in werkelijkheid. Er is geen enkel
definitief, afdoend bewezen antwoord op deze vraag, geen enkel antwoord
waarvan de juistheid volkomen vaststaat.
Wanneer leefde Jezus? Wanneer werd hij geboren?
Deze problemen zijn niet opgelost en vragen nog steeds de aandacht van
een niet gering aantal geleerden en studenten. Door alle eeuwen heen
die verliepen sinds Jezus verscheen en zijn medemensen onderwees, onderscheiden
wij niettemin achter dat waas van onzekerheid en onder het stof van
botsende meningen de verheven figuur van een groot leraar. Niet de enige
grote leraar in de annalen van de geschiedenis, maar niettemin een groot
en verheven leraar van de mensheid, wiens hart van liefde en medelijden
voor de dwalende mensheid was vervuld, die zijn leven op aarde besteedde
om zijn verheffende leringen in het hart en het verstand van de mens
te doen postvatten en die tenslotte, volgens de theorie van het evangelie,
de kruisdood stierf. Werd hij inderdaad gekruisigd? Hoewel de meeste
geleerden geloven van wel, zijn wij opnieuw genoodzaakt te zeggen: "Niemand
weet het werkelijk."
Het evangelieverhaal is slechts een geïdealiseerd
verdichtsel, geschreven door christelijke mystici in navolging van esoterische
mysteriën van de heidenen en behandelt de inwijdingsbeproevingen,
die door de kandidaten voor inwijding moesten worden ondergaan. Zij
slaagden daarin niet geheel, want de evangeliën bevatten veel vergissingen
en fouten. Korte tijd na de veronderstelde kruisiging van de Meester
Jezus, in elk geval sinds het tijdstip waarop de christelijke geschriften
in de wereld om de Middellandse Zee begonnen te circuleren en gedurende
de gehele middeleeuwen tot bijna in onze dagen, twistten en streden
de mensen over de documenten, die het Nieuwe Testament vormen. Het betrof
niet alleen de vraag wat deze documenten precies hadden te zeggen, maar
soms ging het over louter woorden en zinnen, wat hun ouderdom was en
wie de schrijvers van de verschillende christelijke geschriften waren.
Zelfs op de huidige dag weet niemand iets positiefs, werkelijks en vaststaands
erover, hoewel veel knappe en geleerde theorieën werden opgebouwd
en als waar aanvaard, omdat nu eenmaal ieder positief bewijs ontbreekt.
Laten wij eens nagaan wat dit betekent. Wij
weten niet precies wanneer de vier evangeliën werden geschreven,
noch wanneer het boek Handelingen werd samengesteld, ook niet
wanneer de verschillende Brieven werden geschreven en verspreid,
of wanneer het laatste boek, de Openbaring van Johannes, werd
samengesteld, dat naar men meent door Johannes op het eiland Patmos
werd geschreven. Niemand weet of de dingen, vermeld in deze boeken van
het Nieuwe Testament, waar zijn en ook weet niemand iets over de mystieke
gevoelens van hen die ze hebben neergeschreven. Laten we ook bedenken,
wat het christendom in ongeveer achttienhonderd jaar is geweest: een
godsdienst met een sterk dogmatische propaganda, een godsdienst, die
zekere zeer vast omschreven en strenge religieuze leerstellingen onderwees,
die men moest geloven wilde men niet zijn onsterfelijke ziel in gevaar
brengen.
De vier canonieke christelijke evangeliën
zijn in geen geval de enige evangeliën die ooit zijn geschreven.
Wij weten uit de kerkgeschiedenis van het christendom, dat er dozijnen
oude evangeliën zijn geweest die, met uitzondering van de vier
die nu als canoniek zijn aangenomen, na de derde of vierde eeuw van
de christelijke tijdrekening opzij zijn geschoven en vele eeuwen lang
'apocrief' zijn genoemd. Tot welke conclusie moeten wij nu komen, gezien
de vrijwel volkomen duisternis van onwetendheid, die de oorsprong en
de schrijvers van deze mystieke geschriften omhult? Wij weten dat er
op zijn minst ongeveer vierentwintig of vijfentwintig verschillende
evangeliën waren, die nu apocrief worden genoemd, dat ook een groot
aantal Brieven en vele Boeken der Handelingen van allerlei soort door
verschillende primitieve of vroeg-christelijke sekten werden uitgegeven
en verspreid. Zij heten alleen apocrief of twijfelachtig omdat zij niet
behoren tot de tegenwoordige lijst van canonieke boeken. Toch weten
de geleerden heel goed, dat deze apocriefe geschriften in hun tijd als
canoniek werden beschouwd door hen, die ze hadden aangenomen en gebruikten.
De geschiedenis van Jezus is in haar soort
niet nieuw. Zij is in wezen voor een groot deel een herhaling van wat
andere grote Zieners en Wijzen of avatâra's en boeddha's deden
en onderwezen, in dit speciale geval verteld over de leraar Jezus. De
meeste van deze grote historische figuren lieten, nadat zij gestorven
of verdwenen waren, een ingewikkeld systeem van symboliek en allegorieën
na, waarvan in veel later jaren gewoonlijk werd verondersteld dat het
nauwkeurige, historische overleveringen waren. Maar dat waren zij geenszins.
Dat wil niet zeggen, dat deze verwarde overleveringen geheel ontbloot
waren van enige werkelijke historische feiten of overgeleverde gebeurtenissen,
maar wel dat deze zo met symbolen of allegorieën zijn bekleed,
dat ze moeilijk zijn te onderscheiden in die omhullende sluiers. Historisch
gesproken ontbreekt elk bericht van de verschijning van de grote Syrische
Wijze, Jezus genaamd, in wat wordt beschouwd als het jaar 1 van de christelijke
jaartelling. Dit is een van de redenen waarom westerse geleerden met
kritische geest hebben beweerd dat er nooit een persoonlijkheid als
Jezus heeft geleefd, omdat er, naast de christelijke geschriften, geen
onbetwijfelbaar historische gegevens van zijn bestaan tot ons zijn gekomen.
Maar hij heeft geleefd. Hij leefde ongeveer honderd jaar vóór
het jaar 1 van de tegenwoordige christelijke jaartelling. Het begin
daarvan werd voor het eerst willekeurig vastgesteld door een christelijke
monnik, Dionysius Exiguus (Dionysius de Kleine) genaamd, die leefde
in de zesde eeuw onder de Keizers Justinus en Justinianus. Hij wist
niet wanneer de meester Jezus was geboren, maar hij maakte berekeningen
uit literair materiaal dat in zijn bezit was. Veel was het niet waarover
hij beschikte, maar hij deed het er mee en hij stelde de geboorte van
de christelijke Meester vast op ongeveer zeshonderd jaar vóór
zijn eigen tijd. Spoedig daarna werd deze hypothetische datum aangenomen
als het jaar 1 van de christelijke jaartelling, het jaar van de geboorte
van de grote Wijze, Jezus. Maar in werkelijkheid vond die ruim honderd
jaar voor de door Dionysius Exiguus vastgestelde tijd plaats.
Inhoud
© 1990 Theosophical
University Press Agency
|